Auteursarchief: Dato Steenhuis

50 jaar

Deze maand zijn mijn vrouw en ik 50 jaar getrouwd. Ik vind dat een mooie aanleiding om eens terug te kijken. Niet op dat huwelijk natuurlijk, ik ben niet gek, hoewel daar heel wat over te zeggen zou zijn, maar op mijn studieuze, werkzame en gepensioneerde leven dat zich, gezamenlijk en in wisselwerking met dat huwelijk, heeft voltrokken. Niet op mijn ontwikkeling als zodanig, maar op de dingen die er die periode van 50 jaar, in mijn opvatting, veranderd zijn. Ik onderscheid een viertal periodes: de tijd in Groningen, eerst nog als student, daarna als promovendus en ten slotte als wetenschappelijk medewerker, al met al van 1965 – 1975. De tijd dat ik werkzaam was in Den Haag bij het WODC. De periode bij het Openbaar Ministerie, van 1982-2006, onderbroken door een korte terugkeer naar het Ministerie en, ten slotte, het post arbeidzame leven. Ik ben voornemens de ontwikkelingen die ik meen te hebben waargenomen, in een aantal columns te beschrijven. Hoeveel dat er worden weet ik nog niet. Dat hangt af van wat me, na enig nadenken, te binnen schiet en wat ik daarvan relevant genoeg acht om met U te delen. Ik zal proberen het “opa vertelt syndroom” zoveel mogelijk te vermijden.

Lees meer …

Cybercrime, de repressie voorbij?!

Ik was juist bezig met een column over cybercrime, toen de wereldwijde aanval met zogenaamde ransom software plaatsvond, die in ieder geval het eerste deel van wat ik wilde betogen, krachtig onderstreepte. Nederland bleef, min of meer toevallig, betrekkelijk buiten schot; verder dan wat problemen bij betaalautomaten van parkeergarages, die overigens wel vaker kuren vertonen, kwam het niet, maar elders in de wereld werden ook meer essentiële onderdelen van de samenleving, zoals ziekenhuizen getroffen.

Lees meer …

Passie en schuld

Als deze column verschijnt ligt de lijdenstijd met zijn Passies alweer achter ons. Niettemin vormen ze een mooie aanleiding om het eens te hebben over schuld (en boete) over onschuld en over niet schuldig.

Die termen komen, in verschillende context, regelmatig in de evangelieteksten, die aan de passies ten grondslag liggen, voor. Met name in de Mattheüs Passion.

Het begrip onschuld is gekoppeld aan de persoon van Jezus. Al in het openingskoor wordt verwezen naar het Lam Gods dat onze zonden op zich heeft genomen en in het aansluitende koraal heet het: O Lamm Gottes unschuldig am Stamm des Kreuzes geschlachtet. Jezus is niet “niet-schuldig”, hij is onschuldig; hij heeft niets kwaads gedaan. Zijn onschuld is, althans volgens het Mattheüs Evangelie objectief, zoals onschuld dat altijd is. Over schuld valt te twisten over onschuld niet. Onschuld is een eigenschap een persoonskenmerk

Lees meer …

Anders maar wel rechtmatig en rechtvaardig

In de drie vorige columns heb ik de gevolgen besproken van de nieuwe benadering voor drie van de vier kwaliteitsaspecten die bij iedere strafrechtelijke interventie een rol moeten spelen: de zekerheid, de strengheid en de snelheid. Het wordt nu hoog tijd om na te gaan wat de gevolgen zijn voor het vierde en belangrijke criterium, de rechtmatigheid en de rechtvaardigheid. Wat betekent de accentverschuiving van de verdachte naar slachtoffer en samenleving voor het streven naar kwaliteit volgens dit criterium?

Lees meer …

Sneller straffen

In een strafrecht dat normbevestiging en normherstel als doel heeft, moet niet alleen het aantal interventies omhoog en moet er anders worden gestraft; er moet ook sneller worden gereageerd op normschendingen. Slachtoffers en samenleving hebben recht op een zo prompt mogelijke reactie en daders moeten voelen dat de strafrechtelijke overheid in staat is om snel te handelen na het plegen van een misdrijf. En: “justice delayed is justice denied”. Vrij vertaald: trage rechtspraak is geen (goede) rechtspraak. Uit onderzoek bij dieren is gebleken dat alleen een onmiddellijke reactie op ongewenst gedrag effect heeft in de richting van gewenst gedrag. De mens beschikt gelukkig over een wat langer geheugen en kan verbaal worden geholpen om zich zijn wandaad te kunnen herinneren maar bij de behandeling in appel komt het toch regelmatig voor dat de verdachte zich het feit niet meer voor de geest kan halen. En ook hier geldt dus: hoe sneller hoe beter.

Lees meer …

Andere interventies: strenger straffen

De verschuiving van de aandacht van het OM in het strafproces van de dader naar het slachtoffer en diens wijde omgeving, van resocialisatie naar normherstel en normbevestiging, heeft grote gevolgen. Niet alleen, zoals ik in mijn vorige bijdrage heb betoogd, voor het aantal interventies dat tot stand moet komen om deze doelen van de interventie te realiseren, maar ook voor het type sancties dat het OM moet/zal vorderen en dat de rechter zou moeten opleggen.

Thans wordt die keuze vrijwel geheel bepaald door het veronderstelde effect van de sanctie op de resocialisatie van de verdachte en de inschatting van de kans dat hij zal afzien van verder crimineel gedrag. Kosten nog moeite worden gespaard om zoveel mogelijk maatwerk te leveren. Soms wordt er in brede kring overlegd welk traject daarbij de meeste kans op succes biedt en als dat niet het strafrechtelijke spoor is, kan de officier van justitie onder omstandigheden zelfs (voorwaardelijk) afzien van strafvervolging. De verdachte komt dan terecht in een pedagogisch, een psychologisch of een andersoortig traject en valt dan veelal in de handen van hulpverleners die hij in een andere, eerdere context al heeft leren kennen. Dat contact heeft toen kennelijk niet geleid tot voorkoming van het huidige misdrijf; maar impliciet gaat de nieuwe keuze ervan uit dat het nieuwe traject, onder de dreiging van een strafvervolging, wel het gewenste resultaat zal hebben.

Lees meer …

Meer interventies en aangifte doen bij het OM

Een interventie, waarvan het effect niet langer primair op de resocialisatie van de dader is gericht, maar op normbehoud en normherstel bij de oppassende burgers, inclusief het slachtoffer, heeft natuurlijk grote gevolgen voor het doen en laten van het OM. Ik zal die gevolgen stuk voor stuk in afzonderlijke columns bespreken.

Het eerste betreft de omvang van het aantal interventies. Die is in de afgelopen jaren stevig gedaald, zowel bij het OM als bij de rechter. Die laatste deed in 2014 nog maar krap aan 100.000 misdrijfzaken af tegen 125.000 tien jaar eerder. Bij het OM daalde het aantal ook, ondanks het veel ruimere sanctiearsenaal dat het via de strafbeschikking kreeg aangereikt. Beide dalingen zijn een rechtstreeks gevolg van de teruggang van het aantal door de politie geregistreerde misdrijven in combinatie met een gelijkblijvend, laag ophelderingspercentage.

Lees meer …

Heruitvinding van het OM

In een gesprek met een aantal leden van het OM, kwam plotseling de gedachte op dat het weer eens tijd werd voor een nieuw visiestuk van het OM. Wat een vreselijk woord, maar het gaat natuurlijk niet om het stuk, maar om de visie. Organisaties hebben, kennelijk, de behoefte om zich van tijd tot tijd, opnieuw uit te vinden; Philips doet zijn lichtdivisie de deur uit en concentreert zich op medische technologie; Shell gaat, eindelijk, ook in de alternatieve energie en Jumbo koopt de restaurantketen La Place uit de failliete boedel van VenD.

Lees meer …

Transparantie: strafzaken in hoger beroep

Over transparantie bij de strafrechtspraak in eerste aanleg heb ik nauwelijks te klagen. In de jaarlijks publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving is heel veel informatie te vinden over de activiteiten van de ketenpartners. Het aantal zaken dat de politie jaarlijks registreert en het ophelderingspercentage; het aantal zaken dat van jaar tot jaar bij het OM wordt ingeschreven; de afdoening van die zaken door rechter en OM allemaal keurig per type misdrijf uitgesplitst. Gegevens over vrijspraken en schuldigverklaringen en gedetailleerde informatie over het soort en ook de hoogte van de sancties en ook dat weer per misdrijf. Hoe lang strafzaken gemiddeld duren bij de PR, de KR en de MK, het wordt allemaal nauwkeurig opgetekend en beschikbaar gesteld. Kortom een onuitputtelijke bron voor wie, zoals ik, zicht wil houden op de (kwantitatieve) ontwikkeling van de strafrechtspraak.

Lees meer …

Van boeven en burgers

In de theorie van het strafrecht wordt onderscheiden tussen het mala in se, het kwaad an sich en het mala prohibita. Het eerste kwaad heeft betrekking op overschrijding van de aloude normen die – de meeste – mensen met de paplepel krijgen ingegoten, de normen van alle tijden, het verschil tussen goed en kwaad, de moraal.

Mala prohibita ziet op normen zonder zulke intrinsieke achterliggende waarden, normen die in de loop van de tijd zijn ontwikkeld op grond van het nut dat ze hebben bij de ordening van de samenleving. “Het verkeer rijdt zoveel mogelijk rechts”, zegt de Wegenverkeerswet en dus is links rijden verboden. Het verkeersrecht zit vol met dit soort praktische bepalingen, allemaal bedoeld om het verkeer in goede bannen te leiden en ongelukken te voorkomen. Dat streven naar verkeersveiligheid en het voorkomen van doden en gewonden heeft natuurlijk wel enige verwantschap met het mala in se: je mag het leven van een ander niet nemen, ook niet in het verkeer, maar als het daar toch gebeurt zal meestal de opzet uit het gewone strafrecht ontbreken. Ook op andere terreinen, zoals de milieu wetgeving is het onderscheid niet altijd scherp. Ook daar zijn veel normen gekoppeld aan het menselijk welbevinden en op langere termijn aan het leven, niet alleen van individuele mensen maar van een hele bevolking. En, ten slotte, normen die gelden in het financieel-economische verkeer zijn in belangrijke mate, zij het volgens sommigen nog lang niet genoeg, verbonden aan (strafrechtelijke) concepten als bedrog, valsheid in geschrifte en dergelijke.

Lees meer …