Auteursarchief: Rinus Otte

Verkeershandhaving. Man, ga boeven vangen

1. Inleiding: Man, ga boeven vangen
Van doorsnee burger, politieman tot politicus vindt men flitspalen en trajectcontroles een kwalijke zaak. Te hard gereden op een snelweg waar toch nooit wat gebeurt en dan een tijd later een bekeuring op de mat met een veel te hoog geldbedrag, het voelt als het spekken van de schatkist. De overheid is dan ook voor een kleine miljard Euro spekkoper aan makkelijke boetes. Dit maatschappelijk brede gevoel leidt ook tot boosheid richting die enkele verkeerspolitie man of vrouw die een verkeersovertreder staande houdt en een bekeuring geeft. Man, ga boeven vangen is een veelgehoorde uitlating. Dat gegeven zou verklaren waarom burgers en politici boos worden over bepaalde typen verkeershandhaving. Dit opstel bestrijkt de misvattingen over de verkeersregels die sinds 1945 mede ten grondslag lagen aan de 100.000 verkeersdoden op de Nederlandse wegen. Lees meer …

Toezicht op strafvordering

1. Inleiding: openheid, transparantie en toezicht
Anno 2016 wordt overheidsoptreden vaak besproken in termen van openheid, transparantie en toezicht. Mede vanwege geclaimde openheid en transparantie is bijvoorbeeld de Wet Openbaarheid van Bestuur in zwang. Zodanig dat er soms vele tientallen medewerkers per organisatie bezig zijn om verzoeken van burgers te beantwoorden, waarin meer vragen worden gesteld dan beantwoord lijken te kunnen worden. De documenten die gevraagd worden leveren niet altijd het verlangde inzicht op, maar ze moeten allemaal geanonimiseerd worden voor ze gescand en verzonden worden. Sommige bureautjes halen hier hun inkomsten uit, want elke termijnoverschrijding levert geld op. Het schijnt dat de nieuwe WOB-wetgeving blokkades tegen dit soort zinloos ogende werkverschaffing gaat opleveren. Lees meer …

Datamining en een datagestuurde strafvordering

1. Inleiding. Behoeften aan controle op de ‘onderwereld’ en noodzaak tot realistisch beleid
De wereld die wij zien voelt als een soep en in zekere zin is dat misschien ook wel zo, we weten niet wat er onder de oppervlakte drijft en beweegt. Dat gevoel transformeert continu in een gevoel van zekerheid als we denken iets meer te zien en te weten wat zich onder het oppervlak bevindt. De participerende waarnemer gaat met behulp van zijn nieuw vergaarde ‘feiten’ aan de slag om de ervaren werkelijkheid te herscheppen, te resetten in de richting van wat op dat moment wenselijk wordt geacht. Dat noemen we vaak innovatie, creativiteit, scheppingstalent. Maar zijn het de feiten die blootgelegd worden waarna met behulp van deductie, theorievorming, beleid en implementatie het herscheppen plaatsvindt of wordt de tevoren omlijnde uitkomst opgeleukt met geselecteerde feiten die relevant worden geacht om tot bouwstenen voor de innovatie te dienen?[1] Lees meer …

Afscheid van de rechtspraak 1995-2016

1. Aanleiding

In dit voorjaar heb ik afscheid genomen van de rechtspraak en treed ik toe tot het openbaar ministerie. Een ogenschijnlijk kleine overstap binnen de rechterlijke organisatie, maar het voelt voor mij als een grote stap. In dit voorlopig laatste blog over de rechtspraak wil ik afscheid nemen met een overdenking over de organisatie en een enkele bespiegeling over het systeem van de strafrechtspraak.

2. Drie ernstige ontwikkelingen

1. Buruma sprak zich nog niet zo lang geleden als volgt uit over de vrijheid van meningsuiting: Lees meer …

Het Openbaar ministerie 1985-2015 als disciplinerend overheidsinstrument

Rinus Otte

Deel 1 Inleiding. Rationaliseringstendenzen Openbaar Ministerie
Het openbaar ministerie is sinds 30 jaar onderhorig aan rationaliseringstendensen die in het bijzonder gerelateerd worden aan het departementale beleidsplan Samenleving en Criminaliteit uit 1985. Sindsdien worden ontwikkelingen binnen het openbaar ministerie gekenschetst met noemers als beleidsvorming, eenheid, capaciteitssturing en instrumentalisering. Niet verwonderlijk, elk onderdeel van het overheidsdomein kan in deze noemers vervat worden. Overheidsfinanciën zijn schaars en vergen rechtvaardiging aan welk van de elk op zich legitieme overheidsdoelen prioriteit wordt gegeven. De beleidsontwikkeling van de geïndividualiseerde parketten naar meer eenheid via een landelijk College van P-G’s is bekend en daarop wordt regelmatig veel afgedongen.
De afstand tussen departement en openbaar ministerie zou te klein zijn, het openbaar ministerie zou tot een bureaucratische buitendienst zijn verworden, de fouten in strafzaken zouden illustreren hoe het openbaar ministerie disfunctioneert in de richting van een onbeheersbare productiemachine en de magistratelijkheid zou niet langer gericht zijn op de klassieke taak van rechtshandhaving. Voor een frontlinieorganisatie als het openbaar ministerie is deze kritiek sinds de jaren tachtig bekend maar hoeft daarmee nog geen overtuigende papieren te bezitten om het openbaar ministerie te diskwalificeren. Er is geen onderdeel van het publieke domein in vele rechtsstelsels dat zich heeft kunnen onttrekken aan overheids-en capaciteitssturing, beleidsvorming, eenheidsstreven en instrumentalisering. Deze internationale context mag op verzet stuiten, maar zou het openbaar ministerie anno 2016 toch ook niet schatplichtig jegens een grotere sturing zijn, zonder welke er geen professionalisering had kunnen plaatsvinden zoals die tot op heden zichtbaar is geworden? Lees meer …

De positie van de Nationale Ombudsman in het licht van het stelsel van rechtsmiddelen

Op 12 november 2015 heeft de Nationale Ombudsman een rapport uitgebracht onder de titel Gegijzeld door het systeem. Onderzoek Nationale Ombudsman over het gijzelen van mensen die boetes wel willen maar niet kunnen betalen. Van Zutphen zegt zich grote zorgen te maken over de mens achter de gijzeling met financiële problemen waardoor zij juist in de situatie van de dreigende gijzeling zijn terechtgekomen. Hij wil een oplossing voor de situatie dat de gijzelingsdruk de vaak toch al benepen financiële positie verslechtert. Lees meer …

Passie binnen het recht, maar welke passie en met welk recht?

Rinus Otte
Meillo-lezing 8 oktober 2015

1. Inleiding

Aan mij is gevraagd te spreken over de wijze waarop de vrijheid van meningsuiting wordt uitgeoefend in het algemeen en jegens de rechtspraak in het bijzonder. De andere twee sprekers Wijnberg en Duursma menen dat dit recht vrijwel ongebreideld kan worden uitgeoefend respectievelijk dat er paal en perk aan de verbale vernielingen moet worden gesteld. Ik kies een andere invalshoek. Ik schaar passie gemakshalve gelijk aan vrijheid van meningsuiting, want de vrijheid van spreken wordt vaak benut als er boosheid of andersoortige emotie in het spel is. Gepassioneerd wordt iets bestreden of verdedigd. Ik ben voor deze bijdrage blijven hangen bij die passie. Daar hang ik mijn verhaal aan op en waarbij mijn invalshoek is dat de rechtspraak eerst het eigen huis op orde moet hebben voor men zich boos maakt over de houding van politici, burgers of journalisten die te schielijk en te vrijuit zouden spreken en oordelen over de (kwaliteit van de) rechtspraak. Lees meer …

Straffende rechters en officieren van justitie. Een kwalitatief verschil?

1. Inleiding
Het recht intrigeerde me als aankomend jurist in het bijzonder door de schuldvraag en de wijze waarop de vastgestelde schuld in boete werd omgezet. Later werd de ethische vraag naar wie ik wel niet was om een medemens te straffen geflankeerd door de bijkans oudste vraag naar de proportionaliteit van het straffen. Welke straf is op zijn plaats bij een bepaalde schuld? Daarover zijn bibliotheken volgeschreven. Het Oude Testament rept in de mozaïsche wetten al over matiging: wie een oog is ontnomen mag ter vergelding niet meer dan een oog van de dader nemen. In de vorige eeuw is een stroom literatuur ontstaan die de straftoemeting probeerde te fileren in factoren die de ernst van het feit in kaart brachten. Al deze proefschriften, artikelen en commissies visualiseerden de toverformule dat rekening is gehouden met de ernst van het feit en de persoon van de verdachte. De onderstroom van deze werkzaamheden was dienstbaarheid aan het doel van de rechtsgelijkheid. Om in soortgelijke zaken gelijksoortig te straffen was inzicht in de strafoplegging vereist, zodat de justitiabelen en de burgerij niet het gevoel kregen dat in Rotterdam anders wordt gestraft dan in Groningen. Rechtspreken en straffen moeten daarom inzichtelijk geschieden om het gevoel van willekeur tegen te gaan.
Dat inzicht heeft de rechtspraak geprobeerd te verbeteren met de commissie rechtseenheid die om de zoveel tijd oriëntatiepunten straftoemeting afscheidt, bedoeld om een vertrekpunt op te leveren voor de strafrechters, zodat ze hun afwijkingen van het oriëntatiepunt kunnen motiveren in het vonnis. Of daar veel van terechtkomt kan worden betwijfeld, in vonnissen wordt zelden een afwijking gemotiveerd. Ik ga voorbij aan de geringe representativiteit van de oriëntatiepunten, aan het gegeven dat ze formele rechtskracht ontberen nu ze door de leiding van het LOVS wordt vastgesteld en eveneens aan het belangrijkste punt dat elke wisseling van argumenten rond de totstandkoming ontbreekt. In deze bijdrage gaat het mij om de kwaliteit van de strafmotivering in relatie tot de ontwikkeling dat het Openbaar Ministerie sinds enige tijd straffen mag opleggen. Is er verschil tussen een straffende rechter of een officier van justitie? Lees meer …

De innige relatie tussen strafbaarstelling en strafmaxima in het verkeer en bij doodslag

Aanrijdingen met dodelijke afloop worden regelmatig met grote heftigheid bejegend, denk in het verleden aan de Porschezaak of die van de Zeeuwse motorrijder in Souburg. De laatste twee jaar ontstond forse commotie rond twee uitspraken over dodelijke ongevallen in het verkeer die volgens het publiek te licht bestraft werden. Zijn die emoties verklaarbaar en kan het anders? In mijn recente bijdrage aan Verkeersrecht heb ik stilgestaan bij de mogelijkheden om de strafoplegging meer in overeenstemming te brengen met het publieke verwachtingspatroon. Tegelijkertijd vraag ik aandacht voor het grote aantal cassaties in moordzaken waardoor de feitenrechter slechts met een relatief lichte straf de overblijvende doodslag tegemoet treedt. U vindt de bijdrage hier. Lees meer …

The Eichmann-show en de verslaglegging van het Nederlandse strafproces

Onlangs zag ik een film over het door Leo Hurwitz verfilmde Eichmann proces dat begin jaren zestig in Jeruzalem plaatsvond en die mij trof vanwege de vergelijking met de openbaarheid van het strafproces. Begin jaren zestig werd met de Israëlische regering overeenstemming bereikt om het proces tegen de oorlogsmisdadiger Eichmann te filmen. De rechters vormden nog een obstakel omdat zij de camera’s niet zichtbaar in de zittingzaal wensten, maar uiteindelijk ging iedereen akkoord met verfilming. Tijdens het proces vond de eerste wandeling in de ruimte van de Rus Gagarin plaats. De kijkcijfers van het proces kelderden, aangejaagd door uitputtende beschouwingen van de officier van justitie over het recht Eichmann in Israël te vervolgen en te berechten. Achter de schermen ontstond paniek over de dalende kijkcijfers en de mogelijkheid dat deze vorm van verslaglegging zou moeten worden beëindigd. In die discussie zegt de regisseur tegen de producent dat de laatste maar moet wachten tot de getuigen aan bod komen. De regisseur krijgt gelijk: tijdens de getuigenverklaringen schieten de kijkcijfers omhoog en zien we de cameramensen en het publiek in de zaal geschoktheid tonen bij de vertelde gruwelen. Hoe vertellen we de lugubere verhalen uit de oorlog en alle malen zullen we wenen, om de dichtregels van Leo Vroman te parafraseren. Maar dan moet het verhaal kennelijk wel op een pakkende wijze verteld worden, met switchende camerastanden, met meewerkende magistraten, gruwelijke feitelijkheden en zonder alternatieve uitzendingen van de eerste man in de ruimte. En, zo bewijzen de dalende kijkcijfers tijdens de voordracht van de officier van justitie, bij voorkeur zo weinig mogelijk over het recht zelf. De film suggereert in de eerste plaats dat de gruwel van de gepleegde misdaden aan de wereld getoond moet worden vanwege de preventieve boodschap van de film en in de tweede plaats dat de vertoning, de verpakking, van de boodschap daarbij van levensbelang is. Lees meer …