Een visie van de Rechtspraak op de rechter-plaatsvervanger is hard nodig

Door Marijke Malsch

Het is alweer enige tijd geleden dat er aandacht was voor de rechter-plaatsvervanger. Ashley Terlouw snijdt het onderwerp weer aan in haar hoofdstuk in een recent verschenen bundel.[1] Zij heeft interviews gehouden met plaatsvervangers die afkomstig zijn uit de wetenschap. Het is belangrijk dat dit onderwerp weer ter sprake komt. De Rechtspraak is niet altijd duidelijk over wat er van de plaatsvervanger wordt verwacht, en er bestaat onder de plaatsvervangers enige onvrede over hoe met hen wordt omgegaan in de praktijk.

Waar iedereen altijd bang voor is bij plaatsvervangers, namelijk belangenverstrengeling, integriteitskwesties of het zich uitlaten in de media over lopende zaken, blijkt nauwelijks een rol te spelen in de praktijk, zo laat Terlouw zien. Meer zorgen zijn er onder de plaatsvervangers over de waardering voor hun werk en over de praktische gang van zaken binnen het gerecht.

Plaatsvervangers vinden wat ze doen leerzaam en leuk. Het is goed om praktijkervaring op te doen, en het plaatsvervangerschap heeft waarde voor het onderwijs. Het is bovendien statusverhogend. Terlouw stelt dat rechters-plaatsvervangers kunnen helpen bij het tegengaan van groepsdenken. Zij kunnen fungeren als tegenspreker en als luis in de pels. Voor een dergelijke rol wordt ook wel ruimte geboden vinden haar geïnterviewden, maar tegelijkertijd spreken zij van een ‘knellende organisatie’, ‘prestatienormen’ en ‘marginalisering’ van de plaatsvervanger. Uiteindelijk past de plaatsvervanger zich aan, zo wordt gezegd. Het is dus de vraag of die ‘frisse blik’ tot zijn recht komt.

Die ‘blik van buitenaf’ wordt niet alleen in Nederland als positief punt aangevoerd, zo blijkt uit eerder onderzoek. Die wordt door bijvoorbeeld rechters in Denemarken expliciet genoemd als argument voor lekenrechtspraak. Zij zijn daar een groot voorstander van. Het doorbreekt de routine van de vaste rechters en kan ernstige fouten voorkomen, stellen ze.[2] Dat wordt, zij het in wat mindere mate, ook in Engeland, Duitsland en België gezegd. In deze landen wordt, net als in de rest van de wereld overigens, een substantieel deel van alle rechtszaken met lekenrechters[3] beslist. In Engeland en sommige Scandinavische landen zelfs verreweg het grootste deel van alle strafzaken. Die lekenrechters worden gewaardeerd, zij krijgen opleiding, begeleiding en ondersteuning, en: men wil er meestal ook niet vanaf.[4]

Natuurlijk zijn de Nederlandse plaatsvervangers niet te vergelijken met de ‘echte’ leken in andere landen. Maar zij zorgen wel voor input van buitenaf in een toch enigszins besloten systeem.[5] Hoe staat het in Nederland met de waardering voor de inbreng van de plaatsvervanger? Terlouw noteert dat deze veel tijd en energie stopt in zittingen en alles er omheen, en dat daar geen reële vergoeding tegenover staat. Een zitting kost al gauw enkele avonden of een weekend voorbereiding en de vergoeding staat daartoe in geen enkele verhouding. Bij sommige rechtbanken zitten plaatsvervangers voor.[6] De plaatsvervanger leest, anders dan vroeger, de conceptuitspraken mee.[7] Sinds kort wordt in een enkel gerecht verwacht dat de plaatsvervanger als ‘jongste rechter’ het concept van de secretaris controleert of deze de correcte paginanummers heeft overgenomen uit het pv. Er is de laatste jaren vaak gedoe met toegangspasjes (doen ze het wel, doen ze het niet? altijd weer de vraag) en met de toegang tot het systeem (REP dan wel 2Fair; idem),[8] en ook dit kost soms veel tijd. De afgelopen decennia is de taak van de plaatsvervanger dus aanzienlijk verzwaard. Een serieuze opleiding krijgt de plaatsvervanger niet voordat deze begint. De plaatsvervanger die begint wordt voor de leeuwen gegooid, zo stelt een door Terlouw geïnterviewde.[9]

Wat betreft het betrekken van de plaatsvervanger bij de gang van zaken binnen het gerecht, wisselt het beleid sterk. Sommige sectorvoorzitters doen veel om de plaatsvervangers bij de gang van zaken binnen het gerecht te betrekken: organiseren bijeenkomsten, verspreiden nieuwsbrieven, en houden jaarlijkse gesprekken met elke plaatsvervanger. Andere besteden nauwelijks aandacht aan de plaatsvervanger.

Plaatsvervangers die dat al meer dan een aantal jaren zijn, kennen de af en toe terugkerende brieven van het management van het gerecht waarin wordt gezegd dat hun inzet voorlopig niet meer op prijs wordt gesteld. Die brieven zijn niet altijd in termen geformuleerd die erg lovend zijn voor de plaatsvervanger. Meestal werden deze brieven kort daarna gevolgd door mailtjes en telefoontjes met smeekbedes of je toch alsjeblieft dan-en-dan wilt komen zitten. Dat mag dan tot enige hilariteit onder de plaatsvervangers leiden, deze gang van zaken doet wel de vraag opkomen wat de Rechtspraak nu eigenlijk wil met de plaatsvervanger. Enkele van Terlouws geïnterviewden spreken over een gebrek aan waardering.[10] Ik hoor die geluiden ook en weet in mijn omgeving plaatsvervangers die de handdoek inmiddels in de ring hebben gegooid. Andere mokken maar zeggen niets of maken af een toe een opmerking.

Het is, samenvattend, niet duidelijk wat de visie van de Rechtspraak op de plaatsvervanger is. De attitude ten opzichte van plaatsvervangers fluctueert door de jaren heen van een vrijwel volledig afwijzen ervan naar een inzet die ongeveer gelijk is aan die van de gesalarieerde rechters. Wat steeds hetzelfde blijft is de minimale vergoeding; die is al die jaren nauwelijks omhooggegaan.

Mijn persoonlijke ervaring is dat veel individuele raadsheren en rechters wel degelijk de inbreng weten te waarderen van een plaatsvervanger die zijn of haar werkplek elders heeft en (levens)ervaring op andere terreinen heeft. Het is prettig en ook gezellig om samen zittingen te doen en te raadkameren. Veel rechters en raadsheren zijn benieuwd naar wat de plaatsvervanger doet in het dagelijks leven en daar vindt gedachtewisseling over plaats. De ‘gewone’ rechters en raadsheren realiseren zich meestal wel wat de beperkingen zijn van de inzet van plaatsvervangers en overvragen niet. Zij zijn vaak gewoon blij met de inbreng van de plaatsvervanger, althans dat is mijn indruk. Deze verzet nu eenmaal zonder morren veel werk binnen de Rechtspraak. Zonder de plaatsvervanger zouden veel gerechten in grote problemen komen. En het Nederlandse systeem vraagt naar mijn idee echt om enige input van buitenaf. Bijvoorbeeld om een te grote routinematigheid te doorbreken en de vaste rechters alert te maken op zaken die zich buiten hun blikveld afspelen, dan wel kennis in te brengen, bijvoorbeeld uit de wetenschap, die voor hen van belang kan zijn. Niet elke plaatsvervanger zal dat op dezelfde manier of in dezelfde mate doen, maar voor mij is evident dat enige inbreng van buitenaf van belang kan zijn.

Het zou goed zijn als de Rechtspraak een visie op de inzet van de plaatsvervanger zou ontwikkelen. Hoe kan een dergelijke visie eruitzien? Belangrijk lijkt mij dat deze uitgaat van wat een plaatsvervanger reëel gezien kan bijdragen aan de Rechtspraak, en ook wat de beperkingen ervan zijn waar je niet omheen kunt. Plaatsvervangers kunnen naar mijn idee in vrijwel alles meedraaien met de vaste rechters. Daarbij is van veel belang dat er op wordt gelet dat ze alle stukken op tijd krijgen, ervan op de hoogte worden gesteld als zaken uitvallen, en bij de beslissingen worden betrokken. Dat klinkt evident, maar in de praktijk gaan dingen toch nog weleens fout, en leest een plaatsvervanger bijvoorbeeld onnodig een dik dossier van een zaak waarvan al langer bekend was dat deze niet doorging. Ervaren plaatsvervangers kunnen zaken voorzitten, maar moeten daarin wel ondersteund worden en na afloop feedback krijgen. Zoals de door Terlouw geïnterviewden aangaven: als je niet wekelijks zittingen doet, houd je niet alle formaliteiten zo vreselijk goed bij. De vaste rechters kunnen hierin ondersteuning bieden. Bepaalde praktische zaken kunnen beter geregeld worden om ervoor te zorgen dat de plaatsvervanger zich welkom voelt, zoals de pas, een leentoga en de toegang tot het systeem.

Een toegespitste, korte opleiding voor beginnende plaatsvervangers die van buitenaf instromen, zou goed zijn. Een rechtenstudie en ervaring in een juridische functie geven een basis, maar daarmee weet je nog nauwelijks iets over hoe de praktijk als rechter werkt. De vaste rechters zitten sterk in de tredmolen van dossiers lezen, zittingen doen en uitspraken concipiëren en de deadlines waaronder dit alles moet gebeuren. Zij realiseren zich misschien niet meer zo goed hoe het is om die ervaring en routine niet te hebben. Regelmatige voortgangsgesprekken met de plaatsvervangers zijn goed, net als inhoudelijke bijeenkomsten, zoals die nu al in veel gerechten worden georganiseerd. Plaatsvervangers zouden niet als jongste bediende met de vervelende klusjes moeten worden opgezadeld.

Ik hoor de Rechtspraak en de individuele rechters/raadsheren nu al zuchten: dit gaat hen weer tijd kosten, en die hebben ze niet. Maar daar zou ik op willen antwoorden dat dat gebrek aan tijd andere oorzaken heeft. Oorzaken die om serieus tegenwicht vanuit de Rechtspraak vragen. Maar dat is niet het onderwerp van dit artikel. De plaatsvervanger zorgt juist per saldo voor verlichting voor de Rechtspraak, en verdient daarom meer aandacht en tegemoetkoming.

Mr.dr. Marijke Malsch is raadsheer-plaatsvervanger in het hof ’s-Hertogenbosch en rechter-plaatvervanger bij de rechtbank Noord-Holland.

Voetnoten:
[1] Terlouw, A. (2018). Bescheiden gast of luis in de pels? De wetenschapper als rechter-plaatsvervanger en het doorbreken van groepsdenken. In L. de Groot-van Leeuwen, R. Schlössels, R. Schutgens, A. Terlouw & D. Venema (red.), Het verhaal van de rechter – Over de plaats van de rechter in literatuur, samenleving en rechtszaal, Liber amicorum voor Hans den Tonkelaar (p. 123-141). Deventer: Wolters Kluwer.
[2] Deense vaste rechters lezen evenmin als de lekenrechters met wie zij zittingen doen, het dossier voorafgaand aan de zitting. Zie Malsch, M. (2009). Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems. Aldershot: Ashgate.
[3] Dat zijn bijvoorbeeld de leden van een jury, maar vooral ook leken die over langere periodes samen met professionele rechters rechtspreken.
[4] Slechts België is een stuk kritischer over de Assisen, de Belgische vorm van juryrechtspraak. De andere genoemde landen zijn gemiddeld genomen tevreden met de lekenrechter.
[5] Malsch, M. (2013). Een transparanter rechtssysteem in Nederland? Mogelijkheden en onmogelijkheden van meer openbaarheid. In D. Broeders, J.E.J. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (eds.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak (p. 265-296). Amsterdam: Amsterdam University Press.
[6] Malsch, 2009.
[7] Zo’n vijftien jaar geleden was dat niet gebruikelijk, terwijl wel de naam van de plaatsvervanger onder de uitspraak stond. Als je als plaatsvervanger vroeg om de conceptuitspraken, dan werd daar erg ongemakkelijk op gereageerd.
[8] Terlouw, a.w., p. 128.
[9] Terlouw, a.w., p. 127.
[10] Terlouw, a.w., p. 128.