De werkdruk van de appelrechter in strafzaken

Wie een poging wil doen om de klachten van de appelrechters over hun werkdruk, zoals die zijn verwoord in een intern manifest op waarde te schatten, heeft het niet gemakkelijk. Nergens zijn namelijk absolute gegevens te vinden over het aantal zaken dat is binnengekomen, van welk type die zaken zijn , hoe ze zijn behandeld, meervoudig of enkelvoudig en wat voor straffen er zijn opgelegd. De enige absolute gegevens die beschikbaar zijn gaan betreffen het totaal aantal afgehandelde zaken. Dat is volgens Criminaliteit en Rechtshandhaving, een publicatie waaraan ook de Raad voor de Rechtspraak meewerkt, sinds 2005 aanvankelijk gedaald en sinds 2008 weer toegenomen, maar bevindt zich nog steeds ongeveer 3% onder het niveau van 2005. Op de toename van alleen het aantal zaken, kunnen de klachten dus niet zijn gebaseerd. Over de zwaarte van de zaken zijn in het geheel geen gegevens bekend, behalve die welke gebaseerd zijn op ondoorzichtige weegfactoren die de Raad voor de Rechtspraak hanteert. Evenmin wordt duidelijk hoe het appelpercentage zich ontwikkelt. Als dat gelijk zou zijn gebleven, zal de instroom van zaken bij de gerechtshoven vanzelf dalen, omdat het aantal schuldigverklaringen in de eerste lijn sinds 2005 met ruim 25% is afgenomen. Van welk type zaken er relatief veel of juist weinig hoger beroep wordt ingesteld om zo enig zicht te krijgen op de ontwikkeling van de zwaarte van zaken valt in de Jaarverslagen van de Raad voor de Rechtspraak ook niets te vinden.

Alle cijfers die men daar aantreft zijn of “producten” zoals die in overleg met het Ministerie zijn gedefinieerd en waarop de financiering van de rechtspraak is gebaseerd; of het zijn percentages bv. van instroom t.o.v. uitstroom en dergelijke. Zo gedetailleerd als de prestaties van de eerste lijn worden geboekstaafd in Criminaliteit en Rechtshandhaving, zo lacuneus is de verslaglegging over de rechtspraak in hoger beroep. Als ik tussen de regels doorlees, klagen de samenstellers van de genoemde publicatie daar ook over.

Door dit gebrek aan transparantie bij de verslaglegging, maakt de Raad het die appelrechters dus mogelijk om met algemene en vooralsnog ongefundeerde klachten over hun werkdruk te komen. De krantenlezer die van deze klachten kennisneemt weet bv. niet eens of het gaat over het hele terrein van de appelrechtspraak, of over één of meer van de sectoren straf- civiel en bestuur. En ik maak me sterk dat de opstellers van het manifest evenmin over harde, betrouwbare gegevens beschikken. Een verdachte of procespartij die met dergelijke vage klachten zou komen had, na geruime tijd, nul op het rekest gekregen.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

2 gedachten over “De werkdruk van de appelrechter in strafzaken

  1. Theo de Vries

    Als er deugdelijke harde cijfers ontbreken, dan is het collectief aan de bel trekken toch het beste alternatief ? Dan komen die deugdelijke harde cijfers vanzelf wel….

  2. Pingback: Transparantie: strafzaken in hoger beroep | Ivoren Toga

Reacties zijn gesloten.