Tagarchief: Rationalisatie

Max W.

Rechtspraak, rationele mythes en de vloek van welvaart

Net als Karl Marx was de socioloog (en nog veel meer) Max Weber een denker van de moderne tijd. Beiden verschilden radicaal van elkaar. Weber was gefascineerd door de rationalisaties van het moderne kapitalisme waarvan hij het ontstaan in de westerse wereld, in sterk contrast tot Marx die de klassenstrijd als verklarende factor hanteerde, mede verklaarde uit het in Europa opgebloeide protestantisme met zijn ascetische en ethische, op arbeidsmoraal gerichte houding. Zijn invloed werkt tot op de dag van vandaag door en is voor het praktisch dagelijks leven vermoedelijk nog vele malen groter dan die van Karl Marx. Lees meer …

Het Openbaar ministerie 1985-2015 als disciplinerend overheidsinstrument

Rinus Otte

Deel 1 Inleiding. Rationaliseringstendenzen Openbaar Ministerie
Het openbaar ministerie is sinds 30 jaar onderhorig aan rationaliseringstendensen die in het bijzonder gerelateerd worden aan het departementale beleidsplan Samenleving en Criminaliteit uit 1985. Sindsdien worden ontwikkelingen binnen het openbaar ministerie gekenschetst met noemers als beleidsvorming, eenheid, capaciteitssturing en instrumentalisering. Niet verwonderlijk, elk onderdeel van het overheidsdomein kan in deze noemers vervat worden. Overheidsfinanciën zijn schaars en vergen rechtvaardiging aan welk van de elk op zich legitieme overheidsdoelen prioriteit wordt gegeven. De beleidsontwikkeling van de geïndividualiseerde parketten naar meer eenheid via een landelijk College van P-G’s is bekend en daarop wordt regelmatig veel afgedongen.
De afstand tussen departement en openbaar ministerie zou te klein zijn, het openbaar ministerie zou tot een bureaucratische buitendienst zijn verworden, de fouten in strafzaken zouden illustreren hoe het openbaar ministerie disfunctioneert in de richting van een onbeheersbare productiemachine en de magistratelijkheid zou niet langer gericht zijn op de klassieke taak van rechtshandhaving. Voor een frontlinieorganisatie als het openbaar ministerie is deze kritiek sinds de jaren tachtig bekend maar hoeft daarmee nog geen overtuigende papieren te bezitten om het openbaar ministerie te diskwalificeren. Er is geen onderdeel van het publieke domein in vele rechtsstelsels dat zich heeft kunnen onttrekken aan overheids-en capaciteitssturing, beleidsvorming, eenheidsstreven en instrumentalisering. Deze internationale context mag op verzet stuiten, maar zou het openbaar ministerie anno 2016 toch ook niet schatplichtig jegens een grotere sturing zijn, zonder welke er geen professionalisering had kunnen plaatsvinden zoals die tot op heden zichtbaar is geworden? Lees meer …

Kwaliteit

Wie zal het met het rapport van de commissie Visitatie gerechten 2014 (het rapport Cohen) oneens kunnen zijn, schrijft Otte, retorisch, in een recente bijdrage aan dit blog. Nou ik en niet zo’n beetje ook. Ik vind het namelijk een buitengewoon slecht rapport.

Allereerst omdat de resultaten van de gegevensverzameling aan dezelfde gebreken lijden als veel rechterlijke vonnissen: ze zijn onvoldoende onderbouwd. In hoofdzaak heeft de commissie twee instrumenten gebruikt om de data te verzamelen waarop het rapport is gebaseerd: een enquête onder alle medewerkers en gesprekken op locatie, beide voorafgegaan door uitgebreide voorlichting.
Van de ca. 10.000 medewerkers vulden uiteindelijk 4120 de vragenlijst in; dat is een respons van 43%. Met 1215 medewerkers werd gesproken tijdens het bezoek van de commissie aan de diverse gerechten. Dat gebeurde op basis van vrijwilligheid na aanmelding door de betrokkenen. 43% lijkt een heel behoorlijke respons, maar meer dan de helft van de medewerkers heeft niet gereageerd. Als die laatsten op relevante punten, laten we zeggen ervaring, sector waarin men werkzaam is en positie in de organisatie, verschillen van degenen die de enquête wel hebben ingevuld, loop je de kans dat er een eenzijdig en vertekend beeld ontstaat.
Dat gevaar dreigt des te meer omdat door de commissie geen enkel inzicht wordt verschaft over de mate waarin de respons van de enquête over de verschillende “soorten” medewerkers was verdeeld. Dat is in het algemeen al een methodologische doodzonde en nu te meer, omdat voor het eerst alle medewerkers van de gerechten bij die enquête werden betrokken. Bij voorgaande visitaties in 2006 en 2010 werd (kennelijk) alleen aan rechters de mond gegund. Dat maakt vergelijking van de huidige gegevens met die jaren gevaarlijk en onbetrouwbaar. Niettemin maakt de commissie dat soort vergelijkingen herhaaldelijk zonder het genoemde probleem onder ogen te zien. Ik had dus wel graag willen weten hoeveel procent van de benaderde rechters de vragenlijst had ingevuld, hoe dat zat bij de bodes, de gerechtssecretarissen en zo meer.
Hetzelfde geldt a fortiori voor de gesprekspartners van de commissie. Dat waren er 1215, een procent of 13 van het totaal. Het gevaar is groot dat dit op welke wijze dan ook een specifieke selectie uit het totaal is, waarin bijvoorbeeld mensen die een hoge werkdruk ervaren of die graag klagen oververtegenwoordigd zijn met het gevaar dat wat zij zeggen niet voor de organisatie als geheel geldt. Lees meer …

Rationalisatie en standaardisatie van het recht. Rapport Visitatie Gerechten 2014

Samenvatting bevindingen commissie en eerste reactie
Ik vat de bevindingen van het op 30 oktober 2014 uitgebrachte rapport van de commissie Visitatie gerechten 2014 samen. De bevordering van de kwaliteit van de rechtspraak was het te visiteren onderwerp. De commissie heeft een grote hartstocht, toewijding en inzet van de medewerkers ervaren, maar de medewerkers hebben het moeilijk. Uit gesprekken concludeert de visitatiecommissie dat medewerkers hoeders van de kwaliteit van de rechtspraak zijn en dat de kwaliteit geborgd is gebleven. De kwaliteitszorg moet wel worden verbeterd en de feedback laat net als in 2010 te wensen over. De aangetroffen betrokkenheid kan een valkuil zijn omdat er teveel focus op het eigen werk ontstaat. Kwaliteitsnormen moeten daarom concreter en sturing strakker. Door focus op dossiers is er weinig tijd voor vakkennis en reflectie. De verbindingen dienen te worden versterkt. Besturen moeten medewerkers beter faciliteren om medeverantwoordelijk te zijn.
De reactie van de Raad voor de rechtspraak en de presidentenvergadering is ook alleszins begrijpelijk: De rek is er door alle veranderingen uit terwijl de innovatie wel moet worden geïntensiveerd. Daarom is er meer geld van de minister nodig, mede om de werkdruk aan te pakken. Begrijpelijke reactie, welke organisatie probeert er niet permanent geld bij te krijgen? In dit geval is dat extra geld ook wel nodig omdat de Raad en de presidenten het management meer willen vrijstellen en van ondersteuning willen voorzien. Die inzet kost veel geld omdat de leidinggevenden dan minder zittingen kunnen doen. Tot zover commissie en de reactie van de formele leiding. Lees meer …