De rechtspraak in het nieuws

Recent was de rechtspraak weer een paar keer in het nieuws.

Folkert Jensma gaf ons in de NRC drie vegen uit de pan. Zijn eerste steen des aanstoots is het ontbreken van een complete database met uitspraken. Dat belemmert systematisch onderzoek naar bijvoorbeeld straftoemetingsverschillen tussen gerechten en de anonimisering van namen van professionele partijen in uitspraken belemmert een analyse van bijvoorbeeld hun eventuele wangedrag. Als tweede steen des aanstoots noemt hij het ontbreken van mogelijkheden voor een journalist om kennis te nemen van processtukken. Daar komt bij dat in het strafproces de inhoud van het dossier vaak als bekend wordt verondersteld. Als toehoorder op de tribune moet je dan maar raden waar het om gaat. Daarbij komt ook nog eens het ontmoedigende vakjargon en de moeizame toegankelijkheid van onze gerechtsgebouwen. Als derde noemt hij de chaotische en per gerecht verschillende persrollen. Lees meer …

Een kleine geschiedenis van de roekeloosheid (en hoe de Hoge Raad de wetgever dwong om de vrijheid van de feitenrechter te beperken)

Onlangs maakte de minister het conceptwetsvoorstel ‘Aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten’ bekend. Hierin worden een aantal wijzigingen voorgesteld van de Wegenverkeerswet. Getracht wordt het grote verschil weg te nemen in strafmaximum bij (zeer) gevaarlijk rijgedrag zonder en met gevolgen (het zogenaamde ‘strafgat’) door:

1. het strafmaximum bij gevaarlijk rijgedrag dat zonder gevolgen is gebleven (artikel 5 WVW 1994) te verhogen;
2. een strafbaarstelling te introduceren voor zeer gevaarlijk rijgedrag dat zonder gevolgen is gebleven met een nieuw artikel 5a WVW 1994;
3. in de wet te expliciteren waar roekeloosheid bij zeer gevaarlijk rijgedrag met gevolgen (artikel 175 WVW 1994) in kan bestaan door een koppeling te maken met de voorgestelde strafbaarstelling van artikel 5a WVW 1994. Lees meer …

Constructief strafrecht

Door Lisa Ansems

In zijn blog van 8 mei 2018 vraagt de heer Steenhuis zich af waarom de Nederlandse strafrechter in toenemende mate slappe koek serveert door te licht te straffen en te veel nadruk te leggen op (re)socialisering. Steenhuis roept rechters op om strenger te straffen. Daarmee verwoordt hij een sentiment dat onder een groot deel van de Nederlandse bevolking lijkt te leven, zoals recentelijk ook beschreven door Henri Beunders in een interessant opiniestuk in de NRC. Na een rondgang door het strafrecht constateert Beunders dat we in een zero tolerance-samenleving leven, waarin empathie en het gevoel voor de menselijke maat zijn verdwenen ten faveure van de roep om vergelding en zwaardere straffen.[1] Lees meer …

Tegenbrandjes

Na bijna achttien jaar in de advocatuur zou je denken dat de volwassenheid in zicht komt. Misschien heb ik vooral dingen afgeleerd, wat volgens mijn aardrijkskundeleraar F. Smit het ware leren in het leven uitmaakt. Voor ik begon spiegelde ik me graag aan de eloquentie van Smit en zag mij op het floret van de tong in het nauw gedreven burgers voor de kaken van de overheidsmoloch wegslepen. Bijna alles aan deze fantasie is fout gebleken. Nederland mag een land met een domineestraditie zijn, al te vurige welbespraaktheid is geen plus. Misschien stemt het de cliënt gunstig of vragen ze je voor tv, maar op de rechtbank maakt de overtreffende trap geen indruk. Wat wel werkt: braaf op nuances wijzen die de andere partij verwaarloost. Jezelf niet positioneren als beroepstegenspreker maar als bereidwillige meedenker, die middelen voor een afgewogen eindoordeel aanreikt. De gemiddelde rechter laat zich graag voeden. Steeds maar de nuance zoeken, samen met een dosis geluk kan het een zaak doen kantelen. Lees meer …

Laten we stoppen met onnodig aangeven

“X is 85 jaar geworden.” Zo eindigt een bericht vaak, als in een nieuwsjournaal op de radio kond van het overlijden van een meer of minder bekende persoon wordt gedaan. Het is een soort plechtig ritueel dat bij dit soort mededelingen standaard in acht wordt genomen. Op dezelfde manier lijkt het tegenwoordig met de melding “X heeft aangifte gedaan” of “X overweegt aangifte te doen” te gaan. Dit hoor je, als zich een – mogelijk strafbaar – feit heeft voorgedaan en het slachtoffer vindt dat daartegen moet worden opgetreden. Het lijkt wel of (het bericht van) het doen van aangifte net als (de mededeling over) de bereikte leeftijd een vast ritueel is geworden. Lees meer …

De strafrechter moet straffen!!!

Een paar weken geleden las ik in de krant dat de rechter vaker therapie oplegt dan straf na huiselijk geweld, zulks veelal op voorspraak van het OM. Het is slechts één van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat OM en rechter de weg kwijt zijn als het gaat om het vervullen van hun maatschappelijke taak te weten het toepassen van het strafrecht. Dat strafrecht is bedoeld als ultimum remedium oftewel als laatste redmiddel om te reageren op normschendingen die met straf zijn bedreigd.

Als het proces van socialisering is mislukt, als opvoeding, scholing, training, stages en wat dies meer zij, niet het gewenste resultaat hebben gehad, en er misdrijven worden gepleegd, is het strafrecht aan zet. De inhoud van de reactie van dit pijnlijke recht moet, dient zich, naar mijn stellige overtuiging, te onderscheiden van het instrumentarium, dat bij eerdere pogingen om mensen te socialiseren is gebruikt. Lees meer …

Helderheid over en transparantie in doorlooptijden gevraagd

Dato Steenhuis besprak in zijn column Transparantie gegevens over doorlooptijden bij de Rechtspraak, of eerder de gebreken daaraan. Dat tegen het licht van het in 2014 door de Raad voor de rechtspraak ge-uite voornemen de doorlooptijden tot 2018 (gemiddeld) met 40% te bekorten.[1]

Eerst een paar zaken ter verheldering. We moeten onderscheid maken tussen gegevens over de doorlooptijden van zaken voor de totale of grote delen van de strafrechtelijke keten (politie, OM, rechter) en die bij de Rechtspraak op zich. De gegevens die Criminaliteit en Rechtshandhaving tot en met jaargang 2013 publiceerde betroffen de doorlooptijden van zaken van instroom bij het OM tot afdoening door OM of rechter.[2] Sindsdien worden die niet meer gepubliceerd, omdat de beschikbare gegevens niet betrouwbaar zijn gebleken.[3] Het ontbreken van deze ‘keten-brede’ gegevens is zeker een gemis. Lees meer …

De Geketende Kei

Aan de Oude Gracht in Utrecht, de stad van de IT afdeling van de rechtspraak Spir-IT, kun je een zwerfkei vinden die met een ketting aan een muur is verankerd. Volgens een van de mythes werd de steen in vroeger tijden door geesten gebruikt om ’s nachts een potje te kaatsenballen. De bewoners werden dat natuurlijk zat en legden de kei aan de ketting.

Recent is het rechtspraak-project KEI, Kwaliteit en Innovatie, in het nieuws gekomen. De Raad voor de Rechtspraak heeft het bedrijf TRConsult verzocht een extern expertoordeel te geven op de risicobeheersing t.a.v. het KEI project. Behalve een compliment dat er ondanks de grote opzet van KEI toch dingen geslaagd zijn, zoals de digitalisering van de strafrechtspraak, is het rapport vooral kritisch. Lees meer …

Brexit, Miss Marple en rechterlijke vrijheid

Als u wel eens iets van Miss Marple hebt gelezen, weet u dat deze grisse vrijgezel grote misdrijven oploste met behulp van kennis uit haar dorp St. Mary Mead. Dat gaat dan ongeveer zo (niet aan een echte Miss Marple casus ontleend, maar voor het idee). De vrouw van Lord X, Lady Y, wordt vermoord. De bijzit van Lord X, de gouvernante Z, wordt verdacht Lady Y met een kopje vingerhoedskruid-thee te hebben vergiftigd, en wat blijkt? Die was dat toevallig ook van plan, maar net toen ze op haar slechte pad ging, bleek iemand haar al voor te zijn geweest. Miss Marple weet de altijd loyale tuinman te ontmaskeren, die eigenlijk, net als haar dorpsgenoot de vriendelijke kruidenier meneer Jones, een narcist blijkt te zijn. Hij wilde wraak nemen op de bijzit Z, die hem als minnaar had afgewezen en die hij de schuld van de moord in de schoenen wilde schuiven door wat blaadjes vingerhoedskruid in haar kamer rond te strooien. Lees meer …

Het strafrechtelijk tekort versus historische troost en bescheidenheid

Inleiding
Er valt geen krant open te slaan of een treinreis mee te maken en de waarnemer neemt gratis kennis van het tekort in de meest ruime zin van het woord. Er is een tekort aan treinstellen, aan op tijd rijdende treinen, aan geschikte vrienden of collega’s, aan opgeloste misdrijven, vervolgde verdachten, op tijd aangeleverde strafzaken bij de rechter, op tijd opgespoorde veroordeelden om hun straf te laten uitzitten, aan rechters en officieren van justitie en hoog opgeleide rechercheurs, aan schone lucht, aan rechtvaardigheid, aan kerkgangers om de bijkans lege kerken te vullen, aan voldoende zon of juist aan voldoende vrieskou om te kunnen schaatsen, aan geluk, aan schone toiletten in de treinen, aan ellende (oh nee, daarvan is juist een overschot), aan betrouwbare politici en uiteraard aan echte leiders die maar niet willen opstaan om ons naar grazige weiden te leiden. Het wil maar niet lukken met het bereiken van al dat moois waarvan wij dromen en zingen en waarover we ontevreden en scheldend onze gedachten vullen en waardoor we vaak ons stemgedrag bij de verkiezingen laten bepalen.
In beleidstaal is het niet anders. Er is een handhavingstekort, een opsporingstekort, een vervolgingstekort, en zo verder. Er wordt nog maar 7.2 procent van de woninginbraken opgelost en zo verder. Maar de onveiligheid zou zijn afgenomen en we staan nog steeds op de vijfde plaats van de mondiale barometer van gewaardeerde rechtspraak. Meten is weten en dan volgt de weging vanzelf, ja toch, niet dan? De treinen reden ooit ‘slechts’ 80 procent op tijd en de betrokken minister dreigde de NS dat er maatregelen zouden volgen als dit veel te lage percentage niet snel verbeterde. Een jaar later was het geloof ik 85 procent, waarna de beleidsvrouwe kon melden dat er dankzij haar opstelling betere percentages waren bereikt. Mijn soms (te) ironische inborst geeft me het grappige gevoel dat het halen van het stiptheidspercentage er ook de oorzaak van is dat weinig treinen meer wachten op een vertraagde trein die daarop aansluit. Soms rijdt zo’n aansluitende trein voor mijn neus weg. Dat geklaag behelst de ironie dat eigenlijk niemand vertraging wil behalve als het onszelf goed uitkomt. Zou het ook zo gaan in strafrechtelijk Nederland? Wat is er mis met onze ongeluksbarometer en het schrijven over een zoveelste tekort?
Ik zal mijn ouderwetse en eenvoudige antwoord alvast verklappen. We denken te weinig in overschot en zegeningen. Wie deze moraal van het verhaaltje niet meer uitgesponnen wil zien, kan stoppen met verder lezen.[1]

Het menselijk tekort

Ik vang aan met het menselijk tekort. Mensen krenken, beschadigen, bestelen, beliegen, bedreigen en doden elkaar, soms, maar wel zo vaak dat de rechtsorde zoveel mogelijk tegen de kwaadwillende medemens beschermd moet worden. De mens moge dan volgens velen niet kwaad in zichzelf zijn, hij doet wel vaak kwaad en is ook niet altijd gericht op het goede doen, en vaak zijn er krachten in of buiten hem nodig die hem weerhouden kwade neigingen te effectueren. Het strafrecht vormt de kracht buiten de mens, buiten diens eigenrichting, om het kromme gedrag recht te maken of de mens op het rechte pad te houden. Ondanks dat we al honderden jaren met behulp van de Verlichtingsideeën hopen dat we de mens in het gareel kunnen houden lukt dat nog niet optimaal, mede gelet op de grote oorlogen en genocides, maar ook gezien de in Nederland bestaande 850.000 aangiftes van gepleegde misdrijven, waarvan er maar een fractie wordt opgelost. Daarom is er genoeg werk aan de strafrechtelijke winkel. The times they are a changin, zong de Nobelprijswinnaar Bob Dylan, maar dat protestlied was meer ingegeven door zijn jeugdigheid dan door realiteitszin. Sinds mensenheugenis doen mensen verkeerde dingen en het geloof dat we de einder van een hemel op aarde naderen is gevaarlijk. We leven op aarde, er is geen hemel aanstaande, als we niet uitkijken wel een door onszelf nagestreefde hemel die uiteindelijk uitdraait op een catastrofe, zoals de geschiedenis van de mensheid maar al te vaak laat zien. Naarmate we dichter op elkaars lip leven en werken, naarmate de mogelijkheden om misdrijven te plegen inventiever worden, is er strafrecht nodig om de mens zowel tegen zichzelf te beschermen als te beteugelen in zijn kwade gedrag, neigingen en voornemens. Zelfzucht, eigenbelang, opportunisme en de geneigdheid zichzelf te bevoordelen en anderen te benadelen, zijn zwakheden die nooit sluimeren of slapen. Hoe verklaar ik dan de cijfers dat het met de veiligheid beter gaat en mensen zich veiliger voelen? Zolang er nog een gigantisch overschot aan misdrijven op de plank ligt, zolang er nog vele dreigingen zijn uit de onderwereld die omhoog kruipt richting de bovenwereld, zolang er nog 12 miljard per jaar schade is door verkeersgeweld op de Nederlandse wegen, zolang interesseren mij die gepresenteerde en ongewogen cijfers minder. Het menselijk tekort leidt tot veel leed, zowel voor de mens zelf als voor zijn medemens. Ik zal het niet meer meemaken, maar als we de patronen uit de geschiedenis proberen te doorvorsen, dan is een belangrijke vraag over honderd jaar wat ons in 2018 in vredesnaam heeft bezield te menen dat het onze keuzen anders zou vergaan dan de vorige gedurende de laatste paar duizend jaar of waarom we denken dat het met het beteugelen van criminaliteit zoveel beter gaat. Lees meer …