Gezocht: een chief justice op Sint Maarten

Aan alles komt een einde, dit jaar nog aan dit mooie blog, en volgend jaar per 1 augustus ook aan mijn tijd in de West. Dat lijkt nog ver weg, maar door de afstanden en de voorbereidingen, moet je vroeg beginnen, dus vandaar dat recent ‘mijn’ vacature als vice-president in het Gemeenschappelijk Hof, en in die hoedanigheid als chef van het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten, werd open gesteld. Net als die van de eveneens volgend jaar vertrekkende rechter-commissaris.

Tijd voor een reclamepraatje.

De aanwezigheid van Europeanen in het Caribisch gebied dateert van lange tijd her, namelijk vanaf de reizen van Columbus en diens navolgers, nu 500 jaar geleden. De eilanden, en trouwens ook het vasteland van Zuid Amerika, trokken ontdekkingsreizigers, handelaren, missionarissen, vrijbuiters en tenslotte zelfs rechters.

Ook op Nederlanders had het Caribisch gebied van oudsher een zeer grote aantrekkingskracht. Ook buiten de zes ‘Nederlandse’ eilanden vind je nog overal hun sporen, in de vorm van forten, namen, archieven, scholen en taal.

Naast goedbedoelende en idealistische lieden, werd het gebied vooral ook bezocht voor gelukzoekers. Berucht waren in de 17e eeuw de boekaniers of vrijbuiters, die vooral Spaanse bezittingen aanvielen en plunderden. Voor eigen rekening weliswaar, maar vaak in opdracht van de Britse, Franse en Nederlandse autoriteiten, die zo goedkoop oorlog tegen Spanje konden voeren en haar bezittingen overnemen. Bij de Vrede van Westfalen werden de van Spanje afgesnoepte bezittingen in Zuid-Amerika gelegaliseerd. Het ook in dat kader gesloten Verdag van Concordia van 1648 bepaalt nog steeds de landsgrens tussen het Franse en Nederlandse deel van Sint Maarten.

Een van de overgeleverde namen is die van de Welshman Harri Morgan, thans vooral nog bekend dankzij het rum merk Captain Morgan, waarvan je hier op Sint Maarten hier en daar levensgrote kunststof beelden aantreft. Een woest, maar toch ook enigszins sympathiek personage. Of hij ooit op Sint Maarten is geweest, is waarschijnlijk, maar ik weet het niet zeker. Wel is zeker dat hij gepoogd heeft samen met de Nederlandse kaper Edward Mansveldt, Sint Eustatius en Curaçao te bezetten, zonder succes overigens. Vele van de vrijbuiters onder hem waren Hollanders en vonden het misschien toch niet zo prettig landgenoten te beroven, en vermoedelijk waren de Spaanse bezittingen gemakkelijker prooien.

De tijden zijn nu minder wild. In 2019 bestaat het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, dat de rechtspraak op de zes ‘Nederlandse’ eilanden verzorgt, 150 jaar. Het hof heeft zes vestigingen, namelijk de Gerechten in Eerste Aanleg (GEA) van Curacao, Aruba, Sint Maarten en van Bonaire. Ook Sint Eustatius en Saba bezitten elk een GEA, alleen hebben die tot op heden geen vaste bemensing. De normale zittingen worden bemenst vanuit Sint Maarten. De handelingen van de rechter-commissaris worden verzorgd door een lokale rechter-plaatsvervanger en diens griffier.

Mijn vermoeden is trouwens dat het gebrek aan een permanent bemenst loket van het hof op die eilanden, zorgt voor een relatief laag aandeel van de S&S eilanden in het aantal rechtszaken op Caribisch Nederland, dat bestaat uit de eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Terwijl de bevolking van Saba en Sint Eustatius 7% respectievelijk 13% van de totale bevolking van BES uitmaakt, is het aandeel van deze eilanden in het totaal van rechtszaken in de BES voor elk slechts 3%, voor beide eilanden in totaal dus 6%, terwijl hun bevolking in totaal 20% van BES uitmaakt. Mijn vermoeden is dus dat de toegang tot de rechtspraak op de S&S eilanden op dit moment niet optimaal is. Gelukkig kan er althans op Sint Eustatius vermoedelijk nog dit jaar een permanent loket worden geopend en lijkt er ook voor Saba een oplossing in de maak.

Overigens is de misdaad op de S&S-eilanden niet al te groot. Van Saba wordt gezegd dat je gerust ’s nachts je portemonnee buiten kunt laten liggen en als ik m’n huurauto op Sint Eustatius inlever, leg ik het geld en de sleutel onder de mat.

Het leven op Sint Maarten verschilt erg met dat in Nederland, is ook anders dan op Aruba en Curacao, en dat geldt speciaal voor Nederlandse rechters.

Waarom zijn er Nederlandse rechters op Sint Maarten? De rechtspraak wordt vanouds bediend door veel rechters uit Nederland. Al heel vroeg komen er ook lokale rechters. De eerste Curaçaose president treedt al aan in de twintiger jaren van de vorige eeuw, dus al bijna 100 jaar geleden. Inmiddels heeft het Gemeenschappelijk Hof een vruchtbaar eigen opleidingsprogramma tot rechter en griffier. Van jaar tot jaar wordt de rechtersopleiding met succes open gesteld voor belangstellende kandidaten van de eigen eilanden. Ook ronden bijna jaarlijks lokale kandidaten de opleiding af en ontvangen een lokale aanstelling bij het hof. Aruba en Curaçao worden al voor een groot deel bemenst door lokaal aangestelde rechters. Het is niet de bedoeling dat het Gemeenschappelijk Hof geheel afscheid neemt van uit Nederland uitgezonden rechters. Vanwege de uitwisseling blijft het wenselijk mensen tijdelijk naar hier te halen. De uitzending gebeurt voor vijf jaar en na verloop van die tijd keren die rechters terug naar Nederland. Mede daarom worden de uitgezonden rechters financieel gecompenseerd.

Op Sint Maarten zijn momenteel vier rechters werkzaam, die allen zijn uitgezonden vanuit Nederland. Met enige regelmaat vliegen ook rechters uit de andere vestigingen in. Er zijn op dit moment geen lokale Sint Maartense rechters in opleiding. Het Nederlandse deel van Sint Maarten telt ongeveer 40.000 inwoners, althans vóór het voorbij trekken van orkaan Irma in 2017. Het is daarmee een stuk kleiner dan Aruba (naar schatting 120.000 inwoners) of Curacao (naar schatting 150.000 inwoners).

Behalve deze rechters kent het GEA Sint Maarten zes gerechtssecretarissen, die opgeleid zijn of worden om de rechters te steunen bij de zittingen, de voorbereiding daarvan en het schrijven van concept-uitspraken, en vijf administratief medewerkers.

Wat maakt het werken hier anders dan in Nederland? Een groot verschil is dat er veel minder specialisatie is. Eén rechter is voltijds als civilist werkzaam, maar dan over het hele pallet, dus van handelszaken, faillissementen, arbeid, huur, kort geding, beslag. De andere rechters doen naast het RC-schap de niet-gedetineerden strafzitting en bestuursrecht, de combinatie van familierecht, kort geding en bestuursrecht of, zoals ikzelf, strafrecht, civiele rolzaken en kort geding. Alleen belastingrecht wordt door een gespecialiseerde kamer vanuit Aruba gedaan. En het hoger beroep door de appelpool op Curacao.

Een tweede belangrijk verschil is het ontbreken van de uitgebreide managementcultuur, waar de meeste Nederlandse rechters een haat-/liefdeverhouding mee hebben, die ze in het begin geneigd zijn hier voort te zetten. Dit is een haat-/liefdeverhouding omdat het management enerzijds bedreigend lijkt voor de professionele autonomie van de rechters, maar anderzijds veel voor de rechters regelt. Zo maken sommige rechters in Nederland zich druk over de (al dan niet vermeende) onvolkomenheden in de organisatie en over de werkdruk. Zodra je hier bent, en speciaal op Sint Maarten, ben je zelf mede-ondernemer in de collectieve rechtswinkel en mag en moet je alles zelf mede bepalen en organiseren en vooral zelf doen. Als er dingen fout gaan, doe je dat meestal zelf en dan valt het ook minder op. Het ontbreken van een vergadercultuur en reistijden voor woon-werkverkeer maakt anderzijds dat de effectieve werktijd bijna 100% is. Je productiviteit is daardoor hoger dan in Nederland. Ik kan niet zeggen dat de werkdruk hier hoger of lager is dan in Nederland, de druk ligt anders. Daar staat tegenover de je zelf meer afwegingen maakt in welke zaken je meer en minder energie steekt. Een beleidsmatig motiveringsregime zoals Promis bijvoorbeeld, kennen we niet.

Het derde belangrijke verschil is de aard van de zaken. Sint Maarten is een autonoom land binnen het koninkrijk en dat merk je aan het soort zaken dat langs komt. Alle zaken die in Nederland ook spelen (en voor zover het de landelijke overheid betreft vooral bij de rechtbank Den Haag binnenkomen), maar in Nederland worden onderverdeeld onder specialistische rechters, komen hier op jouw bordje. Dat kan variëren van bijvoorbeeld milieuzaken over de vuilverwerking, de tarieven van nutsbedrijven, grote verzekeringsclaims van bijvoorbeeld de luchthaven, de ziektekostendekking, de toestand van de gevangenis, massa-ontslagen bij hotels, de inrichting van de stranden, tot bouwzaken, enzovoorts. In strafrechtelijke zaken komt alles voor de alleensprekende rechter, van fraude tot moord.

Dit laatste maakt het werk op Sint Maarten al van andere orde dan in Nederland. Ook al is het contact met de drie andere collega’s intensief, er komt veel meer op je af en op jezelf neer. Tel daarbij op dat Sint Maarten, vergeleken met Aruba en Curacao, het minst ‘Nederlands’ is. De taal wordt er veel minder gesproken en ook cultureel is het Nederlandse deel van het eiland meer verwant met andere Caribische eilanden dan met Nederland of de benedenwindse eilanden, die een meer gemengd Caribisch/Europese cultuur hebben.

Het prijsniveau is op Sint Maarten wonderlijk hoog, wat vooral vreemd is omdat er geen omzetbelasting wordt geheven er geen invoerrechten zijn en de lonen van de ‘gewone man’ tamelijk laag. Het kapitalisme leidt kennelijk niet altijd tot gunstige prijzen. Wel een groot voordeel is, dat je gemakkelijk even naar Frankrijk kunt hoppen om bijvoorbeeld even echte croissants en stokbrood te halen, of gebruik te maken van het rijke scala aan wijnen uit alle hoeken en gaten van Frankrijk.

Doordat ook de politieke verhoudingen met Nederland niet altijd even gemakkelijk zijn, moet je ook tegen een stootje kunnen als er onaardige dingen over Nederland of Nederlanders worden gezegd of als je als rechter op één lijn wordt gesteld met andere Nederlanders die op het eiland wonen en werken. Je bent daarnaast ook privé zichtbaar en herkenbaar in al wat je doet. Dat stelt ook beperkingen in de kring van mensen met wie je om kunt gaan en hoe je je vrije tijd besteed. Rechtzoekenden kom je vaak tegen op straat, in supermarkten, op het strand en dergelijke, doorgaans zeer vriendelijk, zelfs de recent veroordeelden, die je met ‘Hey judge’ begroeten.

Je bent op Sint Maarten dus sterk op jezelf en een klein netwerk aangewezen dan je in Nederland bent. Anderzijds is de betekenis die je als rechter hebt, veel groter in een kleine samenleving zoals Sint Maarten dan je ooit in Nederland zult meemaken.

En als laatste is er nog een reden waarom je op Sint Maarten geen watje kunt zijn: de orkanen. Het eiland ligt vol in orkaangebied en werd in september 2017 getroffen door de zwaarste orkaan die het gebied ooit had meegemaakt. Ik kan niet zeggen dat het een erg leuke ervaring was, maar het was zeker een erg diepgaande ervaring, wat zeker ook gold voor de periodes van neergang en opgang direct erna, waarin je jezelf en de mensen om je heen pas echt gaat leren kennen. Of dat een aanbeveling is om op Sint Maarten te gaan werken, weet ik niet, maar het is zeker weer iets anders dan de avontuurlijke reizen die voor menig ander het grootste te beleven avontuur van zijn of haar leven vormen, en die je trouwens ook heel goed vanaf hier kunt blijven maken. En ter relativering: er zijn ook vele jaren dat er géén orkanen overtrekken.

Als vice-president van het Hof te Sint Maarten, ben je tevens lid van het bestuur van het Gemeenschappelijk Hof. Aan het hoofd van het bestuur staat de president. Tevens zijn lid de directeur bedrijfsvoering en de vice-presidenten van de vestigingen Curaçao en Aruba. De vergaderingen vinden wisselend plaats op Curaçao, Aruba, Bonaire en Sint Maarten en worden tussendoor ook wel per beeldverbinding gedaan. Het bestuur is collegiaal, zodat de vice-presidenten niet alleen voor hun eigen vestiging op moeten komen. In theorie heb je als vice-president een vrijstelling voor je bestuurlijke en management taken, maar in de praktijk zit je meestal bijna volledig in het zittingenrooster.

Je wordt trouwens bijgestaan door een professionele vestigingsmanager, die het hoofd is van de griffie en de gerechtssecretarissen en die samen met jou het vestigingsbudget beheert. Toevallig is dat op Sint Maarten ook net een vacature, om reden die ik hier niet verder zal toelichten, maar die ook de Nederlandse kranten heeft gehaald.

De tijden van kapitein Morgan zijn voorbij, met uitzondering dus van diens rum, maar het leven op Sint Maarten biedt desondanks dus nog vele uitdagingen en spannende kanten. Iedereen van mijn rechterlijke collega’s die daarvoor kwalificeert, nodig is dus van harte uit te solliciteren op de vacature vice-president of RC in strafzaken. Het kan nog tot 19 oktober 2019.

Peter Lemaire
Rechter op Sint Maarten