Tagarchief: Strafrecht

Voltooid leven

Door rabbijn Lody B. van de Kamp (BEd.)

In een Nederlandse samenleving, een parlementaire democratie met als basis de rechtsstaat gefundeerd op een grondwet, beschikken wij over het recht van interventie in het leven van de medeburgers.

Dit komt op ‘milde’ wijze tot uiting in het begrip van rechtshandhaving door de overheid over het leven van de burger.

Een ‘zwaardere’ manier van interventie is het geweldsmonopolie waar de overheid over beschikt en dat gemandateerd is aan de politie en aan de krijgsmacht. Lees meer …

Meer structuur in straftoemeting nodig

Bert Berghuis

[1] In 1992 publiceerde Trema een themanummer over rechtsgelijkheid, waarbij ik was gevraagd om een empirische bijdrage te leveren over het strafrecht. Die bijdrage “De harde en de zachte hand” toonde een forse ongelijkheid in straftoemeting aan en maakte veel los. De media doken erop, ontkenning van rechtbankpresidenten in de NRC, natuurlijk ook enige agressie naar degene die de boodschap verkondigde. Toch bleek het ook een stimulans voor wat later de oriëntatiepunten van de strafrechtspraak zouden worden. We zijn nu 25 jaar verder – wat is er terecht gekomen van de inspanningen om tot een grotere rechtsgelijkheid te komen? Het meest tastbare resultaat zijn de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting bij een dertigtal delicten. Lees meer …

Artikel 12 Sv

Tot de dagelijkse bezigheden van de strafrechtadvocaat hoort het aan de cliënt vertellen hoe het allemaal werkt. Dat is oppassen geblazen want het uitleggen van wettelijke regelingen en beslissingen van rechters kan snel opgevat worden als het verdedigen van bepaalde zaken terwijl de cliënt daar helemaal niet op zit te wachten. Bovendien kan het ook heel vervelend zijn om voor de zoveelste keer te verduidelijken waarom bij een first offender die nog alleen maar verdachte is toch vrij gemakkelijk het recidivegevaar wordt aangenomen. Vaak weten cliënten een zinnige uitleg ook nog eens te pareren met de avonturen van een medegedetineerde waar toch uit blijkt dat het allemaal niet klopt. Zo gaf ik laatst aan dat een poging tot moord richting de dubbele cijfers zou kunnen gaan en was de reactie dat een medegedetineerde daar toch maar 2 jaar voor had gekregen. Bij toeval deed ik ook de zaak van deze medegedetineerde die inderdaad was veroordeeld tot twee jaar maar van poging tot moord was geen sprake, wel van een zeer ernstige bedreiging middels schieten. Er zitten ook nog al wat eigenwijze snuiters tussen die vooral aan mij vertellen hoe het precies zit. Dat kan overigens best amusant zijn omdat daarbij soms de meest vreemde theorieën op tafel komen. Zoals de theorie dat sommige officieren alleen maar gevangenisstraf eisen omdat zij weten dat je in de bak van alles kunt leren en deze officieren zo hun eigen werkgelegenheid veilig stellen. Lees meer …

De pen en de inktpot: het motiveren van de voorlopige hechtenis

“Een goede en op de individuele zaak toegespitste motivering van de beslissing tot voorlopige hechtenis is niet alleen een wettelijk vereiste, maar ook een recht van de verdachte. De verdachte heeft recht op uitleg van de beslissing en als er verweer wordt gevoerd, waarom dat niet slaagt. Het fundamentele karakter van dit recht wordt onder meer onderstreept door de jurisprudentie van het EHRM.”

Deze wijsheid valt te lezen in een recente publicatie getiteld “Tekst en uitleg” van het te Utrecht gevestigde College voor de rechten van de mens. Uit het onderzoek blijkt evenwel dat rechterlijke beslissingen over de voorlopige hechtenis niet altijd zijn gemotiveerd langs deze lat, en dat zou volgens het College wel moeten. Lees meer …

Recht schokkende bevindingen

We vreesden en wisten het natuurlijk eigenlijk allang, maar nu is het ook “officieel”: beslissingen tot het opleggen van voorlopige hechtenis worden onvoldoende gemotiveerd. Op basis van een studie van 300 dossiers (50 bij ieder van vier rechtbanken en 50 bij ieder van twee gerechtshoven, verspreid over het land) concludeert het College voor de rechten van de mens in een rapport van maart 2017 (Tekst en uitleg) dat het in onze rechtspraak schort aan de wijze waarop de motivering van de voorlopige hechtenis er in de praktijk uitziet, en aan de verhouding tussen die praktijk en de relevante mensenrechten. Het College doet in zijn rapport een aantal aanbevelingen waarmee hierin verbetering kan worden gebracht. Lees meer …

Anders maar wel rechtmatig en rechtvaardig

In de drie vorige columns heb ik de gevolgen besproken van de nieuwe benadering voor drie van de vier kwaliteitsaspecten die bij iedere strafrechtelijke interventie een rol moeten spelen: de zekerheid, de strengheid en de snelheid. Het wordt nu hoog tijd om na te gaan wat de gevolgen zijn voor het vierde en belangrijke criterium, de rechtmatigheid en de rechtvaardigheid. Wat betekent de accentverschuiving van de verdachte naar slachtoffer en samenleving voor het streven naar kwaliteit volgens dit criterium? Lees meer …

Niet managers maar rechters zouden de macht moeten hebben over de oriëntatiepunten

In zijn blog van dinsdag 14 maart 2017 bespreekt Peter Lemaire enkele onderdelen van mijn proefschrift ‘De macht over het strafproces’ en gaat hij in het bijzonder in op mijn standpunt ten aanzien van de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting en andere regelingen die door het LOVS worden vastgesteld. Pas gepromoveerd op het spanningsveld tussen rechter en zijn gerechtsbestuurder is het altijd plezierig om van een rechter, oud-gerechtsbestuurslid én oud-voorzitter van het LOVS de instemming te lezen bij veel van wat in mijn onderzoek aan de orde komt. Zo is dat ook (en nadrukkelijk) ten aanzien van mijn laatste stelling bij het proefschrift: perfectie haalt de kwaliteit weg. Die stelling vormt echter tegelijkertijd de bal die Lemaire mij terugkaatst waar het gaat om het door mij ingenomen standpunt over de LOVS-regelingen. Ook dat is plezierig. Een proefschrift schrijf je juist om dit soort ballen teruggekaatst te krijgen. Lees meer …

De macht over de oriëntatiepunten in het strafproces

Medeblogger Rick Robroek is recent gepromoveerd op het proefschrift “De macht over het strafproces”. Hij legt daarin bloot de machtsverhoudingen tussen de gerechtsbesturen en de Raad voor de Rechtspraak enerzijds en de rechters anderzijds, beiden met een wettelijke taak belast, waartussen zich de laatste jaren helaas de nodige spanningen voordoen. De eersten behartigen de algemene belangen van de rechtspraak, zoals financiering, gebouwen, personeel, maar ook de bevordering van vlotte rechtspraak en rechtseenheid in algemene zin en de laatsten oefenen de rechtspraak uit in rechtszaken, de core business, of zoals in de rechtspraak zelf wordt gezegd: het primaire proces. De rechters zijn voor de goede vervulling van hun taak mede afhankelijk van de eersten en de eersten zijn voor hun algemene taken (in zeer sterke mate) afhankelijk van de rechters. Robroek legt deze verhoudingen bloot en signaleert de scharnierpunten in de Wet op de rechterlijke organisatie, die de laatste jaren steeds meer zijn gaan kraken en piepen en die volgens hem aanpassing behoeven. Een kritisch punt is namelijk dat de rechters onafhankelijk zijn en dat de huidige wetgeving op een aantal punten in onvoldoende mate een basis biedt om rechters te verbinden aan genoemde algemene doelstellingen van de rechtspraak, terwijl dat wel wordt geprobeerd en vaak trouwens nobele doelstellingen dient. Lees meer …

Sneller straffen

In een strafrecht dat normbevestiging en normherstel als doel heeft, moet niet alleen het aantal interventies omhoog en moet er anders worden gestraft; er moet ook sneller worden gereageerd op normschendingen. Slachtoffers en samenleving hebben recht op een zo prompt mogelijke reactie en daders moeten voelen dat de strafrechtelijke overheid in staat is om snel te handelen na het plegen van een misdrijf. En: “justice delayed is justice denied”. Vrij vertaald: trage rechtspraak is geen (goede) rechtspraak. Uit onderzoek bij dieren is gebleken dat alleen een onmiddellijke reactie op ongewenst gedrag effect heeft in de richting van gewenst gedrag. De mens beschikt gelukkig over een wat langer geheugen en kan verbaal worden geholpen om zich zijn wandaad te kunnen herinneren maar bij de behandeling in appel komt het toch regelmatig voor dat de verdachte zich het feit niet meer voor de geest kan halen. En ook hier geldt dus: hoe sneller hoe beter. Lees meer …

I beg to disagree, Egbert

Een politierechter zou zich te pletter schrikken, als op een gemiddelde middagzitting ineens elke verdachte zou verschijnen. “Ik kan de kinderen niet ophalen”, “ik moet het concert laten schieten” – deze en vergelijkbare gedachten zouden paniekerig door zijn of haar hoofd schieten. Wij zijn gewend dat een fors aantal verdachten niet op de zitting komt. Ons appointeringssysteem is daarop ingericht. We proberen daaraan door de toepassing van de regels voor al of niet uitdrukkelijk gemachtigde advocaten nog een draai te geven. Maar in het algemeen doen wij veel strafzaken zonder de hoofdpersoon af.
Het is in verreweg de meeste gevallen de keuze van de hoofdpersoon, de verdachte, zelf niet naar de rechtbank te gaan. Dat kan heel bewust zijn, doordat hij na ontvangst van de dagvaarding besluit weg te blijven. Veelal heeft hij echter hooguit juridisch-technisch wetenschap van de zitting, doordat de dagvaarding – wettelijk correct – is betekend op een plek waar hij formeel woont, maar feitelijk niet verblijft. Lees meer …