Tagarchief: Rechterlijke onpartijdigheid

Artikel 12 Sv

Tot de dagelijkse bezigheden van de strafrechtadvocaat hoort het aan de cliënt vertellen hoe het allemaal werkt. Dat is oppassen geblazen want het uitleggen van wettelijke regelingen en beslissingen van rechters kan snel opgevat worden als het verdedigen van bepaalde zaken terwijl de cliënt daar helemaal niet op zit te wachten. Bovendien kan het ook heel vervelend zijn om voor de zoveelste keer te verduidelijken waarom bij een first offender die nog alleen maar verdachte is toch vrij gemakkelijk het recidivegevaar wordt aangenomen. Vaak weten cliënten een zinnige uitleg ook nog eens te pareren met de avonturen van een medegedetineerde waar toch uit blijkt dat het allemaal niet klopt. Zo gaf ik laatst aan dat een poging tot moord richting de dubbele cijfers zou kunnen gaan en was de reactie dat een medegedetineerde daar toch maar 2 jaar voor had gekregen. Bij toeval deed ik ook de zaak van deze medegedetineerde die inderdaad was veroordeeld tot twee jaar maar van poging tot moord was geen sprake, wel van een zeer ernstige bedreiging middels schieten. Er zitten ook nog al wat eigenwijze snuiters tussen die vooral aan mij vertellen hoe het precies zit. Dat kan overigens best amusant zijn omdat daarbij soms de meest vreemde theorieën op tafel komen. Zoals de theorie dat sommige officieren alleen maar gevangenisstraf eisen omdat zij weten dat je in de bak van alles kunt leren en deze officieren zo hun eigen werkgelegenheid veilig stellen.

Lees meer …

Potentaten en rechterlijke onafhankelijkheid

Deze zomer heb ik een al langer voorgenomen bezoekje gebracht aan Neurenberg, de stad van de nazi-partijdagen, de rassenwetten en, niet toevallig, ook die van de na-oorlogse processen tegen nazi-kopstukken, voor zover in de kraag gevat en niet door zelfmoord aan de gerechtigheid ontkomen.

Dat deze processen er zijn gekomen, was niet vanzelfsprekend. Dictator Jozef Stalin stelde voor pakweg 50.000 Duitsers om te brengen en ook Winston Churchill was aanvankelijk sterk tegen een proces. Hij was ervoor de ergste nazi’s, binnen zes uur na formele vaststelling van hun identiteit, ter dood te brengen. Hij vreesde juridisch geneuzel en wilde geen podium creëren. Ook Franklin Roosevelt neigde aanvankelijk naar deze buitengerechtelijke vorm van afdoening.

Lees meer …

Herziening van de wrakingsprocedure: een tegengeluid

Rinus Otte, Henk Abbink en Casper van der Waerden en Ben Hendriks zijn eensgezind: de wrakingsprocedure wordt te vaak misbruikt en moet om die reden op de schop. Tijd voor een tegengeluid.

Allereerst merk ik op dat het openbaar ministerie niet alleen last heeft van de mogelijkheid de rechter te wraken, maar daar onder omstandigheden ook baat bij kan hebben. De officier van justitie of de advocaat-generaal kan immers ook een verzoek tot wraking doen. Overigens een recht waar zeer spaarzaam gebruik van wordt gemaakt: de mij bekende wrakingsverzoeken van de zijde van het openbaar ministerie zijn op de vingers van één hand te tellen.

Lees meer …

Herziening van de wrakingsprocedure: een reactie

In zijn bijdrage van 27 januari 2015 werd door Rinus Otte de stelling betrokken dat het wrakingsinstrument in kort tijdsbestek aan inflatie is gaan lijden en op de schop moet. Ter onderbouwing van die stelling wees hij op het grote aantal oneigenlijke wrakingsverzoeken waardoor een voortvarende afdoening van zaken wordt gefrustreerd. Slechts een zeer gering percentage van de wrakingsverzoeken wordt gehonoreerd. De behandeling van al die wrakingsverzoeken legt een groot beslag op schaarse zittingsruimte en kost ook nog eens heel veel geld dat beter besteed kan worden aan bijvoorbeeld versterking van de kwaliteit van de rechtspraak.

Lees meer …

Herziening van de wrakingsprocedure? A modest proposal

Inleiding
In zijn laatste bijdrage op dit blog werd door Rinus Otte een korte schets gegeven van de problematiek van de huidige wrakingsprocedure in het strafproces. Hierbij heeft hij gewezen op de enorme toename van het aantal wrakingen de laatste jaren en het zeer beperkte aantal (slechts 5% in 2013) dat uiteindelijk wordt gehonoreerd. Zoals door hem in zijn artikel werd aangegeven, is veel gebruik van de wraking oneigenlijk. Het gaat vaak om allerlei situaties die weinig of niets te maken hebben met een vermoed gebrek aan onpartijdigheid van de rechter, maar in plaats daarvan om – de verzoeker onwelgevallige – (processuele) beslissingen. Zo is in strafzaken de meest voorkomende aanleiding tot wraking een afgewezen verzoek van de verdediging. Ondanks dat het beslissen op verzoeken, aldus vaste jurisprudentie, behoort tot de taak van de rechter en op zichzelf niet wijst op bevooroordeeldheid, blijft de advocatuur wraken wegens afgewezen verzoeken. Dit frustreert een voortvarende afdoening van zaken en bewerkt in het overgrote deel van de wrakingen ook niets meer dan dat. Bovendien kost het belastinggeld. Een logisch gevolg zou zijn om de mogelijkheid tot wraking te beperken, zoals in het verleden ook is gebeurd toen het bezwaarschrift tegen de dagvaarding een (te) grote vlucht nam.

Lees meer …

Het strafproces. 4b. De wraking in het strafproces

Inleiding: rechtsmiddel, klachtprocedure en wrakingen
Als een verdachte of raadsman het niet eens is met de beslissingen van een rechter, staat het rechtsmiddel van hoger beroep of cassatie open om de onvrede te laten beoordelen. Het stelsel van rechtsmiddelen is adequaat gebleken. Als het gaat om onvrede met de organisatie, met bejegening die niet strafvorderlijk geduid kan worden, staat de weg naar de president van het gerecht open. De president opereert in de klachtenprocedure behoedzaam omdat hij niet als substituutrechter wil optreden en evenmin het stelsel van rechtsmiddelen wil frustreren. Tot voor kort had het wrakingsinstrument in uitzonderlijke gevallen te gelden als correctiemechanisme op dat klassieke stelsel van rechtsmiddelen. Rechters kunnen worden gewraakt als uit de behandeling van de zaak sterke aanwijzingen naar voren komen dat de verdachte geen onpartijdige behandeling van de zaak mag verwachten. In die exceptionele gevallen kunnen die aanwijzingen een objectieve vrees opleveren dat de rechter vooringenomen is.

Lees meer …