Over e- en remigratie van rechtspraak

De feestdagen zijn alweer een tijdje voorbij. Sinterklaas is terug naar Catalonië, de discussies over Zwarte Piet weer even in de ijskast.

In mijn jeugd ging de discussie niet zozeer over Zwarte Piet, maar over Sinterklaas. Je had toen nog conservatieve protestanten die zich verzetten tegen het rooms-katholieke karakter van de goedheiligman. Feministen stoorden zich daarentegen aan het patriarchale en vermeend vrouw-onvriendelijke karakter van de kindervriend en zijn knechts. De enige die zich dacht ik niet druk heeft gemaakt over de persiflage die de Sint onmiskenbaar ook is van het heilige bisschopsambt, is de katholieke kerk. Misschien omdat kinderen door Sinterklaas niet worden gestimuleerd tot het vervolgen van protestanten, het onderdrukken van vrouwen of zich be- of afkeren van de roomse kerk. Kinderen zijn vrij goed in staat onderscheid te maken tussen sprookjes, films en computerspelletjes en de wereld van goed en kwaad, al zijn er natuurlijk grenzen te bewaken.

De geschiedenis en cultuur zitten vol van dit soort ambivalenties en je komt ze iedere dag tegen. De huidige banden tussen Nederland en de zes Caribische eilanden, bijvoorbeeld, zijn overlevers van vroegere handels- en koloniale verhoudingen uit een ‘imperialistisch’ tijdperk. Sterker nog, de huidige Caribische wereld en zijn bewoners zíjn het product van die tijd en laten zich daarzonder moeilijk denken.

Dit geldt ook voor de rechtspraak, die op de zes eilanden op Nederlandse leest is geschoeid en (nog) in meerderheid door (al dan niet ingevlogen) Hollandse rechters wordt bediend. Rechtspraak is bij uitstek een taal- en cultuurgevoelige aangelegenheid. Het is dus niet zo gek dat het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, dat de rechtspraak op de zes eilanden verzorgt, streeft naar ‘Caribisering’ van het hof. Van dat woord bestaat geen formele definitie, maar het komt erop neer dat het hof ernaar streeft zo veel mogelijk rechters aan te stellen die een sterke lokale binding hebben, de lokale taal (Papiamento dan wel voor de bovenwindse eilanden Engels) spreken en geworteld zijn in de samenleving. Gelet op de samenstelling van de Caribische bevolking, kunnen Caribische rechters dus ook ‘Hollanders’ zijn, net zo goed als Nederlandse rechters Caribische wortels kunnen hebben. De Caribisering is op dit moment onder de rechters vooral succesvol op Aruba (waar de meerderheid van de rechters inmiddels al lokaal is) en op Curaçao, waar dit voor ongeveer een derde van de rechters geldt. De rechters in opleiding zijn inmiddels allen ‘Caribisch’, in voormelde zin. Naar verwachting worden de komende twee jaar nog zes lokale rechters benoemd.

Het Gemeenschappelijk Hof streeft niet naar 100% Caribisering. Uitwisseling met Nederland en in de toekomst wellicht ook met andere Caribische eilanden, al zal dat vanwege de afwijkende rechtsstelsels vermoedelijk beperkt zijn, blijft voor de frisse wind die iedere organisatie nodig heeft, nodig en wenselijk.

In het publieke debat wordt niet alleen in Nederland, maar ook op de Cariben nog wel eens in negatieve zin gewezen op restjes uit het koloniale verleden die heden ten dage nog een rol zouden spelen. Mij spreken dergelijke verwijzingen niet altijd aan, omdat – in Caribische verhoudingen – je vrijwel onontkoombaar lijnen uit het koloniaal verleden zult kunnen zien lopen. Al was het maar – bijvoorbeeld – omdat ook lokale universiteiten in een van oorsprong Europese wetenschappelijke traditie staan, die evenwel een universalistische doelstelling heeft.

Die wetenschappelijke traditie is onderdeel van het verlichtingsdenken, dat de wereld helpt verlossen van willekeur, discriminatie, ongelijkheid, uitbuiting, despotisme en bijgeloof. Ook de onafhankelijke rechtspraak, zoals wij die nu kennen, is een product van dat verlichtingsdenken. Deze is een onmisbaar puzzelstukje in de democratische rechtstaat die niet alleen individuen aan hun recht moeten helpen tegen meer of minder sterke wederpartijen, maar die ook helpt om bijvoorbeeld meer- en minderheden tegen elkaar te beschermen.

In de politiek en media hoor je de laatste 10 jaar regelmatig spreken van het joods-christelijke karakter van onze cultuur. Op dat begrip bestaat ook veel kritiek, juist omdat dat bedoeld lijkt om zich af te zetten tegen bepaalde andere culturen, groepen of religies. Ook is niet afgebakend wat dat joods-christelijke karakter dan precies inhoudt. Het joodse en christelijke geloof hebben gemeenschappelijk onder meer het echtscheidingsverbod en het ‘heiligen’ van de dag van de Heer, dus de Sabbat of de zondag. Ook het bedekken van het hoofd door vrouwen hoort tot het joods-christelijke gedachtengoed. En verder natuurlijk het eren van één God en de naastenliefde. En zo zijn er nog wel meer. Wat is daar precies van terug te vinden in de moderne samenleving en in welk opzicht onderscheidt zich dat van andere culturen en religies, zoals de Islam?

Meer dan door heilige boeken zijn onze moderne democratieën en de rechtspraak direct en indirect geïnspireerd door de werken van de Romeinse jurist, politicus en filosoof Cicero, pleitbezorger van de vrijheid en de ratio als leidende factoren bij gebalanceerd overheidsoptreden en inspirator van het verlichtingsdenken in de Renaissance, waartoe dus ook als gezegd de moderne rechtspraak behoort als onderdeel van de checks en balances tegen willekeur en despotisme.

Onze rechtspraak blijkt dus niet alleen op de Cariben, maar ook in Nederland zelf een ‘exotische’ grondslag te hebben. Daar is niets mis mee, want zij geeft ook nu nog bij uitstek bescherming van burgers tegen elkaar, in de huidige tijd van vrouwen, etnische, religieuze, seksuele en andere minderheden tegen meerderheden van telkens uiteenlopende samenstelling.

En is dat verlichtingsdenken, is de rechtspraak ook in staat om omgekeerd de meerderheid (of beter gezegd: meerderheden, want de meeste mensen horen tot verschillende groepen en behoren dus tegelijkertijd bij verschillende meer- en minderheden) te beschermen, waar die zich door minderheden bedreigd voelt? Duidelijk is, uit onder andere de discussies over Zwarte Piet, de hoofddoeken, de bouw van moskeeën en dergelijke, dat althans een deel van de ‘autochtone’ meerderheid zich op dit moment niet in voldoende mate beschermd voelt tegen de ruimte en het respect die minderheden voor zichzelf vragen.

Toch is dat niet zo, omdat een rationeel bestuur evenwicht zoekt tussen belangen, per definitie ook die van de meerderheid, of delen daaruit. Ook de meerderheid wordt immers beschermd tegen onverdraagzame denkbeelden, die bijvoorbeeld vrouwen zouden onderdrukken, homo’s terug de obscuriteit in zouden dwingen, voetballen op zondag zouden willen verbieden, of – van de extreem-seculiere kant – religieuze uitingen willen verbieden, die religie of ‘irrationele’ levensbeschouwingen, of Nederlandse tradities als zijnde aanstootgevend uit de samenleving zouden willen bannen, zélfs wanneer deze meningen op enig moment een meerderheid mochten gaan vormen.

‘Onze’ zes Caribische eilanden hebben een lange geschiedenis met Nederland gemeen, van wie ze ook veel cultuur, waaronder oliebollen, erwtensoep, Sinterklaas en Zwarte Piet en dus ook de rechtspraak, hebben overgenomen. Bij nader inzien, blijkt althans de laatste geen typisch Nederlands, maar een Hollandse variant op een universeel fenomeen te zijn. En ook andersom kan Nederland, met zijn soms wat moeizaam wordende verhoudingen tussen verschillende bevolkingsgroepen, nog wat van de Cariben, dat resultaat van Europees kolonialisme, leren. Wie Cariben zegt, zegt diversiteit. Een van de redenen waarom ik veel van Suriname – ook een Caribisch land met een Hollands randje – houd, is dat verschillende culturen – ondanks de vele problemen die het land kent – daar al generaties zonder veel problemen samenwonen en samen hun Islamitische, Hindoestaanse, Joodse, Chinese, traditionele en Christelijke feesten vieren. Ook heb ik de indruk dat de rechtspraak daar ondanks de moeilijke omstandigheden zijn ‘mannetje’ weet te staan. Al te bang voor restjes tropisch Nederland hoeven we dus echt niet te zijn, integendeel, laten we omgekeerd wat Caribische souplesse in de Nederlandse cultuur laten remigreren.

Peter Lemaire
Rechter op Sint Maarten