Tagarchief: Rechterlijke organisatie

Het strafproces. 4b. De wraking in het strafproces

Inleiding: rechtsmiddel, klachtprocedure en wrakingen
Als een verdachte of raadsman het niet eens is met de beslissingen van een rechter, staat het rechtsmiddel van hoger beroep of cassatie open om de onvrede te laten beoordelen. Het stelsel van rechtsmiddelen is adequaat gebleken. Als het gaat om onvrede met de organisatie, met bejegening die niet strafvorderlijk geduid kan worden, staat de weg naar de president van het gerecht open. De president opereert in de klachtenprocedure behoedzaam omdat hij niet als substituutrechter wil optreden en evenmin het stelsel van rechtsmiddelen wil frustreren. Tot voor kort had het wrakingsinstrument in uitzonderlijke gevallen te gelden als correctiemechanisme op dat klassieke stelsel van rechtsmiddelen. Rechters kunnen worden gewraakt als uit de behandeling van de zaak sterke aanwijzingen naar voren komen dat de verdachte geen onpartijdige behandeling van de zaak mag verwachten. In die exceptionele gevallen kunnen die aanwijzingen een objectieve vrees opleveren dat de rechter vooringenomen is. Lees meer …

Het strafproces. 4a. Het onderzoek ter zitting

Inleiding
Rechters spreken recht wat krom is. Indirect worden de rechtsgenoten gericht in wat recht is. Dat laatste is de normdemonstratieve functie van het recht die in de vorige bijdragen centraal stond. Er is veel te doen over dat aan de man brengen van het recht in brede zin. Het concurrerende openbaar ministerie snoept steeds meer zaken af van de strafrechter omdat het OM sneller en efficiënter zegt te willen en te kunnen werken. Het wekt geen verbazing dat de strafrechtspraak met persberichten, persrechters, gedigitaliseerde zittingzalen en dossiers, intervisie, en wat niet al, wordt opgetuigd om de rechtspraak een betere marktpositie te bezorgen. De validiteit van deze inspanningen daargelaten kan evenwel worden vastgesteld dat strafrechtspraak nooit zal verdwijnen en dat de kern daarvan wordt uitgemaakt door het onderzoek ter terechtzitting. In mijn inleiding tot deze cyclus over het strafproces stelde ik de vraag of het onderzoek ter zitting daadwerkelijk het hoogtepunt vormt. Gaat het wel om onderzoek naar de waarheidsvinding langs billijke procedureregels? Lees meer …

Het strafproces. 3. De normdemonstratie van het strafproces

Inleiding
Enkele weken geleden schreef ik dat het strafproces van oudsher de burgers, de rechtsgenoten zoals dat wel mooi wordt genoemd, beoogt te demonstreren hoe het recht (uit)werkt. Het is de vraag of dat doel vaak wordt bereikt. De kleine berichtjes in de krant en andere media, de spaarzame bezoekers aan de strafzittingen, geven niet de indruk dat de strafrechter het grotere publiek bereikt, bindt en hun gedrag richt in de gewenste richting.

Normdemonstratie in relatie tot het strafproces in brede zin
Die demonstratie was vroeger misschien ook niet ideaal. Wie Der Prozess van Kafka leest wordt via de hoofdpersoon meegezogen in alle listen en lagen die de procesdeelnemer in het rechtssysteem lijkt tegen te komen. De uiteindelijke ontmoeting met de rechter is bijna de apotheose van het verhaal; de droeve climax van het verhaal komt als Jozef K. het hoofd in de schoot en later op de steen legt waar hij wordt geëxecuteerd. Het proces is breder dan het verhoor door de rechter. Zo zal de burger het strafproces ook zien. De dagvaarding om voor de rechter te verschijnen, de brief voor de benadeelde partij om ter zitting te participeren in het proces, voorfase en executie van het vonnis worden onder de paraplu van het strafproces begrepen, althans, als we het strafproces reserveren voor een publieke berechting.
Deze impressies zijn niet zo gek. Een morsige slager, een onverstaanbare predikant, hebben rechtstreeks doorwerking op de kwaliteit van de geleverde waar. Of stelt de moderne klantwaardering mogelijk hogere eisen aan het afgenomen product dan vroeger, terwijl bij een scherpere blik die nieuwere eisen slechts op de verpakking zien? Het Wetboek van Strafvordering ziet het strafproces pas ontstaan als de strafzaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter. En het werk van de rechter lijkt voorbij als de opgelegde sanctie wordt geëxecuteerd. In die zin wordt de reikwijdte van het proces al enigszins beperkt. Maar binnen die beperktere uitleg lijkt de kwaliteit van het strafproces scherper te worden gewikt en gewogen. Lees meer …

Het strafproces. 2. Het strafproces als teruglopend publiekrechtelijk discours

Inleiding: strafzittingen voor zaken die ertoe doen
De cijfers zijn bekend. Was er in 2010 nog sprake van 250.000 strafzaken, waarvan er ruim 130.000 door de strafrechter werden berecht, anno 2015 spreekt de strafrechter recht in ongeveer 90.000 strafdossiers, de rest wordt afgedaan door het openbaar ministerie via ZSM etc. Bij de gerechtshoven gaat het om 90 procent relatief eenvoudige zaken die in eerste aanleg behandeld zijn door de politierechter. Aan deze constateringen kan sinds kort het fenomeen van de flutzaken worden toegevoegd. In het bijzonder Buruma heeft de lans gebroken over het stijgende aantal aangiften door politie en andere ambtsdragers die zich beledigd voelen door hun clientèle die hen woorden toevoegen als ‘kankerlijers’. Zijn diskwalificatie heeft positieve weerklank opgeroepen. Wie kan zich niet de situatie voor de geest halen dat een bekeuring voor een kapot achterlichtje tot de verzuchting leidt: ‘man, ga boeven vangen!’ Deze en soortgelijke opvattingen behelzen een pleidooi voor berechting van zaken die ertoe doen en voor een buitengerechtelijke afdoening van zaken die er (kennelijk) minder toe doen. Vanuit deze optiek bezit het opschrift van deze opinie een positieve connotatie: we bewaren het strafproces voor de zaken die er toe doen om in de openbaarheid behandeld te worden. Lees meer …

Taal is o zo belangrijk

Taal is in de juristerij misschien wel het belangrijkste instrument. Mondeling of op schrift – advocaten, officieren van justitie en rechters moeten met woorden en zinnen hun standpunten en oordelen kenbaar maken. Zorgvuldig en duidelijk taalgebruik is daarbij essentieel. En dat geldt in misschien nog wel sterkere mate voor de voornaamste basis van ons werk: de wet.
Opvallend is dan ook hoe slordig wij vaak met onze taal omgaan en hoe weinig velen in ons vakgebied daarbij – kennelijk – stilstaan (of, erger, zich daarover druk maken). Nu is het soms misschien meer een kwestie van smaak. De één vindt langere zinnen mooi, waar de ander liever kort en bondig schrijft. Maar als wij met elkaar afspreken dat we archaïsche en wollige woorden zoveel mogelijk zullen vermijden, moeten wij ophouden met het gebruik van termen als “dien-tengevolge”, “desalniettemin”, “gebezigd”, “zulks”, “alwaar”, “doch”, “derhalve”, “alsmede”, “jegens” en “omtrent”, om een paar veel voorkomende voorbeelden te noemen. Lees meer …

Het strafproces 1. Inleiding

De komende maanden zal ik vaker stilstaan bij het strafproces. Een oud publiek fenomeen waarin mensen in het openbaar berecht worden voor hun vermeende misdaden. De aanblik is vrij statisch. Het gesprokene tijdens de zitting is niet altijd goed te volgen en de inrichting van het proces en de verschillende betekenissen van de procesonderdelen zijn niet altijd helder. Dat verbaast niet omdat de omlijning en de inrichting van het strafproces verschuift. Veel hangt met elkaar samen en veranderingen van het ene onderdeel beïnvloeden het andere onderdeel van het proces. Lees meer …

Vierluik over de bedrijfsvoering van de rechtspraak. 4. Communicatie met de burgerij en gesneden beelden van de rechtspraak

In de huidige mode wordt rechtspraak als een hot fenomeen gezien dat niet transparant genoeg kan worden gepresenteerd. De filosoof Pascal schreef in zijn Pensees (nr. 309) al dat zoals de mode het amusement maakt, zij ook het recht maakt. Hoeveel te meer zal dat dan nu niet het geval zijn? Op 26 februari 2013 schreef ik in mijn blog dat boulemische vraatzucht de behoefte aan meer cameravoering in de rechtszaal verklaart. Een behoefte die niet direct spoort met de openbaarheid van het strafproces, die nu eenmaal oorspronkelijk bedoeld was als controle op de wijze waarop de rechter zijn werk doet. Mogelijk een behoefte aan verlustiging in beelden van de verdachte en zwoegende rechters die geen recht doet aan het strafproces maar aan de doelen van kijkcijfers en infotainment. Dat specifieke blog was te kort om mijn scherpte van meer nuances te voorzien, daarom waag ik nog een poging vanuit andere invalshoeken. Lees meer …

De eenzijdige bewapening door de zittende magistratuur

De rechtspraak doet het (nog) niet goed. Zaken blijven te lang liggen, de bejegening van justitiabelen laat te wensen over, rechters klagen en schrijven opstandige manifesten etc. Een volstrekt nieuwe verdedigingsstrategie richting de buitenwereld is de aanval op het openbaar ministerie. In plaats van de hand in eigen boezem te steken en de achterstanden in de verschillende sectoren aan te pakken, gedurfde debatten met de rechters aan te gaan, niet terug te deinzen voor de voordelen en de noodzaak van een sluitende begroting, te snijden in de lokale en landelijke overhead, kiezen bestuurders de vlucht naar voren: “Het is een chaos bij het openbaar ministerie, zo gaat het niet langer” vormen slechts enkele citaten uit de lange rij aanvallen op het openbaar ministerie. Beelden erbij van een slachtoffer die al vijf jaar moet wachten op de uitkomst van een strafzaak en het framen van een goede verdedigingsstrategie is voor de helft geslaagd. Wie me niet gelooft moet nog maar eens kijken naar de RTL-4 nieuwsuitzending over wachtlijsten in de strafrechtspraak van vrijdag 25 oktober 2013. Maar de rij van recente aanvallen is lang en levert daarmee een patroon op. Oh ja, en het komt allemaal door te weinig geld, die vermaledijde bezuinigingen zijn de oorzaak van de chaos en als klap op de vuurpijl komen de risico’s op gerechtelijke dwalingen om de hoek kijken als deze chaos in een nauwelijks gefinancierd gerechtelijk bedrijf blijft voortbestaan. Aldus het framen van de beeldvorming door de leiding van de rechtspraak. Dat er nog geen parlementaire enquête wordt gestart is een wonder. Lees meer …

Vierluik over de bedrijfsvoering van de rechtspraak. 3. Facilitaire zaken

Welke rechter kent niet sinds jaar en dag de beledigende omschrijving van het facilitaire bedrijf als het waterhoofd van de rechtspraak? Beledigend, omdat beveiliging, bibliotheek, archief, catering, repro, schoonmaak, de informatievoorziening en telefonie integer en nobel werk verrichten.

Waar over de onderdelen Finance en control, communicatie en personeelszaken hardere noten te kraken zijn, ligt dit bij facilitaire zaken een stuk lastiger. Een gerecht kan niet werken zonder repro, bodes en zo verder. Daarom dient bij dit onderdeel van bedrijfsvoering ook geen visionair vergezicht te worden ontwikkeld om niet als wazige luchtfietser te worden weggezet. De Berenschotonderzoekers Mark Huijben en Arno Geurtsen maken in “Heeft iemand de overhead gezien?” zichtbaar hoe soms gecompliceerde en ongenuanceerde beelden over bedrijfsvoering en overhead overheersen (SDU 2008). Anderzijds liggen er boeiende vragen braak. Mijn centrale vraag bij het faciliteren van de rechtspraak is of de leiding het facilitaire bedrijf wel richt op wat de rechtspraak nodig heeft of dat het risico dreigt van autonome professionalisering en processen die per definitie leiden tot uitdijing. Want laten we ons niet vergissen: ook een beveiligingsmedewerker is een professional die zich oriënteert op de beste vakbladen en (inter)nationale cursussen die het neusje van de beveiligingszalm moeten opleveren. Maar is die state of the art per bedrijfsvoeringsonderdeel wel nodig om de rechters de beste rechtspraak te laten leveren? Lees meer …

Vierluik over de bedrijfsvoering van de rechtspraak. 2. Personeelszaken

Toen ik in 1994 mijn eerste kennismaking had met personeelszaken van de rechtbank, werkte er een enkele medewerker. Bijna 20 jaar later werkt er een veelvoud aan medewerkers die een veelvoud aan taken uitvoert, maar een deel van deze taken verricht onder strakke regie van landelijke afspraken, beleidslijnen en diensten zoals het Landelijk Dienstencentrum (LDCR).

In deze bijdrage gaat het mij slechts om de eerdere vragen uit dit vierluik. Hoe kan personeelszaken rechters en ondersteuning beter tot hun recht laten komen? Er is pas bloei als minimaal voldaan is aan twee doelen, een behandeling van zaken die de rechtzoekende (in brede zin) het gevoel geeft dat ze gehoord zijn en dat er tijdig recht gedaan wordt. Verder dienen rechters en alle bewoners van de paleizen van justitie een leefbare werkgemeenschap te vormen, niet te roddelen, niet langzamer te werken dan nodig en een constructieve bijdrage te leveren aan het organisatorisch geheel. Zo zijn er nogal wat doelen en subdoelen te bedenken, maar dit is een groot scala aan meetbare doelen en vereiste vaardigheden. Personeelszaken heeft een bepalende rol bij arbeidsvoorwaarden en andere arbeidstechnische aangelegenheden rond ziekte en verzuim, verlof, vakantie en zwangerschap. Maar er is meer, al komt dat niet goed uit de verf. En dat ongeverfde deel staat hierna centraal. Ik behandel drie opkomende vragen. Lees meer …