Tagarchief: Schaarste

De positionering van het Openbaar Ministerie deel 2. Krijgsgeschiedenis en de oorlog om schaarste

Deze bijdrage is de tweede in een serie bijdragen waarin een aantal waarnemingen worden gedaan over de positie van het Openbaar Ministerie in historisch perspectief. Het eerste deel vindt u hier.

Historisch besef biedt soms uitkomst in het begrijpen van een langere ontwikkeling. Tussen generaal Eisenhower en zijn militaire top bestonden tot aan het eind van de tweede wereldoorlog grote spanningen. Voor en na D-day op 6 juni 1944 kolkten de ruzies tot grote hoogte. De aard van de spanningen werd door veel waarnemers teruggevoerd op de vermeende ijdelheid van de Engelse Montgomery en de Amerikaanse Patton, maar zoals helaas te vaak gebeurt werd het toenmalige conflict versmald tot personen. Het conflict was veel boeiender en actueler dan dat. De legeraanvoerders te velde verweten Eisenhower dat hij een bureaustrateeg was die nooit de kruitdampen had meegemaakt. De ruzies gingen over het gezag over de grondtroepen en over het tempo waarin de verschillende legergroepen optrokken en wie daarin (eind)verantwoordelijkheid mocht dragen. Dit sturingsconflict vertaalde zich tot in de marsorders. De Britse legerleiding schetste tot in detail hoe de manoeuvres dienden te verlopen, terwijl de Amerikaanse legertop de operaties veel minder dicht regelden en meer overlieten aan de creativiteit van uitvoerende commandanten als Patton en Bradley. De legeraanvoerders te velde waren immers veel beter op de hoogte van de situatie op de slagvelden. Als de aanvoerder niet voldeed, werd hij vervangen. Voor de Britse aansturing was evenwel ook wel wat te zeggen. Montgomery wist nog uit de eerste wereldoorlog hoeveel menselijke verliezen er mogelijk waren, uit ervaring was hij zuinig met zijn manschappen om welke reden hij meer sturingsinvloed wilde houden op de operationele keuzen te velde. Verder waren de aanvoerlijnen met hun specifieke bevoorradingseisen, zoals in elke oorlog, van grote betekenis. Niet dat sommige legercommandanten zich daar iets van aantrokken. Van Patton werd wel gezegd dat hij toch bleef oprukken om zodoende nieuwe troepen en materiaal af te dwingen. Lees meer …