Tagarchief: Rechter-commissaris

Faites vos jeux

De vraag die het meest aan strafrechtadvocaten gesteld wordt is uiteraard de vraag naar het kunnen verdedigen van een – zoals de advocaat weet – schuldig persoon. De motieven om de discussie aan te gaan zijn interessant; soms straalt de verontwaardiging er vanaf maar ook vaak de oprechte fascinatie of pure nieuwsgierigheid. Tijdens mijn jaarlijkse gastcollege aan de Universiteit van Amsterdam, bedoeld om beginnende rechtenstudenten te enthousiasmeren voor de studie (“hou ze aan boord” is het devies) boeien het onderwerp en de discussie erover steeds opnieuw.
Er is een andere interessante vraag die ook steeds terugkomt.
“Maakt het eigenlijk verschil voor welk hof, welke rechtbank, welke kamer of zelfs welke rechter je zaak dient?” Die vraag beantwoord ik steevast met een volmondig ja, een ja dat met de jaren steeds steviger wordt. Er zijn talloze voorbeelden van verschillen, waaronder zeer grote, te geven.
Op dit moment springt het meest in het oog de manier waarop verschillende rechters, ook in één rechtbank, omgaan met de voorlopige hechtenis. In feite is dat hele gebeuren voor de verdachte niets meer of minder dan een loterij. Dat beeld wordt bevestigd wanneer rechters zelf hierover aan het woord zijn, er blijkt ronduit sprake te zijn van verschillende stromingen, die ook nog eens van richting kunnen veranderen. Toen het “Rotterdamse model” (hoofdregel: alleen vastzetten als het echt niet anders kan) al hier en daar in het land werd gevolgd vertelde een Rotterdamse rechter mij dat daar juist weer een terugtrekkende beweging was ingezet.
Het is natuurlijk niet te verkopen dat op een eerste pro forma zitting alle verdachten van de invoer van 1000 kilogram cocaïne bij betaling van een kleine borgsom met een schorsing naar huis kunnen, op grond van bovenstaande hoofdregel, terwijl een verdachte van het witwassen van € 90.000 even verderop in dezelfde rechtbank moet blijven. Dezelfde rechtbank, maar weer een andere kamer die vervolgens beslist dat de verdachte die € 20 miljoen zou hebben witgewassen geschorst wordt, dit keer zonder borgsom. In alle gevallen uiteraard ernstige bezwaren en verschillende gronden maar nergens een spoor van bijzondere persoonlijke omstandigheden, vandaar de benaming oneigenlijke schorsing. Onderdeel van de loterij is overigens ook het forum; wordt er op de zitting geschorst dan blijft de verdachte buiten, wordt er in raadkamer geschorst dan wordt na appèl van de officier van justitie door bijvoorbeeld het hof Den Haag weer steevast naar die bijzondere persoonlijke omstandigheden gevraagd, waarvan iedereen weet dat die er niet zijn; dan weet je al hoe het af gaat lopen. Sterker, de voorzitter die er in Den Haag naar vraagt (wie kent hem niet) wéét dat bij een dergelijk appèl die omstandigheden niet gaan komen en een beetje advocaat belt daarna niet eens voor de beslissing. Zo kon het gebeuren dat de rechtbank Rotterdam schorste in raadkamer, dat het hof Den Haag de officier gelijk gaf, de verdachte weer naar binnen ging, maar slechts een paar weken tot aan de volgende zitting omdat de rechtbank toen zo moedig was om tegen de zin van het hof in weer te schorsen en de officier toen niet in appèl kon (later werd door de rechtbank 8 jaar opgelegd).
Daarentegen heeft bijvoorbeeld het hof Amsterdam weer wat meer oog voor de “oneigenlijke” schorsing. Misschien heeft het daar geholpen dat vorig jaar een aantal advocaten in een zogeheten spiegelbijeenkomst ten overstaan van de gehele strafsectie mochten vertellen wat er in hun ogen mis was. De gang van zaken in raadkamer en op zitting met betrekking tot de voorlopige hechtenis was met afstand topic nummer 1. Maar daardoor is het verschil in raadkamer tussen hof Den Haag maar ook hof vestigingsplaats Arnhem en hof Amsterdam weer groter geworden.
Het is overal in het land anders. Faites vos jeux! Lees meer …

De ‘Regievoerend Rechter’

In mijn vorige bijdrage bepleitte ik afschaffing van het appointeringsvoorstel door een verzoek om regie te voeren. In plaats van de dagbepaling en de dagvaarding zou de overdracht van het dossier en de beschuldiging aan de rechter met het verzoek regie te voeren de aanvang moeten zijn van voorzittersbeslissingen, getuigenverzoeken, getuigenverhoren en het informeren van de verdachte. Door het creëren van een dergelijk regiemoment zou de verdediging daadwerkelijk in staat kunnen worden gesteld om zich tijdig actief op te stellen. Tevens zouden termijnen voor het doen van verzoeken tegen het gunstiger verdedigingsbelang gekoppeld kunnen worden aan dit nieuwe (rechts)moment waarop de rechter wordt ingeroepen om regie te voeren. In plaats van een (kort) moment voor de zitting bereiken de verzoeken de rechter op een moment nadat de verdediging daartoe goed in de gelegenheid is gesteld. Dagbepaling en dagvaarding zouden vervolgens pas moeten geschieden nadat over verzoeken tot het doen van nader onderzoek is beslist en met in acht neming van het moment waarop dat nader onderzoek is afgerond. Nadien ingediende verzoeken zouden in dit model slechts voor toewijzing vatbaar zijn indien de rechter dat voor de waarheidsvinding en verwezenlijking van een eerlijk proces noodzakelijk acht, maar een goede regierechter zal daar in de voorfase natuurlijk op (moeten) anticiperen. Lees meer …

De rechter-commissaris en de rechterlijke onafhankelijkheid

Het instituut rechter-commissaris bestaat in lang niet alle landen. Als ik ons Nederlandse strafrechtstelsel aan buitenlandse juristen probeer uit te leggen, moet ik vooral in Angelsaksische landen moeite doen de functie en positie van onze onderzoekrechter duidelijk te maken. Een rechter die geen zittingen doet, maar wel beslissingen in strafzaken neemt en onderzoek voor de zitting verricht, is een wat vreemde vogel in landen die met een common law systeem werken waarin al het bewijs op de zitting wordt gepresenteerd. Lees meer …