Categoriearchief: Opinie

Een ieder wordt geacht de wet te kennen

De wetsregel die de Nederlanders waarschijnlijk het beste kennen, is artikel 461 Wetboek van Strafrecht. Althans, iedereen weet van de vele bordjes in onze bossen en duinen dat deze bepaling bestaat. Het overgrote deel van de bevolking zal ook nog wel begrijpen dat artikel 461 iets met verboden toegang te maken heeft. Weinigen zullen echter een idee hebben van wat er precies in staat. (En ik weet niet of kennis daarvan bijvoorbeeld onderdeel van de voor immigranten verplichte inburgeringscursus vormt.) Lees meer …

Het slachtoffer ter terechtzitting

Door Rolf Hoving

Met het toekennen van meer rechten aan het slachtoffer zijn de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende partijen die bij een strafproces zijn betrokken er niet duidelijker op geworden. Dit blijkt wel weer uit het verloop van de behandeling van de zaak Mitch Hendriquez waarin de advocaat van de slachtoffers Richard Korver een hoofdrol opeiste. Dit deed hij onder meer door camerabeelden in te brengen, een rapport van liplezers aan te bieden waarin – op basis van de camerabeelden – de verklaringen van de verdachte agenten werden gereconstrueerd en een verzoek tot aanhouding te doen.[1] Dit deed hij ook door aan het einde van de zittingsweek demonstratief weg te lopen, omdat naar zijn mening de rechter te weinig met zijn inbreng deed.[2] Deze zaak roept de vraag op wat eigenlijk de positie is van het slachtoffer ter terechtzitting. Lees meer …

Behandeling van zedendelinquenten in een forensisch kader: zo simpel is het niet

Door Wim Canton, forensisch psychiater

Naar aanleiding van de zaak Anne Faber hebben er de afgelopen weken in de (sociale) media, maar ook in de kringen van juristen en forensisch gedragsdeskundigen de nodige discussies plaatsgevonden over wat er met de daders van zedendelicten moet gebeuren. Het dominante volksgevoel lijkt te zijn opsluiten en de sleutel weggooien. De meeste juristen en gedragsdeskundigen denken daar anders over, maar zijn het niet in alle opzichten eens over wat er dan wel moet gebeuren. Lees meer …

Waar of niet?

In de NRC is regelmatig een rubriek te vinden, waarin een uitspraak van een politicus, een wetenschapper of een ander mens op zijn waarheidsgehalte wordt beoordeeld. Ik wil deze exercitie uitvoeren voor het bericht dat vorige week werd verspreid naar aanleiding van het verschijnen van de jaarlijkse rapportage over de ontwikkeling van de criminaliteit en de handhaving. De boodschap luidde dat de (geregistreerde) criminaliteit (verder) daalde en dat de gevangenisstraf de laatste jaren de meest opgelegde (hoofd)straf is; twee mededelingen die kennelijk waren bedoeld om een positief beeld te schetsen van het gevoerde veiligheidsbeleid en eventuele zorgen over een (te) mild strafklimaat weg te nemen. Lees meer …

De zaak Anne Faber: tijd voor een paradigmashift?

Door Wim Canton, forensisch psychiater

In de afgelopen weken was Nederland geschokt door de verdwijning van een jonge vrouw. Ze fietste in de stromende regen door de bossen bij Zeist maar kwam nooit op haar bestemming aan. Pas dertien dagen later werd haar lichaam op aanwijzingen van de vermoedelijke dader gevonden.

Er werden sporen op haar jas gevonden die wezen naar een jonge man, die opgenomen was in een in de buurt gelegen FPA (forensisch psychiatrische afdeling). Hij werd daar behandeld in het kader van het laatste deel van een gevangenisstraf, die was opgelegd naar aanleiding van een tweetal verkrachtingen van jonge meisjes. Na deze delicten had hij een onderzoek naar zijn geestesvermogens geweigerd. Hem werd geen Tbs opgelegd, hoewel zijn gedrag rond de delicten wel als vrij opmerkelijk gezien kan worden. Rechters zijn echter zeer terughoudend in het opleggen van deze maatregel als er geen door deskundigen onderbouwde bevindingen zijn die aantonen dat er sprake is van een stoornis en van een relatie tussen deze stoornis en het gepleegde delict. Lees meer …

Anne Faber

Zó voorspelbaar.
Bij de eerste berichtgeving over de vermissing van de volwassen vrouw Anne Faber leek de kans op een misdrijf al groot en kon de nabije toekomst worden uitgetekend: wanneer de verdachte een bekende van justitie is breekt de pleuris uit, zoals vrijwel altijd wanneer blijkt dat de overheid zijn burgers geen 100% veiligheid kan bieden. Heel goed verwoord in de petitie die het falend rechtssysteem als uitgangspunt heeft genomen om daar vervolgens onderzoek naar te eisen. Met als doel dat zoiets nooit meer gebeurt. Dat het systeem heeft gefaald staat daarbij vast, kennelijk vanuit de gedachte dat dit in een niet falend systeem niet kan gebeuren. Eerst een mening en dan de feiten, bij voorkeur voorzover deze niet in strijd zijn met de mening.
Verontrustend is dat deze aanpak de overhand lijkt te hebben, in ieder geval bij hen die zich publiekelijk roeren.
Youp van ’t Hek meent in de NRC van 14 oktober 2017 dat wanneer psychiatrisch onderzoek wordt geweigerd het zo goed als zeker is dat tbs ontlopen wordt. Hij verwijst vervolgens de officier van justitie die in beroep zou zijn gegaan tegen het eerdere vonnis inzake Michael P. naar het PBC, in gezelschap van zijn medewerkers en van de rechters van de rechtbank (!) die het vonnis met 5 jaar verlaagden.
De raadsheren moeten naar het PBC, zo begrijp ik Youp, omdat zij geen uitzondering wilden maken, het is een zootje onverschilligen.
Maar Youp is een columnist en een columnist heeft de bekende vrijwel ongebreidelde vrijheid. En hoeft dus ook niet (altijd) op de kwaliteit van de door hem aangeboden waar te letten. Nog zo’n columnist is Theodoor Holman die in het Parool (14/10/17) zijn punt kracht bij wil zetten door als uitgangspunt te nemen dat iemand die een gruwelijke moord heeft gepleegd per definitie gestoord is. Dat psychiaters dat niet met hem eens zijn is toe te schrijven aan te veel status en te veel macht bij deze non-wetenschappers. Bij Holman hebben – zoals vaker – vooral de strafrechtadvocaten het gedaan.
Meent Youp nog dat door weigering de tbs zo goed als zeker ontlopen kan worden, bij Theodoor kan de weigeraar alleen gevangenisstraf krijgen. Vervolgens is het niet de verdachte die daar handig gebruik van maakt, nee dat is de strafrechtadvocaat.
Wat opviel in het verbale geweld was een genuanceerde column in de Telegraaf (18/10/17) van de hand van John van de Heuvel, die terecht pleit voor eerst de feiten en dan een mening.
Onverwacht en zeer opmerkelijk zijn de uitlatingen van emeritus hoogleraar forensische psychiatrie H. van Marle, gedaan in Nieuwsuur van 12 oktober 2017. De rechter had in 2012 Michael P. tbs moeten opleggen. En dat had hij moeten doen door meer te vertrouwen op een onderbuikgevoel of zijn intuïtie. Volgens Van Marle zie je als psychiater op basis van het delict gewoon de geestelijke verdraaiing en de perversie, dan kun je afronden richting perversies en dan heb je de stoornis. De psychiater kon dus destijds bij Michael P. een stoornis vaststellen. Helaas gaf Van Marle niet aan waarom er desondanks niet een dergelijk advies kwam.
Het is te bizar: de rechter doet wat hij moet doen en besluit om Michael P. naar het PBC te sturen. Daar zitten psychiaters die volgens van Marle op basis van het delict de perversie en dus de stoornis kunnen vaststellen. Maar zij, de deskundigen, doen dat niet, want de observandus werkt niet mee. Vervolgens moet de rechter, als leek, zijn onderbuik raadplegen en tbs opleggen. De rechter hád aan Michael P. tbs moeten opleggen, zo sterk zet Van Marle het aan, om ook nog even aan Twan Huys te bevestigen dat dus de oorzaak van dit drama bij de beslissing van het hof in Arnhem ligt. Een hoogleraar die weet wat de rechter had moeten doen, die hoeft in ieder geval niet lang op een uitnodiging voor een tv-optreden te wachten. Misschien ook iets voor problemen in de bewijssfeer, die onderbuik en intuïtie? Lees meer …

De ontwikkeling en positionering van het Openbaar Ministerie

Inleiding

Uit sommige hoeken wordt het idee vernomen worden dat het ministerie van Veiligheid en Justitie mogelijk twee bewindslieden krijgt, een voor de rechtsstaat en een voor justitie en veiligheid. Een daaraan gekoppelde gedachte is dat het Openbaar Ministerie mogelijk bij de minister van Justitie en Veiligheid zou worden ondergebracht, samen met de politie. Wat zou er tegen zijn, zo werd gereageerd op mijn verbazing, het Openbaar Ministerie is sinds de eeuwwisseling toch een veiligheidsorganisatie geworden zijn met af en toe een strafzitting? Het Openbaar Ministerie doet toch steeds minder zaken af en beweegt zich toch grotendeels bij de voordeur om preventief bezig te zijn en voor het overige speelt het zwaartepunt zich toch af bij de gemeenten en andere uitvoeringsorganisaties rond het bestrijden van ondermijning? Officieren zouden zich sinds jaar en dag al als boevenvangers manifesteren. De sprekers straalden bij deze uitlatingen geen enkele ironie of spot of ergernis uit, zij vonden het een logische ontwikkeling. Over het waarom van mijn verbazing gaat deze blog. Als ik het goed zie zijn er drie nieuwe of aangescherpte ontwikkelingen die het OM van de laatste kwart eeuw domineren. Lees meer …

Een punt achter de zaak

Op 18 augustus 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan in een klachtzaak betreffende een voormalige topambtenaar van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Na uitvoerig onderzoek komt het hof tot de slotsom dat er geen enkele verdenking is gebleken ter zake van verkrachting van minderjarige jongens in Turkije door deze topambtenaar. Diens naam werd daar wel jaren lang mee in verband gebracht.

Voor ik hier op terugkom maak ik eerst een uitstapje, te weten naar Israël waar ik deze zomer was. Ik kan me niet zo gauw een ander land bedenken waar zoveel nationaliteiten elkaar met zoveel emotie verdringen rond als heilig ervaren plaatsen. Het scherpst geslepen worden de potloden op en rond de Tempelberg in Jeruzalem met daarbovenop de Al Aqsa moskee (uit de 6e eeuw, eerder een Byzantijnse kerk) en de Rotskoepel (uit de 7e eeuw) en aan de rand de Klaagmuur, officieel de Westmuur geheten, het fundament van de rond ’70 (door de Romeinen) verwoeste tweede Joodse tempel. Recent zijn daar nog relletjes geweest vanwege het plaatsen van detectiepoortjes bij de toegang tot de berg, voor moslims die daar willen bidden. Lees meer …

Het motiveren van getuigenverzoeken na Schatschaschwili. Moet er meer, mag er minder of is alles bij hetzelfde gebleven?

Op 15 december 2015 deed de Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak in de zaak Schatschaschwili tegen Duitsland (zie NJ 2017, 294 m.nt. B.E.P. Myjer). In dat arrest biedt het EHRM meer duidelijkheid over de eisen die op grond van Al-Khawaja en Tahery tegen het Verenigd Koninkrijk (zie NJ 2012, 283 m.nt. Schalken en Alkema) gelden voor het gebruik van verklaringen van getuigen die niet ter zitting gehoord zijn geworden. In de kern komt het arrest inzake Schatschaschwili erop neer dat aan de hand van de vragen (1) of er een gerechtvaardigde reden is voor het niet kunnen horen van de getuige, (2) of de verklaring al dan niet sole or decisive is en (3) of er voorzien is in maatregelen die compensatie bieden aan de verdediging voor het niet horen van de getuige dient te worden vastgesteld of de procedure in zijn geheel fair is te noemen. Het antwoord op de vragen sturen als het ware het oordeel over de fairness van de procedure maar dat betekent niet dat het beschouwd mag worden als een stroomschema waarin voor alle gevallen door maar de drie vragen te beantwoorden als vanzelf het antwoord volgt op de vraag of artikel 6 EVRM al dan niet geschonden is. Het EHRM benadrukt dat ‘all three steps (…) are interrelated and, taken together, serve to establish whether the criminal proceedings at issue have, as a whole, been fair’ (voor alle nuances en rijke inhoud van het arrest zie het arrest zelf en de annotatie van Meyer). Lees meer …

De rechtspraak op Sint Maarten na de orkaan Irma: RR-COG

Het gebeurt Nederlandse rechters niet vaak dat ze door oorlogen of calamiteiten met tabula rasa te maken krijgen, maar op Sint Maarten was het dit jaar dan zover. De orkaan Irma kwam rechtover alsof het een grasmaaier was en duurde in zijn hefstigste razernij ongeveer drie uur. Het deed mij denken aan beschrijvingen van het bombardement van Rotterdam. De Sint Maartense collega’s hadden het al voorspeld, het lawaai, gedreun, getril en gekraak zijn het allerergste. Veel mensen, ook sommige collega’s, verloren hun dak of zelfs hun hele huis en zochten toevlucht in keuken- en kledingkasten of moesten tijdens de storm hun heil buiten zoeken en liepen daarmee groot gevaar. Sommige huizen werden getroffen door rondvliegende zeecontainers en auto’s. Daar helpt geen orkaanproof bouwen tegen. Persoonlijk werd ik danki Dios minder zwaar getroffen, maar het waren toch erg nare uren. Lees meer …