Auteursarchief: Willem Korthals Altes

Oude wijn kan nog lekker zijn

Ben ik misschien een ouderwetse strafrechter? Met andere woorden, ben ik iemand die op basis van de inhoud van het dossier zelf wil kunnen bepalen wat hij op zijn zitting behandelt? Die vindt dat zaken – zeker die met een langere adem – bij dezelfde rechter(s) moeten blijven? Die graag tijdig zijn stukken wil hebben? Die dan de gelegenheid wil hebben onvolkomenheden recht te zetten, bijvoorbeeld om een onnodige aanhouding te voorkomen? Die adequaat op verzoeken en andere berichten van de verdediging wil kunnen reageren?
Ben ik nog iemand die de taken bij de voorbereiding en behandeling van de zaken onder de leden van de combinatie wil kunnen verdelen, zodat alle vier (rechters en griffier) op tijd en gericht aan het werk kunnen en niet ieder voor zich – op het laatste moment – hetzelfde zitten te doen? Die zaken die onverhoopt toch moeten worden aangehouden, naar een niet al te ver in het verschiet liggende eigen zitting (en liefst die van de hele combinatie) wil kunnen verwijzen? Die over zaken die een langdurig onderzoek vergen, met kennis van (die) zaken met de rechter-commissaris wil kunnen bespreken? Lees meer …

Meer regie bij de zittingsrechter

Op donderdag 19 juni jl. had in de Rijtuigenloods in Amersfoort een boeiende bijeenkomst plaats waar onder auspiciën van het ministerie van Veiligheid en Justitie uitgebreid over een op handen vernieuwing van het Wetboek van Strafvordering werd gediscussieerd. Vertegenwoordigers van alle betrokken en geïnteresseerde instanties (politie, OM, ZM, advocatuur, wetenschap etc.) spraken in veelal in heuse rijtuigen gehouden werkgroepen over een veelheid van aspecten die in de strafrechtpraktijk aan de orde komen. Een principiële verandering van ons systeem is niet de inzet, wel de herschikking van de bijna 600 artikelen die ons uit 1926 stammende wetboek inmiddels rijk is. Lees meer …

Schoenmaker blijf bij je leest!

Na de reactie van collegablogger en strafpleiter Peter Plasman op mijn blog over de liegende verdachte nu mijn respons op zijn column over de verklaringsvrijheid van de verdachte, als de media diens beeld en geluid opnemen. De situatie die Plasman beschrijft, is een typisch gevolg van het hardnekkige misverstand dat de voorzitter van een strafzitting heeft te bepalen of een verdachte zich radio- en/of tv-opnames van “zijn” zitting moet laten welgevallen. De meest recente versie van de door de Raad voor de rechtspraak uitgevaardigde Persrichtlijn kent de voorzitter deze bevoegdheid toe, maar op grond waarvan eigenlijk? Lees meer …

Kan die vuilniszak ook mee?

Het is een ochtend in mei. In mijn agenda staat “PR GPS ECO CVOM”: een zitting van de economische politierechter met digitale dossiers, aangeleverd door de landelijke organisatie van het OM. Dat betekent dat ik vooral met vuilniszakken te maken krijg. Zijn ze niet op het verkeerde moment op straat gezet? Zijn ze niet ten onrechte naast een container geplaatst? Kortom, situaties waarmee elke burger te maken heeft en waarover de economische politierechter in al zijn wijsheid mag oordelen.

In het verleden konden wel zeventig van dit soort zak(k)en op een ochtend- of middagzitting staan. Toen moest iedereen die het OM met een boete wilde bestraffen en die deze niet meteen wilde betalen, voor de rechter worden gedaagd. Dat zo’n zitting uiteindelijk niet enorm uitliep, was aan de geringe opkomst te danken: de meeste verdachten namen niet de moeite voor een vuilniszak naar de rechtbank te komen. Het regende dan ook veroordelingen bij verstek.
Maar wie wel kwam, had niet zelden een redelijk verhaal. Bij het opsporen en vervolgen van dit soort zaken wilde het nog weleens misgaan: formaliteiten waren niet in acht genomen, het bewijs dat het de zak van de verdachte was, kwam niet uit de verf, de container was defect, etc. Lees meer …

Stop het liegen wel – een reactie

Eindelijk een keer een intelligente reactie op een blog, en van iemand die de praktijk van het strafrecht als weinig anderen kent. Daarmee wordt tenminste bereikt wat ik met mijn proefballonetjes probeer uit te lokken: debat! Ik hoop dat anderen dit voorbeeld zullen volgen.

Nu de inhoud.
Volgens mij is het onjuist te stellen dat een verdachte een verklaringsvrijheid heeft en dus niet meer zou mogen liegen, als hij op de zitting alleen onder ede mag verklaren. Hij heeft het recht te weigeren aan zijn veroordeling en de levering van het bewijs daarvoor mee te werken. Dat wordt onder meer vertaald in zijn recht op vragen geen antwoorden te geven en geen verklaring af te leggen. Dat recht blijft onverminderd in stand. Lees meer …

Nog meer onafhankelijkheid

In – en vanuit – de rechterlijke macht wordt nog weleens gemopperd op de mate waarin en de wijze waarop politici zich soms met de rechtspraktijk bemoeien. Dan gaat het niet om de taak van de wetgever ervoor te zorgen dat het rechtsbedrijf behoorlijk kan functioneren en dat uitvoerbare wetten worden uitgevaardigd. Het gemopper betreft vrijwel steeds, voornamelijk kritische, opmerkingen van politici over individuele rechtszaken. Politici schenden daardoor de scheiding der machten, wordt dan gezegd. Lees meer …

Stop het liegen

Aan het begin van elke strafzitting deelt de rechter na het controleren van de personalia aan de voor hem zittende (terechtstaan komt bijna niet meer voor…) verdachte steevast mee dat hij verder op vragen geen antwoorden hoeft te geven. Dat is een uitvloeisel van het fundamentele recht van iedere verdachte onschuldig te worden geacht, zolang het tegendeel niet is bewezen. En dat houdt tevens in dat hij niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken.
Zo is hij ook niet verplicht te voldoen aan verzoeken van politie of justitie voorwerpen (documenten, wapens, geld etc.) te overhandigen. Dit laatste wordt ondervangen, doordat de politie na verkregen toestemming doorzoekingen kan houden en het gevonden materiaal in beslag kan nemen. Maar dan moet zij het wel vinden. Een verdachte kan dus evenmin worden gedwongen de vindplaats van een gezocht document of voorwerp te onthullen. (En, in deze tijd, bijvoorbeeld ook niet de sleutel tot gecodeerde computergegevens prijs te geven.) Laat de politie maar goed zoeken! Lees meer …

Nog minder versnippering

Allerlei factoren beïnvloeden de omvang, de duur en de – variatie aan – inhoud van de zittingen waarmee strafrechters in hun werk te maken krijgen. Zo wordt op steeds meer zaken het etiket “specialistisch” geplakt en worden daarvoor aparte teams, clusters of hoe je het ook verder wilt noemen in het leven geroepen, en dus ook afzonderlijk benoemde zittingen ingericht. Over de vraag of een dergelijke versnippering wenselijk is, kun je vanuit diverse invalshoeken verschillend denken.
De eerste invalshoek betreft de noodzaak en wenselijkheid van specialisering bij degenen die de zittingen doen. Daarover heeft Rinus Otte het in zijn column van eind januari van dit jaar gehad. (En ik heb in een artikel in Trema ook weleens over specialisering van rechters geschreven.) Een andere benadering is die van de organisatie van zittingen. Een toenemende segmentering lijkt op het eerste gezicht misschien aantrekkelijk uit managementoogpunt, maar de vraag is of dat klopt. Lees meer …

Verbouw de rechtszaal

Buitenlanders die Nederlandse gerechtsgebouwen bezoeken, verbazen zich weleens over de geringe afstand tussen de zittende en de staande magistratuur. En dan gaat het er niet om dat rechters en officieren van justitie in dezelfde kantine lunchen of elkaar met “je” en “jij” bejegenen, maar om de positionering in de zittingzaal. Niet alleen staan de stoelen en tafels van OM en ZM op hetzelfde podium – en dus verhoogd ten opzichte van bijvoorbeeld de verdediging –, maar soms moet je met een vergrootglas naar de afscheiding tussen hun tafels zoeken. Lees meer …

De onafhankelijke rechter en Oud & Nieuw

Zo’n twaalf jaar geleden werd de Nederlandse Raad voor de rechtspraak in het leven geroepen. Een belangrijk doel was het versterken van de onafhankelijke positie van onze rechters tegenover de uitvoerende macht. Het handhaven van die onafhankelijkheid is geen gemakkelijke taak. Met het inrichten van een nieuw orgaan ben je er nog lang niet. Je zult het in de praktijk moeten waarmaken. Dat gaat weleens mis, zoals recent in het kader van het zogenaamde Oud & Nieuw supersnelrecht.

Met de Raad voor de rechtspraak, die voor de helft uit rechters bestaat, schiep de wetgever een buffer tussen het ministerie en de rechters. De Raad is verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de verdeling van middelen en de benoeming van bestuursleden, kortom allerlei activiteiten en beslissingen die voorheen tot de competentie van het ministerie van Justitie behoorden en waarmee direct of indirect invloed op de rechters kon worden uitgeoefend.
Nederland liep met het oprichten van een Raad voor de rechtspraak allerminst voorop. Met name in Zuid-Europese landen bestaan dergelijke organen al veel langer, soms zelfs sinds het begin van de 20e eeuw. Er is echter wel een verschil. Diverse van die oudere collega-instellingen gaan niet alleen over rechters, maar tevens over officieren van justitie. Zij bestaan daarom uit een mix van beide groeperingen. Lees meer …