Tagarchief: Delegatie

Magistratelijke outsourcing: de secretaris als verlengde arm van rechter en officier

Collegablogger Korthals Altes stelt in zijn laatste bijdrage een belangrijk punt aan de orde. Waarom moeten hoogbetaalde officieren van justitie, rechters en griffiers (en om nog maar te zwijgen over de dure zittingscapaciteiten) zich bezig houden met zaken ten aanzien waarvan op voorhand kan worden vastgesteld dat die niet tot een veroordeling kunnen leiden? Helemaal in lijn van dit blog komt Korthals Altes tot de slotsom dat de daarmee gemoeide tijd en financiën heel wat nuttiger kunnen worden ingezet. Zijn analyse is dat dergelijke inefficiëntie kan worden voorkomen als de beslissing over het wel of niet dagvaarden niet wordt genomen door een secretaris, maar door een officier van justitie. Daarmee sluit hij aan op de bredere roep tot eigenaarschap van rechter en officier van justitie. Die roep is terug te voeren op de oratie van Otte uit 2009 en vindt de afgelopen tijd weerklank in stukken van de NVvR, de Taskforce ZM-OM, het KEI-project en in uitgesproken bijdragen in een hoorzitting van de eerste kamer over toekomst van de rechtspleging. Het lijkt er op dat in het oorspronkelijke pleidooi van Otte wel meer de samenwerking tussen secretaris en rechter centraal wordt gesteld, terwijl de rol van de secretaris (zowel bij OM als ZM) in de recente pleidooien onzichtbaarder is geworden en een te grote rol van die secretaris zelfs als een van de oorzaken wordt gezien van de huidige problemen in de strafrechtspleging. Lees meer …

Kan die vuilniszak ook mee?

Het is een ochtend in mei. In mijn agenda staat “PR GPS ECO CVOM”: een zitting van de economische politierechter met digitale dossiers, aangeleverd door de landelijke organisatie van het OM. Dat betekent dat ik vooral met vuilniszakken te maken krijg. Zijn ze niet op het verkeerde moment op straat gezet? Zijn ze niet ten onrechte naast een container geplaatst? Kortom, situaties waarmee elke burger te maken heeft en waarover de economische politierechter in al zijn wijsheid mag oordelen.

In het verleden konden wel zeventig van dit soort zak(k)en op een ochtend- of middagzitting staan. Toen moest iedereen die het OM met een boete wilde bestraffen en die deze niet meteen wilde betalen, voor de rechter worden gedaagd. Dat zo’n zitting uiteindelijk niet enorm uitliep, was aan de geringe opkomst te danken: de meeste verdachten namen niet de moeite voor een vuilniszak naar de rechtbank te komen. Het regende dan ook veroordelingen bij verstek.
Maar wie wel kwam, had niet zelden een redelijk verhaal. Bij het opsporen en vervolgen van dit soort zaken wilde het nog weleens misgaan: formaliteiten waren niet in acht genomen, het bewijs dat het de zak van de verdachte was, kwam niet uit de verf, de container was defect, etc. Lees meer …

De griffier als voorportaal van de rechter

Wanneer een buitenstaander het Wetboek van Strafvordering zou doorbladeren, dan zou hij of zij niet de mate vermoeden waarin de strafrechter bij zijn werkzaamheden wordt ondersteund. Op dit blog is al veelvuldig geschreven over de mate waarin strafvorderlijke taken en bevoegdheden door de centraliseringstendens aan de rechter is onttrokken. In deze bijdrage wil ik me richten op de rol van de griffier.

De griffier wordt volgens de wet geacht het proces-verbaal ter terechtzitting op te maken, terechtzittingen en verhoren bij te wonen, aantekeningen te maken en ondersteuning te bieden aan een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast in al diens ambtsverrichtingen. Deze laatste omschrijving die terug te vinden is in artikel 12 Orde van dienst gerechten is dermate ruim dat het niet verbaast dat veel discussies binnen de gerechten gaan over de mate van ondersteuning waarop de strafrechter recht heeft. Iedereen kent rechters die vinden dat het kopiëren van (onderdelen van) dossiers daaronder valt. Regelgeving hoeft gelukkig niet alleen taalkundig geïnterpreteerd te worden. Treffend en aansprekend om meer redenen is het voorbeeld uit de dissertatie van Taco Groenewegen over wetsinterpretatie en rechtsvorming (p. 13) waarin hij stelt dat wie in een restaurant op de kaart een hamburger ziet staan ook geen stuk vlees van 10 bij 4 meter verwacht terwijl dat taalkundig niet valt uit te sluiten. Kortom ook een contextuele benadering is mogelijk en die zou dan impliceren dat de griffier alleen die taken wordt geacht te verrichten waarvoor de rechter hem per se nodig heeft. Het aanwezig zijn bij zittingen en verhoren, het opmaken van processen-verbaal én het opmaken van rechterlijke uitspraken. Deze laatste benadering staat echter weer ver af van de hedendaagse praktijk waarin rechters worden ondersteund bij het appointeren van zittingen, bij het voorbereiden van zaken doordat griffiers uittreksels maken van dossiers en doordat uitspraken vrijwel volledig door griffiers op papier worden gezet waarbij veel op- en aanmerkingen niet meer dan taalkundig of stilistisch zijn. Lees meer …