Tagarchief: Rechterlijke organisatie

Niet managers maar rechters zouden de macht moeten hebben over de oriëntatiepunten

In zijn blog van dinsdag 14 maart 2017 bespreekt Peter Lemaire enkele onderdelen van mijn proefschrift ‘De macht over het strafproces’ en gaat hij in het bijzonder in op mijn standpunt ten aanzien van de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting en andere regelingen die door het LOVS worden vastgesteld. Pas gepromoveerd op het spanningsveld tussen rechter en zijn gerechtsbestuurder is het altijd plezierig om van een rechter, oud-gerechtsbestuurslid én oud-voorzitter van het LOVS de instemming te lezen bij veel van wat in mijn onderzoek aan de orde komt. Zo is dat ook (en nadrukkelijk) ten aanzien van mijn laatste stelling bij het proefschrift: perfectie haalt de kwaliteit weg. Die stelling vormt echter tegelijkertijd de bal die Lemaire mij terugkaatst waar het gaat om het door mij ingenomen standpunt over de LOVS-regelingen. Ook dat is plezierig. Een proefschrift schrijf je juist om dit soort ballen teruggekaatst te krijgen. Lees meer …

Karl M.

De rechtspraak is een planeconomie

Karl Marx beweerde dat dialectische krachten, eenduidig en onstuitbaar, slechts een beetje te versnellen met een revolutie, de geschiedenis bepalen in de zin van een voortdurende klassenstrijd, uitmondend, na een dictatuur van het proletariaat, in de werkelijke bevrijding van de mensheid in een egalitaire samenleving met een eerlijke verdeling van goederen via gemeenschappelijk bezit.

Zoals bekend is het, tot nu toe althans, anders gelopen (al hoorde ik eens een oudere ex-communist zeggen dat als hij van 1925 ineens in 1975 terecht zou zijn gekomen, hij gedacht zou hebben dat het communistisch ideaal verwezenlijkt was; Hij had het over Nederland, wel te verstaan, niet over de DDR of Noord-Korea). Dat wil niet zeggen dat Karl er niet toe deed. Weinig denkers hebben zoveel invloed gehad als hij. In desastreuze zin, zoals in Sovjet-Rusland waar zijn revolutionaire denkbeelden lang dienden tot rechtvaardiging van massale onderdrukking, vergoelijking van massaslachtingen en eindeloze armoede, schaarste en verspilling. In positieve zin, vooral via de door hem geïnspireerde sociaal-democraten, die het lot van de arbeidersklasse hebben weten te verbeteren, voor zover ik weet zonder bloedvergieten en strafkampen, en die daarmee ironisch genoeg Karls theorie over de wetmatigheid van de geschiedenis en de onvermijdelijke verelendung, onderuit haalden. Indirect – van de weeromstuit – ook doordat hij christelijke en liberale politieke partijen en hun achterban zodanig de stuipen op het lijf jaagde dat ook zij, vooral onder revolutiedreiging na 1918, serieus werk gingen maken van een meer sociale politiek en die uiteindelijk in meer of mindere mate ook tot de hunne maakte. Lees meer …

Reactie op ‘The Eichmann-show en de verslaglegging van het Nederlandse strafproces’

In zijn blogtekst ‘The Eichmann-show en de verslaglegging van het Nederlandse strafproces’ is Rinus Otte kritisch en bezorgd over wat hij noemt de ‘medialisering van de rechtspraak’. In dit mediatijdperk met zijn voor het gemiddelde brein soms haast niet te bevatten technische en digitale mogelijkheden is dat opmerkelijk. Het nieuws is er altijd en overal. Het nieuws dat ons via de camera en hiermee televisierubrieken bereikt, is echter, evenals bij kranten het geval, steeds minder vaak vers van de pers en tóch maakt Otte er een punt van. Lees meer …

The Eichmann-show en de verslaglegging van het Nederlandse strafproces

Onlangs zag ik een film over het door Leo Hurwitz verfilmde Eichmann proces dat begin jaren zestig in Jeruzalem plaatsvond en die mij trof vanwege de vergelijking met de openbaarheid van het strafproces. Begin jaren zestig werd met de Israëlische regering overeenstemming bereikt om het proces tegen de oorlogsmisdadiger Eichmann te filmen. De rechters vormden nog een obstakel omdat zij de camera’s niet zichtbaar in de zittingzaal wensten, maar uiteindelijk ging iedereen akkoord met verfilming. Tijdens het proces vond de eerste wandeling in de ruimte van de Rus Gagarin plaats. De kijkcijfers van het proces kelderden, aangejaagd door uitputtende beschouwingen van de officier van justitie over het recht Eichmann in Israël te vervolgen en te berechten. Achter de schermen ontstond paniek over de dalende kijkcijfers en de mogelijkheid dat deze vorm van verslaglegging zou moeten worden beëindigd. In die discussie zegt de regisseur tegen de producent dat de laatste maar moet wachten tot de getuigen aan bod komen. De regisseur krijgt gelijk: tijdens de getuigenverklaringen schieten de kijkcijfers omhoog en zien we de cameramensen en het publiek in de zaal geschoktheid tonen bij de vertelde gruwelen. Hoe vertellen we de lugubere verhalen uit de oorlog en alle malen zullen we wenen, om de dichtregels van Leo Vroman te parafraseren. Maar dan moet het verhaal kennelijk wel op een pakkende wijze verteld worden, met switchende camerastanden, met meewerkende magistraten, gruwelijke feitelijkheden en zonder alternatieve uitzendingen van de eerste man in de ruimte. En, zo bewijzen de dalende kijkcijfers tijdens de voordracht van de officier van justitie, bij voorkeur zo weinig mogelijk over het recht zelf. De film suggereert in de eerste plaats dat de gruwel van de gepleegde misdaden aan de wereld getoond moet worden vanwege de preventieve boodschap van de film en in de tweede plaats dat de vertoning, de verpakking, van de boodschap daarbij van levensbelang is. Lees meer …

Herziening van de wrakingsprocedure: een tegengeluid

Rinus Otte, Henk Abbink en Casper van der Waerden en Ben Hendriks zijn eensgezind: de wrakingsprocedure wordt te vaak misbruikt en moet om die reden op de schop. Tijd voor een tegengeluid.

Allereerst merk ik op dat het openbaar ministerie niet alleen last heeft van de mogelijkheid de rechter te wraken, maar daar onder omstandigheden ook baat bij kan hebben. De officier van justitie of de advocaat-generaal kan immers ook een verzoek tot wraking doen. Overigens een recht waar zeer spaarzaam gebruik van wordt gemaakt: de mij bekende wrakingsverzoeken van de zijde van het openbaar ministerie zijn op de vingers van één hand te tellen. Lees meer …

Kruipend zenegroen

Ter gelegenheid van mijn afscheid als afdelingsvoorzitter strafrecht van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nodigde de oprichter van dit blog, Rinus Otte, reeds jaren een MT-genoot, mij uit een blogje te schrijven voor Ivoren Toga. Nu heb ik niet zo’n stellige mening over de organisatie van de rechtspraak en zal dus schrijven over tuinieren (iets waar Rinus niets vanaf weet). Een bejaardenhobby zult u zeggen. Dat kan waar zijn, want mijn belangstelling hiervoor kwam op toen ik zo midden 40 werd. Sommige mensen, zoals Maarten ’t Hart en de Engelse classicus Robin Lane Fox, hebben daar echter reeds sinds hun prille jeugd belangstelling voor en kunnen daar aardig over schrijven. Van de laatste is lezenswaardig zijn boek Thoughtful Gardening waarin hij onderhoudend causeert over zijn eigen en andermans tuinen en hun meer of minder beroemde tuiniers. Lees meer …

De deugdelijke strafrechter en de belangen van de rechtspraak

In het opschrift zit spanning verscholen. Een bestuurder heeft andere beelden van goed rechterschap en rechterlijke deugden dan rechters onderling menen. Een rechter met een ‘fijne’ pen staat vaak gelijk aan bergen zaken op zijn of haar werkkamer die maar niet worden afgerond. De rechtspraakleiding komt op gezette tijden met uitgangspunten en noties over kernwaarden van de rechtspraak, maar de koppeling naar de realiteit van de paleizen van justitie wordt nooit gelegd. Laat ik een poging wagen. Lees meer …

Het strafproces. 5. Het verhoor van verdachten en getuigen

Inleiding
De zingende zanger, de prekende predikant, de rechtsprekende rechter, allen worden beoordeeld op authenticiteit. Wie tijdens het zingen of spreken in de neus peutert verliest subiet gezag. Maar het publiek verwacht ook een zekere waarachtigheid en authenticiteit op het moment suprême. De kritiek is dan ook niet mals als er sprake is van een ongeïnspireerde of neuzelende zanger, preker of rechter. Moeiteloos kan de rij worden uitgebreid naar andere ambachten die in de publieke schijnwerpers staan. Toch gaat het om het spelen van een rol die vooral wordt beheerst door techniek. Er is sprake van een mozaïek van gefragmenteerde rolpatronen. Dat geldt ook voor de rechter die zijn rol vervult bij het verhoor van verdachten en getuigen in het strafproces. Lees meer …

Herziening van de wrakingsprocedure: een reactie

In zijn bijdrage van 27 januari 2015 werd door Rinus Otte de stelling betrokken dat het wrakingsinstrument in kort tijdsbestek aan inflatie is gaan lijden en op de schop moet. Ter onderbouwing van die stelling wees hij op het grote aantal oneigenlijke wrakingsverzoeken waardoor een voortvarende afdoening van zaken wordt gefrustreerd. Slechts een zeer gering percentage van de wrakingsverzoeken wordt gehonoreerd. De behandeling van al die wrakingsverzoeken legt een groot beslag op schaarse zittingsruimte en kost ook nog eens heel veel geld dat beter besteed kan worden aan bijvoorbeeld versterking van de kwaliteit van de rechtspraak. Lees meer …

Herziening van de wrakingsprocedure? A modest proposal

Inleiding
In zijn laatste bijdrage op dit blog werd door Rinus Otte een korte schets gegeven van de problematiek van de huidige wrakingsprocedure in het strafproces. Hierbij heeft hij gewezen op de enorme toename van het aantal wrakingen de laatste jaren en het zeer beperkte aantal (slechts 5% in 2013) dat uiteindelijk wordt gehonoreerd. Zoals door hem in zijn artikel werd aangegeven, is veel gebruik van de wraking oneigenlijk. Het gaat vaak om allerlei situaties die weinig of niets te maken hebben met een vermoed gebrek aan onpartijdigheid van de rechter, maar in plaats daarvan om – de verzoeker onwelgevallige – (processuele) beslissingen. Zo is in strafzaken de meest voorkomende aanleiding tot wraking een afgewezen verzoek van de verdediging. Ondanks dat het beslissen op verzoeken, aldus vaste jurisprudentie, behoort tot de taak van de rechter en op zichzelf niet wijst op bevooroordeeldheid, blijft de advocatuur wraken wegens afgewezen verzoeken. Dit frustreert een voortvarende afdoening van zaken en bewerkt in het overgrote deel van de wrakingen ook niets meer dan dat. Bovendien kost het belastinggeld. Een logisch gevolg zou zijn om de mogelijkheid tot wraking te beperken, zoals in het verleden ook is gebeurd toen het bezwaarschrift tegen de dagvaarding een (te) grote vlucht nam. Lees meer …