Auteursarchief: plasmanadvocaten

Wilders, The Sequel

Op 18 maart 2016 was het dan zover, de eerste openbare zitting Wilders II.
Nog voor de bode de zaak had uitgeroepen toverde Wilders het eerste konijn uit de hoge hoed. Hoe verzin je het, de concept pleitnota inhoudende vele onderzoekswensen met motivering was niet uitgelekt, nee hij was gelekt. Volgens de politicus moet de rijksrecherche op zoek naar het lek en voordat het gevonden is kan de zaak niet verder. Krijgt hij zijn zin dan kunnen we met regelmaat de tekst van pleitnota’s vóór de zitting in de krant verwachten.
Dit gebeuren was hét nieuws over deze regiezitting. Van een (saaie) zittingsdag waarover normaliter niet zoveel te melden zou zijn werd een spektakelstuk van de eerste orde gemaakt. Chapeau.
Wat is eigenlijk een lek? Ik zou zeggen dat daarvan sprake is wanneer iets dat (nog) niet voor de openbaarheid bestemd is – vaak min of meer anoniem – door een betrokkene opzettelijk op redelijk stiekeme wijze naar buiten wordt gebracht. Dat lijkt mij hier niet het geval. Mijn idee is dat het hier “gelekte” stuk juist voor de openbaarheid bestemd was.
Media die de tekst van de conceptpleitnota hebben ontvangen hebben gemeld dat zij die op legale wijze hebben verkregen. Een misdrijf plegen, bijvoorbeeld hacken, om dit stuk te bemachtigen ligt ook niet voor de hand, het stuk vertegenwoordigt geen waarde. De inhoud is niet echt interessant en wordt sowieso openbaar. Dan valt er wel iets anders te hacken. Als er toch gehackt is dan zeer waarschijnlijk door een anti-Wilders figuur die niet heeft voorzien welk effect dat hacken uiteindelijk zou krijgen. De politicus heeft er dan maximaal van geprofiteerd.
De meer voor de hand liggende gang van zaken is echter dat iemand in het kamp Wilders op het geniale idee is gekomen om het proces met een knaller te laten beginnen door van niets iets geweldigs te maken. Wilders heeft de pleitnota ontvangen, dat is door Knoops bevestigd want hij had het over het verstoorde contact tussen advocaat en cliënt. De politicus zal het stuk ter bestudering en bespreking ook aan derden hebben verstrekt, het is voor hem zeker geen geheim stuk. Zo’n pleitnota krijgt in de reguliere berichtgeving over een regiezitting nauwelijks aandacht; er wordt kort bericht dat de verdediging nog onderzoekswensen heeft en dat daarover nog beslist moet worden. Wil je die regiezitting en het optreden van de verdediging vol in de schijnwerpers krijgen dan maak je een rel. Dat kan niet met de inhoud van de pleitnota maar wel met het lekken ervan. Of er nu gehackt of “gelekt” is, zo’n rel kunnen veroorzaken met niets, ik heb er wel bewondering voor. Lees meer …

A-politieke rechters

Iedereen zal nog de televisiebeelden van het strafproces Wilders I op het netvlies hebben staan. Wat een spektakel was dat.
Het had veel weg van een bijeenkomst van acteurs die ieder voor zich in hun eigen voorstelling zaten, zoiets als wel gelijktijdig behandeld maar niet gevoegd.
De aanvankelijke hoofdpersoon Wilders wilde er op voorhand al een spektakel van maken zoals zijn eerst aangezochte raadsman Anker in De Wereld Draait Door suggereerde. Dan de uiteindelijke hoofdpersoon Bram Moszkowicz die de wens van zijn opdrachtgever meer dan waar maakte; hij moest ook wel, als het bericht klopt dat zijn einddeclaratie zich bewoog tussen de 5 en 6 ton. Maar hij wilde ook. De getuige Schalken die zich totaal verkeek op zijn rol en die van de rechtbank. Hij kwam in de veronderstelling dat hij als getuige terzake relevante vragen moest beantwoorden. Hij wist niet wat hem overkwam toen hij als acteur in dit theater onder de goedkeurende blikken van de rechtbank met Moszkowicz in de slag was over de kleur wijn die hij dronk. Het is wellicht het beeld dat het meest beklijft, dat van deze getuige met de door de rechtbank toegelaten aanval in de rug door Moszkowicz, die zijn (acteer)taak met bravoure uitvoerde. En tot slot de rechters die langzaam maar hard kennis maakten met het begrip beeldvorming en vooral de gevolgen van beeldvorming. De acteurs die op voorhand al in de rol van verliezers zaten hadden slechts een bijrol.
Heel Nederland keek mee en dacht een kijkje te krijgen in de keuken van het strafprocesrecht. Wraking leek een standaardprocedure te zijn en de advocaat heeft de regie over het gebeuren.
Na afloop werden er harde noten gekraakt, boeken geschreven en functies neergelegd.
Ook moest nog worden uitgelegd hoe dit nou kon, deze vrijspraak terwijl het gerechtshof in zeer harde bewoordingen de opdracht tot vervolging had gegeven. Het hof had toch gesproken over zaken die de strafbaarheid konden wegnemen maar ook juist konden versterken en dat dat bij Wilders het geval was ? Het hof had het Wilders toch zeer kwalijk genomen en hij maakte volgens het hof toch misbruik van zijn recht op vrije meningsuiting ? Als klap op de vuurpijl zag het hof in de wetsgeschiedenis toch geen beletsel, in tegendeel zelfs, om te concluderen dat Wilders zich schuldig had gemaakt aan een vorm van haatzaaien die naar Nederlands recht strafbaar is ?
Nederland kreeg helemaal geen kijkje in de keuken, Nederland zag een volledig a-typische procesvoering waarin alles anders leek dan het was. Was er wel een verdachte en wie was dat dan eigenlijk ? Lees meer …

Twee gedachten over getuigen

Vasco Groeneveld

1
Getuigen ondervragen vind ik één van de leukste en spannendste onderdelen van het vak van advocaat. Je moet improviseren en het dossier uit en te na kennen. Het is ook gevaarlijk, want hier kan de raadsman de zaak van zijn cliënt werkelijk schade berokkenen, als hij niet oplet of pech heeft.
Behalve als een getuige in de volle betekenis ‘jouw’ getuige is, weet je nooit van te voren wat eruit gaat komen. (Tragi-komisch in dit genre: een Kroatische dame die als slachtoffer van zg. Nigeriaanse artikel 419-fraude was ingevlogen om te getuigen. Niet alleen weigerde ze in te zien dat ze was opgelicht, ze bleek ook min of meer te verwachten dat de rechter-commissaris uit zijn bureaula het voorgespiegelde bedrag tevoorschijn zou halen om het haar te overhandigen).
Het adagium: ‘alleen vragen stellen als je weet wat het antwoord zal zijn’ kan in specifieke gevallen opgaan maar is in zijn algemeenheid grote onzin. Juist bij een getuige die al zeer belastend tegen je cliënt heeft verklaard, moet je soms risico’s nemen bij de zoektocht naar (muizen)gaten.
De wijze van ondervragen, de gehanteerde lijn en vooral ook de volgorde van de vragen kunnen het resultaat sterk beïnvloeden. Niet voor niets stelt de recherche in zware zaken standaard een verhoorplan op en plegen rechercheurs feedback te krijgen van live meeluisterende collega’s. Het luistert nauw allemaal, en groot is dan ook de frustratie als een slagvaardige rechter het hele veld voor je afgraast, zodat je jouw subtiel opgebouwde vragenlijst vaarwel kunt zeggen.
Even frustrerend is dat de aanpak per rechter verschilt en je maar moet afwachten of je een gul ‘uw getuige…’ te horen krijgt, of dat je als mosterd na de maaltijd mag aanhaken bij de ‘inleidende’ vragen. Terwijl de invloed op de uitkomst aanzienlijk kan zijn.
In het algemeen ben ik voor een ruime armslag van de rechter bij het bepalen van de procesorde. Maar hier bepleit ik om bij wet vast te leggen dat de initiatiefnemer tot het oproepen van de getuige ook de eerste ronde vragen mag stellen. Met instemming van partijen kan hiervan worden afgeweken, evenals in speciale gevallen, zoals bij een bijzonder kwetsbare getuige. Lees meer …

Goede voornemens

Het is aan het begin van elk nieuwe jaar vaste prik om goede voornemens aan te horen. Dat zijn dan de plannen van de persoon in kwestie. Voor de verandering wil ik het eens hebben over twee goede voornemens die anderen voor 2016 zouden moeten hebben.

Hoog op mijn lijstje staat mijn wens dat er dit jaar een (begin van een) eind gaat komen aan het in mijn ogen volkomen overbodige gedoe met de criteria verdedigingsbelang en noodzakelijkheid. Als er nu één mogelijkheid is om op eenvoudige en efficiënte wijze een nutteloze wettelijke bepaling uit het (bijna oude) wetboek van strafvordering alvast te “parkeren” dan is dat wel op dit punt.
De toepassing van de criteria is in den lande geheel willekeurig. De kroon spant het gerechtshof in ’s Hertogenbosch waar ik de in mijn ogen allesomvattende overweging mocht aanhoren dat het hof het verdedigingsbelang zag, waarmee voor het hof de noodzakelijkheid gegeven was. Mooier kan het niet gezegd worden.
Wat is er op tegen om al die ingewikkelde beschouwingen over het toepasselijke criterium opzij te schuiven en de rechter geheel casuïstisch te laten beoordelen of de verdediging met een redelijk verzoek komt. In dat criterium, de redelijkheid, kunnen alle facetten van een onderzoekswens worden gewogen: de inhoudelijkheid, de tijdigheid, de gevolgen van toewijzing etc.
Volgens mij gaat het materieel gezien nu meestal ook al zo en is de uiteindelijke afweging nu ook gebaseerd op de redelijkheid van het verzoek. Waarom dan zo ingewikkeld ?
Voor het OM speelt het allemaal minder, de officier van justitie kan immers elke verklaring waar hij/zij over beschikt op eenvoudige wijze aan het dossier toevoegen. Die “inequality of arms” zie ik niet zo snel verdwijnen, maar de ongelijkheid kan wel worden verminderd door in de hier voorgestelde praktijk redelijk om te gaan met het redelijkheidscriterium waar het verzoeken van de verdediging betreft. Lees meer …

Het woord van een medemens

‘Is het moeilijk om iemand te verdedigen terwijl je weet wat hij…’ is dé grijsgedraaide plaat die elke strafpleiter kent van verjaardagen. (Terzijde: om iemand prettig te kunnen verdedigen maakt het mij niets uit wat hij heeft gedaan. Wel of met hem te praten valt, zijn verwachtingen realistisch zijn en hij niet overloopt van zelfbeklag).
Je moet mensen hun borrelpraat gunnen. Ook ik heb een vraag die me op de lippen brandt, en wel zodra ik op informele voet met een rechter beland: ‘hoe weet je nou écht zeker dat iemand schuldig is?’ Of liever nog: ‘Hoe weet je zeker dat je niet miskleunt?’ Lees meer …

23 jaar advocatuur

Vrijdag 18 september 2015, om 15.45 uur, stond ik voor het laatst als raadsman een cliënt bij ter zitting van een rechter, in dit geval de openbare raadkamer van de rechtbank Amsterdam. Na ruim 23 jaar strafrechtadvocatuur stap ik over naar de rechterlijke macht. Dat geeft aanleiding tot enige overpeinzingen over de advocatuur en mijn ervaringen binnen die beroepsgroep. Die ervaringen beperken zich overigens tot één enkel advocatenkantoor. Ik ben in 1992 door Peter Plasman binnengehaald op zijn kantoor en ben daar al die tijd gebleven. Lees meer …

Geen lichtvaardigheid, wel een lichtend voorbeeld

Peter Plasman

In zijn blog van 8 september jl. stelt Ferdinandusse dat de rechter-commissaris in Alkmaar wel heel lichtvaardig op de stoel van de wetgever is gaan zitten toen hij besloot om op verzoek van een verdachte het verhoor als bedoeld in artikel 59a Wetboek van Strafvordering eerder dan voorzien te doen plaatsvinden.
Ervan uitgaande dat Ferdinandusse niet zal bedoelen dat de rechter wel op die stoel mag gaan zitten als hij dat maar niet heel lichtvaardig doet is zijn standpunt interessant in het licht van de “stoelendans” die thans gaande lijkt. De benadering zou ook kunnen zijn dat wanneer de rechter tijdens die stoelendans constateert dat zijn stoel bezet is door de wetgever hij dan maar even op de stoel van laatstgenoemde moet plaatsnemen. Lees meer …

De zegeningen van artikel 80a RO

Sinds jaar en dag klaagt de Hoge Raad over de kwaliteit van de ingezonden cassatieschrifturen in strafzaken en dan vooral over de schrifturen die namens de verdachte zijn ingediend. De voorgestelde cassatiemiddelen zijn nogal eens te feitelijk van aard, bevatten geen verwijzingen naar relevante literatuur, wetgeschiedenis of jurisprudentie, of berusten op een verkeerde lezing van het bestreden arrest.

De strafrechtadvocatuur heeft de handschoen opgenomen. In 2011 is de Vereniging van Cassatieadvocaten in Strafzaken opgericht, welke vereniging tamelijk strenge toelatingseisen kent en zich tot doel stelt de kwaliteit van de rechtsbijstand in strafrechtelijke procedures bij de Hoge Raad te verbeteren. Tot oprichting van een cassatiebalie in strafzaken is het anders dan in civiele zaken evenwel (nog) niet gekomen. Lees meer …

Mevrouw de raadsheer

Onlangs sprak een van de meest vooraanstaande Amerikaanse strafpleiters in het nog steeds opvallende Van der Valk motel in Breukelen, wat mij toch een vreemde locatie lijkt voor een zwarte Amerikaan uit Montgomery, Alabama die voor strafrechtadvocaten in Nederland over misstanden in het Amerikaanse systeem komt spreken. Professor Bryan Stevenson had gedurende drie uur de volle aandacht van zijn publiek, hier was een echte spreker aan het woord.
Hoe het precies ging weet ik niet meer maar tijdens zijn verhalen over gerechtelijke dwalingen die tot de doodstraf hadden geleid (in 10% van de zaken!) en de nog steeds systematische achterstelling van het niet-blanke deel van de bevolking kwam ter sprake dat wij hier in Nederland onze vrouwelijke leden van gerechtshoven en Hoge Raad nog steeds aanduiden als “mevrouw de raadsheer”. Ja, werd er gezegd, dat heeft er natuurlijk mee te maken dat in ons land heel lang alleen mannelijke rechters bestonden.
Ter informatie, dat was zo tot 1947.
Onbedoeld was tijdens het betoog van professor Stevenson, die niets anders deed dan op Nederlandse strafrechtadvocaten iets van zijn gedrevenheid overbrengen, een Nederlands pijnpuntje op tafel gekomen; zoals vaker een beetje in de anekdotische sfeer: wat zijn we toch een raar juridisch volkje.
Professor Stevenson keek er in ieder geval van op. Lees meer …

Versluierend taalgebruik en onwaarheden van de strafrechter

“Doe mij vanavond even een cd’tje door de brievenbus”. Inmiddels zodanig bekend dat alleen de daders nog denken dat zij iets versluieren. Zij kunnen dan uit die droom geholpen worden omdat het dossier ook sms’jes bevat waarin om een half cd’tje wordt gevraagd. Maar er is meer versluierend taalgebruik.
Enige tijd geleden zat ik erbij toen een rechter-commissaris op een advocaat reageerde met “ik hoor het u zeggen”, standaard versluierend taalgebruik voor “u liegt dat u barst”. Zo standaard dat de advocaat in woede ontstak en de rechter-commissaris toesiste dat deze heel goed wist wat zijn opmerking betekende, om vervolgens tot wraking over te gaan. Het lijkt netjes geformuleerd maar het is niet netjes en ook zeker niet leuk als de rechter tegen de verdachte versluierd zegt dat hij liegt en de verdachte de enige is die de
boodschap niet begrijpt. En als het echt gezegd moet worden, zeg het dan, op straffe van. Er zijn ook rechters die in klip en klare taal de verdachte voorhouden wat het probleem is, dus het kan wel.
Een rechter zou geen versluierend taalgebruik moeten hanteren. En als de rechter dat wel doet, waarom de rechter daar dan niet aan houden, zoals ook de verdachte – bij de bewijsmiddelen – aan zijn versluierend taalgebruik gehouden wordt. Lees meer …