Tagarchief: Getuigen

Twee gedachten over getuigen

Vasco Groeneveld

1
Getuigen ondervragen vind ik één van de leukste en spannendste onderdelen van het vak van advocaat. Je moet improviseren en het dossier uit en te na kennen. Het is ook gevaarlijk, want hier kan de raadsman de zaak van zijn cliënt werkelijk schade berokkenen, als hij niet oplet of pech heeft.
Behalve als een getuige in de volle betekenis ‘jouw’ getuige is, weet je nooit van te voren wat eruit gaat komen. (Tragi-komisch in dit genre: een Kroatische dame die als slachtoffer van zg. Nigeriaanse artikel 419-fraude was ingevlogen om te getuigen. Niet alleen weigerde ze in te zien dat ze was opgelicht, ze bleek ook min of meer te verwachten dat de rechter-commissaris uit zijn bureaula het voorgespiegelde bedrag tevoorschijn zou halen om het haar te overhandigen).
Het adagium: ‘alleen vragen stellen als je weet wat het antwoord zal zijn’ kan in specifieke gevallen opgaan maar is in zijn algemeenheid grote onzin. Juist bij een getuige die al zeer belastend tegen je cliënt heeft verklaard, moet je soms risico’s nemen bij de zoektocht naar (muizen)gaten.
De wijze van ondervragen, de gehanteerde lijn en vooral ook de volgorde van de vragen kunnen het resultaat sterk beïnvloeden. Niet voor niets stelt de recherche in zware zaken standaard een verhoorplan op en plegen rechercheurs feedback te krijgen van live meeluisterende collega’s. Het luistert nauw allemaal, en groot is dan ook de frustratie als een slagvaardige rechter het hele veld voor je afgraast, zodat je jouw subtiel opgebouwde vragenlijst vaarwel kunt zeggen.
Even frustrerend is dat de aanpak per rechter verschilt en je maar moet afwachten of je een gul ‘uw getuige…’ te horen krijgt, of dat je als mosterd na de maaltijd mag aanhaken bij de ‘inleidende’ vragen. Terwijl de invloed op de uitkomst aanzienlijk kan zijn.
In het algemeen ben ik voor een ruime armslag van de rechter bij het bepalen van de procesorde. Maar hier bepleit ik om bij wet vast te leggen dat de initiatiefnemer tot het oproepen van de getuige ook de eerste ronde vragen mag stellen. Met instemming van partijen kan hiervan worden afgeweken, evenals in speciale gevallen, zoals bij een bijzonder kwetsbare getuige.

Lees meer …

Goede voornemens

Het is aan het begin van elk nieuwe jaar vaste prik om goede voornemens aan te horen. Dat zijn dan de plannen van de persoon in kwestie. Voor de verandering wil ik het eens hebben over twee goede voornemens die anderen voor 2016 zouden moeten hebben.

Hoog op mijn lijstje staat mijn wens dat er dit jaar een (begin van een) eind gaat komen aan het in mijn ogen volkomen overbodige gedoe met de criteria verdedigingsbelang en noodzakelijkheid. Als er nu één mogelijkheid is om op eenvoudige en efficiënte wijze een nutteloze wettelijke bepaling uit het (bijna oude) wetboek van strafvordering alvast te “parkeren” dan is dat wel op dit punt.
De toepassing van de criteria is in den lande geheel willekeurig. De kroon spant het gerechtshof in ’s Hertogenbosch waar ik de in mijn ogen allesomvattende overweging mocht aanhoren dat het hof het verdedigingsbelang zag, waarmee voor het hof de noodzakelijkheid gegeven was. Mooier kan het niet gezegd worden.
Wat is er op tegen om al die ingewikkelde beschouwingen over het toepasselijke criterium opzij te schuiven en de rechter geheel casuïstisch te laten beoordelen of de verdediging met een redelijk verzoek komt. In dat criterium, de redelijkheid, kunnen alle facetten van een onderzoekswens worden gewogen: de inhoudelijkheid, de tijdigheid, de gevolgen van toewijzing etc.
Volgens mij gaat het materieel gezien nu meestal ook al zo en is de uiteindelijke afweging nu ook gebaseerd op de redelijkheid van het verzoek. Waarom dan zo ingewikkeld ?
Voor het OM speelt het allemaal minder, de officier van justitie kan immers elke verklaring waar hij/zij over beschikt op eenvoudige wijze aan het dossier toevoegen. Die “inequality of arms” zie ik niet zo snel verdwijnen, maar de ongelijkheid kan wel worden verminderd door in de hier voorgestelde praktijk redelijk om te gaan met het redelijkheidscriterium waar het verzoeken van de verdediging betreft.

Lees meer …

Het voorwaardelijk gedaan (getuigen)verzoek

Een strafrechter kan ambtshalve beslissen een getuige te horen, maar in de meeste gevallen gebeurt dat na een verzoek daartoe van de verdachte en diens advocaat. Daarbij heeft de verdediging maar één (zeer gerechtvaardigd) belang en dat is dat door het horen van een getuige de kaarten ten voordele van de verdachte worden geschud. Wanneer het gaat over de bewijsvraag dan wordt door de advocatuur vaak verwezen naar het belang van de waarheidsvinding, maar dat grote belang is natuurlijk een stuk minder relevant wanneer de rechter het horen van die getuige niet nodig acht om tot een vrijspraak te komen. Op dat moment zit niemand op het horen van een getuige te wachten: de verdediging niet omdat zijn vrijspraak dan langer op zich laat wachten, het openbaar ministerie niet omdat die op voorhand reeds geen aanleiding zag de getuige te horen en strafvorderlijk wordt het door de rechter ook niet nodig geacht. Daar kan nog een ander belang aan worden toegevoegd en dat is het belang van de getuige. Gelet op het belastende karakter van een getuigenverhoor, moet een dergelijk verhoor achterwege blijven wanneer dat door de rechter niet nodig wordt geacht.

Lees meer …

De gehoorde getuige

Het is niet elke advocaat gegeven om ter terechtzitting gehoorde getuigen die reeds eerder door de politie zijn gehoord op zodanige wijze vragen te stellen dat het daadwerkelijk bijdraagt tot de oordeelsvorming over de feitelijke toedracht in een strafzaak. Sterker, in een kwart eeuw rechtspraktijk ben ik slechts een paar handenvol advocaten (alsook rechters en officieren van justitie) tegengekomen die het echt in de vingers hebben. Ik meen dan ook regelmatig een zekere teleurstelling te bespeuren bij toeschouwers die door Amerikaanse tv-series en films gewend zijn aan spannende getuigenverhoren die de zaak volledig op zijn kop zetten. Dat komt deels door de beperkte aandacht voor dit deel van de rechtspleging in de diverse opleidingen. Er bestaan weliswaar cursussen getuigenverhoren doch veelal houden die niet veel meer in dan enige tips en tricks en een enkele oefening via een rollenspel. De kunst van het verhoren moet in de praktijk worden geleerd en daar heeft de een nu eenmaal meer aanleg voor dan de ander. Een andere reden voor dit matige vuurwerk in de rechtszaal is gelegen in ons rechtssysteem waarin voor kruisverhoren geen plaats (en tijd) is ingeruimd.

Lees meer …

Het alternatieve scenario en de bewijsaandraagplicht

De term alternatief scenario komt in het strafrecht niet voor. Het heeft ingang gevonden door de theorieën over oordeelsvorming. Het idee is dat tegen elk strafbaar scenario tenminste één alternatief scenario moet worden gesteld om de argumenten voor het hoofdscenario op juiste waarde te kunnen wegen (met name prof. van Koppen heeft hierover geschreven). Onder het alternatieve scenario in deze ruime zin valt niet alleen het zogenaamde meer-en vaartverweer, maar ook de verschillende primaire en subsidiaire delict varianten alsmede de in één delict variant mogelijke sub varianten. Aldus is het alternatief voor elk scenario dat de verdachte een tenlastegelegd feit begaan heeft, dat hij het niet (of op een andere manier) begaan heeft.

Lees meer …

Kent het niet tijdig opgeven en motiveren van getuigenverzoeken vanaf 1 juli 2014 een (nog hogere) strafvorderlijke prijs?

In mijn vorige bijdrage heb ik uitgebreid aandacht besteed aan de wijze waarop de Hoge Raad het verdedigingsbelang vanaf 1 juli 2014 lijkt te willen invullen. Ik gaf toen reeds aan dat de Hoge Raad in zijn arresten van 1 juli 2014 ook ten aanzien van andere aspecten meer dan slechts een overzicht heeft lijken te willen bieden van de stand van het recht. De Hoge Raad heeft de bestaande jurisprudentie willen herijken en die herijking zou over een aantal jaren wel eens als een trendbreuk kunnen worden gezien. Naast de scherpere toets van het verdedigingsbelang zouden andere trendbreuken kunnen liggen op hetgeen aan tijdigheid en motivering van de verzoeken verlangd wordt. Ook ten aanzien van de invulling van het noodzaakcriterium in relatie tot het aannemelijk maken van een alternatief scenario valt naar aanleiding van de nieuwe jurisprudentie van de Hoge Raad het nodige interessants te concluderen. Dat thema wil ik bewaren voor mijn (voorlopig) derde en laatste bijdrage over getuigenverzoeken de volgende maand. Nu enkele bespiegelingen rond de thema’s tijdigheid en motivering.

Lees meer …

Het verdedigingsbelang vanaf 1 juli 2014: komt er een einde aan kostenverslindende, voor getuigen emotioneel belastende en weinig rendabele getuigenverhoren?

Onlangs wees de Hoge Raad meer dan een handvol arresten over de beoordeling van door de verdediging gedane getuigenverzoeken. Te beginnen met een overzichtsarrest (HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496) waarin over hetgeen van de verdediging mag worden verwacht ter onderbouwing van het verdedigingsbelang het volgende werd overwogen:

‘Van de verdediging mag worden verlangd dat zij ten aanzien van iedere van de door haar opgegeven getuigen motiveert waarom het horen van deze getuige van belang is voor enige in de strafzaak uit hoofde van de art. 348 en 350 Sv te nemen beslissing. Te denken valt in dit verband aan het opgeven van de redenen voor het doen horen van de zogenoemde getuigen à décharge wier verklaringen kunnen strekken tot staving van de betwisting van het tenlastegelegde, of het doen horen van getuigen à charge die in het vooronderzoek zijn gehoord, teneinde deze personen of hun afgelegde verklaringen op geloofwaardigheid en betrouwbaarheid te toetsen.’

Lees meer …

Retoriek rond de verdediging in strafzaken

Retorica is van alle tijden. Retoriek is belangrijk als metgezel van de argumentatieve grondtonen. Een debat is meestal te herleiden tot een of twee kernen. Eindeloze herhaling van die kern verveelt het publiek. Vandaar dat het forum moet weerklinken van retorica. Die vergezellende luchtstroom kan de toehoorder overtuigen van het gelijk van de spreker. Retorica is daarom een kunst. Wanneer is er echter sprake van gebakken lucht?

Laten we het debatje tussen rechter Bordes (en zijdelings Wery) en advocaat Van ’t Hullenaar eens onder de loep leggen. Bordes schrijft openhartig over haar rechterlijke ervaring met de onderbouwing van het verdedigingsbelang en over haar vraag of de verdedigingsstrategie wel werkt door frequent getuigen te willen bevragen. In dat forum wordt zij tegemoet getreden door de advocaat. Ik vat zijn redeneerstijl samen.

Lees meer …

Kostenverslindende getuigenverhoren: repliek en dupliek

Rick Robroek schreef vorige week een blog over kostenverslindende getuigenverhoren. Advocaat Jillis Roelse reageerde. Hierbij hun afrondende repliek en dupliek:

Repliek Robroek

Voor het strafvorderlijk debat is niets beter dan een scherpe, inhoudelijke en tegensprekelijke reactie vol met herkenbare praktijkvoorbeelden. Niet alleen daarom maar ook omdat dergelijke reacties zeldzaam zijn, verdient Roelse alle lof. Maar misschien moet ik eerst een paar dingen rechtzetten want volgens mij was mijn bijdrage toch iets minder prikkelend van aard dan Roelse die opvat. Om te beginnen mijn oordeel over de jurisprudentie van het EHRM. Ik vind die jurisprudentie helemaal niet lastig, integendeel: advocaten zouden op grond daarvan vaker primair vrijspraak kunnen bepleiten en allerhande getuigenverhoren kunnen bewaren als subsidiair verzoek, temeer het horen van getuigen geen garantie is op een betere bewijspositie. Ik vind dat niet lastig, maar reëel in een samenleving waarin met de aanwezige beperkte middelen niet altijd de meest wenselijke keuzes kunnen worden gemaakt.

Lees meer …

Kostenverslindende getuigenverhoren? Ja graag!

In een even scherp als tijdstyperende bijdrage stelt Rick Robroek voor om het efficiency-mes te zetten in getuigenverhoren in strafzaken. Het zijn er teveel, de verhoren kosten teveel tijd, slurpen het budget voor de rechtspraak op en leveren voor de inhoudelijke beoordeling van het bewijs veelal geen jota op. Why bother? Ook ‘Straatsburg’ krijgt er flink van langs; door dat lastige uitgangspunt dat het bewijs niet alleen of in een beslissende mate op de verklaring van een enkele getuige mag worden gebaseerd, ontlopen ‘legio daders hun bestraffing’. Kortom, weg met die kostenverslindende en tot niets leidende getuigenverhoren, aldus de prikkelende stelling van Robroek.

Lees meer …