Tagarchief: handhaving

Straftoemeting. Een reactie en een naschrift.

Door Ronny van de Water (reactie) en Dato Steenhuis (naschrift)

Reactie
Dato Steenhuis breekt in zijn laatste bijdrage aan de Ivoren Toga een lans voor meer en hogere detentiestraffen. Het is duidelijk dat hij met enkele provocerende uitspraken de discussie op scherp wil zetten.

Een reactie op de oproep van Steenhuis zou kort kunnen zijn met de opmerking dat het sanctiebeleid van de Nederlandse rechters blijkbaar effectief is gezien de gestaag dalende criminaliteitscijfers, maar dat zou te gemakkelijk zijn. Het is immers de vraag of deze dalende cijfers wel kloppen. In ieder geval blijkt uit interne notities van de politie dat er twijfels zijn over deze daling. Ook het oplossingspercentage daalt (helaas) gestaag. De door Steenhuis opgesomde percentages over de opgelegde straffen zeggen ook niet veel. Het is mijn ervaring dat de afgelopen 15 jaar veel bagatelzaken het strafrecht zijn ingetrokken en dan is het logisch dat in dergelijke zaken ook bagatelstraffen worden opgelegd. Lees meer …

Andere interventies: strenger straffen

De verschuiving van de aandacht van het OM in het strafproces van de dader naar het slachtoffer en diens wijde omgeving, van resocialisatie naar normherstel en normbevestiging, heeft grote gevolgen. Niet alleen, zoals ik in mijn vorige bijdrage heb betoogd, voor het aantal interventies dat tot stand moet komen om deze doelen van de interventie te realiseren, maar ook voor het type sancties dat het OM moet/zal vorderen en dat de rechter zou moeten opleggen.

Thans wordt die keuze vrijwel geheel bepaald door het veronderstelde effect van de sanctie op de resocialisatie van de verdachte en de inschatting van de kans dat hij zal afzien van verder crimineel gedrag. Kosten nog moeite worden gespaard om zoveel mogelijk maatwerk te leveren. Soms wordt er in brede kring overlegd welk traject daarbij de meeste kans op succes biedt en als dat niet het strafrechtelijke spoor is, kan de officier van justitie onder omstandigheden zelfs (voorwaardelijk) afzien van strafvervolging. De verdachte komt dan terecht in een pedagogisch, een psychologisch of een andersoortig traject en valt dan veelal in de handen van hulpverleners die hij in een andere, eerdere context al heeft leren kennen. Dat contact heeft toen kennelijk niet geleid tot voorkoming van het huidige misdrijf; maar impliciet gaat de nieuwe keuze ervan uit dat het nieuwe traject, onder de dreiging van een strafvervolging, wel het gewenste resultaat zal hebben. Lees meer …

Bijzonder beroepsstrafrecht: bijzondere functies en bijzondere rechtsbelangen

1. Probleemstelling rond bijzonder beroepsstrafrecht, verkeer en gezondheidszorg
Van oudsher hebben we bijzonder strafrecht ontworpen voor bijzondere situaties, waarbij we denken dat het gewone, commune, strafrecht bedoeld is voor wetten die verankerd zijn in ons geweten, zoals het verbod iemand te doden, te stelen en zo verder.
Het strafrecht dat voorkomt in bijzondere wetten is meestal ordeningsrecht. Het zijn wetten en regels die een overheid uitvaardigt om een samenleving in een bepaalde richting te sturen, te modificeren, waarvan we weten dat burgers dat niet direct uit zichzelf kunnen of zullen doen. Deze ordeningsregels kunnen gaan over fosfaatuitstoot of over de wijze waarop achteruitkijkspiegels op bosbouwtrekkers moeten worden gemonteerd. Ogenschijnlijk talloze economische en milieuregels worden geflankeerd door de meer bekende verkeersregels.
Het is niet altijd helder in welk materieelrechtelijk domein of in welk handhavingsdomein die regels worden geplaatst. Niet alle sturingsregels worden rechtstreeks gehandhaafd door middel van het strafrecht. Het komt nog vaker voor dat de immense hoeveelheid gedragsvoorschriften in interne, al dan niet internationale, protocollen zijn neergelegd. Het strafrecht komt dan alleen met vangnetbepalingen in beeld als er iemand door niet naleving van deze ‘interne’ regels overlijdt of ernstig letsel of gevaar van ondervindt. Artikel 307 Wetboek van Strafrecht, dat culpoos gedrag verbiedt ten gevolge waarvan iemand overlijdt, biedt dan uitkomst. De bewijsconstructie wordt in die gevallen gebouwd op bijvoorbeeld overtreding van die interne luchtvaart- of ziekenhuisprotocollen waarvan voor de overtreder voorzienbaar was dat schending kan leiden tot ernstige gevolgen.
Soms zijn bijzondere gedragsvoorschriften wel strafrechtelijk van aard, zoals de verkeersregels, maar wordt de handhaving ter hand genomen door het administratieve recht en komt het strafrecht alleen in beeld als de verkeersovertreding gevaar, letsel of dood ten gevolge heeft.
Ook is niet gezegd dat waar het strafrecht in beeld komt de strafrechter de corrigerende autoriteit is. Het corrigeren van de burger, het richten van de samenleving, is in snel groeiende mate onttrokken aan de strafrechter omdat de wetgever sinds decennia ook andere corrigerende instituties, zoals het Openbaar Ministerie als onderdeel van de rechterlijke organisatie of bestuursorganen, geschikt acht om in te grijpen. Daarmee is het klassieke strafrecht, met een strafbedreiging hoger dan zes jaar, gereserveerd voor de strafrechter, daarbuitenom is het overgrote deel van correctie van misdragingen voorbehouden aan anderen.
Het is niet ongebruikelijk bijzondere misdragingen op te hangen aan het beschermde rechtsbelang, meestal het leven, en vervolgens te oordelen of er niet hogere strafmaxima op overtreding nodig zijn of een intensievere handhaving. Zie mijn vorige bijdrage over de scherp tekortschietende verkeershandhaving.
In dit opstel wil ik een andere invalshoek beproeven en het zoeklicht richten op de functionaliteit van de overtreder en welke rol het strafrecht daarin kan vervullen. Is de misdraging te koppelen aan de functie, de beroepsuitoefening van de overtreder en welke handhavingsautoriteit komt daarin het strafrecht en in het bijzonder het Openbaar Ministerie toe? Vanwege de diversiteit van het ordeningsrecht moet ik me beperken en zal ik ingaan op twee domeinen, in de eerste plaats het verkeer, in het bijzonder de handhaving van gedragsregels in de luchtvaart, en in de tweede plaats de gezondheidszorg, in het bijzonder de gang van zaken rond euthanasiewetgeving.
Nota bene. In deze bijdrage wordt het bijzonder strafrecht ruimer getypeerd dan bijzondere wetten. Lees meer …

Van boeven en burgers

In de theorie van het strafrecht wordt onderscheiden tussen het mala in se, het kwaad an sich en het mala prohibita. Het eerste kwaad heeft betrekking op overschrijding van de aloude normen die – de meeste – mensen met de paplepel krijgen ingegoten, de normen van alle tijden, het verschil tussen goed en kwaad, de moraal.

Mala prohibita ziet op normen zonder zulke intrinsieke achterliggende waarden, normen die in de loop van de tijd zijn ontwikkeld op grond van het nut dat ze hebben bij de ordening van de samenleving. “Het verkeer rijdt zoveel mogelijk rechts”, zegt de Wegenverkeerswet en dus is links rijden verboden. Het verkeersrecht zit vol met dit soort praktische bepalingen, allemaal bedoeld om het verkeer in goede bannen te leiden en ongelukken te voorkomen. Dat streven naar verkeersveiligheid en het voorkomen van doden en gewonden heeft natuurlijk wel enige verwantschap met het mala in se: je mag het leven van een ander niet nemen, ook niet in het verkeer, maar als het daar toch gebeurt zal meestal de opzet uit het gewone strafrecht ontbreken. Ook op andere terreinen, zoals de milieu wetgeving is het onderscheid niet altijd scherp. Ook daar zijn veel normen gekoppeld aan het menselijk welbevinden en op langere termijn aan het leven, niet alleen van individuele mensen maar van een hele bevolking. En, ten slotte, normen die gelden in het financieel-economische verkeer zijn in belangrijke mate, zij het volgens sommigen nog lang niet genoeg, verbonden aan (strafrechtelijke) concepten als bedrog, valsheid in geschrifte en dergelijke. Lees meer …

Operatie Archimedes

Op 24 september jl. was er in het 8-uur journaal, naast de kordate mededeling dat Nederland mee ging doen aan de strijd tegen IS door het inzetten van F-16’s, nog meer positief nieuws over de aanpak van het kwaad in de wereld. Er was ruimte gemaakt voor de directeur van Europol, die tijdens een persconferentie verslag deed van de operatie Archimedes. Bij dat mega-onderzoek waren in de loop van de tijd 20.000 law enforcement officers ingezet en werden uiteindelijk meer dan 1000 verdachten op 300 verschillende plaatsen gearresteerd; honderden kilo’s heroïne en cocaïne werden in beslag genomen evenals een aantal dure, uit Nederland gestolen auto’s en een hoeveelheid wapens. Bovendien werden 30 Roemeense kinderen bevrijd uit de handen van mensensmokkelaars. 80 arrestaties vonden in Nederland plaats. Lees meer …