Tagarchief: Gijzeling

Van boeven en burgers

In de theorie van het strafrecht wordt onderscheiden tussen het mala in se, het kwaad an sich en het mala prohibita. Het eerste kwaad heeft betrekking op overschrijding van de aloude normen die – de meeste – mensen met de paplepel krijgen ingegoten, de normen van alle tijden, het verschil tussen goed en kwaad, de moraal.

Mala prohibita ziet op normen zonder zulke intrinsieke achterliggende waarden, normen die in de loop van de tijd zijn ontwikkeld op grond van het nut dat ze hebben bij de ordening van de samenleving. “Het verkeer rijdt zoveel mogelijk rechts”, zegt de Wegenverkeerswet en dus is links rijden verboden. Het verkeersrecht zit vol met dit soort praktische bepalingen, allemaal bedoeld om het verkeer in goede bannen te leiden en ongelukken te voorkomen. Dat streven naar verkeersveiligheid en het voorkomen van doden en gewonden heeft natuurlijk wel enige verwantschap met het mala in se: je mag het leven van een ander niet nemen, ook niet in het verkeer, maar als het daar toch gebeurt zal meestal de opzet uit het gewone strafrecht ontbreken. Ook op andere terreinen, zoals de milieu wetgeving is het onderscheid niet altijd scherp. Ook daar zijn veel normen gekoppeld aan het menselijk welbevinden en op langere termijn aan het leven, niet alleen van individuele mensen maar van een hele bevolking. En, ten slotte, normen die gelden in het financieel-economische verkeer zijn in belangrijke mate, zij het volgens sommigen nog lang niet genoeg, verbonden aan (strafrechtelijke) concepten als bedrog, valsheid in geschrifte en dergelijke. Lees meer …

De positie van de Nationale Ombudsman in het licht van het stelsel van rechtsmiddelen

Op 12 november 2015 heeft de Nationale Ombudsman een rapport uitgebracht onder de titel Gegijzeld door het systeem. Onderzoek Nationale Ombudsman over het gijzelen van mensen die boetes wel willen maar niet kunnen betalen. Van Zutphen zegt zich grote zorgen te maken over de mens achter de gijzeling met financiële problemen waardoor zij juist in de situatie van de dreigende gijzeling zijn terechtgekomen. Hij wil een oplossing voor de situatie dat de gijzelingsdruk de vaak toch al benepen financiële positie verslechtert. Lees meer …

Gijzelingsverzoeken en rechtsgelijkheid

Het was van dik hout zaagt men planken en kort door de bocht in de NRC vorige week. Dinsdag op de voorpagina de kop: “Wanbetalers hoeven niet meer de cel in”, gevolgd door een uitvoerig artikel over de gijzeling als laatste middel om mensen hun boete te laten betalen. Daarna op woensdag een hoofdredactioneel commentaar waarin sprake was een crisis in de rechtspleging. Ik dacht: crisis in de rechtspleging, waar gaat dit over? Over het alsmaar dalende aantal rechterlijke vonnissen in misdrijfzaken, bijna 30% minder dan in 2005; over de (bijna) verdubbeling van het aantal vrijspraken tot zowat 10% of over de gedurig oplopende duur van de procedures? Lees meer …

Vraag en antwoord over de gijzelingen door het OM en de geloofwaardigheid van de rechtspleging in het algemeen

1. De laatste tijd leggen kantonrechters veel gijzelingsvorderingen van het openbaar ministerie terzijde en willen deze niet behandelen [1]. Hoe zit dat?
Nee, dat is een vergissing. Dat doen en mogen rechters niet op straffe van rechtsweigering. Zelfs als deze al zwart op wit uit de mond van rechters wordt opgetekend, dan moet dat bij mijn integere collega’s gezien worden als een kennelijke verspreking of verschrijving. Het gaat om afwijzing van de vorderingen en daarover moet het debat gaan.

2. Het probleem is dat officieren van justitie gijzeling vorderen van mensen die niet kunnen betalen en de publieke opinie is dat kippen niet alleen worden kaal geplukt maar ook nog eens worden gegijzeld maar dat na ommekomst van de gijzeling de boete nog steeds betaald moet worden. Is dat juist?
Het probleem is zoals zo vaak complex van aard en rijk aan nuances. Een eenvoudige casus. Op straat vindt de bekeuring plaats van een burger die te hard rijdt of die zijn auto niet verzekerd heeft. Enige tijd later valt de acceptgiro op de mat. De betrokkene kan kiezen om de weg naar de officier van justitie of naar de rechter te maken of om de bekeuring of de boete te betalen. Als dat niet gebeurt valt na enige tijd een nieuwe acceptgiro in de bus, met een verhoging van 50 procent. De daaropvolgende keer is er een verhoging van 100 procent. Onverzekerd rijden staat standaard voor 390 Euro boete. Dat kan dus oplopen tot pakweg1200 Euro. Als de overtreder nog steeds niet betaalt kiest het Centraal Justitieel Incasso Bureau (hierna: CJIB) voor het innen van de vordering via de deurwaarder. Als deze aan de deur komt is het nog steeds mogelijk om met papieren in de hand duidelijk te maken dat men niet kan betalen en eventueel een betalingsregeling te treffen. Als betaling niet lukt en de betrokkene toont niet aan dat er geen betaling mogelijk is, hevelt het genoemde CJIB de zaak over naar het Openbaar Ministerie die een vordering tot gijzeling bij de kantonrechter indient. Er is dus een heel traject geweest om de betrokkene te laten betalen en zelf een betalingsregeling te treffen of voor te stellen aan justitie. Bovendien staat het de bekeurde vanaf het begin vrij de officier van justitie en/of de rechter een herbeoordeling te vragen. De uitvoerige fasen in de procedure dienen voorop te staan alsmede de kansen die een bekeurde heeft om een gijzelingsverzoek te voorkomen. Het beeld van een kippenplukkende justitie klopt daarom feitelijk niet. Lees meer …