Tagarchief: Professionele Standaarden

De inhoud van de rechterlijke functie? Zonder duidelijkheid geen kwaliteit noch onafhankelijkheid

Door Herman Tjeenk Willink

Deze bijdrage vormt een bewerking van de inleiding die Herman Tjeenk Willink hield op de gerechtsvergadering van de Rechtbank Noord-Nederland op 9 mei 2017 met als thema ‘Kijk naar je eigen!’. De andere inleiding werd verzorgd door Rick Robroek en is hier te vinden.

Ter voorbereiding op deze bijzondere gerechtsvergadering, en mijn aandeel daarin, zijn u verschillende stukken toegezonden.* De boodschap uit al die stukken is steeds dezelfde:

De democratische rechtsstaat is geen rustig bezit. Door gebrekkig onderhoud vindt er een sluipende uitholling (betonrot) plaats. Die uitholling bedreigt ook de rechterlijke macht. Rechters bieden daartegen tot nu toe zelf onvoldoende inhoudelijk tegenwicht.

Lees meer …

Een spiegel voor de rechtspraak

Deze bijdrage vormt een bewerking van de inleiding die Rick Robroek hield op de gerechtsvergadering van de Rechtbank Noord-Nederland op 9 mei 2017 met als thema ‘Kijk naar je eigen!’. De andere inleiding werd verzorgd door Herman Tjeenk Willink en zal binnenkort te lezen zijn op dit blog.

Laat ik mijn inleiding beginnen met twee vragen: zou een discussie over de wijze waarop professionals hun werk als professional moeten verrichten over geld moeten gaan? Of anders gezegd: vindt u dat we het vandaag over geld moeten hebben? Ik denk dat iedereen het over eens is dat dat niet het geval zou moeten zijn. Ik onderschrijf die stelling en ik zal u zo vertellen waarom.

Lees meer …

Pleidooi voor ritualisering in de strafrechtsbeoefening

In een schitterende biografie van Thomas More van Peter Ackroyd beschrijft de biograaf in het elfde hoofdstuk hoe de kerkgang rond 1500 plaatsvond. Een drukte van jewelste, volk dat zich verdringt op verschillende plaatsen in de kerk waar de hostie wordt getoond, het moment suprême van de eredienst. Zijn beschrijvingen zijn zo levendig dat het beschrevene zich als het ware aan je oog voltrekt. De kerk, het beleden en gevisualiseerde geloof, worden getoond, meegemaakt, beleefd en geconsumeerd. Er is sprake van rituelen die geworteld zijn in oude tradities en de gelovigen krijgen dat ook mee. Inmiddels bijkans twee millennia in het latijn, met een priester die met de rug naar de gelovigen zijn devotie tot uitdrukking brengt richting het altaar en die ook zelf onderhorig is aan het geheimnisvolle dat zich op dat moment voltrekt. De beschrijvingen raakten en ontroerden mij op een wijze die ik aanvankelijk alleen duidde door de verhalende schrijfstijl. Bij nader inzien denk ik dat ik ook geraakt werd door het conflict in tijdbeeld. Rituelen en tradities worden anno 2016 niet per definitie koesterend beschreven, het is niet voor niets dat geschreven wordt over rituele dansen en ritualisering, wat meestal borg staat voor afkeurenswaardig of onwaarachtig. Ik denk daar anders over en meen dat rituelen een samenbindend vermogen hebben, in brede zin, maar zeker ook in het recht. Ook het strafrecht wordt gekenmerkt door rituelen. Bij de bewijsvoering gaat het niet langer om de kroon van de bekentenis maar om zaken als het verhoren van getuigen en verdachten en sporenonderzoek. Dat verhoor wordt steevast voorafgegaan door de cautie, waarbij de verdachte wordt meegegeven dat hij niet hoeft te verklaren. Voor veel toehoorders of verhoorders mogelijk een rituele dans (geworden), maar een waarachtig ritueel als gedurende het verhoor zoveel mogelijk wordt vermeden een onaanvaardbare druk uit te oefenen. Het ritueel van de cautie leert daarmee ook iets over de intentionele gerichtheid van de toepasser, alsof het geven van de cautie ook een eigen voornemen is.

Lees meer …

Kruipend zenegroen

Ter gelegenheid van mijn afscheid als afdelingsvoorzitter strafrecht van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nodigde de oprichter van dit blog, Rinus Otte, reeds jaren een MT-genoot, mij uit een blogje te schrijven voor Ivoren Toga. Nu heb ik niet zo’n stellige mening over de organisatie van de rechtspraak en zal dus schrijven over tuinieren (iets waar Rinus niets vanaf weet). Een bejaardenhobby zult u zeggen. Dat kan waar zijn, want mijn belangstelling hiervoor kwam op toen ik zo midden 40 werd. Sommige mensen, zoals Maarten ’t Hart en de Engelse classicus Robin Lane Fox, hebben daar echter reeds sinds hun prille jeugd belangstelling voor en kunnen daar aardig over schrijven. Van de laatste is lezenswaardig zijn boek Thoughtful Gardening waarin hij onderhoudend causeert over zijn eigen en andermans tuinen en hun meer of minder beroemde tuiniers.

Lees meer …