De zin en onzin van dit blog en van het juridisch debat

Waartoe is dit blog op de juridische aarde en waarheen leidt deze weg? Deze terugblik gaat in op de bedoeling van het blog, het effect en het bestaansrecht na een half jaar.
Het blog is – in ieder geval door mij – aangevangen als tegenwicht tegen het juridische debat in de vakbladen die voor de rechtspraktijk niet altijd zichtbare resultaten oplevert.
Anders dan het zuiver wetenschappelijk onderzoek in bijvoorbeeld de natuurwetenschappen neemt de rechtsgeleerdheid een bijzondere positie in. Veel onderzoek staat immers niet op zichzelf, maar bestudeert de werking van wetgeving, beleid en rechtspraak. Wie de vakbladen leest ziet verhandelingen over materieelrechtelijke leerstukken, maar ontgaat op welke wijze de rechter in de zittingzaal baat heeft bij de verhandeling kan hebben. De wetenschapper bestudeert regelmatig de cassatierechtspraak op een wijze die veel van doen heeft met inlegkunde zonder dat daar de praktijkjurist iets aan heeft. Versimpelde samenvattingen in Tekst en Commentaar zijn misschien daarom in, handboeken en losbladige werken zijn uit. Toch mag dit de pret niet drukken. We hebben in ons kleine land negen juridische faculteiten die zeer veel publicaties afscheiden en die zich vrolijk vermenigvuldigen. Wetenschap zet in op debat, we staan op andermans schouders, u kent de fraaie volzinnen die wetenschappelijke feestbundels en jaarverslagen kenmerken. Ik vermoed dat ook hier de hoop leidend is, want dat debat leidt een schamel bestaan. Het strafrecht kent niet veel debat waarin elkaars argumenten worden gewogen op de mate van cirkelredeneringen, consistentie en zo verder. Wetenschappelijke verhandelingen zijn vooral het schrijven van eigenstandige meningen, meestal met een omvangrijk bestand aan weinig controleerbare voetnoten. We schrijven dus massaal, anders dan vroeger, maar dient die massaliteit de facultaire doelstellingen teneinde de volgende visitatieronde te overleven of om daadwerkelijk een argumentatieve arena te bouwen die de rechtsontwikkeling verder helpt?

Uit de aarzeling of er niet domweg sprake is van (re)produceren van meningen en stellingen, met uiteraard veel, heel veel voetnoten, is het blog Ivoren toga geboren. Deze boreling was ook verwekt omdat de interne discussies in de paleizen van justitie niet als intellectuele sprankeling naar buiten spat. De landelijke beleidsnota’s vinden evenmin hun weg naar de harten van de rechters.

Nu zijn er nogal wat manifesterende en niet manifesterende rechters die sinds jaar en dag zeggen geen tijd te hebben voor reflectie, dat de werkdruk te hoog is en dat ze in ‘hun bibliotheek’ ook wel eens een proefschrift in plaats van een dossier ter hand zouden willen nemen. Deze lunchmededelingen klinken mij nooit zo overtuigend in de oren. Veel rechters hebben een geslaagd en gegund sociaal leven. Een tennispartij of een verjaardagsbezoek minder en er zouden alweer heel wat pagina’s van een proefschrift verslonden kunnen worden. Nee, de verklaring voor het niet lezen zit mede in de gebrekkige aansluiting van veel geschriften en beleidsdocumenten bij de gerechtelijke werkelijkheid van alledag. Ik heb steeds meer begrip voor de feitenrechters die nauwelijks de ellenlange lappen tekst uit proefschriften of arresten van de Hoge Raad lezen. De meesten geven het ruiterlijk toe, natuurlijk niet in aanwezigheid van een wetenschapper of lid van de Hoge Raad, maar dat hoeft ook niet. Ik wil graag als doorgeefluik optreden.

Het blog beoogt in het bijzonder de rechter en de officier van justitie te prikkelen in het kantelen van ogenschijnlijk vaststaande beelden over ons werk. Schiet dat dan wat op? Dat weten we niet, maar het is goed om onszelf en de collega’s voor te houden dat in (de organisatie van) het recht veel pleitbaar is, zelden overtuigend en dat we voortdurend op weg zijn zonder te weten waarheen de rechtsontwikkeling ons voert. Mieke Telkamp wist de uitkomst van de levensweg niet, en wij ook niet, maar we participeren graag in het debat of nog liever, we jagen graag debat aan in een richting die volgens ons braak ligt.

Wie grondig het recht overdenkt en langer het recht beoefent voelt niet snel de neiging de digitale snelweg op te gaan. Maar ook het schrijven van boeken en artikelen lijkt minder bevredigend dan vroeger, want de boekenmarkt wordt overspoeld met vele boeken. Over de ongelezen tijdschriften schreef ik al. Laatst schreef een uitgever dat een doorsnee burger per week meer uren digitaal leest en surft dan hij nog met een boek in een hoek zit te peinzen. Dit betekent niet dat vaklieden geen kennis meer willen vergaren of delen. Het betekent wel dat de markt waar kennis wordt verhandeld en geruild in hoog tempo aan het veranderen is.

Tegen deze achtergrond alsmede in het licht van de participatiebehoefte van burgers en strafrechtelijke buitenlui is ons blog geboren. Niet omdat we overtuigender uitspraken doen of evenwichtiger reacties ontvangen dan in de reguliere vakbladen, maar vanwege de snelheid en bondigheid van ons acteren en reageren. Uiteraard bloggen wij in het besef van eindigheid en vluchtigheid dat een blog per definitie eigen is, maar het is eerder het proberen waard om ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden te beproeven, dan ongelezen in een bibliotheek te vergelen. En uiteraard zijn oppervlakkige, slechte of botte reacties een gegeven. Deze nemen echter niet mijn monterheid weg en daarbij neem ik een eerder artikel over Wilders en de rechtsstaat tot uitgangspunt. Kortom, het debat is niet altijd hoogstaand, onze bijdragen bezitten geen eeuwigheidswaarde, maar in de overgang naar een meer digitale kenniseconomie in het recht proberen wij onze weg te zoeken.

Met plezier kondigen we een nieuwe blogger aan. Mr. Peter Plasman, advocaat te Amsterdam, zal vanaf 1 april eenmaal per kwartaal een opinie plaatsen waarin hij vanuit het perspectief van de verdediging vragen stelt bij de rechtspraktijk. Als in het komende tijdvak eveneens geschreven wordt over de gang van zaken binnen het openbaar ministerie, worden er drie verschillende togadragers in beeld gebracht.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden