Einde Ivoren Toga in de huidige vorm en vooruitblik op de strafrechtspraktijk

Dit is het (en mijn) laatste blog voor Ivoren toga dat in een vast wekelijks stramien verschijnt. Ook de bloggers Rick Robroek, Dato Steenhuis, Willem Korthals Altes, Peter Plasman en zijn advocaten en Peter Lemaire hangen de harp aan de wilgen. Onze strafrechtelijke muziekstukjes zullen niet altijd meegezongen zijn, soms zijn verfoeid, maar waren zonder uitzondering pogingen om de strafrechtspraktijk te kritiseren op een opbouwende wijze. Wie in deze stukken doelgericht was op verandering van de praktijk zal teleurgesteld zijn geweest. Wie schreef om het schrijven, wie polemiseerde om het debat, zal blij zijn geweest met de voetnoten en plaatsen in de hoofdtekst van artikelen, annotaties en parlementaire stukken, zoals Robroek het meest ten deel is gevallen. Maar het blog Ivoren toga was bedoeld om discussie los te maken, meer discussie dan nu in de interne publicaties van de rechterlijke organisatie te vinden zijn. In die zin is het blog geslaagd, ware het niet dat, na het verscheiden van dit podium, de behoefte blijft om intern debat op een hoger en objectiever plan te laten plaatsvinden dan nu soms het geval is.

Hoe positief af te sluiten? Wie de technische vooruitgang van de laatste decennia ziet kan niet anders dan diep geïmponeerd zijn door wat de mens vermag. Wie de ontwikkeling van het menselijk gedrag aanschouwt zal minder positief (kunnen) zijn. Het strafrecht gaat altijd over minder of niet geslaagde mensen die van nature, vanaf jeugd of vanaf eerdere breukvlakken het vermogen tot leren en veranderen verleerd lijken te hebben. Dus waar er geen horizon lijkt te zijn aan de technische mogelijkheden zou men teleurgesteld kunnen raken door de menselijke vaardigheid om het eigen bestaan of dat van anderen te verprutsen of om kwaad te blijven doen. Dat is niet mijn houding, levens- en werkinstelling. Ik geloof echter dat het omhoog klimmen en vooruitgang boeken altijd, altijd maar weer, voorafgegaan moet worden door het onderkennen van de (veroorzaakte) ellende. Ook de ontwikkeling van (de organisatie van) het strafrecht vormt een trial-and-error, een continue strijd om vooruit te komen. En dat is goed. In persoonlijk opzicht moet er altijd hoop zijn om als organisatie en als mens te groeien, dus ook als veroordeelde om weg te kunnen groeien van de criminogene omstandigheden.

Wat zullen de grote thema’s blijven in de strafrechtspleging? Vragen rond ontwrichtingsrisico’s in de samenleving rond migratie en discriminatie, de verhouding tussen de nog steeds onwennige positie van de Nationale Politie en de behoefte van gemeentebesturen om meer greep op en gezag over opsporing- en opsporingsprioriteiten te krijgen, de permanent groeiende (veiligheids)verwachtingen van burgers richting de overheid die omgekeerd te weinig getemperd worden, de continu fluïde opmars van onderwereld naar de bovenwereld, het feit dat het strafrechtelijk systeem uit de 19e eeuw in veel opzichten niet meer lijkt te kunnen voorzien in de noden van de 21e eeuw en zo verder. Maar gelet op mijn publicaties sinds 2007 zal het niet verbazen dat ik in de eerste plaats blijf wijzen op de gebrekkige organisatie van het werk en de moeizame omgangsvormen in het publieke domein. Het zal een immense opgave blijven om een verdere personificatie van het ambt te voorkomen, zowel vanuit de burgerij als binnen de magistratuur: hoe voorkomen we moraalpolitie van magistraten naar de leiding, van presidenten naar de Raad, van de Raad naar de minister, en idem binnen het Openbaar Ministerie. Veranderingen gaan sluipend, ook die van een ambt naar verambtelijking of van magistraat naar ambtenaar. Er is dus wel wat te doen door de leiding van de rechterlijke organisatie en de magistraten zelf. Natuurlijk kan de besturingsstructuur van de rechtspraak nog eens onder de loep worden gelegd, maar willekeurig welke structuur en overlegvormen worden gekozen, het blijft toch aankomen op de individuele bestuurder en magistraat om een leef- en werkbare werkcultuur te scheppen, zonder het scheppen van teveel verwachtingen met empathisch, waarachtig, authentiek, rechtvaardig, menselijk lijkende woordkeuze.[1]

Een tweede groot thema zal het toezicht worden. Toezicht op de rechtspraak en hoe het belastinggeld besteed wordt, toezicht op het Openbaar Ministerie en op de wijze waarop het gezag over de politie wordt uitgeoefend. Of de vormverzuimen nu wel of niet – opnieuw – strakker door het Wetboek van Strafvordering bestreken gaan worden, probleem is en blijft dat de juridische lerende cultuur niet gelijk opgaat met de mate waarin vormverzuimen in het opsporingstraject worden geconstateerd. Verder blijft het opsporingspercentage gestaag teruglopen, maar ook de verhouding tussen toegekende financiën en het aantal afdoeningen door de rechtspraak. De roep om toezicht op politie en rechterlijke organisaties zal groter worden om te bezien hoe met minder middelen meer (en beter) gedaan kan gaan worden, om schaars belastinggeld billijk te verdelen. Hoe creëren we toezicht zonder afrekeningsmechanismen? Het antwoord zal dwingender gaan in de richting van betere verantwoordingsmechanismen door politie, parketten en gerechten. Hopelijk kan dat met een zekere lichtvoetigheid plaatsvinden zonder dat de leiding met een overdosis wordt beïnvloed door bestuurskundige en te weinig vakinhoudelijke inzichten. Dat laatste is een klemmende zorg omdat de bedrijfsvoering van de laatste 20 jaar de organisatie van het strafrecht nog niet direct mijlen verder heeft gebracht.

Zou onze strafrechtspraktijk er over 30 jaar anders uitzien? Stel dat er een gekozen rechter zou zijn, juryrechtspraak, minimumstraffen, een bedrijfseconoom als president of hoofdofficier van justitie, tijdelijke benoemingen van magistraten voor maximaal 5 jaar, een van het openbaar ministerie ontkoppeld politieapparaat, allemaal elders geen vreemde eend in de bijt, maar zou het dan anders zijn dan nu? Uitwendig wel, maar in andere westerse rechtstelsels vormen sommige van deze voorbeelden staande praktijk en ze zijn dus niet te diskwalificeren. Ook als hier een soortgelijke rechtspraktijk zou bestaan zouden we worstelen met de maatschappelijke vraag naar een betaalbare en voortvarende rechtspraktijk. Ook als vanuit het besef dat geen enkele organisatiestructuur voor de eeuwigheid is, en bij wijze van spreken de Raad voor de rechtspraak, het College van Procureurs-Generaal en de Korpsleiding zouden worden afgeschaft, zou er nog steeds politie, een officier van justitie en een strafrechter zijn die mensen hun vrijheid benemen (of daartoe vorderen) en zouden er nog steeds spanningen zijn om een strafzaak tot een goed einde te brengen. In dat licht van deze perpetuum mobile is het zaak voor de echte werkers in het veld, de officier van justitie en de rechter, om binnen de dan aanwezige organisatiestructuur er het beste van te maken, het hoofd een beetje koel te houden, en met gezond boerenverstand het voorliggende conflict te beslechten en in bescheidenheid te beseffen welk voorrecht het is om in de rechterlijke organisatie te mogen werken en welke verantwoordelijkheid het met zich brengt over de vrijheid van medemensen te mogen beslissen.

Ik nader de afronding met een heruitgegeven oud tuinboekje dat voor het eerst verscheen in 1929:

“Als je iets zou willen verheerlijken, dan zou dat niet de arbeid moeten zijn die je verricht, maar alleen de campanula of de steenbreek waarvoor je het doet. Wanneer je geen artikelen of boeken zou schrijven maar achter een weefgetouw of draaibank stond, dan zou je niet werken om het werk, maar om pekelvlees met erwten te verkrijgen of een kinderschare te voeden. Daarom moet je pekelvlees met erwten verheerlijken, en de kinderen en het leven – alles wat je met je werk koopt en betaalt. Wegwerkers zouden niet alleen hun arbeid moeten prijzen, maar ook de wegen die daarvan de vrucht zijn; wevers zouden op 1 mei vooral de kilometers tijk en linnen moeten verheerlijken die ze met hun werktuigen hebben geproduceerd. Men noemt deze dag de dag van de arbeid, niet de dag van de productie. Toch zou de mens eerder trots moeten zijn op het product van zijn inspanning dan op de inspanning zelf. Wanneer men een karwei onder handen neemt, moet men dat doen omdat men er plezier in heeft, omdat men er bedreven in is, of omdat er brood op de plank moet komen. Schoenen maken uit principe, werken uit principe of deugdzaamheid levert werk op van weinig betekenis. De dag van de arbeid zou een feest moeten zijn ter verheerlijking van de schranderheid van de mens, en van alle voorrechten die diegenen ten deel vallen die het werk op de juiste manier weten aan te pakken”.[2]

De spanningen zullen in willekeurig welk georganiseerd rechtssysteem voor de primaire werkers, de rechters en de officieren van justitie, werkbaar en hanteerbaar blijven zolang men het gevoel voor ogen houdt dat elk werkfacet in elke individuele strafzaak gericht is op het recht doen aan de zaak, de verdachten en slachtoffers, aan het bijdragen aan rechtvaardigheid, en dat het daarbij niet uitmaakt of men magistraat is of administratief medewerker. In onderlinge samenhang beschouwd kan niemand zonder elkaar, maar voor die verbinding heeft men geen bestuurlijke taligheid of organisatiemodellen nodig, ook geen hooggestemde uitlatingen over een veilige werkomgeving omdat er in de rechterlijke organisatie een absoluut minimum aan magistraten en medewerkers naar buiten wordt geleid, maar louter het eigen besef dat elke handeling gericht is op het onmisbare en onbetaalbare rechtvaardigheidsproduct dat rechters en officieren van justitie afscheiden, en hoe geweldig het is om daaraan een bijdrage te mogen en te kunnen leveren.

Rinus Otte
Hoogleraar Organisatie rechtspleging RUG en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

Voetnoten:
[1] Wie ontspannen en gezonde tegenspraak zoekt bij de hedendaagse mode over empathisch leiderschap leze het recent uitgebrachte boek van de Gentse hoogleraar Ethiek, filosofie en medische filosofie Ignaas Devisch, Het empatisch teveel. Op naar een werkbare onverschilligheid, De Bezige Bij 2017.
[2] Karel Capek, Het jaar van de tuinier, Rainbow 2017, p. 59-60.