De buurtrechter

Jaren geleden zag ik eens een documentaire over Karol Wojtyła. Die man, die later paus zou worden, was sportief aangelegd. Zijn vrienden beschreven een kanotocht met hem en op zondag moest hij als priester natuurlijk de mis opdragen en zij moesten die bijwonen. Voor een mis heb je weinig nodig. Van zijn omgekeerde kano maakte Karol een altaar en de roeiriemen knoopte hij samen tot een kruis.

Voor rechtspraak heb je nog minder nodig. Na de verwoesting van Sint Maarten door de orkaan Irma, weet ik dat je voor een eerlijk proces zelfs geen tafel nodig hebt (al is die wel handig). Een laptop of pen en notitieblok volstaan, een dossier (digitaal of op papier, desnoods nat geregend) en partijen. En een droge ruimte ook, al zou je zelfs op het marktplein recht kunnen spreken.

Ook het succes van de Rijdende Rechter laat zien dat rechtspraak eenvoudig kan zijn en dat daarvoor belangstelling bestaat. Als rechters zijn we gewend geraakt aan grote, zij het de laatste decennia helaas wat saai en grijs ogende paleizen van justitie, die moeilijk toegankelijk zijn en die ons in de praktijk van alledag ver van de rechtzoekende burgers en hun advocaten afhouden.

Het regeerakkoord van het nieuwe vier-partijenkabinet bevat een paar voornemens op het vlak van justitie die mij wel aanspreken. Zo is men van plan een pooierverbod in te voeren, iets wat ik ook een goed idee vind want dat maakt het strafrechtelijk verstoren van ongewenste bemoeienis door foute types met prostituees een stuk gemakkelijker, en men wil een buurtrechter invoeren:

‘Er komen experimenten met buurtrechters die regelmatig in de buurt zitting hebben, een klein bedrag aan griffiekosten vergen, zich richten op juridisch eenvoudige zaken en bestaan uit (kanton)rechters die ook in de gewone rechtspraak werkzaam zijn of waren. De buurtrechters richten zich waar mogelijk op finale geschillenbeslechting.’

Ook dat vind ik een heel goed idee. In een eerdere bijdrage aan dit blog – De zevende suggestie – heb ik eens geopperd de vroegere figuur van de vrederechter weer eens uit de la te halen. Vrederechter of buurtrechter, het is mij om het even, het gaat om eenvoud, toegankelijkheid, een redelijke en vlotte geschillenbeslechting en betaalbaarheid. Bij deze zet ik nog eens wat suggesties op een rij om een bijdrage te leveren aan de mogelijke vormgeving van het fenomeen buurtrechter, als experiment, deels dus een parafrase van dat eerdere blog.

  • Hef een laag griffierecht, bijvoorbeeld € 50 of 100. Een kleine drempel is altijd goed. Op Aruba wordt voor ambtenarenzaken geen griffiegeld geheven en dat leidt tot een iets te grote stroom zaken die weinig kans van slagen hebben. Het loterij zonder nieten moet het niet worden.
  • In de experimentele fase kunnen de kosten laag worden gehouden als bijvoorbeeld gepensioneerde kantonrechters en buitengriffiers worden ingezet, die volgens het plaatsvervangerstarief per zitting worden betaald.
  • De zittingen kunnen overal plaatsvinden mits ook belangstellenden en pers toegang hebben, er zijn geen vormvereisten, rechter en griffier zitten ‘in burger’ (smart casual, zoals ze hier zeggen) gekleed.
  • Er is geen verplichte bijstand van advocaten.
  • Een eiser onderbouwt wat hij of zij van de rechter verlangt en tegen wie hij zijn eis instelt en wat diens mailadres is. Intake vindt plaats via een website. De griffier benadert de wederpartij per mail en verzoekt deze een reactie te geven. Vervolgens vindt een zitting plaats, waarvoor partijen per mail worden uitgenodigd.
  • Het staat de buurtrechter vrij de claim en het verweer juridisch te interpreteren. Hij is met andere woorden niet gebonden aan juridisch onhandige of incomplete formuleringen van partijen. Hij kan partijen voorlichten over het recht en vragen stellen over de feiten.
  • De wederpartij is verplicht te verschijnen. Doet hij dat niet, dan kan hij de zaak verliezen.
  • Mij zou voor ogen staan dat de buurtrechter zo veel mogelijk werkt als de kort gedingrechter. Met dat verschil dat hij niet voorlopig oordeelt wat een bodemrechter vermoedelijk zal oordelen. Hij geeft een finaal oordeel, maar zou minder strikt moeten worden gebonden aan het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, al moet hij daar net zoals de kort geding-rechter wel uit kunnen putten. Hij hoeft bijvoorbeeld geen getuigen te horen. De buurtrechter krijgt daarmee wettelijk ruimere armslag dan ‘gewone’ civiele bodemrechters. Een dergelijke afwijking zou ik gerechtvaardigd achten omdat je om een belang van zeg 100 euro geen jarenlang zou moeten procederen, iets wat civiele rechters soms toch al in het achterhoofd houden of zouden moeten houden.  Wat betreft het materiële recht past hij het Burgerlijk Wetboek toe, maar ook hier zou ik meer speelruimte geven door als criterium te stellen dat de buurtrechter zich bij onduidelijkheid van de wet voor het voorliggende geval naar redelijkheid en billijkheid recht spreekt, naar de omstandigheden van het geval, met een summiere motiveringsplicht. Hij krijgt dus meer vrijheid voor interpretatie en toepassing van regels in het concrete, eenvoudige geval, met het oog op een aanvaardbare uitkomst binnen afzienbare termijn. Deze afwijkingen van het normale stramien worden gerechtvaardigd door de verhoudingsgewijs kleine belangen van de zaak. Een (beperkte) appelmogelijkheid moet als drukventiel fungeren in zaken die toch correctie behoeven.
  • Er moet een zekere afpaling komen welke conflicten aan de buurtrechter kunnen worden voorgelegd. Het moet gaan om kwesties die zich lenen voor juridische beslechting (en niet om bijvoorbeeld louter relationele kwesties). Zoals de Rijdende Rechter laat zien, is er veel behoefte aan een eenvoudige rechtsgang in burenconflicten, familieruzies met een juridische achtergrond, beledigingen, conflicten in sport- en andere verenigingen, aangiftes van kleine strafbare feiten, huurzaken, bijstandszaken en geldkwesties (kleine vorderingen van het midden- en kleinbedrijf die nu vanwege hoge kosten bijna niet rechtens te innen zijn) en daartoe met een ruim scala aan mogelijke beslissingen.
  • Bij strafzaken zou ik vooral denken aan het berechten van buurtettertjes die de sfeer in de wijk verzieken. Dat zou zich zelfs, met natuurlijk passende mildheid, kunnen uitstrekken tot jonge kinderen die nog niet onder het bereik van het strafrecht vallen (dat wil zeggen jongelui onder de 12 jaar), maar zich al wel kunnen misdragen. Aan hen zouden ‘civiele straffen’ kunnen worden opgelegd bijvoorbeeld door ze te verplichten na zonsondergang van straat te blijven, hun huiswerk te maken of voor straf opruimklusjes in de buurt te laten doen.
  • Uitspraken geschieden mondeling, zo veel mogelijk aansluitend aan de zitting en worden beknopt op papier vastgelegd.
  • Aan de uitspraken komt executoriale kracht toe.
  • Hoger beroep wordt uitgesloten of beperkt, eventueel behoudens appelverlof van het hof.

Welnu, ik hoop dat het tot een buurtrechter komt en dat ik als rechter ook nog eens mee kan doen aan deze wedergeboorte van een eenvoudige, betaalbare en vlotte rechtsgang.

Peter Lemaire
Rechter te Sint Maarten