De rechtspraak op Sint Maarten na de orkaan Irma: RR-COG

Het gebeurt Nederlandse rechters niet vaak dat ze door oorlogen of calamiteiten met tabula rasa te maken krijgen, maar op Sint Maarten was het dit jaar dan zover. De orkaan Irma kwam rechtover alsof het een grasmaaier was en duurde in zijn hefstigste razernij ongeveer drie uur. Het deed mij denken aan beschrijvingen van het bombardement van Rotterdam. De Sint Maartense collega’s hadden het al voorspeld, het lawaai, gedreun, getril en gekraak zijn het allerergste. Veel mensen, ook sommige collega’s, verloren hun dak of zelfs hun hele huis en zochten toevlucht in keuken- en kledingkasten of moesten tijdens de storm hun heil buiten zoeken en liepen daarmee groot gevaar. Sommige huizen werden getroffen door rondvliegende zeecontainers en auto’s. Daar helpt geen orkaanproof bouwen tegen. Persoonlijk werd ik danki Dios minder zwaar getroffen, maar het waren toch erg nare uren.

Na het overtrekken van de furie werd het stil. Alle bomen en struiken ontworteld of van hun takken ontdaan en in ieder geval erg kaal. Het eiland bruin en grijs van modder en zeewater. Geen mens te zien, geen radiozender in de lucht, geen internet, kabel, telefoon en stroom. De wereld was weer woest en ledig.

Maar het leven komt weer op gang. Mensen gaan puin ruimen, anderen helpen, de boel weer op gang brengen, proberen hun werk te bereiken. Ook de kwade kanten van de mens steken de kop op. Vrijwel direct na Irma is het plunderen begonnen, deels zelfs op georganiseerde schaal. In hoofdplaats Philipsburg is winkel na winkel systematisch leeg gehaald. Bouwmarkten, supermarkten, benzinestations, hotels, apotheken moeten eraan geloven.

Daags na Irma, op donderdag, probeer ik het gerechtsgebouw te bereiken. Veel schade aan dak en ruiten, maar vreemd genoeg is er licht: de noodgenerator staat er nog en is aangeslagen. Het gebouw is niet geplunderd maar door puin en rondgezwiept materiaal vrijwel niet toegankelijk. Ook bij het openbaar ministerie is het donker en leeg. Telefoons en internet werken nog steeds niet. Ik kan niemand bereiken en niemand mij. De komende dagen zal het slechter gaan met de rechtshandhaving en met eigenlijk alles, veel mensen hebben niets te eten.

De politie komt me met de procureur-generaal aan boord thuis opzoeken. We spreken af dat OM, ZM en politie elkaar de volgende ochtend treffen. We vergaderen op de parkeerplaats voor het kantoor van het RST. Ik akkoordeer een vordering tot termijn-herstel, voor ‘uit-de-termijn-gelopen’ gedetineerden. Ik kan niet controleren of wat ik doe klopt, want er is geen toegang tot wetboeken of digitale bronnen.

Die dag in Philipsburg doet ook de whatsapp het weer en een collega uit Arnhem laat weten dat de Hoge Raad ooit in een geval de gerechten van Friesland door sneeuw en ijs onbereikbaar waren, nogal coulant over termijnen heeft geoordeeld. Dat lijkt mij nu ook wel redelijk.

Vanaf die dag komen we iedere keer om 9.00 uur bijeen, de volgende dag nog een keer op een parkeerplaats en dan is ook de balie erbij. De voorgeleidingen, toetsingen en raadkamerbeslissingen vinden aansluitend plaats in het politiebureau Philipsburg en in de Pointe Blanche gevangenis. Ik word bijgestaan door een Sint Maartense top-griffier, die zelf veel schade heeft, maar ze is vanaf dag één onversaagd paraat. Vanaf de derde dag – we hebben dan toegang tot een deel van het OM-gebouw – zijn ook de voogdijraad en de reclassering bij de dagelijkse overleggen. Veel kinderen zijn naar familie op Curaçao, Aruba en Nederland gezonden en er moeten gezagsbeslissingen worden genomen.

Er worden ook afspraken gemaakt over provisorisch herstel van sommige civiele procedures. Dat wil zeggen de mogelijkheid voor spoed-kort gedingen en het leggen van beslagen, zodra de deurwaarders weer aan het werk kunnen, en voor urgente voorlopige voorzieningen. De behoefte aan het kunnen leggen van beslagen duidt erop dat de vrije markt ook weer wakker wordt: er komen verzekeringsuitkeringen aan waarop beslag kan worden gelegd, en die dus verhaal bieden voor onzeker geworden vorderingen.

Het OM geeft kleine plunderaars en schenders van het uitgaansverbod bij wijze van transacties taakstraffen (puinruimen). Grotere / stelselmatige plunderaars worden in detentie genomen. De processen-verbaal zijn met de hand geschreven en soms ontbreken er stukken zoals een proces-verbaal van aanhouding. Maar de gedetineerden zijn niet te beroerd zelf te vertellen hoe het is gegaan, zodat ik over de gebreken heenstap. Op donderdag 21 september, twee weken na Irma, vindt weer een eerste provisorische strafzitting plaats, in een voorruimte van de gevangenis, formeel openbaar.

Het gerecht is er nog lang niet, het gebouw is nog lang niet hersteld en we hopen in ieder geval door middel van pro-forma en rolzittingen de zaken administratief weer in de greep te krijgen en hopelijk vanaf 1 november een enigszins voorspelbaar rooster te kunnen draaien.

Wat leert zo’n chaos ons nu over de rechtstaat? Wat we al wisten, klopt. Een groot deel van de mensen helpt elkaar, deelt eten, zorgt voor elkaars kinderen, en ik zag bijvoorbeeld mannen die emmer na emmer uit een put haalden om de buurt van water te voorzien. Ondanks de televisiebeelden die over de wereld gingen, durf ik nog steeds te zeggen: een klein deel misbruikt het ontstane machtsvacuüm en gaat zich misdragen. Ruiten die nog niet aan diggelen lagen, werden met meegebrachte hamers stuk geslagen. Vrouwen zag ik kledingwinkels leeghalen en mannen gaven de voorkeur aan juweliers, elektronicazaken en bouwhandels. Wat eng is, is dat er groepen – meest mannen – zich over de weg gaan begeven, wat een intimiderend effect heeft en een gevoel van onveiligheid oproept. Andere groepen vormen zich om hun eigendommen te beschermen. We zagen zo een rudimentair begin van hoe een machtsvacuüm zich spontaan vult.

Gelukkig werd de militaire aanwezigheid vrij snel zichtbaar, er werden checkpoints ingericht, er werd met militaire voertuigen rondgereden en er vlogen Franse en Nederlandse helikopters door het luchtruim. De grote plunderingen hielden toen, naar mijn indruk, snel op en de groepen verdwenen van de straten. Intimidatie van bevoegde zijde helpt dus ook. Ik geloof niet dat er van de zijde van leger en politie veel geweld werd gebruikt.

Het heropstarten van voorgeleidingen en dergelijke heeft een indirecter effect. Het over de media bekend worden daarvan geeft in ieder geval een signaal dat er weer risico’s aan misdadig gedrag kleven.

En over het materiële en formele recht, ach dat wisten we eigenlijk ook al. Dat wordt teruggeworpen op zijn absolute kern, volgens de formule RR-COG: rechtspraak is redelijkheid in de concrete omstandigheden van het geval, óók in het strafrecht.

Peter Lemaire
Rechter te Sint Maarten