Tagarchief: Kwaliteit

Strafrechtstoepassing: een wankel evenwicht

Bij herhaling heb ik hier gesproken over de kwaliteit van de strafrechtspleging: over het ophelderingspercentage, de doorlooptijden van strafzaken en de straftoemeting. Ook heb ik het regelmatig gehad over de klanten/doelgroepen van het strafrecht: de dader, het slachtoffer en de samenleving als geheel. Maar tot nu toe heb ik kwaliteit en klanten, althans in het kader van deze columns, nog niet systematisch aan elkaar gekoppeld. Daarom opnieuw en ook weer een beetje anders.

Het strafrecht is er niet alleen en misschien wel niet in de eerste plaats voor de dader. Het strafprocesrecht wel. Het strafrecht is er om te vergelden, te vereffenen, te voorkomen, af te schrikken en normen te bevestigen. Anders dan het wel eens lijkt is de dader niet het subject, maar het object van het strafproces. Hij moet, bij voldoende verdenking dulden dat hij terecht moet staan en, bij voldoende bewijs wordt gestraft. Als die straf ertoe leidt dat verdere delicten worden voorkomen is dat prachtig, maar het is zeker niet het enige doel van de strafrechtelijke interventie. Die dient er evenzeer toe om vergeldingsgevoelens bij slachtoffers te kanaliseren en mogelijk te apaiseren. Gelukkig wordt dat steeds meer ingezien met als gevolg een versteviging van de positie van het slachtoffer, ook in het strafproces. Daarnaast is straffen ook bedoeld om af te schrikken. Degenen die niet uit normbesef, maar vanuit een afweging van kosten en baten afzien van het plegen van misdrijven moeten zoveel mogelijk de gedachte blijven koesteren dat de kosten blijvend hoger zijn dan de baten. Daarbij is niet alleen de strafmaat van belang maar ook de strafkans. Generale preventie heet dat, een enigszins in onbruik geraakt leerstuk. Lees meer …

Huizinga’s spel en ernst van de Nederlandse rechtspraak

Inleiding
Iets meer dan 75 jaar geleden (1938) verscheen de cultuurbeschouwing Homo Ludens. Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur, waarin de toen al beroemde historicus Johan Huizinga de mens als homo ludens, als spelende mens, beschouwt. De menselijke beschaving zou opkomen en zich ontwikkelen als spel. In het vierde hoofdstuk staat hij stil bij de rechtspraak als spel. In dit opstel sta ik stil bij zijn benadering van de rechtscultuur in het licht van enkele persoonlijke connotaties bij het rechtspreken als zodanig en de ontwikkeling zoals we die kunnen nastreven en organiseren. Lees meer …

Wees nu eens echt kritisch op de rechtspraak!

Eind vorig jaar verscheen het boek Opwaaiende toga’s. Het boek is een neerslag van de ervaringen die twee journalisten opdeden in de 8 maanden dat ze mochten rondlopen op de Haarlemse rechtbank en parket. Om verschillende redenen is het boek een aanrader (klik hier voor een bespreking van het boek), maar het meest interessante onderdeel van het boek is aan het einde te vinden. Na te hebben vastgesteld dat publiek en rechtspraak elkaar en zichzelf alleen nog via de media zien en ook alleen via de media communiceren, is de diagnose van de auteurs de volgende: ‘Tegenover beeldvorming wordt nieuwe beeldvorming gezet, alles via media. Het is een spiegelpaleis. We zien veel, maar wat we zien is van onduidelijke waarde’. Met die beelden wordt het publiek in zekere zin voor de gek gehouden. Lees meer …

Roosterperikelen als bedreiging van de kwaliteit van de rechtspraak

Met het plannen van strafzaken bij de gerechten is niet alleen veel tijd gemoeid. Het gaat ook gepaard met veel gedoe en veel spanningen. Eerst moet er een zittingsrooster gemaakt worden. Rechters moeten worden ingedeeld, er moet een griffier aan gekoppeld worden en een administratief medewerker. En ten slotte een vertegenwoordiger van het openbaar ministerie met bijbehorende juridische en administratieve ondersteuning. Iedereen heeft daarbij zo zijn voorkeuren, velen hebben te maken met particuliere nevenactiviteiten en iedereen natuurlijk met familiaire verplichtingen. Die voorkeuren zien niet alleen op de eigen agenda, maar zijn ook meer interpersoonlijk van aard, niet iedereen vormt met elkaar immers een gelukkige combinatie. Naast deze eigen voorkeuren heeft iedereen zijn of haar eigen specialisme(n): het behandelen van bijvoorbeeld fraudezaken, economische zaken, jeugdzaken en verkeerszaken. Ook op andere manieren kunnen zaakspakketten worden verdeeld. Bijvoorbeeld langs rechtbanklijnen als het gaat om zaken in hoger beroep of aan de hand van de politiedistricten bij het eerstelijnsparket. Ondertussen wordt het aantal zittingen per dag natuurlijk ook beperkt door de niet oneindig beschikbare zittingsruimtes, bodes, beveiligingsfunctionarissen en noem maar op. Lees meer …

Rondetafelgesprek Tweede Kamer over de kwaliteit in de rechtspraak: Hoger togarendement

Het rondetafelgesprek op 19 september 2013 van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie gaat over de werklast van rechters en de kwaliteit van rechtspraak. Over die kwaliteit ben ik positief, elk (inter)nationaal onderzoek wijst in diezelfde richting. Incidentele missers, zorgen rond het Openbaar Ministerie of tobberige publicaties laten onverlet dat de kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak onverkort goed is. Ik laat daarom de relatie tussen werklast en kwaliteit onbesproken, ik ga in op de spanningen in de rechterlijke macht en op oplossingsrichtingen, in het bijzonder voor de strafrechtspraak. Aangejaagd door het Leeuwarder manifest zijn de spanningen onderkend en heeft het denken in innovatieve oplossingen een vogelvlucht genomen in kranten en op internet (zoals op mijn eigen site www.Ivorentoga.nl). Ook de hoorzitting in de Tweede Kamer kan in dat licht worden begrepen en dat is een goede zaak! Denkend aan het motto meer handen aan het bed of meer blauw op straat kom ik associatief tot het volgende motto Hoger togarendement. Hoe krijgt de rechtspraak met hetzelfde budget een hoger rendement in de zittingzaal met betere doorlooptijden, minder werklast voor de rechter en minder overhead daarbuiten Lees meer …