Auteursarchief: Rinus Otte

Datamining en een datagestuurde strafvordering

1. Inleiding. Behoeften aan controle op de ‘onderwereld’ en noodzaak tot realistisch beleid
De wereld die wij zien voelt als een soep en in zekere zin is dat misschien ook wel zo, we weten niet wat er onder de oppervlakte drijft en beweegt. Dat gevoel transformeert continu in een gevoel van zekerheid als we denken iets meer te zien en te weten wat zich onder het oppervlak bevindt. De participerende waarnemer gaat met behulp van zijn nieuw vergaarde ‘feiten’ aan de slag om de ervaren werkelijkheid te herscheppen, te resetten in de richting van wat op dat moment wenselijk wordt geacht. Dat noemen we vaak innovatie, creativiteit, scheppingstalent. Maar zijn het de feiten die blootgelegd worden waarna met behulp van deductie, theorievorming, beleid en implementatie het herscheppen plaatsvindt of wordt de tevoren omlijnde uitkomst opgeleukt met geselecteerde feiten die relevant worden geacht om tot bouwstenen voor de innovatie te dienen?[1]

Lees meer …

Afscheid van de rechtspraak 1995-2016

1. Aanleiding

In dit voorjaar heb ik afscheid genomen van de rechtspraak en treed ik toe tot het openbaar ministerie. Een ogenschijnlijk kleine overstap binnen de rechterlijke organisatie, maar het voelt voor mij als een grote stap. In dit voorlopig laatste blog over de rechtspraak wil ik afscheid nemen met een overdenking over de organisatie en een enkele bespiegeling over het systeem van de strafrechtspraak.

2. Drie ernstige ontwikkelingen

1. Buruma sprak zich nog niet zo lang geleden als volgt uit over de vrijheid van meningsuiting:

Lees meer …

Het Openbaar ministerie 1985-2015 als disciplinerend overheidsinstrument

Rinus Otte

Deel 1 Inleiding. Rationaliseringstendenzen Openbaar Ministerie
Het openbaar ministerie is sinds 30 jaar onderhorig aan rationaliseringstendensen die in het bijzonder gerelateerd worden aan het departementale beleidsplan Samenleving en Criminaliteit uit 1985. Sindsdien worden ontwikkelingen binnen het openbaar ministerie gekenschetst met noemers als beleidsvorming, eenheid, capaciteitssturing en instrumentalisering. Niet verwonderlijk, elk onderdeel van het overheidsdomein kan in deze noemers vervat worden. Overheidsfinanciën zijn schaars en vergen rechtvaardiging aan welk van de elk op zich legitieme overheidsdoelen prioriteit wordt gegeven. De beleidsontwikkeling van de geïndividualiseerde parketten naar meer eenheid via een landelijk College van P-G’s is bekend en daarop wordt regelmatig veel afgedongen.
De afstand tussen departement en openbaar ministerie zou te klein zijn, het openbaar ministerie zou tot een bureaucratische buitendienst zijn verworden, de fouten in strafzaken zouden illustreren hoe het openbaar ministerie disfunctioneert in de richting van een onbeheersbare productiemachine en de magistratelijkheid zou niet langer gericht zijn op de klassieke taak van rechtshandhaving. Voor een frontlinieorganisatie als het openbaar ministerie is deze kritiek sinds de jaren tachtig bekend maar hoeft daarmee nog geen overtuigende papieren te bezitten om het openbaar ministerie te diskwalificeren. Er is geen onderdeel van het publieke domein in vele rechtsstelsels dat zich heeft kunnen onttrekken aan overheids-en capaciteitssturing, beleidsvorming, eenheidsstreven en instrumentalisering. Deze internationale context mag op verzet stuiten, maar zou het openbaar ministerie anno 2016 toch ook niet schatplichtig jegens een grotere sturing zijn, zonder welke er geen professionalisering had kunnen plaatsvinden zoals die tot op heden zichtbaar is geworden?

Lees meer …

De positie van de Nationale Ombudsman in het licht van het stelsel van rechtsmiddelen

Op 12 november 2015 heeft de Nationale Ombudsman een rapport uitgebracht onder de titel Gegijzeld door het systeem. Onderzoek Nationale Ombudsman over het gijzelen van mensen die boetes wel willen maar niet kunnen betalen. Van Zutphen zegt zich grote zorgen te maken over de mens achter de gijzeling met financiële problemen waardoor zij juist in de situatie van de dreigende gijzeling zijn terechtgekomen. Hij wil een oplossing voor de situatie dat de gijzelingsdruk de vaak toch al benepen financiële positie verslechtert.

Lees meer …

Passie binnen het recht, maar welke passie en met welk recht?

Rinus Otte
Meillo-lezing 8 oktober 2015

1. Inleiding

Aan mij is gevraagd te spreken over de wijze waarop de vrijheid van meningsuiting wordt uitgeoefend in het algemeen en jegens de rechtspraak in het bijzonder. De andere twee sprekers Wijnberg en Duursma menen dat dit recht vrijwel ongebreideld kan worden uitgeoefend respectievelijk dat er paal en perk aan de verbale vernielingen moet worden gesteld. Ik kies een andere invalshoek. Ik schaar passie gemakshalve gelijk aan vrijheid van meningsuiting, want de vrijheid van spreken wordt vaak benut als er boosheid of andersoortige emotie in het spel is. Gepassioneerd wordt iets bestreden of verdedigd. Ik ben voor deze bijdrage blijven hangen bij die passie. Daar hang ik mijn verhaal aan op en waarbij mijn invalshoek is dat de rechtspraak eerst het eigen huis op orde moet hebben voor men zich boos maakt over de houding van politici, burgers of journalisten die te schielijk en te vrijuit zouden spreken en oordelen over de (kwaliteit van de) rechtspraak.

Lees meer …

Straffende rechters en officieren van justitie. Een kwalitatief verschil?

1. Inleiding
Het recht intrigeerde me als aankomend jurist in het bijzonder door de schuldvraag en de wijze waarop de vastgestelde schuld in boete werd omgezet. Later werd de ethische vraag naar wie ik wel niet was om een medemens te straffen geflankeerd door de bijkans oudste vraag naar de proportionaliteit van het straffen. Welke straf is op zijn plaats bij een bepaalde schuld? Daarover zijn bibliotheken volgeschreven. Het Oude Testament rept in de mozaïsche wetten al over matiging: wie een oog is ontnomen mag ter vergelding niet meer dan een oog van de dader nemen. In de vorige eeuw is een stroom literatuur ontstaan die de straftoemeting probeerde te fileren in factoren die de ernst van het feit in kaart brachten. Al deze proefschriften, artikelen en commissies visualiseerden de toverformule dat rekening is gehouden met de ernst van het feit en de persoon van de verdachte. De onderstroom van deze werkzaamheden was dienstbaarheid aan het doel van de rechtsgelijkheid. Om in soortgelijke zaken gelijksoortig te straffen was inzicht in de strafoplegging vereist, zodat de justitiabelen en de burgerij niet het gevoel kregen dat in Rotterdam anders wordt gestraft dan in Groningen. Rechtspreken en straffen moeten daarom inzichtelijk geschieden om het gevoel van willekeur tegen te gaan.
Dat inzicht heeft de rechtspraak geprobeerd te verbeteren met de commissie rechtseenheid die om de zoveel tijd oriëntatiepunten straftoemeting afscheidt, bedoeld om een vertrekpunt op te leveren voor de strafrechters, zodat ze hun afwijkingen van het oriëntatiepunt kunnen motiveren in het vonnis. Of daar veel van terechtkomt kan worden betwijfeld, in vonnissen wordt zelden een afwijking gemotiveerd. Ik ga voorbij aan de geringe representativiteit van de oriëntatiepunten, aan het gegeven dat ze formele rechtskracht ontberen nu ze door de leiding van het LOVS wordt vastgesteld en eveneens aan het belangrijkste punt dat elke wisseling van argumenten rond de totstandkoming ontbreekt. In deze bijdrage gaat het mij om de kwaliteit van de strafmotivering in relatie tot de ontwikkeling dat het Openbaar Ministerie sinds enige tijd straffen mag opleggen. Is er verschil tussen een straffende rechter of een officier van justitie?

Lees meer …

De innige relatie tussen strafbaarstelling en strafmaxima in het verkeer en bij doodslag

Aanrijdingen met dodelijke afloop worden regelmatig met grote heftigheid bejegend, denk in het verleden aan de Porschezaak of die van de Zeeuwse motorrijder in Souburg. De laatste twee jaar ontstond forse commotie rond twee uitspraken over dodelijke ongevallen in het verkeer die volgens het publiek te licht bestraft werden. Zijn die emoties verklaarbaar en kan het anders? In mijn recente bijdrage aan Verkeersrecht heb ik stilgestaan bij de mogelijkheden om de strafoplegging meer in overeenstemming te brengen met het publieke verwachtingspatroon. Tegelijkertijd vraag ik aandacht voor het grote aantal cassaties in moordzaken waardoor de feitenrechter slechts met een relatief lichte straf de overblijvende doodslag tegemoet treedt. U vindt de bijdrage hier.

Lees meer …

The Eichmann-show en de verslaglegging van het Nederlandse strafproces

Onlangs zag ik een film over het door Leo Hurwitz verfilmde Eichmann proces dat begin jaren zestig in Jeruzalem plaatsvond en die mij trof vanwege de vergelijking met de openbaarheid van het strafproces. Begin jaren zestig werd met de Israëlische regering overeenstemming bereikt om het proces tegen de oorlogsmisdadiger Eichmann te filmen. De rechters vormden nog een obstakel omdat zij de camera’s niet zichtbaar in de zittingzaal wensten, maar uiteindelijk ging iedereen akkoord met verfilming. Tijdens het proces vond de eerste wandeling in de ruimte van de Rus Gagarin plaats. De kijkcijfers van het proces kelderden, aangejaagd door uitputtende beschouwingen van de officier van justitie over het recht Eichmann in Israël te vervolgen en te berechten. Achter de schermen ontstond paniek over de dalende kijkcijfers en de mogelijkheid dat deze vorm van verslaglegging zou moeten worden beëindigd. In die discussie zegt de regisseur tegen de producent dat de laatste maar moet wachten tot de getuigen aan bod komen. De regisseur krijgt gelijk: tijdens de getuigenverklaringen schieten de kijkcijfers omhoog en zien we de cameramensen en het publiek in de zaal geschoktheid tonen bij de vertelde gruwelen. Hoe vertellen we de lugubere verhalen uit de oorlog en alle malen zullen we wenen, om de dichtregels van Leo Vroman te parafraseren. Maar dan moet het verhaal kennelijk wel op een pakkende wijze verteld worden, met switchende camerastanden, met meewerkende magistraten, gruwelijke feitelijkheden en zonder alternatieve uitzendingen van de eerste man in de ruimte. En, zo bewijzen de dalende kijkcijfers tijdens de voordracht van de officier van justitie, bij voorkeur zo weinig mogelijk over het recht zelf. De film suggereert in de eerste plaats dat de gruwel van de gepleegde misdaden aan de wereld getoond moet worden vanwege de preventieve boodschap van de film en in de tweede plaats dat de vertoning, de verpakking, van de boodschap daarbij van levensbelang is.

Lees meer …

Vraag en antwoord over de gijzelingen door het OM en de geloofwaardigheid van de rechtspleging in het algemeen

1. De laatste tijd leggen kantonrechters veel gijzelingsvorderingen van het openbaar ministerie terzijde en willen deze niet behandelen [1]. Hoe zit dat?
Nee, dat is een vergissing. Dat doen en mogen rechters niet op straffe van rechtsweigering. Zelfs als deze al zwart op wit uit de mond van rechters wordt opgetekend, dan moet dat bij mijn integere collega’s gezien worden als een kennelijke verspreking of verschrijving. Het gaat om afwijzing van de vorderingen en daarover moet het debat gaan.

2. Het probleem is dat officieren van justitie gijzeling vorderen van mensen die niet kunnen betalen en de publieke opinie is dat kippen niet alleen worden kaal geplukt maar ook nog eens worden gegijzeld maar dat na ommekomst van de gijzeling de boete nog steeds betaald moet worden. Is dat juist?
Het probleem is zoals zo vaak complex van aard en rijk aan nuances. Een eenvoudige casus. Op straat vindt de bekeuring plaats van een burger die te hard rijdt of die zijn auto niet verzekerd heeft. Enige tijd later valt de acceptgiro op de mat. De betrokkene kan kiezen om de weg naar de officier van justitie of naar de rechter te maken of om de bekeuring of de boete te betalen. Als dat niet gebeurt valt na enige tijd een nieuwe acceptgiro in de bus, met een verhoging van 50 procent. De daaropvolgende keer is er een verhoging van 100 procent. Onverzekerd rijden staat standaard voor 390 Euro boete. Dat kan dus oplopen tot pakweg1200 Euro. Als de overtreder nog steeds niet betaalt kiest het Centraal Justitieel Incasso Bureau (hierna: CJIB) voor het innen van de vordering via de deurwaarder. Als deze aan de deur komt is het nog steeds mogelijk om met papieren in de hand duidelijk te maken dat men niet kan betalen en eventueel een betalingsregeling te treffen. Als betaling niet lukt en de betrokkene toont niet aan dat er geen betaling mogelijk is, hevelt het genoemde CJIB de zaak over naar het Openbaar Ministerie die een vordering tot gijzeling bij de kantonrechter indient. Er is dus een heel traject geweest om de betrokkene te laten betalen en zelf een betalingsregeling te treffen of voor te stellen aan justitie. Bovendien staat het de bekeurde vanaf het begin vrij de officier van justitie en/of de rechter een herbeoordeling te vragen. De uitvoerige fasen in de procedure dienen voorop te staan alsmede de kansen die een bekeurde heeft om een gijzelingsverzoek te voorkomen. Het beeld van een kippenplukkende justitie klopt daarom feitelijk niet.

Lees meer …

De deugdelijke strafrechter en de belangen van de rechtspraak

In het opschrift zit spanning verscholen. Een bestuurder heeft andere beelden van goed rechterschap en rechterlijke deugden dan rechters onderling menen. Een rechter met een ‘fijne’ pen staat vaak gelijk aan bergen zaken op zijn of haar werkkamer die maar niet worden afgerond. De rechtspraakleiding komt op gezette tijden met uitgangspunten en noties over kernwaarden van de rechtspraak, maar de koppeling naar de realiteit van de paleizen van justitie wordt nooit gelegd. Laat ik een poging wagen.

Lees meer …