Auteursarchief: Dato Steenhuis

Transparantie: strafzaken in hoger beroep

Over transparantie bij de strafrechtspraak in eerste aanleg heb ik nauwelijks te klagen. In de jaarlijks publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving is heel veel informatie te vinden over de activiteiten van de ketenpartners. Het aantal zaken dat de politie jaarlijks registreert en het ophelderingspercentage; het aantal zaken dat van jaar tot jaar bij het OM wordt ingeschreven; de afdoening van die zaken door rechter en OM allemaal keurig per type misdrijf uitgesplitst. Gegevens over vrijspraken en schuldigverklaringen en gedetailleerde informatie over het soort en ook de hoogte van de sancties en ook dat weer per misdrijf. Hoe lang strafzaken gemiddeld duren bij de PR, de KR en de MK, het wordt allemaal nauwkeurig opgetekend en beschikbaar gesteld. Kortom een onuitputtelijke bron voor wie, zoals ik, zicht wil houden op de (kwantitatieve) ontwikkeling van de strafrechtspraak. Lees meer …

Van boeven en burgers

In de theorie van het strafrecht wordt onderscheiden tussen het mala in se, het kwaad an sich en het mala prohibita. Het eerste kwaad heeft betrekking op overschrijding van de aloude normen die – de meeste – mensen met de paplepel krijgen ingegoten, de normen van alle tijden, het verschil tussen goed en kwaad, de moraal.

Mala prohibita ziet op normen zonder zulke intrinsieke achterliggende waarden, normen die in de loop van de tijd zijn ontwikkeld op grond van het nut dat ze hebben bij de ordening van de samenleving. “Het verkeer rijdt zoveel mogelijk rechts”, zegt de Wegenverkeerswet en dus is links rijden verboden. Het verkeersrecht zit vol met dit soort praktische bepalingen, allemaal bedoeld om het verkeer in goede bannen te leiden en ongelukken te voorkomen. Dat streven naar verkeersveiligheid en het voorkomen van doden en gewonden heeft natuurlijk wel enige verwantschap met het mala in se: je mag het leven van een ander niet nemen, ook niet in het verkeer, maar als het daar toch gebeurt zal meestal de opzet uit het gewone strafrecht ontbreken. Ook op andere terreinen, zoals de milieu wetgeving is het onderscheid niet altijd scherp. Ook daar zijn veel normen gekoppeld aan het menselijk welbevinden en op langere termijn aan het leven, niet alleen van individuele mensen maar van een hele bevolking. En, ten slotte, normen die gelden in het financieel-economische verkeer zijn in belangrijke mate, zij het volgens sommigen nog lang niet genoeg, verbonden aan (strafrechtelijke) concepten als bedrog, valsheid in geschrifte en dergelijke. Lees meer …

De strafmaatkloof

Ik wil het nog eens hebben over het strafniveau in Nederland. Ten tijde van de discussie over de minimumstraffen, een aantal jaren geleden, werd van diverse kanten beweerd dat die straffen helemaal niet nodig waren omdat Nederland al hoog scoorde op het punt van de punitiviteit en in Europa een soort koploper was geworden. Alle zeilen werden bijgezet om te laten zien dat er aan strafrechtelijke minima geen enkele behoefte bestond.

Ik heb altijd beweerd dat het strafniveau in Nederland aan de zeer lage kant is en nimmer ben ik tegengesproken. Steun was er echter evenmin. Die is er nu wel in de vorm van een artikel van Berghuis, nog wel in Trema, die langs andere lijnen dan ikzelf, concludeert dat Nederland met zijn aantallen gedetineerden, in Europees perspectief, inmiddels in de onderste regionen is terecht gekomen. Zo dat is dan in ieder geval duidelijk. Lees meer …

Politiereorganisatie

Het presteren van bedrijven, commerciële organisaties, wordt afgemeten aan omzet en winst. De ontwikkeling van die twee outputfactoren bepaalt in hoge mate de aandelenkoers en dus de waarde van het bedrijf. Bij overheidsorganisaties ligt dat genuanceerder. Daar is, formeel, geen sprake van omzet en winst, maar kunnen de prestaties wel degelijk ook in dat soort termen worden bekeken. Bij de politie bijvoorbeeld waar de bestrijding van criminaliteit één van de maatschappelijke hoofdtaken is, ligt het voor de hand de omvang van de criminaliteit waarmee de politie zich bezighoudt, als omzet te beschouwen en de hoeveelheid opgeloste misdrijven als winst te definiëren. Lees meer …

Misdrijven tegen het leven; zaken en verdachten?

De criminaliteit die door de politie wordt geregistreerd daalt gestaag. Werden in 2005 nog bijna 1.350.000 misdrijven geregistreerd, in 2014 waren dat er nog maar net 1 miljoen (1.006.777). Dat is bijna een kwart minder. In de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving 2014 wordt in hoofdstuk 4, onder de titel “Misdrijven en Opsporing” (pagina 21 t/m 25) nader op deze ontwikkeling ingegaan. Ook het ophelderingspercentage en het aantal geregistreerde verdachten komen daar aan de orde. Lees meer …

Trots en werkelijkheid

Onlangs las ik een artikel over kinderen die door hun ouders voortdurend uitbundig worden geprezen. Iedere tekening, ieder legohuisje en iedere noot die uit de blokfluit komt, wordt bejubeld alsof er zojuist een nieuwe Rembrandt, Koolhaas of Bach is opgestaan. Uit het onderzoek waarop het genoemde artikel is gebaseerd blijkt dat het gedrag van zulke ouders slecht is voor kinderen. Ze worden er onzeker en nerveus van. Ze weten namelijk, intuïtief, heel goed dat de loftuitingen overdreven zijn en niet worden gerechtvaardigd door hun “prestaties”. Als ze echt moeten presteren en lof willen oogsten, moet er heel wat meer gebeuren, vandaar die onzekerheid. Lees meer …

De opbrengst van handhaving

Handhaven doe je niet voor de lol. Het is een serieuze aangelegenheid. Als iedereen zich gewoon aan de regels zou houden, was handhaving niet nodig. Of misschien toch wel? Veel regels houden immers niet vanzelf stand, maar moeten van tijd tot tijd opnieuw worden ingeprent. Eén van de mechanismen om normen in te prenten, is het strafrecht. Dat kan pas in actie komen als er een vermoedelijke normschending heeft plaatsgevonden. Het is dus per definitie reactief. Daarnaast zijn er ook z.g. proactieve mechanismen om normen te vormen zoals opvoeding, onderwijs, sociale controle e.d. Lees meer …

Halve waarheden en gebrek aan kennis van zaken

Een kleine maand geleden verscheen de rapportage Criminaliteit en Rechtshandhaving over het jaar 2014. In het begeleidende persbericht wordt gesproken van een daling van de criminaliteit, het aantal verdachten en het aantal strafzaken. De toon is nogal juichend en suggereert op zijn minst dat het goed gaat met de rechtshandhaving. Impliciet wordt een verband gelegd tussen het feit dat burgers zeggen minder criminaliteit hebben ondervonden dan tien jaar geleden en de daling van het aantal delicten dat de politie registreert. Jensma neemt, in zijn column in de NRC van 31 oktober jl. zowel de conclusies als de toon, nogal klakkeloos over. Lees meer …

Het maatwerk van de rechter

De rechter levert maatwerk. Dat is althans de stelling, het uitgangspunt. Maatwerk staat voor zorgvuldigheid, niet alles over één kam scheren maar gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke ongelijk naar de mate van hun ongelijkheid. Ik ga bij de discussie of de rechter dit uitgangspunt waarmaakt voorbij aan de fase van de schuldvaststelling en beperk me tot de strafmaat.

Bij de bepaling daarvan houdt de rechter, zo blijkt uit de formule voor de motivering, rekening met de ernst van het feit, de persoon van de dader en de omstandigheden waaronder het delict werd gepleegd. Bij de weging van deze drie factoren moet hij dus zo goed als mogelijk proberen te voldoen aan het eerder genoemde maatwerk uitgangspunt. Bij de ernst van het feit is dat, prima vista, het eenvoudigst. Soms steekt de wetgever zelfs de helpende hand toe, bijvoorbeeld door onderscheid te maken tussen de opzet en de schuld variant van een strafbaar feit. Maar ook als dat niet gebeurt, is deze variabele in het algemeen het makkelijkst te kwantificeren en daarmee op één noemer te brengen. Bij vermogensdelicten door de schade in geld uit te rekenen, bij geweldsdelicten door het letsel zo objectief mogelijk in kaart te brengen, bij dronken rijden door het bloedalcoholgehalte etc. etc. Lees meer …

Rechtspraak en afvalscheiding

Dato Steenhuis

Het is nu 3 jaar geleden dat ik mijn eerste column schreef voor dit blog. Die had als titel: Doet de strafrechter de verkeerde dingen? Ik ga niet herhalen wat ik toen schreef, maar ik wil het wel nog één keer over dit onderwerp hebben. Daarna zult U mij er niet meer over horen. Ik maak een ongebruikelijke vergelijking nl. met de afvalscheiding.

Vroeger hadden we thuis een vuilnisbak, door sommigen ook wel asemmer of asvat genoemd. Alles ging erin: natuurlijk de asla van de kolenkachel, aardappelschillen, nadat de schillenboer was verdwenen etensresten (hoewel hergebruik toen de regel was) en verder alles wat weg kon en erin paste. De bak was niet al te groot, gemaakt van zink en werd in mijn herinnering, 2x in de week opgehaald. De vuilnisauto was zo ingericht dat een bak gemakkelijk kon worden leeg gekieperd. Dat gaf veel lawaai, wat het voordeel had dat je de emmer nog snel kon buiten zetten als je dat was vergeten. Laten werden deze emmers afgeschaft, vermoedelijk omdat ze te klein werden voor wat de mensen zoal wegdoen en kwamen er plastic zakken voor in de plaats. De ophaal frequentie ging naar beneden, maar dat was niet erg want als er één vol was nam je gewoon een nieuwe. Ze hadden echter ook nadelen: ze scheurden gemakkelijk, de vogels pikten ze kapot, huisdieren snuffelden erin en zo kon het, op de dag dat ze werden opgehaald, op straat een behoorlijke rotzooi worden. Daarom kwamen er, na enige tijd hard-plastic containers waar die zakken konden worden ingedaan zonder dat de “beesten” erbij konden. Eerst kwam er een zwarte container, later ook een groene voor het zogenaamde GFT-afval. Inmiddels is in veel gemeenten overgegaan tot het gescheiden inzamelen van plastic, soms in zakken, soms in een derde (blauwe) container. het gevolg van dit alles is dat er dan een hoeveelheid restafval overblijft die gemakkelijk in de oude vuilnisbak zou hebben gepast. Als ik deze ontwikkeling beschrijf, moet ik onwillekeurig denken aan de rechtspraak. Lees meer …