Bloggende, babbelende en borrelende rechters hebben recht van vrijheid van meningsuiting

Vroeger als persrechter, als voorzitter van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) en nu dus als bloggende rechter heb ik regelmatig dingen gezegd over de rechtspraak. Vaak over informatie van meer juridisch-technische aard, maar soms ook met meningen of zelfs overtuigingen. Hoe minder juridisch-technisch het onderwerp, des te gladder het ijs waarop je je begeeft. Namens rechters spreken is niet mogelijk, omdat die elk en afzonderlijk, of hoogstens met z’n drieën in een meervoudige kamer, hun eigen opvattingen kunnen hebben over het recht, in het licht van een zaak, maar als het over bredere onderwerpen gaat, zoals de plek van de rechtspraak in de samenleving, is bijna iedere mening goed of fout. Rechters kunnen vele meningen hebben.

Met de regelmaat van de klok komen rechters in het nieuws die hun mening publiekelijk of – zoals laatst collega Wabeke, die in een privésetting zou hebben gezegd dat roken ieders eigen verantwoordelijkheid is – ‘onpubliekelijk’ hebben kenbaar gemaakt. Ook de oprichter van dit blog, Rinus Otte, werd bekritiseerd omdat hij, die tevens bijzonder hoogleraar rechterlijke organisatie is, kritiek had geuit op de tbs-gedragsdeskundige praktijk. Deze kritiek werd vervolgens in verband gebracht met de zaak tegen de verdachte in de zaak Anne Faber, die bij een eerdere veroordeling, waarin Otte deel uitmaakte van het hof, geen tbs opgelegd had gekregen. 1 plus 1 bleek al gauw 2, ook al waren er drie rechters bij die beslissing betrokken.

Zelf heb ik maar weinig publieke kritiek gehad op de door mij geventileerde meningen. Alleen mijn pleidooi voor de herinvoering van een pooierverbod leidde tot gemengde reacties. Een prostituee vond het maar onzin wat ik zei, en een boze meneer zei dat ik me maar beter met rechtspraak moest bezighouden.

Waarom moeten rechters überhaupt zo nodig hun mening over van alles en nog wat geven? Waarom kiezen ze niet voor de veilige weg en houden ze zich, publiekelijk en privé, niet gewoon op de vlakte?

Juridisch is het zo dat ook rechters vrijheid van meningsuiting hebben. Het recht van vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in onder andere artikel 10 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het Europese Hof heeft in meerdere uitspraken geoordeeld dat ook rechters een beroep toekomt op dit belangrijke grondrecht. Het Europese Hof plaatst daarbij wel de kanttekening ‘that the duty of loyalty and discretion owed by civil servants, and particularly the judiciary, requires that the dissemination of even accurate information is carried out with moderation and propriety’. Als rechters hun mening geven, moet dat dus met enige terughoudendheid en met fatsoen gebeuren.

In dat opzicht zijn rechters dus wat minder vrij dan andere mensen, die ook rustig mogen shockeren, de grenzen van het betamelijke mogen opzoeken en zelfs overschrijden. Met name ook politici mogen ver gaan. Dat het Europese Hof de bescherming ook biedt voor grensgevallen, is van belang omdat niet ‘gevestigde’ meningen, waarover eenieder het wel eens is, de bescherming van artikel 10 EVRM behoeven, maar juist de meningen die dat niet zijn. Hoewel er natuurlijk veel onzin wordt beweerd, worden juist aan of over die grenzen soms belangrijke inzichten vrij gegeven, zoals ooit bijvoorbeeld de bewering dat de wereld rond was, wat destijds leidde tot de vervolging van de ketter die dat beweerde. Ketters zijn er nog steeds en op dankbaarheid kunnen die nog steeds niet altijd links en rechts rekenen.

Het Europese Hof acht het dus van belang, voor een gezonde democratie en rechtstaat, dat ook rechters hun mening kunnen geven. Het is daarmee belangrijk dat rechters daarvan gebruikmaken. Ook over de rechtspraak wordt publiekelijk heel veel gezegd: zinvolle dingen, emotionele dingen, juiste en onjuiste dingen, terechte en onterechte kritiek. Rechters moeten daarop reageren, omdat anderen dat niet of niet altijd doen.

Het moet niet alleen gaan om het externe debat. Het is ook goed dat de buitenwereld kennisneemt van discussies en debatten binnen de rechterlijke macht, de meningsvorming, de onderlinge kritiek. De vrees dat dat het aanzien van de rechterlijke macht kan schaden, deel ik niet. Juist omdat de rechterlijke macht als een ‘gesloten club’ wordt gezien, kan het goed zijn de vensters open te zetten en wat te laten zien van de binnenkant en de diversiteit onder de rechters.

Omgekeerd moet ook de samenleving snappen dat rechters ook boodschappende, moederende en vaderende, uitgaande, lezende, lerende, autorijdende, sportende, musicerende, facebookende, whatsappende, etende, drinkende, van gezelligheid en sociale omgang houdende mensen zijn, met gezinnen, bankrekeningen, hypotheken, erfenissen en verzekeringen, meestal relatief serieus en geneigd tot zorgvuldigheid.

Rechters moeten bovendien kunnen rekenen op respect voor hun privacy. Zelf zou ik het als bijzonder vervelend ervaren wanneer iemand uit mijn vrienden- of kennissenkring zou doorkleppen wat ik op een feestje heb gezegd. Ik spreek niet over onderhanden rechtszaken, en zelfs over afgesloten zaken ben ik terughoudend. Maar helemaal nooit niks mogen zeggen is verkrampt en bovenmenselijk. Dat je zelfs aangevallen kunt worden op een ergens privé uitgesproken, tamelijk doorsnee-opvatting dat roken iemands eigen verantwoordelijkheid is, gaat wel wat ver. Ten eerste vermoed ik dat bijna heel links- en rechts-liberaal Nederland daar zo over denkt (en dat is momenteel een vrij grote meerderheid). Wiens verantwoordelijkheid zou het dan kunnen zijn? Van je moeder, van de overheid, van God? Of van de tabaksindustrie omdat die mogelijk stofjes toevoegt die verslavend zijn?

Maar ook dan blijft het je eigen verantwoordelijkheid. Dat is namelijk ook zo bij het nemen van verdovende middelen waarvan de verslavende werking van de stof zelf uitgaat, zoals bij heroïne. Hoewel het vervaardigen, de handel en het bezit van verdovende middelen doorgaans strafbaar zijn gesteld, is het gebruik daarvan in beginsel niet strafbaar. Wel kennen sommige politieverordeningen verboden om op bijvoorbeeld bepaalde plaatsen in de stad drugs te gebruiken. Maar een verweer op overmacht komt een verdachte daarbij niet gauw toe. Hij blijft – tot nu toe – rechtens verantwoordelijk voor zijn daden. Daarom denk ik dat de weinig opzienbare mening dat roken iemands eigen verantwoordelijkheid is, niets zegt over het oordeelsvermogen van een rechter over de vraag of tabaksproducenten strafbaar handelen door (mocht dat komen vast te staan) een verslavend stofje aan de tabak toe te voegen.

Maar belangrijker nog is dat rechters niet alleen een beroep toekomt op de vrijheid van meningsuiting, maar ook op de bescherming van hun privéleven. Rechters zijn als deelnemers aan het leven van alledag nooit zonder belangen, ervaringen en opvattingen. Ze hebben kinderen op school en universiteit en hebben dus meningen over hoe de dingen in het onderwijs gaan. Rechters fietsen naar hun werk langs de ruimtelijke ordening in hun woonplaats die ze later in een procedure tegenkomen. Rechters kunnen lid zijn van Natuurmonumenten en zaken te beoordelen krijgen over het kappen van bomen of het aanleggen van een weg. Rechters hebben stemrecht en maken daarvan gebruik, zo ze al niet lid zijn van een politieke partij. Rechters gaan naar de dokter of het ziekenhuis en hebben dus ervaringen met de gezondheidszorg, ze zitten in de trein en hebben dus ervaring met vertragingen, rechters kunnen lid zijn van een kerk die vroeger Galileo Galilei als ketter heeft aangemerkt, rechters moeten oordelen over toezichtsmaatregelen voor de financiële sector, terwijl ze zelf natuurlijk ook bankrekeningen, beleggingen en verzekeringen hebben.

Rechters roken, hebben vroeger gerookt, hebben nooit gerookt, hebben een hekel aan rokers of zijn onverschillig als anderen roken. Er zijn rechters die graag naar concerten gaan, er zijn rechters die een hekel aan lawaai hebben. Er zijn rechters die drinken en rechters die geheelonthouder zijn. Er zijn rechters die uit een boerenfamilie stammen en er zijn rechters die uit een industriële familie komen. Er zijn autochtone rechters en rechters die hun wortels in andere landen hebben. En toch moeten deze rechters in staat zijn afstand te nemen van hun eigen achtergronden en objectief naar zaken kijken die hun worden voorgelegd, over roken in café’s, over het schenken van alcohol in sportkantines, over de ruilverkaveling of over gesjoemel met landbouwsubsidies, over collectieve arbeidsovereenkomsten.
Enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Het aardige is nu net dat rechters opgeleid zijn om zich bewust te zijn van de invloeden die bewust of onbewust op hen inwerken. Rechters zijn niet in de eerste plaats juridische specialisten, maar professionele beslissers, dat is onze kernactiviteit. En daartoe behoort ook het wikken en wegen van argumenten en het uitziften van invloeden die geen rol mogen spelen. Kunnen rechters dat? Daarop is mijn antwoord: bijna altijd wel. Ik was in Nederland ook lid van Natuurmonumenten, maar dat betekent niet dat ik iemand die van stroperij wordt verdacht ook het nadeel van de twijfel geef. Ik ben om bewijstechnische redenen voorstander van de herinvoering van het pooierverbod. Maar wil dat ook zeggen dat iemand die van pooierij wordt verdacht in mij een partijdige rechter zal treffen? Welnee, want eerst moet uit de bewijsmiddelen nog maar blijken of de verdachte inderdaad een pooier is. En als dat zo blijkt te zijn, soit, en dan hoeft hij nog niet bang te zijn dat ik hem een heel hoge straf geef omdat ik ooit voorstander was van een wetswijziging om bewijstechnische redenen.

Er is dus helemaal geen goede reden om schendingen van de privacy van rechters te accepteren of zelfs te belonen. Behoudens extreme gevallen moeten we weerstand bieden tegen de verpersoonlijking van het recht en het vermengen van rollen die rechters hebben in hun privéleven, in hun werk en in de publieke sfeer. Advocaten, politici, journalisten, maar ook rechters zelf moeten die grens goed bewaken.

Vooruit, als uitsmijter van dit, mijn laatste, blog in Ivoren Toga nog even wat zelfkritiek op de rechters. Persoonlijk vind ik dat rechters beter niet zichtbaar kunnen zijn op sociale media zoals Facebook. Als je vindt dat je privacy wat waard is, houd dan de ramen en deuren van je privéleven gesloten. Maar ook een facebookende rechter kan zijn werk goed doen, hoor.

Vrijheid van meningsuiting is voor rechters dus veel waard. Daarom is het jammer dat dit blog stopt, maar ach, tenslotte moet ook achter ieder vonnis een punt worden gezet.

Peter Lemaire
Rechter op Sint Maarten