De positionering van het Openbaar Ministerie Deel 3. Versterking van de positie van het OM. Vragen over klassieke, nieuwe taken en schaarste

Deze bijdrage is de derde in een serie bijdragen waarin een aantal waarnemingen worden gedaan over de positie van het Openbaar Ministerie in historisch perspectief. Het eerste deel vindt u hier, het tweede deel hier.

Een substantieel deel van de officieren van justitie is minder bezig met concrete strafzaken, maar met beleid of gemeentelijke of landelijke preventie of andersoortige opsporingstaken. Het preventieve deel, zoals in ZSM, is nog niet direct als instrumentaliteit te beschrijven, maar juist bedoeld om mensen uit het strafrecht te houden. Dat eenzijdige beeld van de toenmalige debataanvoerders ’t Hart en Foqué, zoals ik dat in het eerste deel van deze serie schetste, is dus illusoir gebleken. Toch is het goed om het fundament van het strafrecht nog eens te bezien en te beoordelen of de positionering van het OM aan herijking toe is of niet. Ik doe dat aan de hand van een klassieke insteek, die van het straf- en vergeldingsbegrip. Lees meer …

Artikel 12 Sv

Tot de dagelijkse bezigheden van de strafrechtadvocaat hoort het aan de cliënt vertellen hoe het allemaal werkt. Dat is oppassen geblazen want het uitleggen van wettelijke regelingen en beslissingen van rechters kan snel opgevat worden als het verdedigen van bepaalde zaken terwijl de cliënt daar helemaal niet op zit te wachten. Bovendien kan het ook heel vervelend zijn om voor de zoveelste keer te verduidelijken waarom bij een first offender die nog alleen maar verdachte is toch vrij gemakkelijk het recidivegevaar wordt aangenomen. Vaak weten cliënten een zinnige uitleg ook nog eens te pareren met de avonturen van een medegedetineerde waar toch uit blijkt dat het allemaal niet klopt. Zo gaf ik laatst aan dat een poging tot moord richting de dubbele cijfers zou kunnen gaan en was de reactie dat een medegedetineerde daar toch maar 2 jaar voor had gekregen. Bij toeval deed ik ook de zaak van deze medegedetineerde die inderdaad was veroordeeld tot twee jaar maar van poging tot moord was geen sprake, wel van een zeer ernstige bedreiging middels schieten. Er zitten ook nog al wat eigenwijze snuiters tussen die vooral aan mij vertellen hoe het precies zit. Dat kan overigens best amusant zijn omdat daarbij soms de meest vreemde theorieën op tafel komen. Zoals de theorie dat sommige officieren alleen maar gevangenisstraf eisen omdat zij weten dat je in de bak van alles kunt leren en deze officieren zo hun eigen werkgelegenheid veilig stellen. Lees meer …

Passie en schuld

Als deze column verschijnt ligt de lijdenstijd met zijn Passies alweer achter ons. Niettemin vormen ze een mooie aanleiding om het eens te hebben over schuld (en boete) over onschuld en over niet schuldig.

Die termen komen, in verschillende context, regelmatig in de evangelieteksten, die aan de passies ten grondslag liggen, voor. Met name in de Mattheüs Passion.

Het begrip onschuld is gekoppeld aan de persoon van Jezus. Al in het openingskoor wordt verwezen naar het Lam Gods dat onze zonden op zich heeft genomen en in het aansluitende koraal heet het: O Lamm Gottes unschuldig am Stamm des Kreuzes geschlachtet. Jezus is niet “niet-schuldig”, hij is onschuldig; hij heeft niets kwaads gedaan. Zijn onschuld is, althans volgens het Mattheüs Evangelie objectief, zoals onschuld dat altijd is. Over schuld valt te twisten over onschuld niet. Onschuld is een eigenschap een persoonskenmerk Lees meer …

De pen en de inktpot: het motiveren van de voorlopige hechtenis

“Een goede en op de individuele zaak toegespitste motivering van de beslissing tot voorlopige hechtenis is niet alleen een wettelijk vereiste, maar ook een recht van de verdachte. De verdachte heeft recht op uitleg van de beslissing en als er verweer wordt gevoerd, waarom dat niet slaagt. Het fundamentele karakter van dit recht wordt onder meer onderstreept door de jurisprudentie van het EHRM.”

Deze wijsheid valt te lezen in een recente publicatie getiteld “Tekst en uitleg” van het te Utrecht gevestigde College voor de rechten van de mens. Uit het onderzoek blijkt evenwel dat rechterlijke beslissingen over de voorlopige hechtenis niet altijd zijn gemotiveerd langs deze lat, en dat zou volgens het College wel moeten. Lees meer …

Recht schokkende bevindingen

We vreesden en wisten het natuurlijk eigenlijk allang, maar nu is het ook “officieel”: beslissingen tot het opleggen van voorlopige hechtenis worden onvoldoende gemotiveerd. Op basis van een studie van 300 dossiers (50 bij ieder van vier rechtbanken en 50 bij ieder van twee gerechtshoven, verspreid over het land) concludeert het College voor de rechten van de mens in een rapport van maart 2017 (Tekst en uitleg) dat het in onze rechtspraak schort aan de wijze waarop de motivering van de voorlopige hechtenis er in de praktijk uitziet, en aan de verhouding tussen die praktijk en de relevante mensenrechten. Het College doet in zijn rapport een aantal aanbevelingen waarmee hierin verbetering kan worden gebracht. Lees meer …

De positionering van het Openbaar Ministerie deel 2. Krijgsgeschiedenis en de oorlog om schaarste

Deze bijdrage is de tweede in een serie bijdragen waarin een aantal waarnemingen worden gedaan over de positie van het Openbaar Ministerie in historisch perspectief. Het eerste deel vindt u hier.

Historisch besef biedt soms uitkomst in het begrijpen van een langere ontwikkeling. Tussen generaal Eisenhower en zijn militaire top bestonden tot aan het eind van de tweede wereldoorlog grote spanningen. Voor en na D-day op 6 juni 1944 kolkten de ruzies tot grote hoogte. De aard van de spanningen werd door veel waarnemers teruggevoerd op de vermeende ijdelheid van de Engelse Montgomery en de Amerikaanse Patton, maar zoals helaas te vaak gebeurt werd het toenmalige conflict versmald tot personen. Het conflict was veel boeiender en actueler dan dat. De legeraanvoerders te velde verweten Eisenhower dat hij een bureaustrateeg was die nooit de kruitdampen had meegemaakt. De ruzies gingen over het gezag over de grondtroepen en over het tempo waarin de verschillende legergroepen optrokken en wie daarin (eind)verantwoordelijkheid mocht dragen. Dit sturingsconflict vertaalde zich tot in de marsorders. De Britse legerleiding schetste tot in detail hoe de manoeuvres dienden te verlopen, terwijl de Amerikaanse legertop de operaties veel minder dicht regelden en meer overlieten aan de creativiteit van uitvoerende commandanten als Patton en Bradley. De legeraanvoerders te velde waren immers veel beter op de hoogte van de situatie op de slagvelden. Als de aanvoerder niet voldeed, werd hij vervangen. Voor de Britse aansturing was evenwel ook wel wat te zeggen. Montgomery wist nog uit de eerste wereldoorlog hoeveel menselijke verliezen er mogelijk waren, uit ervaring was hij zuinig met zijn manschappen om welke reden hij meer sturingsinvloed wilde houden op de operationele keuzen te velde. Verder waren de aanvoerlijnen met hun specifieke bevoorradingseisen, zoals in elke oorlog, van grote betekenis. Niet dat sommige legercommandanten zich daar iets van aantrokken. Van Patton werd wel gezegd dat hij toch bleef oprukken om zodoende nieuwe troepen en materiaal af te dwingen. Lees meer …

Anders maar wel rechtmatig en rechtvaardig

In de drie vorige columns heb ik de gevolgen besproken van de nieuwe benadering voor drie van de vier kwaliteitsaspecten die bij iedere strafrechtelijke interventie een rol moeten spelen: de zekerheid, de strengheid en de snelheid. Het wordt nu hoog tijd om na te gaan wat de gevolgen zijn voor het vierde en belangrijke criterium, de rechtmatigheid en de rechtvaardigheid. Wat betekent de accentverschuiving van de verdachte naar slachtoffer en samenleving voor het streven naar kwaliteit volgens dit criterium? Lees meer …

Niet managers maar rechters zouden de macht moeten hebben over de oriëntatiepunten

In zijn blog van dinsdag 14 maart 2017 bespreekt Peter Lemaire enkele onderdelen van mijn proefschrift ‘De macht over het strafproces’ en gaat hij in het bijzonder in op mijn standpunt ten aanzien van de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting en andere regelingen die door het LOVS worden vastgesteld. Pas gepromoveerd op het spanningsveld tussen rechter en zijn gerechtsbestuurder is het altijd plezierig om van een rechter, oud-gerechtsbestuurslid én oud-voorzitter van het LOVS de instemming te lezen bij veel van wat in mijn onderzoek aan de orde komt. Zo is dat ook (en nadrukkelijk) ten aanzien van mijn laatste stelling bij het proefschrift: perfectie haalt de kwaliteit weg. Die stelling vormt echter tegelijkertijd de bal die Lemaire mij terugkaatst waar het gaat om het door mij ingenomen standpunt over de LOVS-regelingen. Ook dat is plezierig. Een proefschrift schrijf je juist om dit soort ballen teruggekaatst te krijgen. Lees meer …

De macht over de oriëntatiepunten in het strafproces

Medeblogger Rick Robroek is recent gepromoveerd op het proefschrift “De macht over het strafproces”. Hij legt daarin bloot de machtsverhoudingen tussen de gerechtsbesturen en de Raad voor de Rechtspraak enerzijds en de rechters anderzijds, beiden met een wettelijke taak belast, waartussen zich de laatste jaren helaas de nodige spanningen voordoen. De eersten behartigen de algemene belangen van de rechtspraak, zoals financiering, gebouwen, personeel, maar ook de bevordering van vlotte rechtspraak en rechtseenheid in algemene zin en de laatsten oefenen de rechtspraak uit in rechtszaken, de core business, of zoals in de rechtspraak zelf wordt gezegd: het primaire proces. De rechters zijn voor de goede vervulling van hun taak mede afhankelijk van de eersten en de eersten zijn voor hun algemene taken (in zeer sterke mate) afhankelijk van de rechters. Robroek legt deze verhoudingen bloot en signaleert de scharnierpunten in de Wet op de rechterlijke organisatie, die de laatste jaren steeds meer zijn gaan kraken en piepen en die volgens hem aanpassing behoeven. Een kritisch punt is namelijk dat de rechters onafhankelijk zijn en dat de huidige wetgeving op een aantal punten in onvoldoende mate een basis biedt om rechters te verbinden aan genoemde algemene doelstellingen van de rechtspraak, terwijl dat wel wordt geprobeerd en vaak trouwens nobele doelstellingen dient. Lees meer …

Sneller straffen

In een strafrecht dat normbevestiging en normherstel als doel heeft, moet niet alleen het aantal interventies omhoog en moet er anders worden gestraft; er moet ook sneller worden gereageerd op normschendingen. Slachtoffers en samenleving hebben recht op een zo prompt mogelijke reactie en daders moeten voelen dat de strafrechtelijke overheid in staat is om snel te handelen na het plegen van een misdrijf. En: “justice delayed is justice denied”. Vrij vertaald: trage rechtspraak is geen (goede) rechtspraak. Uit onderzoek bij dieren is gebleken dat alleen een onmiddellijke reactie op ongewenst gedrag effect heeft in de richting van gewenst gedrag. De mens beschikt gelukkig over een wat langer geheugen en kan verbaal worden geholpen om zich zijn wandaad te kunnen herinneren maar bij de behandeling in appel komt het toch regelmatig voor dat de verdachte zich het feit niet meer voor de geest kan halen. En ook hier geldt dus: hoe sneller hoe beter. Lees meer …