Tegenbrandjes

Na bijna achttien jaar in de advocatuur zou je denken dat de volwassenheid in zicht komt. Misschien heb ik vooral dingen afgeleerd, wat volgens mijn aardrijkskundeleraar F. Smit het ware leren in het leven uitmaakt. Voor ik begon spiegelde ik me graag aan de eloquentie van Smit en zag mij op het floret van de tong in het nauw gedreven burgers voor de kaken van de overheidsmoloch wegslepen. Bijna alles aan deze fantasie is fout gebleken. Nederland mag een land met een domineestraditie zijn, al te vurige welbespraaktheid is geen plus. Misschien stemt het de cliënt gunstig of vragen ze je voor tv, maar op de rechtbank maakt de overtreffende trap geen indruk. Wat wel werkt: braaf op nuances wijzen die de andere partij verwaarloost. Jezelf niet positioneren als beroepstegenspreker maar als bereidwillige meedenker, die middelen voor een afgewogen eindoordeel aanreikt. De gemiddelde rechter laat zich graag voeden. Steeds maar de nuance zoeken, samen met een dosis geluk kan het een zaak doen kantelen.

Het helpt om te beseffen dat de overheid, en zeker de strafrechter, helemaal niet zo machtig is. Het strafrecht is te bot en te willekeurig om substantieel bij te dragen aan grote abstracties als een veilige of rechtvaardige samenleving. Een minimum aan burgervrede bewaren en eigenrichting voorkomen, plaatselijk tegenbrandjes stichten zodat de oorspronkelijke brand zich niet uitbreidt, veel meer kunnen we er niet van verwachten. De rechter helpen om met dit kromme gereedschap toch zo recht mogelijke lijnen te trekken en de tegenbrand beperkt houden: vanuit die benadering kun je er voor je cliënt het meeste uithalen.

Nog een ontnuchtering: op een verjaardag hoorde ik van een ervaren strafrechter dat in raadkamer betrekkelijk weinig tijd opgaat aan bespiegelingen over de schuldvraag. In elk geval veel minder dan ik hoop als de printer blij spinnend het een na de andere gloedvolle a4tje uitwerpt. Ik vermoed dat dit komt doordat rechterlijke overtuiging meer gestoeld is op doorsnee aannames en ervaringsregels (‘dingen zijn gewoonlijk wat ze lijken’) dan advocaten wel wensen. Overigens zou ik graag eens van rechters horen of dit vermoeden klopt: twijfels leiden minder snel tot vrijspraak naarmate het misdrijf ernstiger is. En realiseren rechters en officieren zich hoe dikwijls het de advocaat is die adviseert tot een bekentenis?

Natuurlijk wil cliënt zijn onschuld opgetuigd zien. Maar volgens mijn zegspersoon gaat achter de schermen het meeste debat over de strafmaat, terwijl die in mijn prillere pleidooien nog weleens restpost was. Zie een mogelijke veroordeling daarom niet als verlies, maar als start van de sport om cliënten zoveel mogelijk op straat te houden. Met Cicero heeft het weinig van doen als ik ze het hoofd dol zeur om bewijzen van burgerzin. Een arbeidsovereenkomst of een schoolinschrijving levert vaak meer op dan het zoveelste getuigenverzoek of een bladzijde pleidooi erbij. Wees creatief in het zoeken naar factoren die de schadelijkheid van detentie onderstrepen (in Duitse vonnissen staat standaard dat voor buitenlanders het verblijf in de gevangenis zwaarder is, door de taalbarrière en de afstand tot bezoek). Misschien maakt het medisch dossier van de PI melding van klachten. Het heeft me glazige blikken opgeleverd, maar ook wel strafkorting.

Op zitting geldt: hoe sterker de uitgangspositie, hoe korter het verhaal. Ontkent je cliënt maar ligt er een berg bewijs, dan ben je aangewezen op het opsommen van nimmer ontbrekende tegenstrijdigheden – tot je er zelf in gaat geloven. Gek genoeg loop ik voor een sympathieke cliënt soms minder hard dan voor een onsympathieke. Als de verdachte zijn eigen advocaat maar half vertrouwt, voel ik de neiging om op alle slakken zout te leggen. Soms ook uit vrees hem door gebrek aan klik te kort te doen. Met de klant die aanneemt wat wel en niet zinvol is, kun je je beperken tot de wezenlijke punten.

Belangrijk en lastig: het trainen van cliënt voor de zitting. Vaak heeft een zaak een of twee springende punten: krijg je die in het hoofd van de rechter, dan groeien de kansen. Ik spreek hier bewust van training en vertrouw maar zelden op het naturel van de klant. Naar mijn ervaring wordt menig onderdeel verloren doordat men hoofd- en bijzaken niet kan onderscheiden. Wees realistisch over te behalen winst. En een ware mensendokter is de raadsman die zijn cliënt kan bijbrengen dat eigenbelang schadelijk kan zijn: alles tegenspreken, elke millimeter voordeel binnen proberen te halen lijkt veelzeggend over het karakter, wekt wrevel en kan bijdragen aan de overtuiging van de schuld of aan een hogere straf. Terwijl het toch een gangbare menselijke neiging is.

Tot slot (maar niet uitputtend) een beginnersfout: meekletsen met de cliënt. Ooit hoorde ik mezelf nazeggen hoe onwaarschijnlijk het was dat verdachte het slot van een Harley Davidson had willen openvijlen, omdat hij deze toch bij het achterwiel had kunnen optillen en meenemen. Niet de onbewogen blik van de rechter, maar het gegnuif van de rechercheurs op de tribune (de Harley woog bijna 400 kilo) leerde mij dat teveel met cliënt meebewegen het gesprek in de PI gezellig houdt, maar hem uiteindelijk niet ten dienste komt. En dienstbaarheid, dat is onze tweede naam.

Vasco Groeneveld
Strafpleiter bij Plasman cs advocaten