Brexit, Miss Marple en rechterlijke vrijheid

Als u wel eens iets van Miss Marple hebt gelezen, weet u dat deze grisse vrijgezel grote misdrijven oploste met behulp van kennis uit haar dorp St. Mary Mead. Dat gaat dan ongeveer zo (niet aan een echte Miss Marple casus ontleend, maar voor het idee). De vrouw van Lord X, Lady Y, wordt vermoord. De bijzit van Lord X, de gouvernante Z, wordt verdacht Lady Y met een kopje vingerhoedskruid-thee te hebben vergiftigd, en wat blijkt? Die was dat toevallig ook van plan, maar net toen ze op haar slechte pad ging, bleek iemand haar al voor te zijn geweest. Miss Marple weet de altijd loyale tuinman te ontmaskeren, die eigenlijk, net als haar dorpsgenoot de vriendelijke kruidenier meneer Jones, een narcist blijkt te zijn. Hij wilde wraak nemen op de bijzit Z, die hem als minnaar had afgewezen en die hij de schuld van de moord in de schoenen wilde schuiven door wat blaadjes vingerhoedskruid in haar kamer rond te strooien.

Ik denk nu ook zo’n oplossing te hebben gevonden voor een groot probleem. Als ik vanaf mijn Sint Maartense veranda kijk, denk ik voor mijn ogen de oplossing te zien liggen voor wat naar het schijnt een struikelblok is bij de Brexit-onderhandelingen, de Iers-Noord-Ierse grens. Deze moet ook na de echtscheiding onzichtbaar blijven, maar dat zou erg lastig zijn omdat de Ierse Republiek straks communautair blijft en Noord-Ierland niet. Mijn uitzicht richt zich op zo’n onzichtbare grens, niet zomaar een grens, maar een buitengrens van de Europese Unie, de ongeveer 10 kilometer lange landsgrens tussen het niet tot de EU behorende Nederlandse deel van Sint Maarten en het daar wel toe behorende Franse deel. Er zijn vier onbewaakte grensovergangen.

Slechts sporadisch vinden er identiteitscontroles plaats door de gendarmes van Saint Martin, op wier aanraden we overigens net als zij regelmatig dineren bij L’Oasis bij de grensovergang Oyster Pond / Étang aux Huitres, die als specialiteit hebben oesters, foie gras met appel (vaut le voyage) en die soms ook vers ingevlogen moules de Zélande serveren.

De vele verschillen tussen de eilanddelen, gooien blijkbaar geen roet in het eten. De Nederlandse kant is belastingvrij en betaalt met de Amerikaanse dollar of de Antilliaanse gulden, de Franse kant is juridisch gezien Frankrijk, heft BTW en betaalt met de euro. Als de communautaire koorddansers voor Sint Maarten een oplossing weten te bedenken, moet dat dus toch ook wel gaan lukken met Noord-Ierland, zou je denken? Of zou het probleem toch meer van politieke aard zijn en speelt er op de achtergrond een flinke scheut Iers ‘irredentisme’ een rol? Maar ik ben natuurlijk geen Miss Marple, en misschien zit ik er wel helemaal naast.

Er zijn niet alleen talloze verschillen tussen het Franse en Nederlandse deel, maar ook, en misschien nog wel meer, tussen het Nederlandse deel en het Europese vaste land van het koninkrijk, Nederland zelf dus.

Een dezer dagen krijgen we als Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten zeer welkome hulp uit Nederland, te weten een rechter en twee griffiers. Zij komen ons bijstaan om de na de orkaan Irma ontstane achterstand weg te werken. De Raad voor de Rechtspraak heeft de hulp georganiseerd. De belangstelling onder de Nederlandse rechters en vooral griffiers was groot. In de aanloop kreeg ik over de mail veel vragen, die me nog eens herinnerden hoe groot de verschillen zijn tussen de rechtspraak hier en in Nederland. Onder andere werd regelmatig de vraag gesteld hoe groot het strafrechtteam van Sint Maarten is?

Wel, het team strafrecht van Sint Maarten bestaat uit 0,7 FTE strafrechter en 0,5 FTE rechter-commissaris en 1 FTE griffier. Beide rechters bedienen daarnaast nog een ander rechtsgebied, te weten civiel- onderscheidenlijk bestuursrecht. Het totale gerecht bestaat nu uit 4 rechters en ongeveer 12 FTE ‘ondersteuning’, inclusief de griffie, de ook in dienst zijnde deurwaarders niet meegerekend.

Ook werd regelmatig geïnformeerd naar de mogelijkheden voor deeltijdwerk en flexwerk (4×9). Die mogelijkheden kennen we eigenlijk niet. 4×9= 36 uur en we werken hier 40 uur per week, met 30 vakantiedagen ‘s jaars, die in beginsel worden opgenomen tijdens het zomerreces, waarin het gerecht gedurende zes weken dicht is, behoudens voor kort gedingen, voorgeleidingen, voorlopige voorzieningen e.d., of tijdens het drie weken durende kerstreces.

Het roosteren, wat ik voor het eerst in mijn leidinggevende leven eigenhandig doe, is hier onder dergelijke duidelijke randvoorwaarden dus heel gemakkelijk.

Maar er zijn meer en belangrijkere verschillen. Hoewel we hier ook investeren in gerechtssecretarissen die concept-uitspraken voor de rechters schrijven, en dat deels ook al gebeurt, schrijf je als rechter nog veel meer zelf dan ik in Nederland gewend was. Zoals bekend, wordt hier bovendien de hele eerste aanleg door alleen-zittende rechters bediend. Mede omdat we allemaal meerdere rechtsgebieden bedienen en het regelmatig ‘hollen’ geblazen is, komt het hier veel meer dan in Nederland aan op het maken van keuzes, in welke zaak ga ik meer tijd en moeite in de motivering steken en in welke minder.

Daarmee heeft de professionele vrijheid van de rechter een dimensie die in Nederland enigszins ondergesneeuwd dreigt te raken en waar misschien een van de verklaringen ligt van de onvrede waar je onder Nederlandse rechters wel eens wat over hoort en leest. In Nederland is immers op dat vlak sprake van een vergaande institutionalisering, die rechters als beperkend kunnen ervaren.

De strafrechters bepalen in Nederland weliswaar de inhoud van hun beslissing, maar in beginsel schrijven niet zij de uitspraak, maar de griffiers. Deze maken gebruik van ‘formats’, digitaal beschikbare teksten en bouwstenen, en motiveren veelal volgens een ‘afgesproken’ stramien, zoals bij straf de Promisvorm. Daar zitten veel goede kanten aan. Het gebruik van bouwstenen voorkomt immers het maken van vermijdbare fouten. Maar ook nadelen, want de neiging bestaat om overal even uitgebreid over te schrijven, vele pagina’s vonnissen te schrijven, ook als dat eigenlijk niet echt nodig is.

Hier op Sint Maarten heb je dus als rechter daar zelf keuzes in te maken. Ook de keuze welke zaken je met extract-vonnissen af doet en welke met volledig uitgeschreven vonnissen is, over de hele linie van het strafrecht, dus in beginsel ook voor de zaken die in Nederland meervoudig worden afgedaan, hier in beginsel aan de rechter zelf. Een drugszaak, bijvoorbeeld. Iemand probeert met een bootje 200 kilogram cocaïne binnen te smokkelen. Een dergelijke zaak zou in Nederland waarschijnlijk niet door de alleensprekende politierechter, maar voor de meervoudige kamer komen en hier op Sint Maarten in eerste aanleg altijd voor de alleen sprekende rechter. Zo’n uitspraak zou in Nederland leiden tot een uitgewerkt vonnis van vele pagina’s, maar hier tot een extract-vonnis van een A4.

Is dat onverantwoord? Nee, ik vind van niet, want een drugszaak met 200 kilo cocaïne (strafbedreiging volgens de oriëntatiepunten straftoemeting zo’n 60+ maanden gevangenisstraf) is niet per se ingewikkelder dan een met 200 gram (strafbedreiging rond de drie maanden), die in Nederland wel door de politierechter met een A4 zal worden afgedaan.

Het gebruik maken van die beoordelingsruimte met kosten/baten analyses is geen luxe, maar een noodzaak, omdat je je werk anders niet af krijgt. Ik ervaar dat echter niet als een kwalitatieve beperking, want het geeft mij professionele voldoening om de volle zeggenschap te hebben over alle aspecten van het rechterlijk werk, waarbij de kwalitatieve keuzen niet uit een beleidsnota volgen maar aan mijn eigen oordeel zijn onderworpen, met zo nodig controle in hoger beroep. Dat vraagt natuurlijk wel enig vertrouwen in het oordeel van de rechter en dat is voor het instituut dat de rechtspraak is geworden, minder makkelijk te managen en te rapporteren.

Achterstanden ervaar ik daarentegen nogal als een probleem, mijn probleem, want het laten wachten van rechtzoekenden is een vorm van onrecht, waar je als rechter dus wat aan kunt doen. En op Sint Maarten word ik daarop direct persoonlijk aangesproken. In Nederland is dat niet zo, maar dat maakt het probleem alleen maar minder zichtbaar, niet minder groot.

De Brexit en de onvrede onder een deel van de rechters over het aan banden leggen van de rechterlijke vrijheid, zijn wel beschouwd kinderen van dezelfde tijd (waar er trouwens nog wel wat meer van zijn aan te wijzen). In beide gevallen bestaat onvrede over eisen en beperkingen die instituties stellen aan de uitoefening van bevoegdheden en vrijheden. De vraag is natuurlijk of je daar zo gemakkelijk van af komt, nu deze samenhangen met een voortgaande rationalisering van de inzet van mensen en middelen, voor de Europese Unie natuurlijk nog op veel groter schaal dan voor de rechtspraak.

Waarom leidt rationalisering van de inzet van mensen en middelen tot verlies aan autonomie? Twee voorbeelden. In het Verenigd Koninkrijk is opschudding ontstaan omdat de opdracht een nieuw post-EU Brits paspoort te fabriceren na een aanbesteding naar een buitenlands bedrijf lijkt te gaan. Zo’n aanbesteding bevordert een rationele besteding van middelen, maar tast de vrijheid aan zaken te doen met een nationaal bedrijf. Met aanbesteding is op zich natuurlijk niets mis, maar wat als de communautaire bureaucratie gaat overheersen of als de aannemers leren tango’s te dansen met het systeem, en de aanbestedingsprocedure tot grote vertragingen gaat leiden of niet in staat blijkt echt concurrerende aanbiedingen uit te lokken?

Een voorbeeld uit de rechtspraak is het appointement, de planning van zaken op zitting en de bepaling van de behandeltijd. Dit is een wettelijk voorrecht van de rechters, maar de praktijk is vaak anders. De rechtbanken zijn zo groot geworden dat – behoudens grote zaken – het appointement feitelijk in handen ligt van gespecialiseerde griffiers, die dat centraal doen, al dan niet onder supervisie van een rechter, niet zijnde de zaaksrechter. Als rechter doe je dus zittingen die je zelf niet hebt samengesteld. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar soms zijn die te vol of te leeg, waardoor je je opgejaagd kunt voelen of je zit eindeloos tussen zaken door koffie te drinken. Als je zelf hebt geappointeerd, zit je dan in ieder geval op je eigen blaren.

Nu komt de tijd van Miss Marple nooit meer terug, ook niet na de Brexit. Maar naar alternatieven blijven zoeken is altijd goed. Ik lees dat de SP in Nederland voorstelt te experimenteren met rechtspraak of rechterlijke spreekuren in buurthuizen. Zelf ben ik voorstander van dat soort experimenten, omdat deze de rechtspraak kunnen bevrijden uit zijn afgegrendelde gebouwen, van zijn institutionele gewoonten en eenvormige kwaliteitsbeleid en hopelijk laten zien dat rechtspraak echt nog op eenvoudiger wijze kan, op een manier, met een tempo en tegen kosten waar de burgers veel aan kunnen hebben.

Peter Lemaire
Rechter op Sint Maarten