Categoriearchief: Opinie

Het strafrechtelijk tekort versus historische troost en bescheidenheid

Inleiding
Er valt geen krant open te slaan of een treinreis mee te maken en de waarnemer neemt gratis kennis van het tekort in de meest ruime zin van het woord. Er is een tekort aan treinstellen, aan op tijd rijdende treinen, aan geschikte vrienden of collega’s, aan opgeloste misdrijven, vervolgde verdachten, op tijd aangeleverde strafzaken bij de rechter, op tijd opgespoorde veroordeelden om hun straf te laten uitzitten, aan rechters en officieren van justitie en hoog opgeleide rechercheurs, aan schone lucht, aan rechtvaardigheid, aan kerkgangers om de bijkans lege kerken te vullen, aan voldoende zon of juist aan voldoende vrieskou om te kunnen schaatsen, aan geluk, aan schone toiletten in de treinen, aan ellende (oh nee, daarvan is juist een overschot), aan betrouwbare politici en uiteraard aan echte leiders die maar niet willen opstaan om ons naar grazige weiden te leiden. Het wil maar niet lukken met het bereiken van al dat moois waarvan wij dromen en zingen en waarover we ontevreden en scheldend onze gedachten vullen en waardoor we vaak ons stemgedrag bij de verkiezingen laten bepalen.
In beleidstaal is het niet anders. Er is een handhavingstekort, een opsporingstekort, een vervolgingstekort, en zo verder. Er wordt nog maar 7.2 procent van de woninginbraken opgelost en zo verder. Maar de onveiligheid zou zijn afgenomen en we staan nog steeds op de vijfde plaats van de mondiale barometer van gewaardeerde rechtspraak. Meten is weten en dan volgt de weging vanzelf, ja toch, niet dan? De treinen reden ooit ‘slechts’ 80 procent op tijd en de betrokken minister dreigde de NS dat er maatregelen zouden volgen als dit veel te lage percentage niet snel verbeterde. Een jaar later was het geloof ik 85 procent, waarna de beleidsvrouwe kon melden dat er dankzij haar opstelling betere percentages waren bereikt. Mijn soms (te) ironische inborst geeft me het grappige gevoel dat het halen van het stiptheidspercentage er ook de oorzaak van is dat weinig treinen meer wachten op een vertraagde trein die daarop aansluit. Soms rijdt zo’n aansluitende trein voor mijn neus weg. Dat geklaag behelst de ironie dat eigenlijk niemand vertraging wil behalve als het onszelf goed uitkomt. Zou het ook zo gaan in strafrechtelijk Nederland? Wat is er mis met onze ongeluksbarometer en het schrijven over een zoveelste tekort?
Ik zal mijn ouderwetse en eenvoudige antwoord alvast verklappen. We denken te weinig in overschot en zegeningen. Wie deze moraal van het verhaaltje niet meer uitgesponnen wil zien, kan stoppen met verder lezen.[1]

Het menselijk tekort

Ik vang aan met het menselijk tekort. Mensen krenken, beschadigen, bestelen, beliegen, bedreigen en doden elkaar, soms, maar wel zo vaak dat de rechtsorde zoveel mogelijk tegen de kwaadwillende medemens beschermd moet worden. De mens moge dan volgens velen niet kwaad in zichzelf zijn, hij doet wel vaak kwaad en is ook niet altijd gericht op het goede doen, en vaak zijn er krachten in of buiten hem nodig die hem weerhouden kwade neigingen te effectueren. Het strafrecht vormt de kracht buiten de mens, buiten diens eigenrichting, om het kromme gedrag recht te maken of de mens op het rechte pad te houden. Ondanks dat we al honderden jaren met behulp van de Verlichtingsideeën hopen dat we de mens in het gareel kunnen houden lukt dat nog niet optimaal, mede gelet op de grote oorlogen en genocides, maar ook gezien de in Nederland bestaande 850.000 aangiftes van gepleegde misdrijven, waarvan er maar een fractie wordt opgelost. Daarom is er genoeg werk aan de strafrechtelijke winkel. The times they are a changin, zong de Nobelprijswinnaar Bob Dylan, maar dat protestlied was meer ingegeven door zijn jeugdigheid dan door realiteitszin. Sinds mensenheugenis doen mensen verkeerde dingen en het geloof dat we de einder van een hemel op aarde naderen is gevaarlijk. We leven op aarde, er is geen hemel aanstaande, als we niet uitkijken wel een door onszelf nagestreefde hemel die uiteindelijk uitdraait op een catastrofe, zoals de geschiedenis van de mensheid maar al te vaak laat zien. Naarmate we dichter op elkaars lip leven en werken, naarmate de mogelijkheden om misdrijven te plegen inventiever worden, is er strafrecht nodig om de mens zowel tegen zichzelf te beschermen als te beteugelen in zijn kwade gedrag, neigingen en voornemens. Zelfzucht, eigenbelang, opportunisme en de geneigdheid zichzelf te bevoordelen en anderen te benadelen, zijn zwakheden die nooit sluimeren of slapen. Hoe verklaar ik dan de cijfers dat het met de veiligheid beter gaat en mensen zich veiliger voelen? Zolang er nog een gigantisch overschot aan misdrijven op de plank ligt, zolang er nog vele dreigingen zijn uit de onderwereld die omhoog kruipt richting de bovenwereld, zolang er nog 12 miljard per jaar schade is door verkeersgeweld op de Nederlandse wegen, zolang interesseren mij die gepresenteerde en ongewogen cijfers minder. Het menselijk tekort leidt tot veel leed, zowel voor de mens zelf als voor zijn medemens. Ik zal het niet meer meemaken, maar als we de patronen uit de geschiedenis proberen te doorvorsen, dan is een belangrijke vraag over honderd jaar wat ons in 2018 in vredesnaam heeft bezield te menen dat het onze keuzen anders zou vergaan dan de vorige gedurende de laatste paar duizend jaar of waarom we denken dat het met het beteugelen van criminaliteit zoveel beter gaat. Lees meer …

Goede tijden, slechte tijden in de strafrechtketen

Door Jeroen de Ridder

In het regeerakkoord van 2017 staat in één zinnetje dat het kabinet voornemens is “de aangiftebereidheid te vergroten, het ophelderingspercentage te verhogen en de doorlooptijden in te korten”. Met andere woorden, meer mensen moeten als zij slachtoffer worden van een strafbaar feit hiervan aangifte doen, waarna de politie vervolgens meer verdachten van deze delicten in de kraag vat dan dat zij nu doet. Vervolgens moeten het OM en Rechtspraak, met ondersteuning en hulp van collega-organisaties als de Reclassering, het NIFP of NFI, de zaak sneller afdoen dan nu het geval is. Lees meer …

De onvoorspelbare rechter

Bij diverse gelegenheden heb ik geschreven over de verschillen in strafmaat tussen rechterlijke colleges en zelfs individuele rechters, in gelijksoortige strafzaken.

Dat blijft een opvallende aangelegenheid tegen de achtergrond van rechtmatigheid en voorspelbaarheid als belangrijk aspecten van kwaliteit bij de rechtspraak.

Rechtmatigheid zou je een procesvariabele kunnen noemen. Alle stappen in het proces van strafbaar feit tot veroordeling, moeten aan die eis voldoen. Eigenlijk is dat hele proces een soort protocol voor de afhandeling van een zaak. Kort gezegd komt het erop neer dat iedere actor in dat proces, zich aan de wet en de jurisprudentie moet houden: het strafprocesrecht c.a. Dat strafprocesrecht is zeer gedetailleerd en bindt iedere stap die gezet wordt aan strikte wettelijke eisen. De aanhouding, het politieverhoor, het bewijs etc. Alles is tot in de puntjes geregeld. Ik hoef ze hier verder niet te vermelden, zelfs niet bij wijze van voorbeeld. Als die eisen niet zijn nageleefd gaat het fout met de zaak. Als de politie onvoldoende bewijs heeft verzameld in een zaak, zal het OM deze seponeren en als het OM, in de ogen van de rechter niet zwaar genoeg heeft getild aan deze en dergelijke gebreken, volgt een niet veroordelende beslissing bv. vrijspraak. Ook de rechter zelf is bij de behandeling van de zaak aan een strikt strafvorderlijk protocol gebonden en bij overtreding daarvan gelden ook voor hem sancties. Lees meer …

Processtukken in het opsporingsonderzoek: More Mr. Nice Guy

Ward Ferdinandusse

De film “Mr. Nice Guy” uit 1997 wordt in de filmgeschiedenis als volgt samengevat:

“Jackie Chan is a celebrity chef turned reluctant hero after he rescues a pretty journalist from the clutches of a ruthless drug lord. At stake is an incriminating videotape that has accidentally fallen into Jackie’s hands. With the gang in hot pursuit, the action stretches from one spectacular, stunt-filled scene to another. When Jackie’s girlfriend is kidnapped and his apartment blown up, this mild-mannered chef cooks up his own recipe for justice. The mob will never know what hit them, because Jackie’s back with a vengeance to strike a blow for good guys everywhere.” Lees meer …

No more mr Nice Guy: Verhoor? Dossier op tafel!

Een wetsartikel dat een vrij slaperig bestaan leidt en erop wacht wakker gekust te worden luidt:

artikel 30 lid 1 Wetboek van Strafvordering
De kennisgeving van de processtukken wordt de verdachte op diens verzoek tijdens het voorbereidend onderzoek verleend door de officier van justitie. De kennisgeving wordt de verdachte in elk geval toegestaan vanaf het eerste verhoor na aanhouding.

Op grond van artikel 48 Sv (het oude artikel 51) moet de raadsman ‘onverwijld’ (Van Dale: ‘zonder uitstel’) een afschrift van deze stukken te krijgen. Artikel 149a lid 2 Sv bepaalt wat processtukken zijn: alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor een door de rechter ter terechtzitting te nemen beslissing. Dat is dus in elk geval alles wat de verdenking raakt.
Artikel 30 lid 3 Sv stelt dat de officier van justitie, in het belang van het onderzoek, ‘bepaalde processtukken’ kan achterhouden. Dat is geen inkoppertje: op grond van lid 4 moet de verdachte van een dergelijke onthouding schriftelijk op de hoogte worden gesteld en staat er bezwaar open bij de rechter-commissaris.
Hiermee is, sinds de wetswijziging per 1 januari 2013, de hoofdregel helder: het eerste verhoor na aanhouding bepaalt het uiterste moment waarop de verdachte een zo compleet mogelijke inzage toekomt in het dossier, met kopie voor de advocaat. Lees meer …

Een visie van de Rechtspraak op de rechter-plaatsvervanger is hard nodig

Door Marijke Malsch

Het is alweer enige tijd geleden dat er aandacht was voor de rechter-plaatsvervanger. Ashley Terlouw snijdt het onderwerp weer aan in haar hoofdstuk in een recent verschenen bundel.[1] Zij heeft interviews gehouden met plaatsvervangers die afkomstig zijn uit de wetenschap. Het is belangrijk dat dit onderwerp weer ter sprake komt. De Rechtspraak is niet altijd duidelijk over wat er van de plaatsvervanger wordt verwacht, en er bestaat onder de plaatsvervangers enige onvrede over hoe met hen wordt omgegaan in de praktijk. Lees meer …

Een onzalig plan

We bevinden ons op een willekeurige dag in 2019 in een zittingzaal in een willekeurige rechtbank in Nederland. Aan de orde is een zware mishandeling, gepleegd in de nachtelijke uren in het uitgaansgebied van een grote Nederlandse provincieplaats. Het slachtoffer is vreselijk toegetakeld en zal daarvan de rest van zijn leven de gevolgen ondervinden. Na langdurig politieonderzoek is uiteindelijk een man aangehouden. Hij staat nu als verdachte terecht, maar ontkent met volle overgave dat hij de dader is. Uit de behandeling van de feiten door de voorzitter van de Meervoudige Kamer blijkt dat het bewijs ook allerminst voor het oprapen ligt. Het zou best weleens vrijspraak kunnen worden, denken kenners in de zaal. Lees meer …

Het zelfvervullende karakter van de belofte van de oriëntatiepunten

Afgelopen dinsdag reageerde Lemaire op mijn bijdrage “De OM-strafbeschikking. Deel 2. Straffen als de rechter is makkelijker gezegd dan gedaan”. Het is niet de eerste keer dat Lemaire en ik discussiëren over het beschrijvende karakter van de LOVS oriëntatiepunten (Zie Lemaires bijdrage “De macht over de oriëntatiepunten” en mijn reactie daarop “Niet managers maar rechters zouden de macht moeten hebben over de oriëntatiepunten”).

In dit naschrift zal ik dan ook niet in herhaling vallen en verwijs ik naar mijn eerdere argumenten voor de stelling dat oriëntatiepunten niet beschrijvend kunnen zijn. De rechtspraak betoogde al ver voor dat ik die stelling innam het tegendeel. Nu is het natuurlijk de vraag wie de steller is die moet bewijzen. Zelf denk ik dat dat de rechtspraak zou moeten zijn. Zij zijn immers diegene die zonder empirisch bewijs stellen dat hun rechtspraak door de oriëntatiepunten beschreven wordt terwijl op die stelling nogal wat in te brengen valt. Wanneer een stelling argumentatief (en dus met bewijzen!) wordt weerlegd, ligt het voor de hand dat op die argumenten wordt ingegaan. Dat is nimmer gebeurd. Lees meer …

De oriëntatiepunten straftoemeting in de werkelijkheid

In zijn bijdrage “De OM-strafbeschikking. Deel 2. Straffen als de rechter is makkelijker gezegd dan gedaan” stelt Rick Robroek – kort gezegd – dat het voor een doelmatige toepassing van de OM-beschikking handig zou zijn om iets onder de door de strafrechters toegepaste strafmaat te gaan zitten. Daarmee wordt onnodige belasting van de rechtspraak voorkomen. De oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het LOVS zouden voor de strafrechtpraktijk een belangrijke kenbron moeten zijn hoe strafrechters dat doen. Evenwel vermoedt Robroek dat strafrechters in de praktijk lager straffen dan ‘hun’ oriëntatiepunten zouden suggereren. Lees meer …

De OM-strafbeschikking. Deel 2. Straffen als de rechter is makkelijker gezegd dan gedaan

Mijn vorige bijdrage eindigde ik met de constatering dat de prestaties van de officier van justitie in de strafbeschikkingenpraktijk niet strenger zouden moeten worden beoordeeld dan de prestaties van de officier van justitie in de dagvaardingspraktijk en van de strafrechter. Dat de officier van justitie die een strafbeschikking oplegt rechterlijke kwaliteit moet leveren volgt uit de bedoeling van de wetgever. Die bedoeling komt erop neer dat het openbaar ministerie wat schuld- en strafvaststelling betreft een rechterlijk niveau dient te halen met een rechterlijke gerichtheid. In procedurele zin moet een eigen ‘staande’ procedure gevolgd worden die slechts aan minimale randvoorwaarden voldoet om het rechterlijk niveau en de rechterlijke gerichtheid te borgen. In deze bijdrage wil ik het vooral hebben over de rechterlijke gerichtheid ten aanzien van de straftoemeting. Daarbij put ik wederom op het door mij verrichte onderzoek met betrekking tot de OM-strafbeschikking dat onlangs verscheen. Lees meer …