Auteursarchief: plasmanadvocaten

Artikel 12 Sv

Tot de dagelijkse bezigheden van de strafrechtadvocaat hoort het aan de cliënt vertellen hoe het allemaal werkt. Dat is oppassen geblazen want het uitleggen van wettelijke regelingen en beslissingen van rechters kan snel opgevat worden als het verdedigen van bepaalde zaken terwijl de cliënt daar helemaal niet op zit te wachten. Bovendien kan het ook heel vervelend zijn om voor de zoveelste keer te verduidelijken waarom bij een first offender die nog alleen maar verdachte is toch vrij gemakkelijk het recidivegevaar wordt aangenomen. Vaak weten cliënten een zinnige uitleg ook nog eens te pareren met de avonturen van een medegedetineerde waar toch uit blijkt dat het allemaal niet klopt. Zo gaf ik laatst aan dat een poging tot moord richting de dubbele cijfers zou kunnen gaan en was de reactie dat een medegedetineerde daar toch maar 2 jaar voor had gekregen. Bij toeval deed ik ook de zaak van deze medegedetineerde die inderdaad was veroordeeld tot twee jaar maar van poging tot moord was geen sprake, wel van een zeer ernstige bedreiging middels schieten. Er zitten ook nog al wat eigenwijze snuiters tussen die vooral aan mij vertellen hoe het precies zit. Dat kan overigens best amusant zijn omdat daarbij soms de meest vreemde theorieën op tafel komen. Zoals de theorie dat sommige officieren alleen maar gevangenisstraf eisen omdat zij weten dat je in de bak van alles kunt leren en deze officieren zo hun eigen werkgelegenheid veilig stellen.

Lees meer …

Opzet, de mooie dochter

Ik hou van opzet, omdat het zo fijn vaag kan zijn en vaak niet klopt. Dat geldt vooral voor voorwaardelijk opzet. Toch kan het strafrecht daar blijkbaar niet zonder, ook omdat je niet in iemands hoofd kunt kijken. Het zijn deze tegenstrijdigheden die strafrecht leuk maken. (Het begint al met het hele idee van straffen; als reactie op een misdaad is het net zo logisch als regendansen, heb ik wel eens gelezen, toch lijkt het onmisbaar. Al zou ik niet verbaasd zijn als er in de toekomst met onbegrip op terug wordt gekeken, zoals wij nu naar slavernij kijken, of kinderarbeid aan deze kant van de Oeral).

Lees meer …

Keffende strategen

“Een advocaat die niet van te voren informeert wie de zittingsrechters zijn, doet zijn werk niet goed”, hield een rechter ons cursisten vorige week voor, wat mij op slag onrustig maakte want dat vraag ik maar zelden. Maar inderdaad speelt (juist) in strafrechtland de menselijke factor ongetwijfeld een grote rol. Het maakt heel wat uit of je één van die minzaam knikkende maar hard afrekenende sfinxen treft, of de over-assertieve Amsterdamse voorzitter die onder het uitzenden van borende blikken over zijn bril al na twee zinnen de poten onder je pleidooi wegzaagt, maar wel de discussie opengooit en naar mijn ervaring verdachten vaker niet dan wel onder uit de zak geeft (ik verdenk hem ervan dat hij niet tegen saaie zittingen kan).

Lees meer …

Faites vos jeux

De vraag die het meest aan strafrechtadvocaten gesteld wordt is uiteraard de vraag naar het kunnen verdedigen van een – zoals de advocaat weet – schuldig persoon. De motieven om de discussie aan te gaan zijn interessant; soms straalt de verontwaardiging er vanaf maar ook vaak de oprechte fascinatie of pure nieuwsgierigheid. Tijdens mijn jaarlijkse gastcollege aan de Universiteit van Amsterdam, bedoeld om beginnende rechtenstudenten te enthousiasmeren voor de studie (“hou ze aan boord” is het devies) boeien het onderwerp en de discussie erover steeds opnieuw.
Er is een andere interessante vraag die ook steeds terugkomt.
“Maakt het eigenlijk verschil voor welk hof, welke rechtbank, welke kamer of zelfs welke rechter je zaak dient?” Die vraag beantwoord ik steevast met een volmondig ja, een ja dat met de jaren steeds steviger wordt. Er zijn talloze voorbeelden van verschillen, waaronder zeer grote, te geven.
Op dit moment springt het meest in het oog de manier waarop verschillende rechters, ook in één rechtbank, omgaan met de voorlopige hechtenis. In feite is dat hele gebeuren voor de verdachte niets meer of minder dan een loterij. Dat beeld wordt bevestigd wanneer rechters zelf hierover aan het woord zijn, er blijkt ronduit sprake te zijn van verschillende stromingen, die ook nog eens van richting kunnen veranderen. Toen het “Rotterdamse model” (hoofdregel: alleen vastzetten als het echt niet anders kan) al hier en daar in het land werd gevolgd vertelde een Rotterdamse rechter mij dat daar juist weer een terugtrekkende beweging was ingezet.
Het is natuurlijk niet te verkopen dat op een eerste pro forma zitting alle verdachten van de invoer van 1000 kilogram cocaïne bij betaling van een kleine borgsom met een schorsing naar huis kunnen, op grond van bovenstaande hoofdregel, terwijl een verdachte van het witwassen van € 90.000 even verderop in dezelfde rechtbank moet blijven. Dezelfde rechtbank, maar weer een andere kamer die vervolgens beslist dat de verdachte die € 20 miljoen zou hebben witgewassen geschorst wordt, dit keer zonder borgsom. In alle gevallen uiteraard ernstige bezwaren en verschillende gronden maar nergens een spoor van bijzondere persoonlijke omstandigheden, vandaar de benaming oneigenlijke schorsing. Onderdeel van de loterij is overigens ook het forum; wordt er op de zitting geschorst dan blijft de verdachte buiten, wordt er in raadkamer geschorst dan wordt na appèl van de officier van justitie door bijvoorbeeld het hof Den Haag weer steevast naar die bijzondere persoonlijke omstandigheden gevraagd, waarvan iedereen weet dat die er niet zijn; dan weet je al hoe het af gaat lopen. Sterker, de voorzitter die er in Den Haag naar vraagt (wie kent hem niet) wéét dat bij een dergelijk appèl die omstandigheden niet gaan komen en een beetje advocaat belt daarna niet eens voor de beslissing. Zo kon het gebeuren dat de rechtbank Rotterdam schorste in raadkamer, dat het hof Den Haag de officier gelijk gaf, de verdachte weer naar binnen ging, maar slechts een paar weken tot aan de volgende zitting omdat de rechtbank toen zo moedig was om tegen de zin van het hof in weer te schorsen en de officier toen niet in appèl kon (later werd door de rechtbank 8 jaar opgelegd).
Daarentegen heeft bijvoorbeeld het hof Amsterdam weer wat meer oog voor de “oneigenlijke” schorsing. Misschien heeft het daar geholpen dat vorig jaar een aantal advocaten in een zogeheten spiegelbijeenkomst ten overstaan van de gehele strafsectie mochten vertellen wat er in hun ogen mis was. De gang van zaken in raadkamer en op zitting met betrekking tot de voorlopige hechtenis was met afstand topic nummer 1. Maar daardoor is het verschil in raadkamer tussen hof Den Haag maar ook hof vestigingsplaats Arnhem en hof Amsterdam weer groter geworden.
Het is overal in het land anders. Faites vos jeux!

Lees meer …

Graag meteen ook de antwoorden

Een advocaat mag niet liegen. Zeker niet tegen de rechter. Daar schijnt wisselend over gedacht te worden, maar dat ligt misschien aan de definitie. Ik versta eronder: bewust feitelijke onjuistheden voor waar meedelen, en dat mag dus niet. Ik denk trouwens dat de meeste advocaten ook helemaal niet willen liegen. Het maakt de boel ingewikkeld en het strafproces is al complex genoeg.
Voor de verdachte ligt het anders: hij mag alles, dus ook liegen dat het gedrukt staat. En veel verdachten zullen kleine of grote redenen hebben om, zoals wel parmantig in vonnissen staat, ‘de waarheid te bemantelen’. Of het wijs is om dat te doen is de vraag, en dat raakt aan een belangrijke taak voor de advocaat: de cliënt voorbereiden op de verhoren.
Niet altijd gemakkelijk. Ook voor de advocaat is er een afbreukrisico: je voelt je er toch op aangekeken als jouw cliënt tijdens het verhoor alle hoeken van de kamer ziet!
En waar bereid je eigenlijk op voor? De gemiddelde cliënt wil niet alleen de vragen horen die hij kan verwachten maar graag meteen ook de antwoorden. Maar iemand zijn verklaring kant-en-klaar voorschotelen is duidelijk niet de bedoeling. Van de raadsman wordt wel verwacht dat hij wijst op de juridische gevolgen van diverse te volgen strategieën, waaronder af te leggen verklaringen. Dat houdt dus in: de best mogelijke verklaring met de meeste kans op een gunstige afloop. Je ontkomt er dan niet aan om verschillende opties door te nemen, en het waarheidsgehalte hoeft niet doorslaggevend te zijn.
Het kan ook niet anders, want de advocaat is niet bezig met waarheidsvinding, maar met eenzijdige belangenbehartiging. Wat niet wegneemt dat hij de grens met zijn cliënt moet bewaken; die moet de bron van de verklaring zijn, niet zijn raadsman. Een potentieel mijnenveld.

Lees meer …

Wilders, The Sequel

Op 18 maart 2016 was het dan zover, de eerste openbare zitting Wilders II.
Nog voor de bode de zaak had uitgeroepen toverde Wilders het eerste konijn uit de hoge hoed. Hoe verzin je het, de concept pleitnota inhoudende vele onderzoekswensen met motivering was niet uitgelekt, nee hij was gelekt. Volgens de politicus moet de rijksrecherche op zoek naar het lek en voordat het gevonden is kan de zaak niet verder. Krijgt hij zijn zin dan kunnen we met regelmaat de tekst van pleitnota’s vóór de zitting in de krant verwachten.
Dit gebeuren was hét nieuws over deze regiezitting. Van een (saaie) zittingsdag waarover normaliter niet zoveel te melden zou zijn werd een spektakelstuk van de eerste orde gemaakt. Chapeau.
Wat is eigenlijk een lek? Ik zou zeggen dat daarvan sprake is wanneer iets dat (nog) niet voor de openbaarheid bestemd is – vaak min of meer anoniem – door een betrokkene opzettelijk op redelijk stiekeme wijze naar buiten wordt gebracht. Dat lijkt mij hier niet het geval. Mijn idee is dat het hier “gelekte” stuk juist voor de openbaarheid bestemd was.
Media die de tekst van de conceptpleitnota hebben ontvangen hebben gemeld dat zij die op legale wijze hebben verkregen. Een misdrijf plegen, bijvoorbeeld hacken, om dit stuk te bemachtigen ligt ook niet voor de hand, het stuk vertegenwoordigt geen waarde. De inhoud is niet echt interessant en wordt sowieso openbaar. Dan valt er wel iets anders te hacken. Als er toch gehackt is dan zeer waarschijnlijk door een anti-Wilders figuur die niet heeft voorzien welk effect dat hacken uiteindelijk zou krijgen. De politicus heeft er dan maximaal van geprofiteerd.
De meer voor de hand liggende gang van zaken is echter dat iemand in het kamp Wilders op het geniale idee is gekomen om het proces met een knaller te laten beginnen door van niets iets geweldigs te maken. Wilders heeft de pleitnota ontvangen, dat is door Knoops bevestigd want hij had het over het verstoorde contact tussen advocaat en cliënt. De politicus zal het stuk ter bestudering en bespreking ook aan derden hebben verstrekt, het is voor hem zeker geen geheim stuk. Zo’n pleitnota krijgt in de reguliere berichtgeving over een regiezitting nauwelijks aandacht; er wordt kort bericht dat de verdediging nog onderzoekswensen heeft en dat daarover nog beslist moet worden. Wil je die regiezitting en het optreden van de verdediging vol in de schijnwerpers krijgen dan maak je een rel. Dat kan niet met de inhoud van de pleitnota maar wel met het lekken ervan. Of er nu gehackt of “gelekt” is, zo’n rel kunnen veroorzaken met niets, ik heb er wel bewondering voor.

Lees meer …

A-politieke rechters

Iedereen zal nog de televisiebeelden van het strafproces Wilders I op het netvlies hebben staan. Wat een spektakel was dat.
Het had veel weg van een bijeenkomst van acteurs die ieder voor zich in hun eigen voorstelling zaten, zoiets als wel gelijktijdig behandeld maar niet gevoegd.
De aanvankelijke hoofdpersoon Wilders wilde er op voorhand al een spektakel van maken zoals zijn eerst aangezochte raadsman Anker in De Wereld Draait Door suggereerde. Dan de uiteindelijke hoofdpersoon Bram Moszkowicz die de wens van zijn opdrachtgever meer dan waar maakte; hij moest ook wel, als het bericht klopt dat zijn einddeclaratie zich bewoog tussen de 5 en 6 ton. Maar hij wilde ook. De getuige Schalken die zich totaal verkeek op zijn rol en die van de rechtbank. Hij kwam in de veronderstelling dat hij als getuige terzake relevante vragen moest beantwoorden. Hij wist niet wat hem overkwam toen hij als acteur in dit theater onder de goedkeurende blikken van de rechtbank met Moszkowicz in de slag was over de kleur wijn die hij dronk. Het is wellicht het beeld dat het meest beklijft, dat van deze getuige met de door de rechtbank toegelaten aanval in de rug door Moszkowicz, die zijn (acteer)taak met bravoure uitvoerde. En tot slot de rechters die langzaam maar hard kennis maakten met het begrip beeldvorming en vooral de gevolgen van beeldvorming. De acteurs die op voorhand al in de rol van verliezers zaten hadden slechts een bijrol.
Heel Nederland keek mee en dacht een kijkje te krijgen in de keuken van het strafprocesrecht. Wraking leek een standaardprocedure te zijn en de advocaat heeft de regie over het gebeuren.
Na afloop werden er harde noten gekraakt, boeken geschreven en functies neergelegd.
Ook moest nog worden uitgelegd hoe dit nou kon, deze vrijspraak terwijl het gerechtshof in zeer harde bewoordingen de opdracht tot vervolging had gegeven. Het hof had toch gesproken over zaken die de strafbaarheid konden wegnemen maar ook juist konden versterken en dat dat bij Wilders het geval was ? Het hof had het Wilders toch zeer kwalijk genomen en hij maakte volgens het hof toch misbruik van zijn recht op vrije meningsuiting ? Als klap op de vuurpijl zag het hof in de wetsgeschiedenis toch geen beletsel, in tegendeel zelfs, om te concluderen dat Wilders zich schuldig had gemaakt aan een vorm van haatzaaien die naar Nederlands recht strafbaar is ?
Nederland kreeg helemaal geen kijkje in de keuken, Nederland zag een volledig a-typische procesvoering waarin alles anders leek dan het was. Was er wel een verdachte en wie was dat dan eigenlijk ?

Lees meer …

Twee gedachten over getuigen

Vasco Groeneveld

1
Getuigen ondervragen vind ik één van de leukste en spannendste onderdelen van het vak van advocaat. Je moet improviseren en het dossier uit en te na kennen. Het is ook gevaarlijk, want hier kan de raadsman de zaak van zijn cliënt werkelijk schade berokkenen, als hij niet oplet of pech heeft.
Behalve als een getuige in de volle betekenis ‘jouw’ getuige is, weet je nooit van te voren wat eruit gaat komen. (Tragi-komisch in dit genre: een Kroatische dame die als slachtoffer van zg. Nigeriaanse artikel 419-fraude was ingevlogen om te getuigen. Niet alleen weigerde ze in te zien dat ze was opgelicht, ze bleek ook min of meer te verwachten dat de rechter-commissaris uit zijn bureaula het voorgespiegelde bedrag tevoorschijn zou halen om het haar te overhandigen).
Het adagium: ‘alleen vragen stellen als je weet wat het antwoord zal zijn’ kan in specifieke gevallen opgaan maar is in zijn algemeenheid grote onzin. Juist bij een getuige die al zeer belastend tegen je cliënt heeft verklaard, moet je soms risico’s nemen bij de zoektocht naar (muizen)gaten.
De wijze van ondervragen, de gehanteerde lijn en vooral ook de volgorde van de vragen kunnen het resultaat sterk beïnvloeden. Niet voor niets stelt de recherche in zware zaken standaard een verhoorplan op en plegen rechercheurs feedback te krijgen van live meeluisterende collega’s. Het luistert nauw allemaal, en groot is dan ook de frustratie als een slagvaardige rechter het hele veld voor je afgraast, zodat je jouw subtiel opgebouwde vragenlijst vaarwel kunt zeggen.
Even frustrerend is dat de aanpak per rechter verschilt en je maar moet afwachten of je een gul ‘uw getuige…’ te horen krijgt, of dat je als mosterd na de maaltijd mag aanhaken bij de ‘inleidende’ vragen. Terwijl de invloed op de uitkomst aanzienlijk kan zijn.
In het algemeen ben ik voor een ruime armslag van de rechter bij het bepalen van de procesorde. Maar hier bepleit ik om bij wet vast te leggen dat de initiatiefnemer tot het oproepen van de getuige ook de eerste ronde vragen mag stellen. Met instemming van partijen kan hiervan worden afgeweken, evenals in speciale gevallen, zoals bij een bijzonder kwetsbare getuige.

Lees meer …

Goede voornemens

Het is aan het begin van elk nieuwe jaar vaste prik om goede voornemens aan te horen. Dat zijn dan de plannen van de persoon in kwestie. Voor de verandering wil ik het eens hebben over twee goede voornemens die anderen voor 2016 zouden moeten hebben.

Hoog op mijn lijstje staat mijn wens dat er dit jaar een (begin van een) eind gaat komen aan het in mijn ogen volkomen overbodige gedoe met de criteria verdedigingsbelang en noodzakelijkheid. Als er nu één mogelijkheid is om op eenvoudige en efficiënte wijze een nutteloze wettelijke bepaling uit het (bijna oude) wetboek van strafvordering alvast te “parkeren” dan is dat wel op dit punt.
De toepassing van de criteria is in den lande geheel willekeurig. De kroon spant het gerechtshof in ’s Hertogenbosch waar ik de in mijn ogen allesomvattende overweging mocht aanhoren dat het hof het verdedigingsbelang zag, waarmee voor het hof de noodzakelijkheid gegeven was. Mooier kan het niet gezegd worden.
Wat is er op tegen om al die ingewikkelde beschouwingen over het toepasselijke criterium opzij te schuiven en de rechter geheel casuïstisch te laten beoordelen of de verdediging met een redelijk verzoek komt. In dat criterium, de redelijkheid, kunnen alle facetten van een onderzoekswens worden gewogen: de inhoudelijkheid, de tijdigheid, de gevolgen van toewijzing etc.
Volgens mij gaat het materieel gezien nu meestal ook al zo en is de uiteindelijke afweging nu ook gebaseerd op de redelijkheid van het verzoek. Waarom dan zo ingewikkeld ?
Voor het OM speelt het allemaal minder, de officier van justitie kan immers elke verklaring waar hij/zij over beschikt op eenvoudige wijze aan het dossier toevoegen. Die “inequality of arms” zie ik niet zo snel verdwijnen, maar de ongelijkheid kan wel worden verminderd door in de hier voorgestelde praktijk redelijk om te gaan met het redelijkheidscriterium waar het verzoeken van de verdediging betreft.

Lees meer …

Het woord van een medemens

‘Is het moeilijk om iemand te verdedigen terwijl je weet wat hij…’ is dé grijsgedraaide plaat die elke strafpleiter kent van verjaardagen. (Terzijde: om iemand prettig te kunnen verdedigen maakt het mij niets uit wat hij heeft gedaan. Wel of met hem te praten valt, zijn verwachtingen realistisch zijn en hij niet overloopt van zelfbeklag).
Je moet mensen hun borrelpraat gunnen. Ook ik heb een vraag die me op de lippen brandt, en wel zodra ik op informele voet met een rechter beland: ‘hoe weet je nou écht zeker dat iemand schuldig is?’ Of liever nog: ‘Hoe weet je zeker dat je niet miskleunt?’

Lees meer …