Tagarchief: LOVS

Meer structuur in straftoemeting nodig

Bert Berghuis

[1] In 1992 publiceerde Trema een themanummer over rechtsgelijkheid, waarbij ik was gevraagd om een empirische bijdrage te leveren over het strafrecht. Die bijdrage “De harde en de zachte hand” toonde een forse ongelijkheid in straftoemeting aan en maakte veel los. De media doken erop, ontkenning van rechtbankpresidenten in de NRC, natuurlijk ook enige agressie naar degene die de boodschap verkondigde. Toch bleek het ook een stimulans voor wat later de oriëntatiepunten van de strafrechtspraak zouden worden. We zijn nu 25 jaar verder – wat is er terecht gekomen van de inspanningen om tot een grotere rechtsgelijkheid te komen? Het meest tastbare resultaat zijn de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting bij een dertigtal delicten. Lees meer …

Niet managers maar rechters zouden de macht moeten hebben over de oriëntatiepunten

In zijn blog van dinsdag 14 maart 2017 bespreekt Peter Lemaire enkele onderdelen van mijn proefschrift ‘De macht over het strafproces’ en gaat hij in het bijzonder in op mijn standpunt ten aanzien van de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting en andere regelingen die door het LOVS worden vastgesteld. Pas gepromoveerd op het spanningsveld tussen rechter en zijn gerechtsbestuurder is het altijd plezierig om van een rechter, oud-gerechtsbestuurslid én oud-voorzitter van het LOVS de instemming te lezen bij veel van wat in mijn onderzoek aan de orde komt. Zo is dat ook (en nadrukkelijk) ten aanzien van mijn laatste stelling bij het proefschrift: perfectie haalt de kwaliteit weg. Die stelling vormt echter tegelijkertijd de bal die Lemaire mij terugkaatst waar het gaat om het door mij ingenomen standpunt over de LOVS-regelingen. Ook dat is plezierig. Een proefschrift schrijf je juist om dit soort ballen teruggekaatst te krijgen. Lees meer …

De macht over de oriëntatiepunten in het strafproces

Medeblogger Rick Robroek is recent gepromoveerd op het proefschrift “De macht over het strafproces”. Hij legt daarin bloot de machtsverhoudingen tussen de gerechtsbesturen en de Raad voor de Rechtspraak enerzijds en de rechters anderzijds, beiden met een wettelijke taak belast, waartussen zich de laatste jaren helaas de nodige spanningen voordoen. De eersten behartigen de algemene belangen van de rechtspraak, zoals financiering, gebouwen, personeel, maar ook de bevordering van vlotte rechtspraak en rechtseenheid in algemene zin en de laatsten oefenen de rechtspraak uit in rechtszaken, de core business, of zoals in de rechtspraak zelf wordt gezegd: het primaire proces. De rechters zijn voor de goede vervulling van hun taak mede afhankelijk van de eersten en de eersten zijn voor hun algemene taken (in zeer sterke mate) afhankelijk van de rechters. Robroek legt deze verhoudingen bloot en signaleert de scharnierpunten in de Wet op de rechterlijke organisatie, die de laatste jaren steeds meer zijn gaan kraken en piepen en die volgens hem aanpassing behoeven. Een kritisch punt is namelijk dat de rechters onafhankelijk zijn en dat de huidige wetgeving op een aantal punten in onvoldoende mate een basis biedt om rechters te verbinden aan genoemde algemene doelstellingen van de rechtspraak, terwijl dat wel wordt geprobeerd en vaak trouwens nobele doelstellingen dient. Lees meer …

De straftoemetingsmal in de gereedschapskist

Door Henk Elffers

1. Allereerst een woord van dank aan Albert Klijn, die zich niet neerlegde bij de teleurstellende stilte jegens mijn oproep op Ivoren Toga om over een “straftoemetingsmal” na te denken en ermee te experimenteren. Hij besprak mijn voorstellen met enkele deskundige betrokkenen, en daardoor ben ik in de gelegenheid te reflecteren op de zeer gewaardeerde reacties op mijn voorstel van Van Atteveld, Janssen, Mulder en Tak. (Klijn, A. (2017), Het grote zwijgen van de ZM, in antwoord op: Elffers, H. (2016), De straftoemetingsmal: een middel om straftoemeting begrijpelijker te maken) Lees meer …

Het grote zwijgen van de ZM

Door Albert Klijn

Desgevraagde antwoorden
Overdreven verwachtingen over het aantal reacties van strafrechters op de oproep van Henk Elffers om mee te denken over verbetering van de door ontworpen straftoemetingsmal (zie de blog van 21 januari 2016) had ik niet. Maar dat het aantal reacties tot in september dat jaar – en tot op dit moment zelfs – exact nul bedroeg, stelde mij teleur. Durft nu niemand de nek uit te steken, is het onderwerp totaal niet interessant meer is of – ik durf het nauwelijks te typen – geldt: (toemetings)vrijheid blijheid? Vraagtekens vergen doorvragen vandaar mijn besluit op pad te gaan en antwoorden te gaan halen bij personen die ik een interessante mening toedacht en die vast mij wel wilden ontmoeten. Lees meer …

Vakinhoud voorop in landelijk overleg

Met de herziening van de gerechtelijke kaart per 1 januari 2013 en de daarmee gepaard gaande verkleining van het aantal gerechten zijn ook de traditionele sectoren in de diverse vakgebieden verdwenen. Nu bestaat, als we ons tot het strafrecht beperken, doorgaans alleen een afdeling Publiek, die strafrecht èn bestuursrecht omvat. Dat heeft op zijn beurt tot gevolg gehad dat moest worden nagedacht over een andere vorm van landelijk overleg tussen de vakmatig verwante (voormalige) sectoren.
Voorheen was dat in handen van de voorzitters van die sectoren en werd het overleg LOVS, oftewel Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafsectoren, genoemd. De afkorting is nog steeds dezelfde (LOVS), maar de V staat nu voor Vakinhoud. Een belangrijke vraag is dus wie de gerechten moeten afvaardigen, nu de sectorvoorzitter niet meer bestaat en het hoofd van de afdeling (als die al bestaat), anders dan de voormalige sectorvoorzitter, geen lid van het gerechtsbestuur is. Daarover is enige tijd geleden een Startnotitie Versterking positie landelijke overleggen vakinhoud verschenen. Deze wordt in deze maanden besproken en ook aan de achterban voorgelegd. Lees meer …