Transparantie

In april 2014, al weer bijna 4 jaar geleden, schreef ik een column over het voornemen van de Raad voor de Rechtspraak, om de doorlooptijden in 2018 met 40% te hebben gereduceerd. De titel van de column luidde: sneller recht is beter dan beter recht. Ik toonde mij ingenomen met het voornemen van de Raad, met als kanttekening dat nog niet zo heel erg duidelijk werd, wat er nu precies in 2018 moest zijn bereikt.

Dat jaar is inmiddels aangebroken, wat het zal brengen is nog niet bekend en of de geformuleerde doelstellingen zullen worden gehaald zal pas in oktober 2019 kunnen worden bekend gemaakt. Dan verschijnt namelijk de jaarlijkse publicatie van Raad, WODC en CBS onder de tittel Criminaliteit en Rechtshandhaving, een zeer nuttig overzicht van de prestaties van de strafrechtsketen. Lees meer …

Brein, gedrag, agressie en veerkracht: 40-min-1 jaar na Buikhuisen’s Leidse oratie

Door Frans L. Leeuw (WODC en Universiteit Maastricht)

In een vorige column schreef Dato Steenhuis over Wouter Buikhuisen en hoe met zijn gedachtengoed is “omgegaan”, om het vriendelijk te zeggen. Steenhuis’ poging wijlen Piet Grijs na te bootsen in een gefingeerde column over de (academische) moord op Buikhuisen, was interessant. Het daarin gekozen historische perspectief roept de vraag op wat inhoudelijk over het erfgoed van Buikhuisen in het heden te zeggen valt. Daar is namelijk alle reden toe, bijna 40 jaar nadat hij zijn Leidse inaugurale rede (Kriminologie in biosociaal perspectief, 1979) uitsprak.
Waar het zo’n 4, 5 decennia geleden nog om zeer kleine aantallen wetenschappers ging die naar biologische aspecten van criminaliteit keken [1], zoals Adrian Raine in zijn The Psychopathology of Crime (1993) of Wouter Buikhuisen zelf, dat beeld is de laatste 10 – 15 jaar grondig veranderd. Neuro-criminologie, het bio-psychosociale model en sociale neurowetenschappen (Cacioppi & Cacioppi, 2013)[2] worden steeds belangrijker. Ook cyber crimes worden vanuit dit kennisfonds geanalyseerd. Lees meer …

In memoriam. Een goede rechter: mr. F.W. (Willem) den Ottolander

Op donderdag 4 januari 2018 overleed een goede oud-collega, gepensioneerd senior raadsheer Willem den Ottolander. Ik heb dierbare herinneringen aan deze markante, licht excentrieke, complexe oud-collega die ik benut om iets te schrijven over goede magistratuur. Mijn herinneringen gaan terug naar de twee gerechtshoven waar hij en ik hebben samengewerkt
Ik wil een paar voorbeelden noemen die het bijzondere karakter illustreren. Ik denk terug

– aan hoe hij kon beraadslagen over een strafzaak, en waarbij hij tijdens dat zogeheten raadkameren uit zijn tas een groot brood haalde, dat openmaakte, belegde met speciaal meegebracht beleg, daarna het brood met een schaar in stukken sneed en soms knipte en vroeg of anderen wat wilde;
– aan zijn kamer op het paleis van justitie die net als thuis in veelvoud, volgestouwd was met boeken, van cowboyromans tot theologie, vaak weggesleept uit rommelmarkten en kraampjes;
– aan zijn werkkamer waar allerlei overhemden en colberts hingen;
– aan zijn beslissingen als unusrechter en waarin hij de verdachte meedeelde dat deze met tegenbewijs twee dagen later moest terugkomen, vijf minuten voor de nieuwe zitting zou aanvangen en dat over twee dagen de advocaat-generaal en griffier van de zitting van dat moment dan maar even voor een paar minuten acte de presence moesten geven, dit alles in weerwil van wat de organisatorische afspraken ook waren over de ordentelijke wijze van oproepingen en registratie van zaken;
– aan zijn zich van niets aantrekkende houding door maar vragen te blijven stellen aan de verdachte terwijl de voorzitter steeds onrustiger heen en weer schoof omdat er geen eind aan zijn vragenreeks leek te komen en waarbij hij doodgemoedereerd zei: ik merk dat de voorzitter onrustig word maar ik verstout me toch nog een enkele vraag;
– aan zijn zitting waar hij een verdachte van het illegale balletje-balletje spel vroeg om met drie ondoorzichtige koffiebekertjes en een muntje uit Willems zak de werkwijze van dit spel te demonstreren;
– aan een rij voorbeelden die ik moeiteloos tot het honderdvoudige kan uitbreiden en die slechts illustreren dat we hier met een unieke rechter van doen hebben gehad die in de ware zin des woords onafhankelijk was, die verder altijd gericht was op praktisch recht, die niet hechtte aan elitair gedrag, met gemak in toga gehuld door de paleisgangen liep om voor zichzelf en de griffier koffie te halen, die niet klaagde over zijn werklast, altijd loyaal was naar de leiding, ondertussen toch zijn eigen rechterlijke onafhankelijke gang ging. Wie van ons kan het hem nazeggen? Kortom, het was een goede, zeer intelligente, originele, daadkrachtige, niet werkschuwe, loyale, collegiale rechter die zijn talenten heeft vertienvoudigd en tegenover de hoogste rechter waarin hij zo geloofde kan vertellen dat hij gewoekerd heeft zoals de heer van de wijngaard dat hem heeft opgedragen. Lees meer …

Schikken op de zitting ook in strafzaken?

Afgelopen zomer sprak de Nederlandse Juristen Vereniging (NJV) over de vele soorten procesvormen die ons rechtssysteem rijk is. Vraag was in het bijzonder of allerlei procedures niet aan vernieuwing, vervanging of afschaffing toe zijn. Daarbij kwam met name aan de orde of geschillen op een andere wijze dan door middel van een vonnis de wereld uit moeten worden geholpen. Opvallend was dat dit voornamelijk bij civiel- en bestuursrecht uitvoerig werd besproken, maar veel minder in het kader van het strafrecht. Toch zou ook daar vaker dan nu eraan kunnen worden gedacht zaken anders dan (alleen) door het nemen van een beslissing af te doen. Lees meer …

De OM-strafbeschikking. Deel 1. Het ontbrekende bewijs van structureel onzorgvuldige schuldvaststellingen

De strafbeschikking is een vorm van strafrechtelijke conflictbeslechting die erg onder druk staat. Aangejaagd door verschillende kritische artikelen en rapporten lijkt de waardering voor de strafbeschikking niet hoog te zijn. Dat kritisch wordt omgezien naar de kwaliteit van de strafbeschikking is zonder meer terecht. Het openbaar ministerie (ik richt me in dit en een volgend blog slechts op de OM-strafbeschikking) heeft daarmee immers de mogelijkheid gekregen om datgene te doen wat tot de introductie van de strafbeschikking in 2008 het exclusieve domein van de strafrechter was: straffen. Bij die mogelijkheid hoort een zware verantwoordelijkheid: die straf is slechts dan gerechtvaardigd indien de officier van justitie tot een schuldvaststelling komt. En daar mogen hoge eisen aan worden gesteld. Lees meer …

Zullen computers rechtspreken? (ja, als…)

Het is een hip onderwerp, en niet alleen in films en non fictie bestsellers: gaan computers binnenkort ons werk overnemen? Menigeen zal in het achterhoofd zijn beroepswerkzaamheden hebben nagelopen op onvervangbare want diep-menselijke kwaliteiten, in de hoop dat het zijn tijd wel zal duren voor hij stekkers af moet gaan stoffen. Maar als je het nieuws mag geloven kunnen computers zichzelf go leren spelen en zonnestelsels opsporen dus nou ja, dan lijken we niet kinderachtig te moeten doen over zeg het beoordelen van een diefstal bij Albert Heijn. Lees meer …

De rechter en de leraar

Strafrechters verdienen veel meer dan leraren en dat is niet rechtvaardig. Waarom niet? Ze hebben beiden een handhavende taak. De rechter voert die uit in de rechtszaal waar hij moet beslissen over strafbare feiten die hem door het OM worden voorgelegd. Het is zijn hoofdtaak. Hij is een formele handhaver. Zijn optreden wordt gestuurd door het Wetboek van Strafvordering.

De leraar handhaaft de orde in de klas. Zijn hoofdtaak is lesgeven, maar die taak kan alleen goed vervuld worden als het in de klas enigszins ordelijk toegaat. De regels die daarvoor gelden zijn niet in een wet vastgelegd maar in belangrijke mate ter beoordeling van de leraar. Ik noem dat informele handhaving Lees meer …

De buurtrechter

Jaren geleden zag ik eens een documentaire over Karol Wojtyła. Die man, die later paus zou worden, was sportief aangelegd. Zijn vrienden beschreven een kanotocht met hem en op zondag moest hij als priester natuurlijk de mis opdragen en zij moesten die bijwonen. Voor een mis heb je weinig nodig. Van zijn omgekeerde kano maakte Karol een altaar en de roeiriemen knoopte hij samen tot een kruis.

Voor rechtspraak heb je nog minder nodig. Na de verwoesting van Sint Maarten door de orkaan Irma, weet ik dat je voor een eerlijk proces zelfs geen tafel nodig hebt (al is die wel handig). Een laptop of pen en notitieblok volstaan, een dossier (digitaal of op papier, desnoods nat geregend) en partijen. En een droge ruimte ook, al zou je zelfs op het marktplein recht kunnen spreken. Lees meer …

De strafrechtelijke impuls voor een goede euthanasiepraktijk

Lezing van Rinus Otte op het SCEN-congres van 22 november 2017

Geachte dames en heren medici en andere toehoorders,

De discussie rondom euthanasie en ‘voltooid leven’ in het kielzog daarvan is volop gaande: publicaties in dag- en vakbladen, boeken, Kamervragen en onlangs een rondetafelbijeenkomst over euthanasie in de Tweede Kamer. Uw vakgebied bevindt zich meer dan ooit in het middelpunt van de belangstelling, zo ook van het Openbaar Ministerie. Natuurlijk heeft u ook vernomen van het strafrechtelijk onderzoek dat onlangs is gestart naar een arts die euthanasie toepaste op een patiënte met dementie in een vergevorderd stadium en dat creëert misschien ook enige onrust. Lees meer …

Een ieder wordt geacht de wet te kennen

De wetsregel die de Nederlanders waarschijnlijk het beste kennen, is artikel 461 Wetboek van Strafrecht. Althans, iedereen weet van de vele bordjes in onze bossen en duinen dat deze bepaling bestaat. Het overgrote deel van de bevolking zal ook nog wel begrijpen dat artikel 461 iets met verboden toegang te maken heeft. Weinigen zullen echter een idee hebben van wat er precies in staat. (En ik weet niet of kennis daarvan bijvoorbeeld onderdeel van de voor immigranten verplichte inburgeringscursus vormt.) Lees meer …