Tagarchief: Strafdoelen

De positionering van het Openbaar Ministerie Deel 3. Versterking van de positie van het OM. Vragen over klassieke, nieuwe taken en schaarste

Deze bijdrage is de derde in een serie bijdragen waarin een aantal waarnemingen worden gedaan over de positie van het Openbaar Ministerie in historisch perspectief. Het eerste deel vindt u hier, het tweede deel hier.

Een substantieel deel van de officieren van justitie is minder bezig met concrete strafzaken, maar met beleid of gemeentelijke of landelijke preventie of andersoortige opsporingstaken. Het preventieve deel, zoals in ZSM, is nog niet direct als instrumentaliteit te beschrijven, maar juist bedoeld om mensen uit het strafrecht te houden. Dat eenzijdige beeld van de toenmalige debataanvoerders ’t Hart en Foqué, zoals ik dat in het eerste deel van deze serie schetste, is dus illusoir gebleken. Toch is het goed om het fundament van het strafrecht nog eens te bezien en te beoordelen of de positionering van het OM aan herijking toe is of niet. Ik doe dat aan de hand van een klassieke insteek, die van het straf- en vergeldingsbegrip. Lees meer …

Heruitvinding van het OM

In een gesprek met een aantal leden van het OM, kwam plotseling de gedachte op dat het weer eens tijd werd voor een nieuw visiestuk van het OM. Wat een vreselijk woord, maar het gaat natuurlijk niet om het stuk, maar om de visie. Organisaties hebben, kennelijk, de behoefte om zich van tijd tot tijd, opnieuw uit te vinden; Philips doet zijn lichtdivisie de deur uit en concentreert zich op medische technologie; Shell gaat, eindelijk, ook in de alternatieve energie en Jumbo koopt de restaurantketen La Place uit de failliete boedel van VenD. Lees meer …

Strafrechtstoepassing: een wankel evenwicht

Bij herhaling heb ik hier gesproken over de kwaliteit van de strafrechtspleging: over het ophelderingspercentage, de doorlooptijden van strafzaken en de straftoemeting. Ook heb ik het regelmatig gehad over de klanten/doelgroepen van het strafrecht: de dader, het slachtoffer en de samenleving als geheel. Maar tot nu toe heb ik kwaliteit en klanten, althans in het kader van deze columns, nog niet systematisch aan elkaar gekoppeld. Daarom opnieuw en ook weer een beetje anders.

Het strafrecht is er niet alleen en misschien wel niet in de eerste plaats voor de dader. Het strafprocesrecht wel. Het strafrecht is er om te vergelden, te vereffenen, te voorkomen, af te schrikken en normen te bevestigen. Anders dan het wel eens lijkt is de dader niet het subject, maar het object van het strafproces. Hij moet, bij voldoende verdenking dulden dat hij terecht moet staan en, bij voldoende bewijs wordt gestraft. Als die straf ertoe leidt dat verdere delicten worden voorkomen is dat prachtig, maar het is zeker niet het enige doel van de strafrechtelijke interventie. Die dient er evenzeer toe om vergeldingsgevoelens bij slachtoffers te kanaliseren en mogelijk te apaiseren. Gelukkig wordt dat steeds meer ingezien met als gevolg een versteviging van de positie van het slachtoffer, ook in het strafproces. Daarnaast is straffen ook bedoeld om af te schrikken. Degenen die niet uit normbesef, maar vanuit een afweging van kosten en baten afzien van het plegen van misdrijven moeten zoveel mogelijk de gedachte blijven koesteren dat de kosten blijvend hoger zijn dan de baten. Daarbij is niet alleen de strafmaat van belang maar ook de strafkans. Generale preventie heet dat, een enigszins in onbruik geraakt leerstuk. Lees meer …