Zullen computers rechtspreken? (ja, als…)

Het is een hip onderwerp, en niet alleen in films en non fictie bestsellers: gaan computers binnenkort ons werk overnemen? Menigeen zal in het achterhoofd zijn beroepswerkzaamheden hebben nagelopen op onvervangbare want diep-menselijke kwaliteiten, in de hoop dat het zijn tijd wel zal duren voor hij stekkers af moet gaan stoffen. Maar als je het nieuws mag geloven kunnen computers zichzelf go leren spelen en zonnestelsels opsporen dus nou ja, dan lijken we niet kinderachtig te moeten doen over zeg het beoordelen van een diefstal bij Albert Heijn.

Rechtspraak wordt vaak genoemd als testcase bij uitstek. Dat draait immers om het verwerken van datastromen en het onderbrengen van specifieke gegevens onder algemene wetmatigheden, en als ik het goed begrijp is dat zo’n beetje de definitie van een algoritme. Sterker nog, dat kan een computer veel beter en completer, met toepassing van statistiek en kansberekening waar de gemiddelde jurist glazig naar staart. Het monopolie op het herkennen van emoties en het begrijpen van verbale en non-verbale communicatie schijnt de mens al kwijt te zijn. Slordigheid, selectieve interesse, haast en andere vervelende menselijke neigingen? Hebben apparaten geen last van. Voor klasse en huidskleur zijn zij pas echt blind. Kennen computers geen intuïtie? Maar wat is intuïtie anders dan verwerkte, ingedaalde ondervinding?

Aan de andere kant is het de vraag of zoiets als mededogen valt aan te leren, of voordeel van de twijfel. Een leugentje om bestwil of een excuus-argument omdat je iemand iets gunt, begrijpt een algoritme dat? Voorbeeld: een Europese overleveringszaak die eindeloos om ondergeschikte punten en komma’s wordt aangehouden omdat naar mijn stellige indruk de rechtbank er gewoon ‘geen zin in heeft’, uit empathie met de deerniswekkende persoon van de cliënt. Of het omgekeerde, zoals de verdachte die op het dunst denkbare bewijs veroordeeld wordt voor een geweldsdelict. Voor mij alleen maar na te volgen als de rechter heeft gedacht: mocht dit niet kloppen dan verdient hij het toch wel voor alle onbestrafte rotstreken die uit het dossier naar boven zijn gekomen.

En ik denk aan het regelmatig negeren, in elk geval in mijn arrondissement, van een zeker hier niet te noemen (Feind hört mit) voorschrift uit boek 1 van het Wetboek van Strafrecht. Terecht, want het is een wanproduct van een hijgerige wetgever. Dergelijke wijze rechterlijke ongehoorzaamheid lijkt me moeilijk programmeerbaar.

In de rechtszaal draait alles om overtuiging, in de eerste plaats over de schuldvraag. De bewijsvoorschriften van het Wetboek van Strafvordering stellen maar weinig voor want als de overtuiging er is, volgt het bewijs bijna altijd wel. Idem voor andere besluiten, zoals over de straf: de marges waarbinnen Pietje een kans krijgt en Jantje niet, zijn ruim. Aan het slot van The Second World War filosofeert Churchill wat over de militaire besluitvorming. Nadat alle specialisten (militairen, economen, psychologen, meteorologen) hun argumenten voor en tegen een actie hebben neer gelegd, voegt de bevelhebber daar nog één ding aan toe, namelijk het eindbesluit: gaan of niet gaan. Juist omdat het de eindbeslissing is, is die nooit 100 % rationeel te reconstrueren. Natuurlijk zijn overal feitelijke argumenten voor of tegen, maar waarom precies het ene argument (net) de doorslag geeft, en het andere niet onttrekt zich (de heel duidelijke zaken daargelaten) in laatste instantie aan het zicht.

Tot nu toe hebben we vertrouwen in de rechter en zijn bereid ons lot in zijn/haar handen te leggen. Het is, begrijp ik, geen vraag meer of algoritmes afwegingen kunnen maken en beslissingen kunnen nemen. Bovendien kunnen ze een leerproces ondergaan waar de individuele mens, in elk geval kwantitatief, alleen maar van kan dromen. Maar ook de beslissing van de computer zal in laatste instantie (opnieuw evidenties daargelaten) voor ons nooit helemaal doorzichtig zijn. Niet alleen omdat wij van buiten niet kunnen zien hoe de beslissing tot stand komt, maar juist ook omdat een ‘zwarte vlek’ inherent is aan een besluit nemen. Nogmaals: een computer kan het vast wel. Maar de vraag is of wij bereid zijn op die manier ons lot in handen van een apparaat te leggen. Accepteren wij dat het verstandelijk uitwisselen van standpunten op een gegeven moment voorbij is en de computer de knoop doorhakt? Past dat bij ons mensbeeld?

Vooralsnog niet bij het mijne. Precies dat springende moment in de beslissing (ja/nee, meer/minder, voordeel/nadeel van de twijfel, of nog even doortwijfelen) wil ik in handen van een soortgenoot zien. Juist omdat het zich deels voorbij de ratio afspeelt. En ik van een mens aanvaard dat hij in zekere mate fouten maakt, maar van een ding niet.*. En omdat je alleen van een mens kunt verwachten dat die net even langs de regels scheert, om tot een humaan resultaat te komen.

Je kunt er natuurlijk ook heel anders tegenaan kijken. Als de mens de wereld en zijn plek daarin als door en door gerationaliseerd, egalitair en in principe tot ver achter de komma berekenbaar opvat (waardoor je helemaal niet langs de regels hoeft te scheren), is het een logische stap dat je een alwetend algoritme meer vertrouwen geeft dan een mens ‘met ook maar een mening’. Misschien hebben we dat moment al bijna bereikt. Als vertrouwen bestaat, dan werkt het ook. De kenner kan hier vast een Cruyffisme bij plaatsen.

Het antwoord is dus: een computer kan rechtspreken, als wij met zijn allen denken en willen dat hij het kan. Ik zie het niet zo voor me, maar dat is misschien een tekort aan fantasie. Immers is de boordcomputer Hal uit Kubrick’s 2001 A Space Odyssey (uit 1968, ver voor de zelflerende computer) het enige invoelbare karakter van de film. Destructief ook trouwens, wanneer hij bij het uitvoeren van zijn opdracht té consequent en té effectief te werk gaat.

Vasco Groeneveld
Strafpleiter bij Plasman cs advocaten

* Makkelijk praten, voor iemand die nooit de gevolgen van een rechterlijke fout heeft moeten dragen.