Categoriearchief: Artikelen

Stoornis en straf. Over verbanden tussen wilsvrijheid, schuld en terbeschikkingstelling

De reformator Calvijn is de grondlegger van het protestantse geloof dat in onze contreien vaste grond heeft verworven. De protestant belijdt dat de mens van nature geneigd en gedetermineerd is tot het kwaad. Een grote spanning is dat ondanks het gepredestineerde uiteinde wordt opgeroepen tot inkeer en bekering. Het gedetermineerde levenslot tegenover de vrije wil die de mens tot een goede gedragskeuze noopt. De twijfelaar zal opwerpen dat de vaststaande eindbestemming haaks staat op de vrije wil die de mens tot heerser over zijn lot maakt. Op deze twijfel wordt met een brede waaier aan nuances gerespondeerd dat de mens, onkundig van zijn eindbestemming, verantwoordelijk is voor zijn gedragskeuze. Theologisch is determinatie dus niet synoniem aan predestinatie. Dit aloude theologische vraagstuk van de vrije menselijke wil, waarbij Calvijn ook maar figureerde als tussenpaus, staat niet op zichzelf maar keert onder meer terug in het filosofische debat. Ook het strafrechtelijk en het jongere psychiatrisch debat zijn van dezelfde dogmatische lap gescheurd. Het strafrechtelijk debat over de spanning tussen causale verbanden tussen gebeurtenissen, ontwikkelingen, aanleg en menselijk gedrag enerzijds en de keuzevrijheid anderzijds is oud en was vaak scherp van toon.

Lees meer …

Samenwerking in de forensische zorg

Gedurende vele jaren doen zich spanningen voor rond de plaatsing en doorplaatsing van justitiabelen die forensische observatie of zorg nodig hebben. Wachtlijsten of slechte aansluitingen tussen forensische instellingen zijn geen onbekende fenomenen. Een bekend probleem was dat gehechte delinquenten met een (vermoede) stoornis van de geestvermogens lang moesten wachten op plaatsing in een TBS-kliniek. Even lastig is de aansluiting tussen de forensische en reguliere geestelijke gezondheidszorg. Een GGZ-instelling wil niet altijd een terbeschikkinggestelde overnemen zonder terugkeergarantie van de TBS-kliniek.

Lees meer …

Recensie oratie Corinne de Ruiter ‘Ik heb niets beter te doen’

Binnen de forensische gedragswetenschappen houdt de forensische psychologie zich bezig met het zoeken naar verklaringsmodellen voor delinquent gedrag en naar manieren om dit gedrag te beïnvloeden. In de forensische psychiatrie staat vooral de relatie tussen psychiatrische stoornissen en delinquent gedrag centraal. Het recht en de forensische gedragswetenschappen zijn twee duidelijk gescheiden domeinen, met ieder hun eigen historie en hun eigen functie. Het is belangrijk om op het snijvlak van deze domeinen te zoeken naar manieren waarop men elkaar op positieve wijze kan beïnvloeden. Het moge duidelijk zijn dat er ook gebieden zijn in beide domeinen waarin dit raakvlak niet te vinden is. Uiteraard dient men elkaars domein te respecteren. De taak van de gedragswetenschapper binnen de strafrechtswetenschap is in de eerste plaats de theorievorming over ontstaan en beïnvloeding van crimineel gedrag. Daarnaast is het de bedoeling dat de gedragwetenschapper een rol speelt bij het op gang brengen van de discussie over de wijze waarop inzichten uit het eigen vakgebied het recht kunnen verbeteren.

Lees meer …

Ons wrakingssysteem moet overboord – Een voorstel voor verandering

Niet alleen om het publiek te behagen, ook de interne verhoudingen binnen gerechten zouden ermee gediend zijn als het systeem van wrakingen anders wordt ingericht. Ons systeem van wrakingen moet overboord. Het is anno 2012 niet meer te verkopen dat rechters van de eigen rechtbank bepalen of collega’s zich tegenover een rechtzoekende partijdig hebben opgesteld of de schijn van partijdigheid hebben gewekt. Het gaat hierbij niet alleen om de wijze waarop het steeds kritischer wordende publiek ertegenaan kijkt, maar evenzeer om de onderlinge verhoudingen binnen het gerecht zelf. Naaste collega’s moeten niet op deze wijze met elkaar worden geconfronteerd. Bovendien wordt het instituut wraking veelvuldig misbruikt om vertraging in het proces te bewerkstelligen. Zo
benutten raadslieden in strafzaken de wettelijke regeling over wraking vaak, als de rechtbank, in weerwil van hun verzoek, niet bereid is de zaak van hun cliënt aan te houden. Aangezien tegen die beslissing – net als overigens tegen beslissingen over wraking – geen rechtsmiddel openstaat, kan men haar gebruiken als hefboom om een wrakingsincident in werking te zetten. Met alle respect voor de integriteit van verreweg de meeste leden van de balie bevinden zich onder hen ook advocaten die zich erg gemakkelijk in dienst van querulerende klanten stellen. Al deze problemen kunnen eenvoudig (d.w.z. met een enkele wetswijziging) worden verholpen door vragen over – schijn van – partijdigheid aan de volgende (en dus hogere) instantie over te laten. Dat ons huidige systeem tot onplezierige gevolgen in het persoonlijke vlak kan leiden, heeft de zaak die HR-president Geert Corstens zo ongaarne noemt, wel duidelijk gemaakt. ‘Fence mending’ is nodig geweest om de scherpe kantjes eraf te halen. De wet (art. 515 lid 1 Wetboek van Strafvordering – Sv) laat de mogelijkheid wel open dat een ander gerecht over het wrakingsverzoek beslist, maar in de praktijk gebeurt dat alleen in uitzonderingsgevallen. Zo is in het tweede deel van de zaak die Corstens niet graag noemt, een Haarlemse combinatie gereed gehouden (en ingezet) om wrakingsverzoeken tegen (leden van) de Rechtbank Amsterdam te behandelen. Dit had voor een deel te maken met het uitputten van beschikbare wrakingsrechters. Verder is wel gesuggereerd alleen in gevoelige kwesties,
zoals de wraking van de president van een gerecht, uit een ander gerecht te putten (zie hierover aant. 7 bij boek IV, titel IV T&C Strafvordering en NJB 2001, p 367-369).

Lees meer …

Organiseren en verantwoorden door de strafrechter

Een man wordt betrapt bij een gecompliceerde inbraak en de politie maakt een proces-verbaal, waarna de officier van justitie de verdachte gaat vervolgen. Er wordt een strafdossier gemaakt en een tenlastelegging waarin het juridische verwijt wordt verwoord. In overleg met de rechtbank wordt een datum gepland waarop de zaak zal worden berecht. Het dossier wordt naar de rechtbank gestuurd waar het ligt te wachten op de griffier die de zaak zal voorbereiden. De griffier is met zwangerschapsverlof en de zaak wordt uitbesteed aan een ‘buitengriffier’ (student) die een voorbereidingsnota maakt voor de drie rechters. Drie dagen voor de zitting komt de jongste rechter erachter dat de verdediging een verzoek heeft gedaan om getuigen te horen. Het is te laat om te beslissen op het verzoek zodat de zitting uitsluitsel zal moeten brengen. De zaak wordt uiteindelijk aangehouden en de voorzitter schrijft een boze mail aan het hoofd van de juridische ondersteuning waarin hij zich erover beklaagt dat het verzoek hem niet eerder heeft bereikt waardoor er een nodeloze aanhouding is. Het hoofd juridische ondersteuning schrijft terug dat zij niet verantwoordelijk is voor het handelen van de individuele griffier, waarna de voorzitter een brief aan het management schrijft waarin hij voor de zoveelste keer uiteenzet dat het management wel kritiek heeft op het hoge aantal aanhoudingen, maar dat nooit iemand thuis geeft waar het gaat om de faciliteiten en condities waaronder rechters hun werk moeten doen. Hij werkt met veel verschillende rechters, en met veel invallende griffiers die hun werk niet goed verstaan. In het maandelijkse managementoverleg wordt met ironie over de voorzitter gesproken: een klagende collega die zelf ook veel te laat naar de zitting heeft gekeken en misschien zelf eens verantwoordelijkheid kan nemen. Deze rechter houdt veel strafzaken aan en klaagt vaak over zijn zittingsdruk. De sectorvoorzitter gaat die week nog een wandeling met de betrokken kamervoorzitter maken en dankt hem voor zijn opbouwende kritiek en zegt toe binnenkort in het bestuur nog eens aandacht te vragen voor de personele noden van de strafsector.

Lees meer …

De vergelding van Knigge

Bij het afscheid dat Knigge neemt van de wetenschap als hoofdtaak wil ik in deze afscheidsbijdrage
stilstaan bij zijn entree als hoogleraar in 1988 die hij maakte onder het opschrift “Het irrationele van
de straf”.
Langs verschillende lijnen betoogde hij dat straffen synoniem is aan vergelden en dat we dat niet
moeten betreuren. In zijn rede beoogt hij de straf als vergeldend fenomeen te beschrijven en dus geen
prescriptief, rechtvaardigend kader te schetsen, zoals veel strafrechtsgeleerden tot op heden hebben
geprobeerd. Maar ook Knigge ontkomt natuurlijk niet aan het rechtvaardigen, hij is niet voor niets
jurist. Bovendien gaat een beschouwing over straffen over de kardinale vraag naar de rechtvaardiging
van de straf.
De orator verzet zich tegen de gedachte dat de straf een doel dient. Strafdoelen als speciale en generale
preventie, gedragsbeïnvloeding, maatschappijbeveiliging, voorkoming van eigenrichting maar ook
vergelding zouden alle betrekking hebben op de effecten van de bestraffing in de samenleving. Het
straffen als zodanig wordt dus gerechtvaardigd door de uitwerking van de straf in de samenleving.
Verstaat men deze effecten als even zovele streefdoelen dan zou dat de teleurstelling in het strafrecht
inluiden, omdat een kosten-baten analyse een negatief doelsaldo laat zien. De samenleving wordt
bijvoorbeeld niet veiliger, althans niet als veiliger ervaren. Het niettemin blijven straffen leidt dan tot
irrationele onderbouwing, zoals met de grondslag van vergelding als primitief kwaad. Deze analyse
van Knigge biedt zowel opluchting, omdat vele illusies van het strafrecht als instrument om zeep
worden geholpen als teleurstelling, omdat de rationalisering van de straf ogenschijnlijk naar de
achtergrond verdwijnt. Laatst werd mij het woord “teleurluchting” aangereikt, een voor de Van Dale
onbekend woord, dat hier niettemin van toepassing lijkt.

Lees meer …

Schuld, boete en een ruim vergeldingsbegrip. Over reële kansen en kansloze verwachtingen van de straf

Een groot deel van de burgerij ervaart een grote immateriële onvrede die door de politiek niet gelenigd
wordt. Debet aan die onvrede is de verwachting die door de politiek worden gewekt. Als altijd vormt
het strafrecht een goed spiegelbeeld van die maatschappelijke teneur. Het strafrecht heeft veel aan
gezag moeten inboeten. Het strafrecht dient normhandhavend, normdemonstrerend en normvormend
te zijn. Het aantal misdrijven is echter hoog, er worden te weinig misdrijven opgelost, en de berechte
misdrijven zouden in te lage straffen eindigen. Veel publieke onvrede wordt op het strafrecht
geprojecteerd. Het niet inlossen van de belofte van een veiliger samenleving bevestigt of versterkt
zelfs de gevoelens van onveiligheid. In verschillende sociaal-wetenschappelijke beschouwingen wordt
geanalyseerd dat de hedendaagse burger mank gaat aan een indringende behoeftebevrediging. Vele
delinkwenten zijn moderne burgers: ze lijken ten onder te gaan aan impulsen hun behoeften snel en
intens te bevredigen. Deze vorm van consumentisme spoort met de wijze waarop de publieke opinie
heilzaam voorkomende beelden consumeert van de werking van het strafrecht: het moet snel en veel.

Lees meer …