Auteursarchief: Willem Korthals Altes

Een lans voor de griffiers gebroken

“Nee, wij mogen dossiers niet meer in ordners aanleveren.” Dit was het antwoord van een parketsecretaris (medewerker van de officier van justitie), toen ik haar daarom vroeg na ontvangst van ongeveer 650 – eenzijdig bedrukte (1) – vellen papier die samen het politiedossier vormden in een strafzaak die ik op korte termijn moest behandelen. Nu werd dit pakket in twee min of meer gelijke delen samengehouden door een hardplastic groene band aangeboden. Dat is echter voor een goede voorbereiding en zitting nauwelijks bruikbaar. Ik moest dus zelf naar de ruimte met gebruikte ordners om het dossier hanteerbaar te maken. Want een eigen “secretaris” heb ik niet en de griffier/secretaris die de rechters op de terechtzitting ondersteunt, heeft dit – terecht – niet tot taak. Lees meer …

Waarom geen OM-jury?

Juryrechtspraak was onlangs weer even in het nieuws in het kader van het afscheid van voorvechter Wouter van den Bergh als rechter in de rechtbank Amsterdam. Het dagblad Trouw, bijvoorbeeld, besteedde in de vorm van een interview op 22 oktober jl. twee volle pagina’s (inclusief foto) hieraan. Net als bij vorige gelegenheden lijken voorstellen tot invoering van rechtspraak door leken echter ook nu weinig kans te maken. Het Nederlandse rechtssysteem zou daarvoor teveel moeten veranderen en onze cultuur is er niet naar. Lees meer …

Het mag best iets minder

Wij zijn als rechterlijke macht gewend van de media te horen te krijgen dat we ons teveel in een ivoren toren terugtrekken en ons meer van de signalen uit de maatschappij moeten aantrekken. Het is dan ook opmerkelijk dat journalisten in artikelen in twee kranten op één zaterdag (5 oktober 2013) lijken te concluderen dat het best iets minder mag. Niet alleen weet de rechter genoeg (en zelfs meer dan de burger) van wat zich in de samenleving afspeelt, we kunnen ook wel wat dimmen, als het gaat om de mate waarin en de manier waarop wij proberen aan pers en publiek duidelijk te maken waarmee wij bezig zijn. Het publiek heeft heus wel veel vertrouwen in de rechtspraak. Lees meer …

Promis revisited

In mijn augustuscolumn heb ik het probleem van het op juiste wijze vaststellen van feiten in vonnissen in strafzaken besproken. De conclusie luidde dat rechters en griffiers (te) veel moeite hebben met het onderscheid tussen enerzijds redengevende feiten en omstandigheden (namelijk datgene wat aan de bewezenverklaring ten grondslag moet liggen, kortweg rf&o) en anderzijds bewijsmiddelen (het “omhulsel” van de rf&o) en conclusies van rechters op basis van die f&o.

Daar komt bij dat je in je vonnis ook moet laten zien waar je die rf&o vandaan haalt. In het besproken systeem gebeurt dat door verwijzingen in voetnoten, net als in wetenschappelijke artikelen. Ook dat is echter niet zo simpel. Je moet behoorlijk precies zijn. Zo kun je niet volstaan met een algemene verwijzing naar, bijvoorbeeld, een getuigenverklaring. Je moet aanduiden uit welk onderdeel van die verklaring je het relevante feit put. Getuigenverklaringen – zeker als ze uitvoerig zijn – bevatten vaak tegenstrijdigheden. Het gevaar is levensgroot dat je die bij een te grove verwijzing veronachtzaamt. Dit maakt het voor een hof in hoger beroep ook lastig, zo niet onmogelijk, de feiten die de rechtbank heeft vastgesteld, te controleren en over te nemen. Het hof stelt ze maar liever zelf vast en doet alles over. Zonde van onze kostbare rechterstijd! Lees meer …

Het vaststellen van feiten

Feiten zijn misschien wel het belangrijkste onderdeel van vonnissen. Zonder eerst de feiten op een rijtje te zetten kan geen rechter in een juridisch geschil een behoorlijke uitspraak doen. In civiele zaken staat zelfs in de wet (art. 230 lid 1 aanhef en onder e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) dat de rechter in zijn vonnis de feiten moet vaststellen. De meeste vonnissen in zaken tussen burgers onderling beginnen, na enkele formaliteiten, dan ook met het hoofdstukje “Vaststaande feiten”. In het strafrecht ligt dat allemaal wat gecompliceerder. Daar heeft het begrip “feiten” ook niet zo’n eenduidige betekenis als in civilibus. Lees meer …

De rechter-commissaris en de rechterlijke onafhankelijkheid

Het instituut rechter-commissaris bestaat in lang niet alle landen. Als ik ons Nederlandse strafrechtstelsel aan buitenlandse juristen probeer uit te leggen, moet ik vooral in Angelsaksische landen moeite doen de functie en positie van onze onderzoekrechter duidelijk te maken. Een rechter die geen zittingen doet, maar wel beslissingen in strafzaken neemt en onderzoek voor de zitting verricht, is een wat vreemde vogel in landen die met een common law systeem werken waarin al het bewijs op de zitting wordt gepresenteerd. Lees meer …

Leeftijdsperikelen – ook in de rechterlijke macht

Wij zitten midden in de periode dat veel babyboomers met pensioen gaan. Het ene afscheid is nog niet achter de rug of het volgende staat alweer voor de deur. Ook in de rechterlijke macht valt dit fenomeen goed waar te nemen. Net als elders bereiken veel vertegenwoordigers van de vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren generatie de leeftijd waarop ze met werken mogen, ja zelfs moeten stoppen. En in dat laatste onderscheid schuilt in dat wereldje een nog altijd niet aflatende discussie. Hoe zit dat? Lees meer …

Een Nederlandse Son of Sam Law?

In 1978 werd David Berkowitz in de staat New York voor een aantal moorden tot zes keer levenslang veroordeeld. Vanwege de publiciteit over zijn strafzaak en zijn per-soon waren de autoriteiten bang dat deze seriemoordenaar na zijn veroordeling zou capitalize on his crime door een boek te publiceren. Dat bracht de wetgever van deze staat ertoe een wet in te voeren op grond waarvan veroordeelde criminelen geen pro-fijt uit de publiciteit rond de door hen gepleegde misdrijven mochten halen. Een der-gelijke regeling, die in diverse andere staten navolging heeft gekregen, wordt een Son of Sam Law genoemd.
De term “Son of Sam” is afkomstig uit briefjes die Berkowitz bij de lichamen van een aantal van zijn slachtoffers had gelegd en waarin hij zich als zodanig had aangeduid. Zo stond als aanhef in een van de schrijfsels (met handhaving van de schrijffout en met een kennelijke referte aan politieberichten over de inmiddels gepleegde moorden): “I am deeply hurt by your calling me a wemon hater. I am not. But I am a monster. I am the ‘Son of Sam’.” (En dan legt hij uit wie zijn vader is en waarom hij als diens zoon deze daden pleegt.) Lees meer …

Versluierd taalgebruik en witteboordencriminaliteit

“Versluierd taalgebruik” is een term die je vaak in dossiers van onderzoeken in strafzaken zult aantreffen. Vooral in processen-verbaal in drugsdossiers komt de politie in haar analyse van afgeluisterde telefoongesprekken (in strafzaakjargon “tapgesprekken” genoemd) meer dan eens tot de conclusie dat de conversatie tussen de betrokkenen niet over, bijvoorbeeld, wit en bruin brood of over meloenen en sinaasappels gaat, maar over cocaïne en heroïne. Ook plaatsnamen worden in dit soort gesprekken “versluierd”: Manchester is eigenlijk Mumbai en in plaats van London moet je Lahore lezen.
Of de gesprekspartners noemen getallen “50” en “100”, maar bedoelen volgens de verbalisanten in feite kostprijzen van 50.000 en 100.000 in een of andere va-lutasoort voor de aan- of verkoop van verdovende middelen. Tijdens verhoren bij de politie of in de rechtszaal wringen verdachten en getuigen zich vervolgens in allerlei bochten om uit te leggen dat zij echt 50 kilo sinaasappels of 100 me-loenen aan het verhandelen waren. Kunnen zij er wat aan doen dat de politie hen tijdens haar observaties nooit met kisten met deze vruchten heeft zien zeulen? Het dossier toont toch aan dat de politie hen niet 100% van de tijd in de gaten heeft gehouden? Lees meer …

Luiheid en perfectionisme

Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat rechters niet op het aantal door hen vervaardigde vonnissen konden worden aangesproken. De afwezigheid van productiedruk kon daardoor gemakkelijk twee afgeleide hoofdzonden warm houden: luiheid en perfectionisme. Zeker bij civielrechtelijke zaken, waar in de meeste gevallen geen dwingende wettelijke termijnen golden, leidde de aanwezigheid van een van deze twee eigenschappen ertoe dat dossiers soms maandenlang op het bureau van de behandelende rechter bleven liggen. Als dat tot voorbeeldige vonnissen zou hebben geleid, was het misschien nog niet zo erg geweest. Maar perfectionisme garandeert allerminst een optimaal resultaat – om van luiheid maar niet te spreken. Lees meer …