Tagarchief: EVRM

Recht schokkende bevindingen

We vreesden en wisten het natuurlijk eigenlijk allang, maar nu is het ook “officieel”: beslissingen tot het opleggen van voorlopige hechtenis worden onvoldoende gemotiveerd. Op basis van een studie van 300 dossiers (50 bij ieder van vier rechtbanken en 50 bij ieder van twee gerechtshoven, verspreid over het land) concludeert het College voor de rechten van de mens in een rapport van maart 2017 (Tekst en uitleg) dat het in onze rechtspraak schort aan de wijze waarop de motivering van de voorlopige hechtenis er in de praktijk uitziet, en aan de verhouding tussen die praktijk en de relevante mensenrechten. Het College doet in zijn rapport een aantal aanbevelingen waarmee hierin verbetering kan worden gebracht.

Lees meer …

Wie zegt u? Het slachtoffer?

Ward Ferdinandusse

De Hoge Raad heeft, volgens rechter Ronny van de Water, “niets met kinderen”. Dat komt omdat de Hoge Raad een vordering tot cassatie in het belang der wet heeft afgewezen waarin gepleit werd voor de mogelijkheid in jeugdstrafzaken overschrijding van de redelijke termijn te sanctioneren met niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd, aldus Van de Water, gelet op het “veelvoud aan valide argumenten aangedragen door de AG”. Sterker nog, “de indruk wordt op deze wijze gewekt dat de Hoge Raad – om andere dan juridische redenen – er gewoon niet aan wil”, aldus nog steeds Van de Water.

Lees meer …

Geen lichtvaardigheid, wel een lichtend voorbeeld

Peter Plasman

In zijn blog van 8 september jl. stelt Ferdinandusse dat de rechter-commissaris in Alkmaar wel heel lichtvaardig op de stoel van de wetgever is gaan zitten toen hij besloot om op verzoek van een verdachte het verhoor als bedoeld in artikel 59a Wetboek van Strafvordering eerder dan voorzien te doen plaatsvinden.
Ervan uitgaande dat Ferdinandusse niet zal bedoelen dat de rechter wel op die stoel mag gaan zitten als hij dat maar niet heel lichtvaardig doet is zijn standpunt interessant in het licht van de “stoelendans” die thans gaande lijkt. De benadering zou ook kunnen zijn dat wanneer de rechter tijdens die stoelendans constateert dat zijn stoel bezet is door de wetgever hij dan maar even op de stoel van laatstgenoemde moet plaatsnemen.

Lees meer …

Toetsing van de inverzekeringstelling: de rechter als wetgever?

Ward Ferdinandusse

Kan een in verzekering gestelde verdachte nog voor zijn voorgeleiding de rechter-commissaris vragen de rechtmatigheid van die inverzekeringstelling te toetsen? Of moet hij daarmee wachten tot zijn voorgeleiding?

Het antwoord op die vraag lijkt eenvoudig: art. 59a Sv bepaalt dat:

  • tijd en plaats van verhoor van de verdachte onverwijld worden bepaald door de rechter-commissaris na daartoe van de officier van justitie een verzoek te hebben ontvangen (lid 2)
  • dat verhoor moet plaatsvinden binnen drie dagen en vijftien uur na de aanhouding (lid 1)
  • de verdachte bij zijn verhoor de rechter-commissaris zijn invrijheidstelling kan verzoeken (lid 4)

Er is dus door de wetgever niet voorzien in een toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling voorafgaand aan het verhoor van de verdachte, en het initiatief om dat verhoor te doen plaatsvinden ligt alleen bij de officier van justitie.

Lees meer …