De rechter en de leraar

Strafrechters verdienen veel meer dan leraren en dat is niet rechtvaardig. Waarom niet? Ze hebben beiden een handhavende taak. De rechter voert die uit in de rechtszaal waar hij moet beslissen over strafbare feiten die hem door het OM worden voorgelegd. Het is zijn hoofdtaak. Hij is een formele handhaver. Zijn optreden wordt gestuurd door het Wetboek van Strafvordering.

De leraar handhaaft de orde in de klas. Zijn hoofdtaak is lesgeven, maar die taak kan alleen goed vervuld worden als het in de klas enigszins ordelijk toegaat. De regels die daarvoor gelden zijn niet in een wet vastgelegd maar in belangrijke mate ter beoordeling van de leraar. Ik noem dat informele handhaving

Als er aanleiding bestaat om handhavend op te treden, heeft de leraar heel wat meer keuzemogelijkheden dan de rechter. Die laatste moet gewoon beslissen over wat hem door het OM wordt voorgelegd. Natuurlijk, hij kan de dagvaarding nietig verklaren of het OM niet ontvankelijk, maar op datgene wat hij krijgt aangeboden door het OM, heeft hij (verder) geen enkele invloed. Hij moet, plat gezegd, eten wat de pot schaft. Hij mag geen recht weigeren.

Hoe anders is dat met de leraar, die in de klas geconfronteerd wordt met ongewenst gedrag. Die staat steeds voor de vraag of hij daartegen zal/moet optreden of niet. Als hij niets doet, loopt hij de kans dat het ongewenste gedrag wordt herhaald of door andere leerlingen wordt nagevolgd. Als hij wel optreedt kan de klas zich tegen hem keren, of kunnen de ouders van de betreffende leerling hun beklag doen bij de schoolleiding met alle mogelijke gevolgen van dien. Hij moet dus zorgvuldig afwegen wat hij doet en dat is een lastige beslissing die meestal ook nog snel moet worden genomen.

De rechter heeft van dit alles geen last. Hij hoeft zich geen zorgen te maken over de eventuele gevolgen van zijn beslissing. Natuurlijk, slachtoffers kunnen zich ontevreden tonen en in het ergste geval met een stoel gooien. Ook loopt hij de kans dat de dader het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. Maar dat alles is een wereld van overzichtelijkheid vergeleken met de leraar. Die moet zijn initiële interventie nemen voor het front van de klas, de rechter in de doorgaans veilige beslotenheid van de rechtszaal. Hij is een individuele handhaver, de leraar een collectieve.

Daar komt nog bij dat de leraar morgen weer verder moet met de gecorrigeerde leerling en dat zal zeker een rol (moeten) spelen bij de vorm en de inhoud van de correctie. Dat luistert nauw, want zijn hoofdtaak, het lesgeven, mag idealiter niet lijden onder zijn handhavend optreden.

Daarvoor is immers relatie met de klas en de leerling nodig en die kan door de gedragscorrectie worden aangetast. Maar ook als hij besluit om niet op te treden kan dat gevolgen hebben voor die relaties. De leerling in kwestie kan bijvoorbeeld gaan denken dat hij niet durft te corrigeren en daar gevolgen aan verbinden voor zijn toekomstig gedrag. Ook de andere leerlingen kunnen denken dat hij bang is om op te treden en daar bij hun verder gedrag rekening mee houden.

De rechter hoeft zich over dit alles geen zorgen te maken. Die hoeft niet verder met de veroordeelde. Eventueel hoger beroep dient, meestal veel later, bij het Hof en met de executie van de sanctie heeft de rechter zelden iets van doen. Alleen wanneer een zaak buitengewoon veel opwinding veroorzaakt, zoals recent bij de moord op Anne Faber het geval was, kan de rechter die het eerdere vonnis heeft gewezen, in een situatie komen die lijkt op die van de leraar. Niet omdat de verdachte ageert, maar omdat “de klas”, in casu de samenleving, zich tegen hem keert.

Onze leraar kan zoiets iedere dag overkomen. Zijn optreden moet steeds zo evenwichtig zijn dat noch de ouders, noch de schoolleiding daar iets/veel op kunnen aanmerken. En morgen moet hij gewoon weer voor de klas en opnieuw beslissen wat hij zal/moet doen. Hij is als het ware een continue handhaver, de rechter een incidentele. De leraar bevindt zich in een situatie die ver af staat van de comfortzone van de rechter. Die gaat na de zitting naar huis en ziet de verdachte, als het goed is, nooit weer.

In de wereld van het kapitaal is het gebruikelijk dat wie veel risico draagt een hogere beloning (rente) ontvangt. In de wereld van het menselijk kapitaal wordt risico vertaald in verantwoordelijkheid. Wie daar veel van draagt wordt doorgaans beter beloond. Ik ben van mening dat de leraar een minstens even grote verantwoordelijkheid draagt als de rechter en dat zijn beloning, alleen al om die reden dringend aanpassing behoeft. Desnoods ten koste van de salariëring bij de rechterlijke macht.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie