Auteursarchief: Rinus Otte

Einde Ivoren Toga in de huidige vorm en vooruitblik op de strafrechtspraktijk

Dit is het (en mijn) laatste blog voor Ivoren toga dat in een vast wekelijks stramien verschijnt. Ook de bloggers Rick Robroek, Dato Steenhuis, Willem Korthals Altes, Peter Plasman en zijn advocaten en Peter Lemaire hangen de harp aan de wilgen. Onze strafrechtelijke muziekstukjes zullen niet altijd meegezongen zijn, soms zijn verfoeid, maar waren zonder uitzondering pogingen om de strafrechtspraktijk te kritiseren op een opbouwende wijze. Wie in deze stukken doelgericht was op verandering van de praktijk zal teleurgesteld zijn geweest. Wie schreef om het schrijven, wie polemiseerde om het debat, zal blij zijn geweest met de voetnoten en plaatsen in de hoofdtekst van artikelen, annotaties en parlementaire stukken, zoals Robroek het meest ten deel is gevallen. Maar het blog Ivoren toga was bedoeld om discussie los te maken, meer discussie dan nu in de interne publicaties van de rechterlijke organisatie te vinden zijn. In die zin is het blog geslaagd, ware het niet dat, na het verscheiden van dit podium, de behoefte blijft om intern debat op een hoger en objectiever plan te laten plaatsvinden dan nu soms het geval is. Lees meer …

“Staat en taboe. Politiek van de goede dood” van Paul Frissen, Boom Amsterdam 2018

Bespreking bij de vernissage in Den Haag op 12 november 2018

Enkele weken geleden hield ik een verhaal voor een grote groep artsen die euthanasie praktiseren bij psychiatrische patiënten. Ik was uitgenodigd te spreken onder een soort titel als Euthanasie als laatste troost bij psychiatrisch lijden.

Ik ving aan met een oud gedichtje van Tsjwang Tze dat als volgt gaat:

Om vissen te vangen gebruikt men aas. Heeft men de vissen gevangen, dan kan men het aas vergeten
Om konijnen te vangen gebruikt men een strik. Heeft men de konijnen gevangen, dan kan men de strik vergeten.
Men gebruikt woorden om hun betekenis uit te drukken. Wordt de betekenis verstaan, dan kunnen de woorden vergeten worden. Waar vind ik een mens die de woorden vergeet opdat ik met hem praten kan? Lees meer …

Onbevangenheid en gebalanceerde bevangenheid

Het leven met een bevangen gevoel
In adventstijd worden kerstliederen gezongen en boodschappen over licht en vrede wijds verkondigd. Tijdens de kerstdagen hopen velen een ontvankelijke geest voor samenzijn en hoop te hebben of te ontwikkelen. Als kinderen zo onbevangen zijn. Het is echter niet zo eenvoudig om onbevangenheid te voelen in een tijd van oorlogen en geruchten van oorlog, van boosheid en opstandigheid. De verleiding van een geel hesje bij zowel aanvallers als verdedigers is groot.
Mijn worsteling en van vele professionele omstanders is dat we in een tijd leven waarin de aanval op instituties en op de persoon achter het ambt groter lijkt dan ooit tevoren. Als die aanval komt van een teleurgestelde verdachte of burger is er niet zoveel mis, want wie kan zich het verdriet van procesdeelnemers niet voorstellen bij een uitkomst die ze moeilijk te verteren vinden? Ik heb me tegen die teleurstelling nooit hoeven te wapenen, want het recht is er voor de rechtzoekenden, zowel voor verdachten al slachtoffers. Zonder draagvlak bij hen kan het recht in de mottenballen.
Met (social) media kan het anders liggen omdat er een frame wordt gekozen dat niet opbouwend lijkt of geen onbevangenheid of ontvankelijkheid toont voor aangedragen en – wetenschappelijk – getoetste feiten. De doorsnee professional, van arts, burgemeester tot magistraat, kent teleurstelling als zijn of haar persoon wordt gediskwalificeerd op het moment dat een beslissing of uitkomst wordt betwist en niet gedragen. Terwijl Nederland in de kern een geweldig land is, hoog op de ranking lijsten van prestaties. Die inzet, die enorme inspanning, of andere harde en verifieerbare feiten weggezet zien als misstanden stelt veel professionals teleur, maar jaagt tegelijkertijd een geel hesjesgevoel van toeschouwende burgers aan en leidt tot al dan niet vermeende kloven met de gekritiseerde beroepsgroep. Lees meer …

De moeizame wals tussen instituties en de pers

Er ontstaat soms rumoer naar aanleiding van onthullingen door de media over instituties en hoge functionarissen. Sommer neemt in zijn column “Het WODC-reinigingsritueel” (Volkskrant 3 november 2018) rituele reinigingsrituelen waar, gebaseerd op een nieuwe politieke correctheid. Sommer maakt een goed punt, tegelijkertijd denk ik dat rituelen ook een krachtige en goede betekenis hebben, zoals de emeritus hoogleraar Wijsbegeerte, Herman de Dijn, in zijn recente boek over rituelen inzichtelijk maakt. Maar Sommer heeft op zich gelijk dat er vaker bijltjesdag plaatsvindt op grond van journalistiek aandoende vondsten die bij een scherpe beschouwing niet meer inhouden dan een handige framing, naming en shaming die niet alleen personen maar ook instituties schaden. Lees meer …

Terugblik en vooruitblik op stijlen van besturen en leidinggeven in het publieke domein

Inleiding
Vanaf ruim 20 jaar geleden heb ik hoofdzakelijk in de rechtspraak zogeheten integraal leiding gegeven aan rechters en ondersteunende medewerkers in verschillende gerechten. Omdat ook ik een kind van mijn tijd ben weerspiegelen die stijlen in min of meerdere mate de bestuurskundige opvattingen die over het sturen van professionals de ronde deden. Het lijkt me in de oudejaarsmaand zinnig om terug te kijken op zowel mijn eigen opvattingen en stijlen als op die van de bestuurlijke ontwikkeling van de rechterlijke organisatie. Lees meer …

Openbaar Ministerie en strafrecht in de notedop van het proportionaliteitsperspectief

In oktober kwam een nieuw boek van mij uit onder de titel Een kleine biografie van het straffen. Dit boek beschrijft de lange zoektocht naar een passende straf en executie daarvan. Ik heb daar vragen over gekregen, in het bijzonder over de betekenis van vergeldend strafrecht.
In kort bestek gaat mijn verhaal als volgt. Wie kwaad doet wordt vergolden, zo gaat het al duizenden jaren en zo zal het blijven. Vergelding heeft voor sommigen een negatieve klank en wordt eenzijdig geassocieerd met wraak en negativiteit. Maar vergelding gaat sinds mensenheugenis niet over wraak en hardhandigheid, maar over proportionaliteit in positieve én in negatieve zin. Wie het goede doet wordt beloond naar vermogen en naar prestatie. Omgekeerd, wie een stuk vlees steelt krijgt niet de doodstraf, zoveel is duidelijk, maar wat proportioneel is hangt van tijd en plaats af en bovenal van de magistratelijke weging van de ernst van het misdrijf en de omstandigheden waaronder de feiten plaatsvonden en tenslotte van de persoon van de verdachte. Deze proportionaliteit speelt in elke fase van het strafrecht en raakt de kern van gerechtigheid, rechtvaardigheid, eerlijk en juist handelen waarmee we eigenrichting hopen te voorkomen en zichtbaar hopen te maken dat we rechtsgelijkheid nastreven. Proportioneel handelen is daarmee een ethische, politieke, maatschappelijke en juridische deugd. Het Openbaar Ministerie staat vanaf het ontstaan qualitate qua en zonder enige twijfel in die sleutel van de vergeldende retributieve proportionaliteit en doet dat elke dag opnieuw naar eer en geweten. Het Openbaar Ministerie functioneert niet in een ivoren toren maar is tegelijkertijd niet het maatschappelijk werk.
Recent heb ik in een interview gezegd dat ik in straffen geloof en dat rechters en officieren van justitie geen maatschappelijk werkers zijn. Daar hoort een iets andere definitie van de positionering van het Openbaar Ministerie bij. De officier van justitie is geen maatschappelijk werker, maar bij het bedenken van de beste aanpak, interventie of straf maakt het Openbaar Ministerie wel gebruik van het maatschappelijk werk. Per slot van rekening is het Openbaar Ministerie opdrachtgever van de reclassering. Die samenwerking is cruciaal, net als de verstandhouding met alle ketenorganisaties dat is. Het fijnmazige verschil is dat het Openbaar Ministerie in het permanent aanwezige proportionaliteitsperspectief heel veel baat heeft bij het doen van wat maatschappelijk verantwoord en verstandig lijkt, daarmee vanuit een breder maatschappelijk perspectief werkt dan pakweg 20 jaar geleden, en daartoe anderen heel hard nodig heeft, maar de officier van justitie daarbij andere organisaties benut maar ze niet vervangt. Ik loop elke fase kort door, belicht vanuit de officier van justitie. Lees meer …

Leidinggeven binnen het publieke domein: geen sinecure

Enkele weken geleden heb ik een blog gepubliceerd met het opschrift Ivoren toga 2012-2018. In die tekst blikte ik terug op de blogs van de laatste jaren en schetste ik enkele ontwikkelingen. Een daarvan is de ontwikkeling van een leiderschapscultuur die in het bijzonder binnen het publieke domein niet eenvoudig te duiden is. Ik schetste dat niet langer de beste jongens en meisjes van de klas leiding aan de klas gingen geven. Verder stelde ik dat de laatste jaren meer wordt ingezet op authenticiteit, emotionele vaardigheden en transparantie. Als daaraan niet voldaan wordt door degenen die leiding ondergaan de leidinggevende regelmatig afgeserveerd. Aan het eind van deze passage hield ik de lezer voor dat er regelmatig sprake is van juridische en organisatorische imponderabilia die niet altijd inzichtelijk kunnen worden gemaakt. Sinds 2007 heb ik deze punten in vele toonaarden besproken. Deze keer echter kreeg ik van verschillende lezers vragen over deze passage. Daarom sta ik er wat langer bij stil dan in het laatste blog mogelijk was. Lees meer …

Terugblik op Ivorentoga 2012-2018

Inleiding
Het blog Ivorentoga nadert het eind. In bijna zeven jaar zijn er een paar honderd korte en langere stukken geplaatst over de werking van het strafrecht. Mijn idee voor een blog werd geboren uit een zekere onvrede met de rechtsgeleerde literatuur die voor een deel theoretisch is, maar waarin teveel debat via de voetnoten plaatsvindt en de deelnemers niet altijd geneigd lijken om vrij te denken. Ik citeer de aftrap in 2012.

Deze blog probeert te voorzien in een lacune. Verschillende vaste auteurs en talrijke gastauteurs proberen in korte bondige stukken kritisch te kijken naar de ontwikkeling van het strafrecht en de organisatie daarvan. Hun kritiek probeert niet te sterven in vrijblijvendheid, maar verschillende kanten te laten zien aan een probleem. In het recht is namelijk veel pleitbaar, maar niet altijd overtuigend. Daarom moet er iets te kiezen zijn, het liefst tussen haalbare varianten, want voor alleen een principe kun je nog geen gevulde koek kopen. Elke auteur zal vanuit eigen invalshoek, voor eigen rekening, actuele strafrechtelijke thema’s bespreken. Lees meer …

Versnelde berechting van eenvoudige feiten met gecompliceerde verdachten

Inleiding
In 2013 en 2015 schreef ik over plea barganing in het strafrecht en waarom dat zo’n innovatief instrument zou zijn om de rechtsbedeling op een hoger niveau te krijgen.* Begin dit jaar is het plan ontwikkeld dat binnenkort in pilotvorm in vier regio’s wordt beproefd en dat stoelt op navolgende inzichten. Deze inzichten dienen zowel recht te doen aan de benodigde punitiviteit als aan het bieden van maatwerk bij verdachten met persoonlijkheidsproblematiek. Een en ander dient begrepen te worden in het licht van breed gedeelde opvattingen over snelheid van afdoening die zowel voldoende punitief als gedragsbeïnvloedend en recidiveverminderend uitpakken, althans de kans daarop vergroot. Lees meer …

Het strafrechtelijk tekort versus historische troost en bescheidenheid

Inleiding
Er valt geen krant open te slaan of een treinreis mee te maken en de waarnemer neemt gratis kennis van het tekort in de meest ruime zin van het woord. Er is een tekort aan treinstellen, aan op tijd rijdende treinen, aan geschikte vrienden of collega’s, aan opgeloste misdrijven, vervolgde verdachten, op tijd aangeleverde strafzaken bij de rechter, op tijd opgespoorde veroordeelden om hun straf te laten uitzitten, aan rechters en officieren van justitie en hoog opgeleide rechercheurs, aan schone lucht, aan rechtvaardigheid, aan kerkgangers om de bijkans lege kerken te vullen, aan voldoende zon of juist aan voldoende vrieskou om te kunnen schaatsen, aan geluk, aan schone toiletten in de treinen, aan ellende (oh nee, daarvan is juist een overschot), aan betrouwbare politici en uiteraard aan echte leiders die maar niet willen opstaan om ons naar grazige weiden te leiden. Het wil maar niet lukken met het bereiken van al dat moois waarvan wij dromen en zingen en waarover we ontevreden en scheldend onze gedachten vullen en waardoor we vaak ons stemgedrag bij de verkiezingen laten bepalen.
In beleidstaal is het niet anders. Er is een handhavingstekort, een opsporingstekort, een vervolgingstekort, en zo verder. Er wordt nog maar 7.2 procent van de woninginbraken opgelost en zo verder. Maar de onveiligheid zou zijn afgenomen en we staan nog steeds op de vijfde plaats van de mondiale barometer van gewaardeerde rechtspraak. Meten is weten en dan volgt de weging vanzelf, ja toch, niet dan? De treinen reden ooit ‘slechts’ 80 procent op tijd en de betrokken minister dreigde de NS dat er maatregelen zouden volgen als dit veel te lage percentage niet snel verbeterde. Een jaar later was het geloof ik 85 procent, waarna de beleidsvrouwe kon melden dat er dankzij haar opstelling betere percentages waren bereikt. Mijn soms (te) ironische inborst geeft me het grappige gevoel dat het halen van het stiptheidspercentage er ook de oorzaak van is dat weinig treinen meer wachten op een vertraagde trein die daarop aansluit. Soms rijdt zo’n aansluitende trein voor mijn neus weg. Dat geklaag behelst de ironie dat eigenlijk niemand vertraging wil behalve als het onszelf goed uitkomt. Zou het ook zo gaan in strafrechtelijk Nederland? Wat is er mis met onze ongeluksbarometer en het schrijven over een zoveelste tekort?
Ik zal mijn ouderwetse en eenvoudige antwoord alvast verklappen. We denken te weinig in overschot en zegeningen. Wie deze moraal van het verhaaltje niet meer uitgesponnen wil zien, kan stoppen met verder lezen.[1]

Het menselijk tekort

Ik vang aan met het menselijk tekort. Mensen krenken, beschadigen, bestelen, beliegen, bedreigen en doden elkaar, soms, maar wel zo vaak dat de rechtsorde zoveel mogelijk tegen de kwaadwillende medemens beschermd moet worden. De mens moge dan volgens velen niet kwaad in zichzelf zijn, hij doet wel vaak kwaad en is ook niet altijd gericht op het goede doen, en vaak zijn er krachten in of buiten hem nodig die hem weerhouden kwade neigingen te effectueren. Het strafrecht vormt de kracht buiten de mens, buiten diens eigenrichting, om het kromme gedrag recht te maken of de mens op het rechte pad te houden. Ondanks dat we al honderden jaren met behulp van de Verlichtingsideeën hopen dat we de mens in het gareel kunnen houden lukt dat nog niet optimaal, mede gelet op de grote oorlogen en genocides, maar ook gezien de in Nederland bestaande 850.000 aangiftes van gepleegde misdrijven, waarvan er maar een fractie wordt opgelost. Daarom is er genoeg werk aan de strafrechtelijke winkel. The times they are a changin, zong de Nobelprijswinnaar Bob Dylan, maar dat protestlied was meer ingegeven door zijn jeugdigheid dan door realiteitszin. Sinds mensenheugenis doen mensen verkeerde dingen en het geloof dat we de einder van een hemel op aarde naderen is gevaarlijk. We leven op aarde, er is geen hemel aanstaande, als we niet uitkijken wel een door onszelf nagestreefde hemel die uiteindelijk uitdraait op een catastrofe, zoals de geschiedenis van de mensheid maar al te vaak laat zien. Naarmate we dichter op elkaars lip leven en werken, naarmate de mogelijkheden om misdrijven te plegen inventiever worden, is er strafrecht nodig om de mens zowel tegen zichzelf te beschermen als te beteugelen in zijn kwade gedrag, neigingen en voornemens. Zelfzucht, eigenbelang, opportunisme en de geneigdheid zichzelf te bevoordelen en anderen te benadelen, zijn zwakheden die nooit sluimeren of slapen. Hoe verklaar ik dan de cijfers dat het met de veiligheid beter gaat en mensen zich veiliger voelen? Zolang er nog een gigantisch overschot aan misdrijven op de plank ligt, zolang er nog vele dreigingen zijn uit de onderwereld die omhoog kruipt richting de bovenwereld, zolang er nog 12 miljard per jaar schade is door verkeersgeweld op de Nederlandse wegen, zolang interesseren mij die gepresenteerde en ongewogen cijfers minder. Het menselijk tekort leidt tot veel leed, zowel voor de mens zelf als voor zijn medemens. Ik zal het niet meer meemaken, maar als we de patronen uit de geschiedenis proberen te doorvorsen, dan is een belangrijke vraag over honderd jaar wat ons in 2018 in vredesnaam heeft bezield te menen dat het onze keuzen anders zou vergaan dan de vorige gedurende de laatste paar duizend jaar of waarom we denken dat het met het beteugelen van criminaliteit zoveel beter gaat. Lees meer …