Tagarchief: Criminaliteit en Rechtshandhaving

Verwachtingenparadox en het OM

René Westra

Ondermijnende criminaliteit (1)
Op 7 januari 2017 was in diverse dagbladen te lezen dat een officier van justitie in een interview haar zorgen uitte over de moeizame aanpak van ondermijnende criminaliteit in Noord-Brabant. De verstrengeling tussen boven- en onderwereld leidt tot de vergelijking met Sodom en Gomorra. De geconstateerde witwaspraktijken komen in meerdere sectoren voor. De OvJ geeft vervolgens aan dat haar mogelijkheden beperkt zijn “door ontwikkelingen in de rechtsstaat”. Het gevolg is dat bestuurders daardoor meer verwachten van de fiscus dan van het Openbaar Ministerie. “Een strafproces is een logistieke nachtmerrie geworden, vooral als er meerdere verdachten zijn”. Lees meer …

Reactie op ‘Halve waarheden en gebrek aan kennis van zaken’ en naschrift

In zijn digitale column ‘Halve waarheden en gebrek aan kennis van zaken’ richt Dato Steenhuis zijn pijlen op ‘Criminaliteit en rechtshandhaving 2014’ (verder afgekort tot C&R) en het begeleidende nieuwsbericht. Wij, als redactielid en co-auteurs van deze publicatie, willen hierop reageren.

Steenhuis beweert o.a. het volgende:
1) “De conclusies zijn voorbarig en onvoldoende ondersteund door feiten.” En even later: “Al met al meen ik dat de conclusie dat de criminaliteit daalt niet mag worden getrokken op basis van de resultaten van de veiligheidsmonitor.”
2) “De toon in het begeleidend persbericht is nogal juichend en suggereert op zijn minst dat het goed gaat met de rechtshandhaving.”
Lees meer …

Halve waarheden en gebrek aan kennis van zaken

Een kleine maand geleden verscheen de rapportage Criminaliteit en Rechtshandhaving over het jaar 2014. In het begeleidende persbericht wordt gesproken van een daling van de criminaliteit, het aantal verdachten en het aantal strafzaken. De toon is nogal juichend en suggereert op zijn minst dat het goed gaat met de rechtshandhaving. Impliciet wordt een verband gelegd tussen het feit dat burgers zeggen minder criminaliteit hebben ondervonden dan tien jaar geleden en de daling van het aantal delicten dat de politie registreert. Jensma neemt, in zijn column in de NRC van 31 oktober jl. zowel de conclusies als de toon, nogal klakkeloos over. Lees meer …

De vrijheidsstraf

Tot slot dan de vrijheidsstraf (na de werkstraf en de geldboete). Tot 1926 de enige hoofdstraf die kon worden opgelegd en tot 1915 alleen in onvoorwaardelijke vorm. Inmiddels komt deze sanctie getalsmatig net iets minder voor dan de geldboete en de taakstraf. In nog maar 28% van de (enkelvoudige) hoofdstraffen wordt een geheel of gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenis- of hechtenisstraf opgelegd. In 2005 was dat percentage nog 25.7%, maar met name in de laatste paar jaren is de gevangenisstraf weer aan een bescheiden opmars bezig. Weliswaar was het aantal opgelegde vrijheidsstraffen 6000 minder dan in 2005, maar omdat het totaal van de afdoeningen in die periode sterk(er) daalde nam het percentage toe. Omdat de taakstraf in de afgelopen jaren de geldboete als het ware heeft weggedrukt, worden alle drie hoofdstraffen nu – in 2013 – in vrijwel gelijke mate opgelegd, zo rond de 28%. Lees meer …

De geldboete

De vorige keer ging het over de taakstraf. Geconcludeerd werd toen dat die in toenemende mate de geldboete vervangt in plaats van de gevangenisstraf en dat ie de neiging heeft steeds korter te worden. Hoe staat het nu met de geldboete, die oer-Nederlandse sanctie waarmee je, door geld te betalen het verrichte kwaad als het ware kunt afkopen?

Schrijvend over de taakstraf heb ik al vastgesteld dat de geldboete kwantitatief op zijn retour is. In 1995 was de geldboete nog goed voor ruim 40% van de opgelegde enkelvoudige hoofdstraffen ( die door de jaren heen zo’n 85% van alle opgelegde straffen uitmaken); in 2013 was dat nog maar 27,5%. Met name de laatste paar jaar is het aandeel van de geldboete stevig ingezakt. Lees meer …

De werkstraf

Ik heb er nooit veel in gezien en het is ook niets geworden. Ik heb het over wat tegenwoordig de werkstraf heet. Vroeger werd gesproken van alternatieve sanctie of dienstverlening, later van taakstraf die naast de werkstraf ook de leerstraf omvatte. Die leerstraf is een zachte dood gestorven en stelt kwantitatief niets meer voor. Ik beperk me dus tot de werkstraf die in de statistieken nog steeds taakstraf heet. Vroeger een alternatief voor de gevangenisstraf, tegenwoordig een zelfstandige hoofdstraf. Lees meer …