Auteursarchief: Dato Steenhuis

Niet de straf, maar de vervolging

Het is alweer meer dan 5 jaar geleden dat ik mijn maandelijkse column wijdde aan de kwaliteit van de opsporing en gedwongen was teleurstellende conclusies te trekken. Ik wil het nu opnieuw hebben over de prestaties van mijn geliefde Openbaar Ministerie, waarin overigens tegenwoordig de liefde veel maatschappelijke aandacht trekt.

Ik beperk me tot één van die prestaties, namelijk de mate waarin het OM erin slaagt de opsporing zo te sturen dat het de zaken krijgt waarom het, als gezag over de opsporing, heeft gevraagd en de zaken waar het iets zinvols mee kan, tegenwoordig de betekenisvolle interventie geheten. Dus doende kom ik als het ware vanzelf uit bij een analyse van het sepotbeleid. Ik vergelijk het jaar 2006, toen ik wegging bij het OM, met het jaar 2016, het laatste waarover gegevens beschikbaar zijn. Mijn bron is, zoals veel vaker, de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving, een gezamenlijke uitgave van het CBS, het WODC en de Raad voor de Rechtspraak. En ik meen te weten dat ook het OM tegenwoordig participeert. Lees meer …

De strafrechter moet straffen!!!

Een paar weken geleden las ik in de krant dat de rechter vaker therapie oplegt dan straf na huiselijk geweld, zulks veelal op voorspraak van het OM. Het is slechts één van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat OM en rechter de weg kwijt zijn als het gaat om het vervullen van hun maatschappelijke taak te weten het toepassen van het strafrecht. Dat strafrecht is bedoeld als ultimum remedium oftewel als laatste redmiddel om te reageren op normschendingen die met straf zijn bedreigd.

Als het proces van socialisering is mislukt, als opvoeding, scholing, training, stages en wat dies meer zij, niet het gewenste resultaat hebben gehad, en er misdrijven worden gepleegd, is het strafrecht aan zet. De inhoud van de reactie van dit pijnlijke recht moet, dient zich, naar mijn stellige overtuiging, te onderscheiden van het instrumentarium, dat bij eerdere pogingen om mensen te socialiseren is gebruikt. Lees meer …

De onvoorspelbare rechter

Bij diverse gelegenheden heb ik geschreven over de verschillen in strafmaat tussen rechterlijke colleges en zelfs individuele rechters, in gelijksoortige strafzaken.

Dat blijft een opvallende aangelegenheid tegen de achtergrond van rechtmatigheid en voorspelbaarheid als belangrijk aspecten van kwaliteit bij de rechtspraak.

Rechtmatigheid zou je een procesvariabele kunnen noemen. Alle stappen in het proces van strafbaar feit tot veroordeling, moeten aan die eis voldoen. Eigenlijk is dat hele proces een soort protocol voor de afhandeling van een zaak. Kort gezegd komt het erop neer dat iedere actor in dat proces, zich aan de wet en de jurisprudentie moet houden: het strafprocesrecht c.a. Dat strafprocesrecht is zeer gedetailleerd en bindt iedere stap die gezet wordt aan strikte wettelijke eisen. De aanhouding, het politieverhoor, het bewijs etc. Alles is tot in de puntjes geregeld. Ik hoef ze hier verder niet te vermelden, zelfs niet bij wijze van voorbeeld. Als die eisen niet zijn nageleefd gaat het fout met de zaak. Als de politie onvoldoende bewijs heeft verzameld in een zaak, zal het OM deze seponeren en als het OM, in de ogen van de rechter niet zwaar genoeg heeft getild aan deze en dergelijke gebreken, volgt een niet veroordelende beslissing bv. vrijspraak. Ook de rechter zelf is bij de behandeling van de zaak aan een strikt strafvorderlijk protocol gebonden en bij overtreding daarvan gelden ook voor hem sancties. Lees meer …

Transparantie

In april 2014, al weer bijna 4 jaar geleden, schreef ik een column over het voornemen van de Raad voor de Rechtspraak, om de doorlooptijden in 2018 met 40% te hebben gereduceerd. De titel van de column luidde: sneller recht is beter dan beter recht. Ik toonde mij ingenomen met het voornemen van de Raad, met als kanttekening dat nog niet zo heel erg duidelijk werd, wat er nu precies in 2018 moest zijn bereikt.

Dat jaar is inmiddels aangebroken, wat het zal brengen is nog niet bekend en of de geformuleerde doelstellingen zullen worden gehaald zal pas in oktober 2019 kunnen worden bekend gemaakt. Dan verschijnt namelijk de jaarlijkse publicatie van Raad, WODC en CBS onder de tittel Criminaliteit en Rechtshandhaving, een zeer nuttig overzicht van de prestaties van de strafrechtsketen. Lees meer …

De rechter en de leraar

Strafrechters verdienen veel meer dan leraren en dat is niet rechtvaardig. Waarom niet? Ze hebben beiden een handhavende taak. De rechter voert die uit in de rechtszaal waar hij moet beslissen over strafbare feiten die hem door het OM worden voorgelegd. Het is zijn hoofdtaak. Hij is een formele handhaver. Zijn optreden wordt gestuurd door het Wetboek van Strafvordering.

De leraar handhaaft de orde in de klas. Zijn hoofdtaak is lesgeven, maar die taak kan alleen goed vervuld worden als het in de klas enigszins ordelijk toegaat. De regels die daarvoor gelden zijn niet in een wet vastgelegd maar in belangrijke mate ter beoordeling van de leraar. Ik noem dat informele handhaving Lees meer …

Waar of niet?

In de NRC is regelmatig een rubriek te vinden, waarin een uitspraak van een politicus, een wetenschapper of een ander mens op zijn waarheidsgehalte wordt beoordeeld. Ik wil deze exercitie uitvoeren voor het bericht dat vorige week werd verspreid naar aanleiding van het verschijnen van de jaarlijkse rapportage over de ontwikkeling van de criminaliteit en de handhaving. De boodschap luidde dat de (geregistreerde) criminaliteit (verder) daalde en dat de gevangenisstraf de laatste jaren de meest opgelegde (hoofd)straf is; twee mededelingen die kennelijk waren bedoeld om een positief beeld te schetsen van het gevoerde veiligheidsbeleid en eventuele zorgen over een (te) mild strafklimaat weg te nemen. Lees meer …

Buikhuisen

De hooggeleerde Buikhuisen heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn arbeidzame leven. Hij was niet alleen mijn promotor in academische zin, maar in veel breder opzicht.

Toen hij in 1973 naar Den Haag vertrok om Algemeen Adviseur Wetenschappelijk werk te worden bij het Ministerie van Justitie en het huidige WODC nieuwe impulsen te geven, was dat een grote aderlating voor het Criminologisch Instituut. Niet alleen in wetenschappelijk opzicht, maar vooral in culturele zin. Met zijn vertrek ging er een andere wind waaien op het Instituut. Van een nogal strak geleide organisatie met een duidelijke leider, werd het onder zijn opvolger Jongman veel meer een “free for all” club. Wetenschappelijk gezien stonden de beide hoogleraren aan de ene kant dicht bij elkaar, waar het ging om de methodologie en de operationalisering van onderzoekvragen. Jongman was gepromoveerd bij de Groot op een proefschrift getiteld “Het denken van de schaker” een zeer interessante dissertatie die zich o.a. richtte op het verschil in denken tussen meester schakers en gewone spelers. Lees meer …

50 jaar

Deze maand zijn mijn vrouw en ik 50 jaar getrouwd. Ik vind dat een mooie aanleiding om eens terug te kijken. Niet op dat huwelijk natuurlijk, ik ben niet gek, hoewel daar heel wat over te zeggen zou zijn, maar op mijn studieuze, werkzame en gepensioneerde leven dat zich, gezamenlijk en in wisselwerking met dat huwelijk, heeft voltrokken. Niet op mijn ontwikkeling als zodanig, maar op de dingen die er die periode van 50 jaar, in mijn opvatting, veranderd zijn. Ik onderscheid een viertal periodes: de tijd in Groningen, eerst nog als student, daarna als promovendus en ten slotte als wetenschappelijk medewerker, al met al van 1965 – 1975. De tijd dat ik werkzaam was in Den Haag bij het WODC. De periode bij het Openbaar Ministerie, van 1982-2006, onderbroken door een korte terugkeer naar het Ministerie en, ten slotte, het post arbeidzame leven. Ik ben voornemens de ontwikkelingen die ik meen te hebben waargenomen, in een aantal columns te beschrijven. Hoeveel dat er worden weet ik nog niet. Dat hangt af van wat me, na enig nadenken, te binnen schiet en wat ik daarvan relevant genoeg acht om met U te delen. Ik zal proberen het “opa vertelt syndroom” zoveel mogelijk te vermijden. Lees meer …

Cybercrime, de repressie voorbij?!

Ik was juist bezig met een column over cybercrime, toen de wereldwijde aanval met zogenaamde ransom software plaatsvond, die in ieder geval het eerste deel van wat ik wilde betogen, krachtig onderstreepte. Nederland bleef, min of meer toevallig, betrekkelijk buiten schot; verder dan wat problemen bij betaalautomaten van parkeergarages, die overigens wel vaker kuren vertonen, kwam het niet, maar elders in de wereld werden ook meer essentiële onderdelen van de samenleving, zoals ziekenhuizen getroffen. Lees meer …

Passie en schuld

Als deze column verschijnt ligt de lijdenstijd met zijn Passies alweer achter ons. Niettemin vormen ze een mooie aanleiding om het eens te hebben over schuld (en boete) over onschuld en over niet schuldig.

Die termen komen, in verschillende context, regelmatig in de evangelieteksten, die aan de passies ten grondslag liggen, voor. Met name in de Mattheüs Passion.

Het begrip onschuld is gekoppeld aan de persoon van Jezus. Al in het openingskoor wordt verwezen naar het Lam Gods dat onze zonden op zich heeft genomen en in het aansluitende koraal heet het: O Lamm Gottes unschuldig am Stamm des Kreuzes geschlachtet. Jezus is niet “niet-schuldig”, hij is onschuldig; hij heeft niets kwaads gedaan. Zijn onschuld is, althans volgens het Mattheüs Evangelie objectief, zoals onschuld dat altijd is. Over schuld valt te twisten over onschuld niet. Onschuld is een eigenschap een persoonskenmerk Lees meer …