Auteursarchief: Redactie

Reactie op ‘Halve waarheden en gebrek aan kennis van zaken’ en naschrift

In zijn digitale column ‘Halve waarheden en gebrek aan kennis van zaken’ richt Dato Steenhuis zijn pijlen op ‘Criminaliteit en rechtshandhaving 2014’ (verder afgekort tot C&R) en het begeleidende nieuwsbericht. Wij, als redactielid en co-auteurs van deze publicatie, willen hierop reageren.

Steenhuis beweert o.a. het volgende:
1) “De conclusies zijn voorbarig en onvoldoende ondersteund door feiten.” En even later: “Al met al meen ik dat de conclusie dat de criminaliteit daalt niet mag worden getrokken op basis van de resultaten van de veiligheidsmonitor.”
2) “De toon in het begeleidend persbericht is nogal juichend en suggereert op zijn minst dat het goed gaat met de rechtshandhaving.”
Lees meer …

Interview mr. A.H. (Bert) van Delden deel 2

Ivoren toga brengt deze week deel 2 van een interview met Bert van Delden. Hij was vanaf 1966 als Raio verbonden aan de rechtspraak en beëindigde na twee presidentschappen zijn actieve loopbaan als eerste voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Een toonaangevende rechter dus die gedurende langere tijd een stempel op (de organisatie van) de rechtspraak heeft gedrukt. Het interview is niet bedoeld om huidige inzichten op de bestaande rechtspraak te ontvouwen, maar beoogt een schets van de vroegere rechterlijke organisatie te geven. In deel 1 van het interview lag het zwaartepunt op Van Deldens tijd als student, raio en rechter. In dit deel komt in het bijzonder zijn presidentschap aan bod. Lees meer …

Het proces

Het nieuwe boek van Rinus Otte

Niemand wenst het zichzelf toe, maar menigeen krijgt ermee te maken. De rechter. In het dit weekend bij Boom Amsterdam uitgegeven boek Het proces legt Rinus Otte, uit hoe het strafproces in zijn werk gaat en wat de verwachtingen ervan zijn.

Aan de buitenkant lijkt het proces een statisch en onveranderlijk geheel – rechters komen op en gaan weer af, verdachten worden aangevoerd en weer weggevoerd, het vonnis wordt plechtig uitgesproken. Maar niets is minder waar. Hoewel het vonnis veelal eindigt in een duidelijk oordeel over de waarheid – de verdachte is de dader of niet – worden toch veel vonnissen betwist en veel rechters gewraakt, of beschuldigd van partijdigheid. Lees meer …

Interview mr. A.H. (Bert) van Delden deel 1

Ivoren toga zal deze en volgende week in twee delen een interview plaatsen met Bert van Delden. Hij was vanaf 1966 als Raio verbonden aan de rechtspraak en beëindigde na twee presidentschappen zijn actieve loopbaan als eerste voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. Een toonaangevende rechter dus die gedurende langere tijd een stempel op (de organisatie van) de rechtspraak heeft gedrukt. Het interview is niet bedoeld om huidige inzichten op de bestaande rechtspraak te ontvouwen, maar beoogt een schets van de vroegere rechterlijke organisatie te geven. In deel 1 van het interview ligt het zwaartepunt op Van Deldens tijd als student, raio en rechter. In deel 2 komt in het bijzonder zijn presidentschap aan bod. Lees meer …

Wie zegt u? Het slachtoffer?

Ward Ferdinandusse

De Hoge Raad heeft, volgens rechter Ronny van de Water, “niets met kinderen”. Dat komt omdat de Hoge Raad een vordering tot cassatie in het belang der wet heeft afgewezen waarin gepleit werd voor de mogelijkheid in jeugdstrafzaken overschrijding van de redelijke termijn te sanctioneren met niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Ten onrechte en onvoldoende gemotiveerd, aldus Van de Water, gelet op het “veelvoud aan valide argumenten aangedragen door de AG”. Sterker nog, “de indruk wordt op deze wijze gewekt dat de Hoge Raad – om andere dan juridische redenen – er gewoon niet aan wil”, aldus nog steeds Van de Water. Lees meer …

De Hoge Raad heeft niets met kinderen (en het IVRK [1])

Ronny van de Water

Jeugdrechters kunnen het nog steeds niet goed uitleggen aan hun jeugdige clientèle: waarom, veel relatief eenvoudige, zaken vaak pas na 24 maanden of langer worden afgedaan. Bij een vonnis na zo een lange tijd na de pleegdatum ontbreekt vaak elk pedagogisch effect, hetgeen bij jeugdzaken voorop staat. Al tijdens een studiedag in 2012 van de (toen nog) sector Strafrecht van de rechtbank Amsterdam spraken de jeugdrechters de toenmalige president van de Hoge Raad, Corstens, tijdens een toespraak aan over de door de Hoge Raad gehanteerde redelijke termijn van zestien maanden in jeugdzaken en het verbod op niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Corstens gaf in een korte reactie te kennen dat de jeugdrechters wellicht een punt hebben en nodigde hen uit een poging te wagen de Hoge Raad op andere gedachten te brengen. Lees meer …

Afzonderlijke strafkamers voor strafzaken tegen politieambtenaren?

Frans Bauduin

In al de jaren waarin ik nu als (straf)rechter actief ben, heb ik maar een enkele keer te maken gehad met een strafzaak waarbij een politieagent als verdachte was aangemerkt.

De eerste waar ik bij de rechtbank Amsterdam bij betrokken raakte was destijds een roemruchte zaak. De zaak Meta Hofman. Op 12 augustus 1981 kwam zij in haar woning om het leven door een op haar afgevuurde kogel afkomstig uit het dienstpistool van een politieambtenaar. Kort daarvoor had hij in de woning een waarschuwingsschot gelost in het plafond. De rechtbank verwierp in haar vonnis van 4 december 81 het beroep op noodweer en veroordeelde de politieman tot een gevangenisstraf van een jaar voor doodslag. De Amsterdamse politie was woedend; landelijk was er weinig begrip voor het vonnis. Kort daarna – in die tijd ging het nog snel – op 28 mei 1982 werd de agent door het Gerechtshof Amsterdam ontslagen van alle rechtsvervolging omdat de agent zich in de uitoefening van zijn bediening kon beroepen op noodweer (zie nog NJ 1983, 468). Lees meer …

Toetsing van de inverzekeringstelling: de rechter als wetgever?

Ward Ferdinandusse

Kan een in verzekering gestelde verdachte nog voor zijn voorgeleiding de rechter-commissaris vragen de rechtmatigheid van die inverzekeringstelling te toetsen? Of moet hij daarmee wachten tot zijn voorgeleiding?

Het antwoord op die vraag lijkt eenvoudig: art. 59a Sv bepaalt dat:

  • tijd en plaats van verhoor van de verdachte onverwijld worden bepaald door de rechter-commissaris na daartoe van de officier van justitie een verzoek te hebben ontvangen (lid 2)
  • dat verhoor moet plaatsvinden binnen drie dagen en vijftien uur na de aanhouding (lid 1)
  • de verdachte bij zijn verhoor de rechter-commissaris zijn invrijheidstelling kan verzoeken (lid 4)

Er is dus door de wetgever niet voorzien in een toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling voorafgaand aan het verhoor van de verdachte, en het initiatief om dat verhoor te doen plaatsvinden ligt alleen bij de officier van justitie. Lees meer …

De zevende suggestie

Velen hebben al nagedacht en geschreven over de complexiteit van de hedendaagse samenlevingen in de vrije, democratische wereld. Een dergelijke wereld is complex omdat deze voortdurende afwegingen verlangt, van onder meer bestuur, politiek en kiezers, van belangen van vrije burgers, met zeer uiteenlopende politieke, etnische, emancipatoire, economische, religieuze, intellectuele en andere achtergronden, verwachtingen en welstand, met gelijke behandeling en bescherming van minderheden, met afwegingen van openbare orde vs. individuele vrijheid, van (vrijheid en beperking van) handel en industrie, van het gebruik van de publieke ruimte, de volksgezondheid, de sociale zekerheid, consumenten- en werknemersbescherming, het leefmilieu, de belangen van de staat en de staatshuishoudkunde, de Europese en internationale dimensies enzovoorts. De afwegingen vinden hun reflectie in het recht en in de rechtspraak en daarom zijn deze vaak ook complex (en mede om deze reden soms duur en traag). Lees meer …

Forensische ondersteuning strafrechters is niet vanzelfsprekend

Sinds enige tijd zijn er forensisch medewerkers werkzaam bij de secties strafrecht van verschillende rechtbanken en gerechtshoven. Zonder veel ophef vanuit de praktijk en de wetenschap lijkt de forensisch medewerker zich te hebben genesteld als een vaste ondersteuner van de strafrechter. Op de in 2012 gestarte pilot met forensische ondersteuning voor strafrechters in drie gerechten volgde in mei 2014 een positieve evaluatie.[1] Hierna is de forensische ondersteuning uitgebreid tot tien gerechten: zes rechtbanken en de vier gerechtshoven. De hulp van een niet-juridische ondersteuner bij de voorbereiding van strafzaken is echter niet vanzelfsprekend. Het roept fundamentele vragen op met betrekking tot de verantwoordelijkheid van rechter en het wettelijke uitgangspunt dat de rechter zijn oordeel moet baseren op hetgeen op het onderzoek ter terechtzitting aan de orde is geweest. Lees meer …