Auteursarchief: Ivoren Toga

De inhoud van de rechterlijke functie? Zonder duidelijkheid geen kwaliteit noch onafhankelijkheid

Door Herman Tjeenk Willink

Deze bijdrage vormt een bewerking van de inleiding die Herman Tjeenk Willink hield op de gerechtsvergadering van de Rechtbank Noord-Nederland op 9 mei 2017 met als thema ‘Kijk naar je eigen!’. De andere inleiding werd verzorgd door Rick Robroek en is hier te vinden.

Ter voorbereiding op deze bijzondere gerechtsvergadering, en mijn aandeel daarin, zijn u verschillende stukken toegezonden.* De boodschap uit al die stukken is steeds dezelfde:

De democratische rechtsstaat is geen rustig bezit. Door gebrekkig onderhoud vindt er een sluipende uitholling (betonrot) plaats. Die uitholling bedreigt ook de rechterlijke macht. Rechters bieden daartegen tot nu toe zelf onvoldoende inhoudelijk tegenwicht.

Lees meer …

Voltooid leven

Door rabbijn Lody B. van de Kamp (BEd.)

In een Nederlandse samenleving, een parlementaire democratie met als basis de rechtsstaat gefundeerd op een grondwet, beschikken wij over het recht van interventie in het leven van de medeburgers.

Dit komt op ‘milde’ wijze tot uiting in het begrip van rechtshandhaving door de overheid over het leven van de burger.

Een ‘zwaardere’ manier van interventie is het geweldsmonopolie waar de overheid over beschikt en dat gemandateerd is aan de politie en aan de krijgsmacht.

Lees meer …

Meer structuur in straftoemeting nodig

Bert Berghuis

[1] In 1992 publiceerde Trema een themanummer over rechtsgelijkheid, waarbij ik was gevraagd om een empirische bijdrage te leveren over het strafrecht. Die bijdrage “De harde en de zachte hand” toonde een forse ongelijkheid in straftoemeting aan en maakte veel los. De media doken erop, ontkenning van rechtbankpresidenten in de NRC, natuurlijk ook enige agressie naar degene die de boodschap verkondigde. Toch bleek het ook een stimulans voor wat later de oriëntatiepunten van de strafrechtspraak zouden worden. We zijn nu 25 jaar verder – wat is er terecht gekomen van de inspanningen om tot een grotere rechtsgelijkheid te komen? Het meest tastbare resultaat zijn de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting bij een dertigtal delicten.

Lees meer …

Straftoemeting. Een reactie en een naschrift.

Door Ronny van de Water (reactie) en Dato Steenhuis (naschrift)

Reactie
Dato Steenhuis breekt in zijn laatste bijdrage aan de Ivoren Toga een lans voor meer en hogere detentiestraffen. Het is duidelijk dat hij met enkele provocerende uitspraken de discussie op scherp wil zetten.

Een reactie op de oproep van Steenhuis zou kort kunnen zijn met de opmerking dat het sanctiebeleid van de Nederlandse rechters blijkbaar effectief is gezien de gestaag dalende criminaliteitscijfers, maar dat zou te gemakkelijk zijn. Het is immers de vraag of deze dalende cijfers wel kloppen. In ieder geval blijkt uit interne notities van de politie dat er twijfels zijn over deze daling. Ook het oplossingspercentage daalt (helaas) gestaag. De door Steenhuis opgesomde percentages over de opgelegde straffen zeggen ook niet veel. Het is mijn ervaring dat de afgelopen 15 jaar veel bagatelzaken het strafrecht zijn ingetrokken en dan is het logisch dat in dergelijke zaken ook bagatelstraffen worden opgelegd.

Lees meer …

Reactie op Prinsen en Bakkum

Door Wim Canton

Allereerst mijn dank voor het genuanceerde commentaar vanuit het NIFP op het door mij geschreven blog over de gevolgen van doorgeschoten kwaliteitscontrole voor de rechtsgang rond pro justitia rapportages.

Zoals ook al in het blog door mij betoogd heeft het NIFP in het verleden een grote rol gespeeld in het verbeteren van de kwaliteit van pro justitia rapportages. Het komen tot een standaard vraagstelling, betere indicatiestelling, het ontwikkelen van formats, het bijdragen aan richtlijnen en opleidingen en het beschikbaar zijn voor vragen en overleg zijn grote verdiensten, waar nog dagelijks de vruchten van worden geplukt.

Lees meer …

Reactie op Weblog Wim Canton: de gevolgen van doorgeschoten kwaliteitscontrole voor de rechtsgang rond pro justitia rapportages in het strafrecht

Door Merel Prinsen en Theo Bakkum

Inleiding
Het NIFP is het met alle partijen eens dat het belangrijk is voor het strafproces dat de doorlooptijden in orde zijn. Dit is belangrijk voor de verdachte, die in voorarrest het proces afwacht, voor slachtoffers die mogelijk in grote onzekerheid verkeren, alsook voor de partijen in het strafrecht en de samenleving als geheel om helderheid te krijgen over de afloop van een strafzaak.

Binnen het NIFP is dan ook met veel belangstelling kennis genomen van de bijdrage van Wim Canton aan deze weblog. Wim Canton beschrijft de problemen met de doorlooptijden van de Pro Justitia rapportages in het strafrecht en beschrijft de rol die het NIFP naar zijn mening heeft in deze problematiek. Hij eindigt zijn bijdrage met het aankondigen van een pilotstudie die op initiatief van het Openbaar Ministerie (OM) wordt ingericht. Het NIFP is bekend met de pilotstudie en is hierover in overleg met verschillende belanghebbenden.

Lees meer …

De straftoemetingsmal in de gereedschapskist

Door Henk Elffers

1. Allereerst een woord van dank aan Albert Klijn, die zich niet neerlegde bij de teleurstellende stilte jegens mijn oproep op Ivoren Toga om over een “straftoemetingsmal” na te denken en ermee te experimenteren. Hij besprak mijn voorstellen met enkele deskundige betrokkenen, en daardoor ben ik in de gelegenheid te reflecteren op de zeer gewaardeerde reacties op mijn voorstel van Van Atteveld, Janssen, Mulder en Tak. (Klijn, A. (2017), Het grote zwijgen van de ZM, in antwoord op: Elffers, H. (2016), De straftoemetingsmal: een middel om straftoemeting begrijpelijker te maken)

Lees meer …

Het grote zwijgen van de ZM

Door Albert Klijn

Desgevraagde antwoorden
Overdreven verwachtingen over het aantal reacties van strafrechters op de oproep van Henk Elffers om mee te denken over verbetering van de door ontworpen straftoemetingsmal (zie de blog van 21 januari 2016) had ik niet. Maar dat het aantal reacties tot in september dat jaar – en tot op dit moment zelfs – exact nul bedroeg, stelde mij teleur. Durft nu niemand de nek uit te steken, is het onderwerp totaal niet interessant meer is of – ik durf het nauwelijks te typen – geldt: (toemetings)vrijheid blijheid? Vraagtekens vergen doorvragen vandaar mijn besluit op pad te gaan en antwoorden te gaan halen bij personen die ik een interessante mening toedacht en die vast mij wel wilden ontmoeten.

Lees meer …

Verwachtingenparadox en het OM

René Westra

Ondermijnende criminaliteit (1)
Op 7 januari 2017 was in diverse dagbladen te lezen dat een officier van justitie in een interview haar zorgen uitte over de moeizame aanpak van ondermijnende criminaliteit in Noord-Brabant. De verstrengeling tussen boven- en onderwereld leidt tot de vergelijking met Sodom en Gomorra. De geconstateerde witwaspraktijken komen in meerdere sectoren voor. De OvJ geeft vervolgens aan dat haar mogelijkheden beperkt zijn “door ontwikkelingen in de rechtsstaat”. Het gevolg is dat bestuurders daardoor meer verwachten van de fiscus dan van het Openbaar Ministerie. “Een strafproces is een logistieke nachtmerrie geworden, vooral als er meerdere verdachten zijn”.

Lees meer …

De gevolgen van doorgeschoten kwaliteitscontrole voor de rechtsgang rond pro justitia rapportages in het strafrecht

Door Wim Canton

Inleiding
Er bestaan toenemende problemen met de doorlooptijden in strafzaken. In een aantal arrondissementen loopt een groot deel van de zittingen waarbij een rapportage Pro Justitia wordt geschreven door een gedragskundige vertraging op. Deze vertraging hangt onder andere samen met de wijze waarop het rapportageproces op dit moment door het NIFP geregeld is. Een aantal kwaliteitsprocedures rond matching van en feedback op de rapportages kost veel tijd en draagt bij aan de problemen met de doorlooptijden. De vraag is of de mogelijke kwaliteitswinst ten gevolge van deze procedures opweegt tegen de grote financiële en maatschappelijke gevolgen van het verlengen van de doorlooptijden.

De historie van de pro justitia rapportage

In ongeveer 25% van alle zaken die voor de meervoudige strafkamer komen wordt de rechtbank voorgelicht door een gedragskundige. Deze moet antwoord geven op de vraag of er sprake was van een stoornis ten tijde van het tenlastegelegde, of deze stoornis invloed had op het al dan niet (of in verminderde mate) toerekenen van het tenlastegelegde, hoe het risico op herhaling van strafbare feiten in te schatten is en wat er gedaan zou kunnen worden om dit risico te verminderen.

Lees meer …