De witwassende samenleving

Onlangs kon de ING bank vervolging terzake witwassen ontlopen middels een betaling van €800 miljoen.

Sinds die transactie bekend geworden is worstel ik met een probleem en die worsteling is terug te voeren op een arrest van de Hoge Raad van alweer uit 2010.

In dit arrest laat de Hoge Raad een arrest van het gerechtshof Amsterdam over vermenging bij witwassen in stand. In die uitspraak had het hof overwogen dat de inbreng in de betrokken onderneming van een vermogen met criminele herkomst van 3 miljoen gulden betekent dat een dusdanig substantieel bedrag is ingebracht dat het gehele vermogen van die onderneming moet worden geacht door die inbreng besmet te zijn geraakt. Dit laatste ook wanneer daarbij betrokken wordt dat door de onderneming vele tientallen miljoenen van niet-criminele herkomst werden geïnvesteerd.

De Hoge Raad heeft in bedoeld arrest de beslissing van het hof in zoverre verbeterd gelezen dat het gehele vermogen van de onderneming na de vermenging als gedeeltelijk van misdrijf afkomstig moet worden aangemerkt.
Deze beslissing vertaald naar het handelen van de ING levert het volgende op:
Uitgaande van het transactiebedrag van 800 miljoen zal het bij het door de ING witgewassen bedrag gaan om een substantieel bedrag. De verhouding tussen dit substantiële bedrag en het bedrag dat legaal bij de ING omging is van buitenaf niet vast te stellen.
Dit betekent dat er ernstig rekening mee gehouden moet worden dat de ING voldoet aan de door het Amsterdamse hof aangelegde maatstaf en dat derhalve een aanzienlijke kans bestaat dat het vermogen van de ING moet worden aangemerkt als gedeeltelijk van misdrijf afkomstig.

Nu mijn probleem:
Ik ben klant van de ING, het bovenstaande is mij bekend en ik ontvang geldbedragen van de ING. Ben ik nu een witwasser?
Misschien moet ik mijzelf maar eens aangeven en na seponering – het OM zal immers de transactie met de ING liever snel vergeten – naar het hof stappen.

Dat doe ik dan in navolging van de artikel 12 Sv procedure van mijn collega Ficq die als inzet heeft dat het hof het openbaar ministerie zal opdragen alsnog tot vervolging van de tabaksindustrie over te gaan. Het gaat dan om mishandeling met de dood tot gevolg. Lukt dat en komt er daarna ook nog eens een veroordeling dan zijn de witwasrapen gaar, daar kom ik zo op.
Eerst iets meer over de bekritiseerde handelwijze van Ficq.
In de NRC van 30 september 2018 nam Folkert Jensma onder de kop “Advocaten die rechters knevelen, geen goed idee” Ficq de maat aan de hand van een beschouwing over de positie van raadsheer Wabeke.
Mr. Wabeke was de voorziene voorzitter bij de behandeling van de door Ficq aangespannen procedure.
Deze raadsheer zou zich (staat niet vast) in privésfeer hebben uitgelaten over de eigen verantwoordelijkheid van de roker. Dit terwijl in die artikel 12 Sv procedure onder andere juist die eigen verantwoordelijkheid een belangrijk onderwerp is. Terecht stelt Jensma dat dat geen enkel probleem is. Het zou ook van de zotte zijn als dat anders was. Alle rechters hebben privé-opvattingen en zullen deze her en der uiten. Rechterswerk is nu juist om hun privé-opvattingen gescheiden te houden van de beslissingen die zij als rechter moeten nemen. Ware het anders dan zou er heel snel een antecedentenindustrie ontstaan om in kaart te brengen wat rechters in het (grijs) verleden hebben gezegd over een materie waar ze nu over te beslissen hebben. Jensma stelt hierover een verontwaardigde Ficq op de radio te hebben gehoord; mocht dat zo zijn dan lijkt mij dat niet nodig geweest.
Ficq is tegen het voorzitterschap van Wabeke in het geweer gekomen en haar bedoeliingen lijken mij duidelijk: (nog meer) aandacht voor haar zaak en vervanging van raadsheer Wabeke die als de berichten kloppen een privé-standpunt heeft dat tegengesteld is aan het standpunt van haar cliënten in de procedure.

Ficq kondigde in de media aan dat zij raadsheer Wabeke verzocht heeft zich te verschonen en stelde een wrakingsverzoek in het vooruitzicht in het geval dat niet zou gebeuren.
Jensma spreekt over een opzichtige tackle van Ficq omdat zij daarbij sprak over “een neerbuigende toon”. We weten niet wat er gebeurd is maar het lijkt er wel op dat Ficq dit zo gehoord heeft van haar bron, die claimt erbij geweest te zijn in die privé-sfeer (niet meer uitnodigen lijkt mij).
Wabeke trok zich terug want de kwestie had hem geïrriteerd en aangegrepen, maar Jensma, die verderop Ficq beschuldigt van het schaden van de rechtspraak deelt doodleuk mee dat de raadsheer hier fabeltjes vertelt. Fabeltjes als versluierend taalgebruik voor liegen. Die “fabeltjes” heeft de raadsheer dan ook aan het hof verteld toen hij verzocht zich te mogen verschonen. Tot zover de afdeling beschadiging rechtspraak.

Volgens Jensma stelt het ook allemaal niet zoveel voor, genoeg vervangers beschikbaar. En zo is het.
Desondanks gebruikt hij richting Ficq zware woorden: knevelen van rechters, tackle van een raadsheer, poging chantage van een rechter en beschadigen van de rechtspraak.

Jensma stelt dat hem wel eens het gevoel bekruipt dat veel media niet écht snappen dat advocaten volstrekt partijdig zijn en dat roepen wat in de kraam van hun cliënten past.
Daar heeft Jensma een punt. Maar hij mist ook een punt.
Ficq heeft hier namelijk precies dat gedaan wat Jensma zegt te begrijpen: zij heeft geroepen wat in de kraam van haar cliënten past.
De meest simpele benadering voor het beoordelen van het optreden van Ficq is deze:
Stel uw advocaat komt naar u toe en zegt dat de rechter in uw zaak een privé-opvatting heeft die lijnrecht staat tegenover uw standpunt in de procedure en dat er een mogelijkheid is binnen de grenzen van het recht om een andere rechter te krijgen. Bijkomend voordeel: extra aandacht voor uw zaak die het zeker ook van media-aandacht moet hebben. U mag kiezen.

Dit is het echte advocatenwerk op het scherpst van de snede en tegen de grens aan. Daar moet een advocaat namelijk zitten als het er echt om gaat. Daar mag ook best collateral damage bij onstaan, zolang die binnen de gestelde perken blijft en niet overbodig is.

Op één punt heeft Jensma het gelijk geheel aan zijn zijde: zijn indruk dat de zaak niet zo sterk is. Zware mishandeling met de dood tot gevolg door de tabaksindustrie en daaruit voortvloeiende veroordelingen van wederverkopers, toeleveranciers (voorbereiding !), coffeeshophouders, dan de drankindustrie, kortom chaos.
Wat daarvan zij, Ficq is er met haar actie in geslaagd de rokersellende in al zijn facetten veel meer dan daarvoor nadrukkelijk op de kaart te krijgen. Daartoe heeft zij op een creatieve wijze een bijzondere weg bewandeld en daarmee steeds meer medestanders gemobiliseerd, nationaal en internationaal. De sjoemelsigaret is een begrip geworden. Uiteraard gaan we hier meer van horen. Want hoe zot is het dat onze overheid veel geld binnen harkt doordat dodelijk spul vrij verkocht mag worden.
Om in de stijl van Jensma te blijven: advocaten waar de samenleving iets aan heeft, een heel goed idee.

Mocht Ficq’s kruistocht echter toch slagen dan zijn we niet klaar met al die vervolgingen. De witwaslijn die door de ING is ingezet kan dan doorgetrokken worden naar onze overheid. Het is dan toch moeilijk vol te houden dat de miljarden die binnenstromen als gevolg van miljoenen misdrijven niet door onze overheid worden witgewassen. En dat geld wordt (al dan niet na vermenging) in de economie rondgepompt en uiteindelijk blijkt heel Nederland dan één grote witwasserij. En dat al heel lang.

De witwassende overheid kwam ik overigens in het klein al tegen. In Amsterdam gaat het zo. Twee Franse cliënten worden aangehouden met 3 ton cash in de auto. Cliënten vast en ik sluit de transactie met de officier: afstand van de 3 ton, ieder 10% boete en direct na betaling naar huis. Probleempje, de achterban van cliënten kan binnen een uur betalen maar dat moet dan wel cash. Dat kan, daar is een speciaal loket voor, daar zit de ambtenaar met de geldtelmachine. Nu nog hopen dat de man niet op weg naar het politiebureau gecontroleerd wordt.

Om mijn jarenlange bijdrage aan de Ivoren Toga met een komische noot te eindigen, nog even de afloop. Standaard zit in zo’n deal dat ook afstand gedaan wordt van de inbeslaggenomen auto, dat was de officier echter vergeten vast te leggen. Onder protest ging de auto terug, dat was voor mijn cliënten namelijk echt een puntje, ook al was het een barrel.
Twee maanden later belt de politie met de vraag of mijn cliënten de auto die ze retour kregen maar direct daarna op de Churchill-laan hadden achtergelaten willen weghalen. Cliënten vragen mij om door te geven dat ze vinden dat de Staat der Nederlanden toch recht heeft op die auto, ook gezien het protest van de officier. Hun bagage, bestaande uit 25 echte, exclusieve en daarom peperdure Luis Vuitton tassen hebben ze eruit gehaald.

Peter Plasman
Strafpleiter