Tagarchief: Verdedigingsbelang

Goede voornemens

Het is aan het begin van elk nieuwe jaar vaste prik om goede voornemens aan te horen. Dat zijn dan de plannen van de persoon in kwestie. Voor de verandering wil ik het eens hebben over twee goede voornemens die anderen voor 2016 zouden moeten hebben.

Hoog op mijn lijstje staat mijn wens dat er dit jaar een (begin van een) eind gaat komen aan het in mijn ogen volkomen overbodige gedoe met de criteria verdedigingsbelang en noodzakelijkheid. Als er nu één mogelijkheid is om op eenvoudige en efficiënte wijze een nutteloze wettelijke bepaling uit het (bijna oude) wetboek van strafvordering alvast te “parkeren” dan is dat wel op dit punt.
De toepassing van de criteria is in den lande geheel willekeurig. De kroon spant het gerechtshof in ’s Hertogenbosch waar ik de in mijn ogen allesomvattende overweging mocht aanhoren dat het hof het verdedigingsbelang zag, waarmee voor het hof de noodzakelijkheid gegeven was. Mooier kan het niet gezegd worden.
Wat is er op tegen om al die ingewikkelde beschouwingen over het toepasselijke criterium opzij te schuiven en de rechter geheel casuïstisch te laten beoordelen of de verdediging met een redelijk verzoek komt. In dat criterium, de redelijkheid, kunnen alle facetten van een onderzoekswens worden gewogen: de inhoudelijkheid, de tijdigheid, de gevolgen van toewijzing etc.
Volgens mij gaat het materieel gezien nu meestal ook al zo en is de uiteindelijke afweging nu ook gebaseerd op de redelijkheid van het verzoek. Waarom dan zo ingewikkeld ?
Voor het OM speelt het allemaal minder, de officier van justitie kan immers elke verklaring waar hij/zij over beschikt op eenvoudige wijze aan het dossier toevoegen. Die “inequality of arms” zie ik niet zo snel verdwijnen, maar de ongelijkheid kan wel worden verminderd door in de hier voorgestelde praktijk redelijk om te gaan met het redelijkheidscriterium waar het verzoeken van de verdediging betreft.

Lees meer …

Het alternatieve scenario en de bewijsaandraagplicht

De term alternatief scenario komt in het strafrecht niet voor. Het heeft ingang gevonden door de theorieën over oordeelsvorming. Het idee is dat tegen elk strafbaar scenario tenminste één alternatief scenario moet worden gesteld om de argumenten voor het hoofdscenario op juiste waarde te kunnen wegen (met name prof. van Koppen heeft hierover geschreven). Onder het alternatieve scenario in deze ruime zin valt niet alleen het zogenaamde meer-en vaartverweer, maar ook de verschillende primaire en subsidiaire delict varianten alsmede de in één delict variant mogelijke sub varianten. Aldus is het alternatief voor elk scenario dat de verdachte een tenlastegelegd feit begaan heeft, dat hij het niet (of op een andere manier) begaan heeft.

Lees meer …

Het noodzakelijkheidscriterium vanaf 1 juli 2014: balanceren tussen niet vooringenomen (b)lijken en helder motiveren

Na bijdragen over het verdedigingsbelang en de doorwerking van tijdigheid en motivering van getuigenverzoeken bij de beoordeling daarvan, komt in deze voorlopige laatste bijdrage over getuigenverzoeken het noodzakelijkheidscriterium aan bod.

In het overzichtsarrest ECLI:NL:HR:2014:1496 vallen om te beginnen voor de hand liggende, maar daarmee niet minder belangrijke, overwegingen over het noodzakelijkheidscriterium te lezen: het criterium is gerelateerd aan de verantwoordelijkheid van de strafrechter voor de volledigheid van het onderzoek van de zaak en dat betekent dat ‘bij de beoordeling van een gemotiveerd, duidelijk en stellig verzoek van de verdediging aan de rechter om ambtshalve gebruik te maken van zijn bevoegdheid om zelf getuigen op te roepen, slechts van belang [is] of hij het horen van die getuigen noodzakelijk acht met het oog op de volledigheid van het onderzoek’.

Lees meer …

Kent het niet tijdig opgeven en motiveren van getuigenverzoeken vanaf 1 juli 2014 een (nog hogere) strafvorderlijke prijs?

In mijn vorige bijdrage heb ik uitgebreid aandacht besteed aan de wijze waarop de Hoge Raad het verdedigingsbelang vanaf 1 juli 2014 lijkt te willen invullen. Ik gaf toen reeds aan dat de Hoge Raad in zijn arresten van 1 juli 2014 ook ten aanzien van andere aspecten meer dan slechts een overzicht heeft lijken te willen bieden van de stand van het recht. De Hoge Raad heeft de bestaande jurisprudentie willen herijken en die herijking zou over een aantal jaren wel eens als een trendbreuk kunnen worden gezien. Naast de scherpere toets van het verdedigingsbelang zouden andere trendbreuken kunnen liggen op hetgeen aan tijdigheid en motivering van de verzoeken verlangd wordt. Ook ten aanzien van de invulling van het noodzaakcriterium in relatie tot het aannemelijk maken van een alternatief scenario valt naar aanleiding van de nieuwe jurisprudentie van de Hoge Raad het nodige interessants te concluderen. Dat thema wil ik bewaren voor mijn (voorlopig) derde en laatste bijdrage over getuigenverzoeken de volgende maand. Nu enkele bespiegelingen rond de thema’s tijdigheid en motivering.

Lees meer …

Het verdedigingsbelang vanaf 1 juli 2014: komt er een einde aan kostenverslindende, voor getuigen emotioneel belastende en weinig rendabele getuigenverhoren?

Onlangs wees de Hoge Raad meer dan een handvol arresten over de beoordeling van door de verdediging gedane getuigenverzoeken. Te beginnen met een overzichtsarrest (HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496) waarin over hetgeen van de verdediging mag worden verwacht ter onderbouwing van het verdedigingsbelang het volgende werd overwogen:

‘Van de verdediging mag worden verlangd dat zij ten aanzien van iedere van de door haar opgegeven getuigen motiveert waarom het horen van deze getuige van belang is voor enige in de strafzaak uit hoofde van de art. 348 en 350 Sv te nemen beslissing. Te denken valt in dit verband aan het opgeven van de redenen voor het doen horen van de zogenoemde getuigen à décharge wier verklaringen kunnen strekken tot staving van de betwisting van het tenlastegelegde, of het doen horen van getuigen à charge die in het vooronderzoek zijn gehoord, teneinde deze personen of hun afgelegde verklaringen op geloofwaardigheid en betrouwbaarheid te toetsen.’

Lees meer …

Retoriek rond de verdediging in strafzaken

Retorica is van alle tijden. Retoriek is belangrijk als metgezel van de argumentatieve grondtonen. Een debat is meestal te herleiden tot een of twee kernen. Eindeloze herhaling van die kern verveelt het publiek. Vandaar dat het forum moet weerklinken van retorica. Die vergezellende luchtstroom kan de toehoorder overtuigen van het gelijk van de spreker. Retorica is daarom een kunst. Wanneer is er echter sprake van gebakken lucht?

Laten we het debatje tussen rechter Bordes (en zijdelings Wery) en advocaat Van ’t Hullenaar eens onder de loep leggen. Bordes schrijft openhartig over haar rechterlijke ervaring met de onderbouwing van het verdedigingsbelang en over haar vraag of de verdedigingsstrategie wel werkt door frequent getuigen te willen bevragen. In dat forum wordt zij tegemoet getreden door de advocaat. Ik vat zijn redeneerstijl samen.

Lees meer …

Kostenverslindende getuigenverhoren: repliek en dupliek

Rick Robroek schreef vorige week een blog over kostenverslindende getuigenverhoren. Advocaat Jillis Roelse reageerde. Hierbij hun afrondende repliek en dupliek:

Repliek Robroek

Voor het strafvorderlijk debat is niets beter dan een scherpe, inhoudelijke en tegensprekelijke reactie vol met herkenbare praktijkvoorbeelden. Niet alleen daarom maar ook omdat dergelijke reacties zeldzaam zijn, verdient Roelse alle lof. Maar misschien moet ik eerst een paar dingen rechtzetten want volgens mij was mijn bijdrage toch iets minder prikkelend van aard dan Roelse die opvat. Om te beginnen mijn oordeel over de jurisprudentie van het EHRM. Ik vind die jurisprudentie helemaal niet lastig, integendeel: advocaten zouden op grond daarvan vaker primair vrijspraak kunnen bepleiten en allerhande getuigenverhoren kunnen bewaren als subsidiair verzoek, temeer het horen van getuigen geen garantie is op een betere bewijspositie. Ik vind dat niet lastig, maar reëel in een samenleving waarin met de aanwezige beperkte middelen niet altijd de meest wenselijke keuzes kunnen worden gemaakt.

Lees meer …

Kostenverslindende getuigenverhoren? Ja graag!

In een even scherp als tijdstyperende bijdrage stelt Rick Robroek voor om het efficiency-mes te zetten in getuigenverhoren in strafzaken. Het zijn er teveel, de verhoren kosten teveel tijd, slurpen het budget voor de rechtspraak op en leveren voor de inhoudelijke beoordeling van het bewijs veelal geen jota op. Why bother? Ook ‘Straatsburg’ krijgt er flink van langs; door dat lastige uitgangspunt dat het bewijs niet alleen of in een beslissende mate op de verklaring van een enkele getuige mag worden gebaseerd, ontlopen ‘legio daders hun bestraffing’. Kortom, weg met die kostenverslindende en tot niets leidende getuigenverhoren, aldus de prikkelende stelling van Robroek.

Lees meer …

Kostenverslindende en tot niets leidende getuigenverhoren

In veel strafzaken is het bewijs gebaseerd op getuigenverklaringen. Die verklaringen zijn meestal bij de politie afgelegd waardoor de verdediging die getuigen niet heeft kunnen ondervragen. Omdat het Europese recht de verdediging het recht toekent getuigen te ondervragen die essentieel zijn voor de vraag of de verdachte schuldig is, wordt er veel tijd gestoken in het horen van getuigen tijdens de behandeling van de strafzaak bij de rechtbank of bij het hof. Vaak leidt dit tot lang oponthoud niet in de laatste plaats omdat de getuige niet om de hoek maar in verre oorden woont met autoriteiten die op zijn zachtst gezegd nog een efficiencyslag moeten maken. De vraag is of de tijd die in het horen van getuigen wordt gestoken het wel waard is, ook en misschien wel vooral vanuit verdedigingsoptiek.

Lees meer …