Organiseren en verantwoorden door de strafrechter

Een man wordt betrapt bij een gecompliceerde inbraak en de politie maakt een proces-verbaal, waarna de officier van justitie de verdachte gaat vervolgen. Er wordt een strafdossier gemaakt en een tenlastelegging waarin het juridische verwijt wordt verwoord. In overleg met de rechtbank wordt een datum gepland waarop de zaak zal worden berecht. Het dossier wordt naar de rechtbank gestuurd waar het ligt te wachten op de griffier die de zaak zal voorbereiden. De griffier is met zwangerschapsverlof en de zaak wordt uitbesteed aan een ‘buitengriffier’ (student) die een voorbereidingsnota maakt voor de drie rechters. Drie dagen voor de zitting komt de jongste rechter erachter dat de verdediging een verzoek heeft gedaan om getuigen te horen. Het is te laat om te beslissen op het verzoek zodat de zitting uitsluitsel zal moeten brengen. De zaak wordt uiteindelijk aangehouden en de voorzitter schrijft een boze mail aan het hoofd van de juridische ondersteuning waarin hij zich erover beklaagt dat het verzoek hem niet eerder heeft bereikt waardoor er een nodeloze aanhouding is. Het hoofd juridische ondersteuning schrijft terug dat zij niet verantwoordelijk is voor het handelen van de individuele griffier, waarna de voorzitter een brief aan het management schrijft waarin hij voor de zoveelste keer uiteenzet dat het management wel kritiek heeft op het hoge aantal aanhoudingen, maar dat nooit iemand thuis geeft waar het gaat om de faciliteiten en condities waaronder rechters hun werk moeten doen. Hij werkt met veel verschillende rechters, en met veel invallende griffiers die hun werk niet goed verstaan. In het maandelijkse managementoverleg wordt met ironie over de voorzitter gesproken: een klagende collega die zelf ook veel te laat naar de zitting heeft gekeken en misschien zelf eens verantwoordelijkheid kan nemen. Deze rechter houdt veel strafzaken aan en klaagt vaak over zijn zittingsdruk. De sectorvoorzitter gaat die week nog een wandeling met de betrokken kamervoorzitter maken en dankt hem voor zijn opbouwende kritiek en zegt toe binnenkort in het bestuur nog eens aandacht te vragen voor de personele noden van de strafsector.