Tagarchief: Rechterlijke organisatie

De onderkant van de achterstand

Volgens de door mij veelvuldig aangehaalde publicatie “Criminaliteit en Rechtshandhaving 2011”, heeft de rechter in de periode 2005-2011, in 7 jaar tijd dus, ruim 855.000 misdrijfzaken afgedaan. In diezelfde jaren heeft het OM echter iets meer dan 1.035.000 dagvaardingen uitgebracht. Een verschil van 180.000.

In 2011 bedroeg de rechterlijke productie iets meer dan 100.000 zaken en als we die als maatstaf nemen voor een noodzakelijke werkvoorraad, is er derhalve een achterstand ontstaan van ongeveer 80.000 zaken. Trek daar het mogelijk gevoegd behandelen van dagvaardingen vanaf en er blijven zo’n 75.000 zaken over, oftewel 9 maanden extra werkvoorraad over. Dat is zorgelijk, want het gebrek aan snelheid van de afdoening van misdrijven is nu net één van de punten waaraan de burger en trouwens ook de politiek, zich het meeste ergeren. Een vriend van mij die bij een uitgeverij werkte placht tegen zijn medewerkers te zeggen dat een te laat verschenen boek per definitie geen goed boek kon zijn en dat geldt naar mijn mening ook voor rechterlijke vonnissen. Slachtoffers vragen zich af wat er met hun zaak is gebeurd, door het uitbrengen van de dagvaarding zijn verwachtingen gewekt en verdachten wachten langer dan gewenst op duidelijkheid. Lees meer …

Vierluik over de bedrijfsvoering van de rechtspraak. 1. De controller

Inleiding

Voor rechters en raadsheren is het de kunst een balans te vinden, aldus Paul Schnabel in zijn recente lezing voor de Dag van de Rechtspraak. “Als je zegt: kwaliteit is de allerhoogste standaard en het enige dat telt, dan loop je vast. Want dat is louter een juridisch streven. Dat is niet meer voldoende. Politiek en maatschappelijk gezien gelden er andere kwaliteitscriteria en die kunnen niet worden genegeerd. De juiste balans – dat is goede kwaliteit.”

Met Schnabels conclusie ben ik het graag eens. Om de door hem bedoelde balans te bereiken zijn afwegingen nodig en een gezonde samenwerking en regelmatige tegenspraak, zoals tussen de Raad voor de rechtspraak en de gerechtsbesturen en binnen de gerechten tussen de gerechtsbesturen en de interne leidinggevenden. Ook in onderhavig blog draag ik, als bekend, graag bij aan de discussie over een gezonde balans tussen bestuur en rechters, tussen geld, wachttijden en juridische perfectie. Lees meer …

Manifest 3. Revitalisering van de strafkamer als antwoord op de spanningen in de rechtspraak

1. Het bestuurlijke antwoord op de gegroeide spanningen in de rechtspraak wordt gevormd door de uitlatingen van de leiding dat de rechter de hoofdpersoon in de organisatie is en gestreefd moet worden professionele standaarden. Het (s)preken over een professionele standaard over het strafproces is vooralsnog vrijblijvend en wekt verwachtingen die niet eenvoudig ingelost kunnen worden. Er is voor 1000 eigenzinnige strafrechters geen eenheidsmal te vinden waarnaar ze zich zullen voegen. Alle bestuurlijke inspanningen ten spijt is de rechtseenheid in de strafrechtspraak ver te zoeken, het is alleen de vraag of dat erg is. Maar die vraag en mogelijke antwoorden bewaar ik voor een andere keer. Wel merk ik op dat de dit jaar aangekondigde zoektocht van het LOVS en de Raad voor de rechtspraak naar een professionele standaard over in hoeveel tijd een strafzaak voorbereid en behandeld moet worden enz. sympathiek is vanwege het hopelijk aangejaagde debat, maar tegelijkertijd het levensgrote risico bevat van bestuurlijke normering en richtlijnen die zich niet optimaal verdragen met de sinds dit jaar door de gerechtelijke leiding gepropageerde autonomie van de rechter. Lees meer …

Manifest 2. Waarom het verlies van de Nederlandse strafkamer schadelijk uitpakt

1. De rechterlijke organisatie in de jaren negentig lijkt vanuit hedendaags managementperspectief een gotspe. Tussen strafkamers deden zich grote verschillen voor, op grond van anciënniteit kwamen er soms wonderlijke voorzitters bovendrijven, sturing leek onmogelijk, voor elk willekeurig flut onderwerp, zoals de keuze voor het vervoer van dossiers, moest draagvlak worden gevonden. Die grote verdeeldheid en de geringe bereidheid van rechters om water bij de wijn te doen, leidde tot een vlucht in het gerechtelijk management. Lees meer …

Manifest 1. Hoe de strafkamer verdween uit Nederland

Als ik deze blog voor het gemak als een digitale slotdeur mag beschouwen, dan zou ik bijna 500 jaar na de Wittenbergse actie van Luther 9 stellingen willen ophangen als manifest over de organisatie van het strafproces. Veel veranderingen in wet, structuur en organisatie zien op de rechtspraak als geheel, maar ik richt me op de risico’s en kansen voor het strafproces.

1. Het Wetboek van Strafvordering kent slechts één juridische en organisatorische eenheid, de strafkamer.

2. De strafkamer zoals we die tot de eeuwwisseling kende leidde een bloeiend leven. Wie voorzitter en vice-president van een strafkamer werd kreeg van doen met een klein college van rechters, griffiers en griffiemedewerkers. Gedurende vele jaren bleef deze combinatie bij elkaar, overlegde frequent, kende vaak een jaarlijks uitstapje en men kwam soms ook bij elkaar privé over de vloer. Lees meer …

Spir-it van en voor de rechtspraak

De tijd van een eigen oliemannetje per gerecht die de automatisering onderhield is definitief voorbij. Lange tijd kon elk gerecht allerhande applicaties ontwikkelen zoals de lokale autoriteiten en rechters dat ambieerden. Sinds enkele jaren bestaat Spir-it, het Informatie- en Technologiebedrijf van en voor de Rechtspraak, ontstaan door de beslissing van de presidentenvergadering de uitvoering van hun wettelijke taak op het terrein van de informatietechnologie te centraliseren bij Spir-it. Spir-it is de opvolger van Ictro. Ictro werd gedeeld door het Openbaar Ministerie en de Zittende Magistratuur. Toen het OM zijn eigen weg ging en zich loskoppelde van Ictro, is Spir-it alleen voor de ZM ontstaan. Bij dit bedrijf werken meer dan 400 medewerkers, met een jaarbegroting van ongeveer 80 miljoen Euro en beheerder van 12000 werkplekken in de rechterlijke organisatie. Nota bene. Ik schrijf over een begroting die tweemaal een doorsnee gerecht omvat. Naast diensten voor (de medewerkers van) de rechtspraak) ontwikkelt Spir-it digitale diensten voor advocatuur en burger, waardoor de burger digitaal kan (gaan) procederen en de advocatuur gebruik kan maken van een Digitaal loket. Voor de doorsnee rechter en medewerker lijkt Spir-it ver van huis, maar er hoeft maar een password vergeten te zijn, een computer vast te lopen of via een landelijk nummer komt men uit bij een van de vele medewerkers van Spir-it die op verre afstand het probleem oplost. Spir-it roept vragen op, vragen die ik probeer beantwoord te krijgen via een rondleiding. Uitvoerig word ik rondgeleid, spreek medewerkers van verschillende lagen en kan ik mijn onwetendheid etaleren en mijn vragen stellen. Lees meer …

Is rechtseenheid een kwestie van willekeur?

De herziening van de gerechtelijke kaart op 1 januari 2013 bracht grote veranderingen met zich. 19 rechtbanken werden terug gebracht naar (uiteindelijk) 11 en van de 5 gerechtshoven bleven er 4 over. Vooralsnog is de schaalvergroting vooral een bestuurlijke aangelegenheid. Er is één bestuur en er is sprake van één begroting. De locaties, waar voor 1 januari 2013 een zelfstandig gerecht zetelde, zijn echter blijven bestaan. Daar worden meestal nog zittingen gehouden en door dezelfde mensen op vaak nog dezelfde manier gewerkt. Lees meer …