Strafrecht, wie vindt er nou niet wat van?

Ik droom wel eens (variant op de examennachtmerrie) dat ik in de rechtszaal sta en een pleidooi moet improviseren over een torenhoog dossier waarvan ik geen letter heb gelezen.
Laatst had ik nog een juridische droom: ik stond op het punt de zittingszaal (Engels, streng gelambriseerd) te betreden, voor een heel heftige zaak, maar wist niet of ik nou de advocaat of de verdachte was.
Toen ik dit aan iemand vertelde, kwamen we erop dat dit scenario een aardig denkexperiment kon opleveren om mensen te laten reflecteren op het strafrecht. Niet dat daar te weinig meningen over bestaan. Die liggen gratis bij de kapper. En tijdens mijn twintig jaren in de business lijken ze unisono te tenderen naar het ‘meer, strenger, harder’ van zeg een Dato Steenhuis. Ik betreur dat en denk dat we met het opgeven van onze gematigde, humane straftraditie iets wezenlijks hebben verloren. Maar dat is ook maar een mening. Over de vermeende stem van het volk kunnen we niet neerbuigend doen. Geen rechtstaat zonder breed gedragen vertrouwen.
Nu het gedachte-experiment. Stel je voor dat je deelnemer bent aan een beladen strafproces. Bijvoorbeeld over een terroristische aanslag waarbij doden en gewonden te betreuren zijn. Je staat op het punt de zittingszaal binnen te gaan, maar weet niet in welke hoedanigheid: slachtoffer, nabestaande of verdachte. Ook weet je van tevoren niet of je dader of onterecht beschuldigde zal zijn. De vraag is: hoe zou je, in die wolk van onwetendheid, willen dat het strafproces georganiseerd is? Hoeveel bewijs is toereikend voor een veroordeling? En wat doe je met de straf: matigen of hard erop slaan?
Het is essentieel dat de respondent goed voor ogen houdt dat hij in elke rol terecht kan komen. Hij moet zich grondig inleven in gevoelens als angst, wraakzucht, zelfbehoud en drang naar waarheidsvinding. Door zich dat allemaal levendig in te beelden wordt hij als het ware weggevoerd van de alledaagse opvattingen van de internetgebruiker, die overal wat van vindt, maar steeds geneigd is te denken: dat gaat niet over mij. En vervolgens krijgt hij een reeks keuzedilemma’s te beantwoorden.
Wie ooit rechten heeft gestudeerd, herkent misschien een echo van de rechtsfilosofische klassieker A theory of justice uit 1971. Daarin laat John Rawls een denkbeeldige groep burgers samenkomen om een sociaal contract te sluiten over de toekomstige samenleving. Alle betrokkenen zijn onwetend over hun eigen positie (rijk of arm, slim of dom, enzovoort), en zijn daardoor in staat een gedeeld kader voor een rechtvaardige verdeling van welvaart vast te stellen. Zo kun je volgens Rawls beredeneren hoe de grote lijnen van de samenleving eruit moeten zien. Bij mijn weten heeft hij deze methode niet op het strafrecht toegepast (ik droom ook niet met A theory of justice onder mijn kussen).
Op hun vrije zondagavond heb ik wat bekenden lastiggevallen met de casus en de vragen: kan voor bewijs worden volstaan met geloofwaardige getuigenverklaringen, of is er altijd ook technisch bewijs nodig? Krijgt de rechter een ruime marge om over de strafmaat te beslissen, of moet die per misdrijf min of meer vastliggen? Moet er hard of terughoudend worden gestraft?
Je kunt dit uitbreiden naar bijvoorbeeld de wenselijkheid van minimumstraffen, en of levenslang echt levenslang moet zijn. En in hoeverre de rechter rekening moet houden met de jeugdige leeftijd van een verdachte (waarbij de bevraagde zich moet inprenten dat ook zijn kind terecht kan staan).
Bij mijn mini-enquête (lachwekkend beperkt, al heb ik geprobeerd zowel de spreekwoordelijke Telegraaflezer als zijn milder geaarde tegenhanger te bereiken) viel op dat een ruime meerderheid vindt dat je niet mag veroordelen zonder hard technisch bewijs. Getuigenbewijs, dat in ons strafproces vaak de hoofdrol speelt, wordt kennelijk maar matig vertrouwd. Mijn Telegraaflezer leek op dit punt opmerkelijk genoeg het stelligste.
Ook viel op dat de meesten weinig voelen voor grote marges bij de straftoemeting. En tot mijn spijt helt de kennissenkring in (kleine) meerderheid over naar hard straffen.
Voor de vuist weg filosoferend over de menselijk natuur denk ik dat mensen geneigd zijn risico’s uit te sluiten en bang zijn voor catastrofes. Wanneer ze zich inleven in de mogelijkheid van hun eigen veroordeling, zullen ze de lat voor het bewijs in het algemeen heel hoog leggen. Hoger dan in de huidige praktijk gangbaar is. En die strenge norm zouden ze dan zelfs voor lief nemen voor het geval ze, als slachtoffer of nabestaande, aan de andere kant zouden staan. Verder denk ik dat de rechter weinig vrijheid wordt gegund bij het bepalen van de strafmaat, omdat ze niet van onzekere invloeden houden.
Ik zei al dat mijn omgeving geen bijster groot probleem met stevig straffen blijkt te hebben. Toch geloof ik, als je je eigen veroordeling voor reëel mogelijk houdt, dat je nauwelijks voorstander kunt zijn van een stelsel met zodanig hoge straffen dat elk toekomstperspectief achter de horizon verdwijnt. Exit levenslang dus.
Zo kan een gedachte-experiment helpen om intuïtieve opvattingen (vroeger onderbuik geheten) wat te verfijnen. Ik krijg de indruk dat het wel een leuk gezelschapsspel wordt gevonden.
De roep van de maatschappij om zwaardere straffen is door de rechters ruimschoots gevolgd (wat de voorbije decennia zo ongeveer automatisch lijkt te zijn gebeurd, zonder dat iemand daartoe heeft besloten). Als mijn zeer vrijblijvende onderzoekje enigszins representatief is, en mensen inderdaad een strenger bewijsregime voorstaan dan de rechter, zou dat dan niet net zo goed navolging verdienen? Langs de redenering: de maatschappij kan iemand alleen veroordelen volgens een maatstaf die de leden van die maatschappij ook voor zichzelf acceptabel zouden vinden?
Er was trouwens één punt van unanimiteit. Geef simpele antwoorden, had ik gezegd, geen betogen. Dat negeerde (bijna) iedereen, mijn telefoon liep over van epistels vol hoewels en maren. Hetgeen maar weer aantoont: strafrecht, wie vindt daar nou niet wat van? Ook om die reden jammer dat Ivoren Toga ermee in de huidige vorm gaat stoppen. Bedankt Rick, voor alle inspanningen!

Vasco Groeneveld
Strafpleiter bij Plasman cs advocaten